ECLI:NL:TADRARL:2026:160 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-439/AL/OV
| ECLI: | ECLI:NL:TADRARL:2026:160 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 20-07-2026 |
| Datum publicatie: | 21-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26-439/AL/OV |
| Onderwerp: |
|
| Beslissingen: | Voorzittersbeslissing |
| Inhoudsindicatie: | De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. |
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden
van 20 juli 2026
in de zaak 26-439/AL/OV
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over
verweerster
De voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief met bijlagen volgens de inventarislijst van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Overijssel (hierna: de deken) van 21 mei 2026 met kenmerk 2539607. Ook heeft de voorzitter kennisgenomen van de e-mail van klager van 4 juni 2026.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier,
uit van de volgende feiten.
1.1 Klager is in 2021 gescheiden van mevrouw G. Klager en G. hebben een minderjarige dochter.
1.2 Klager en G. hebben in 2021 een ouderschapsplan opgesteld en een gezamenlijk verzoek tot echtscheiding ingediend bij de rechtbank Almelo. De beschikking van de rechtbank is op 5 februari 2021 ingeschreven in het huwelijksregister van de gemeente ’s Gravenhage.
1.3 Verweerster is de advocaat van G. Verweerster heeft op 6 juni 2025 een brief aan klager gestuurd waarin zij namens haar cliënte een voorstel doet over de omgangsregeling en het telefonisch contact tussen klager en zijn dochter. Klager heeft niet op dit voorstel gereageerd. Verweerster heeft klager vervolgens ook op 4 juli en 28 augustus 2025 brieven gestuurd.
1.4 Verweerster heeft in september 2025 een verzoekschrift tot herziening van de omgangsregeling bij de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, ingediend. De rechtbank heeft de zaak in maart 2026 behandeld.
1.5 Klager heeft verweerster tientallen e-mails gestuurd maar geen advocaat in de arm genomen.
1.6 Op 11 december 2025 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster.
2 KLACHT
De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door te handelen in strijd met de professionele zorgvuldigheid die van een advocaat mag worden verwacht. Verweerster heeft de communicatie tussen klager en zijn minderjarige dochter belemmerd en zij heeft bijgedragen aan de verstoring van de relatie tussen klager en zijn dochter. Verder heeft verweerster informatie achtergehouden, klager niet geïnformeerd over belangrijke proceshandelingen en niet gereageerd op zijn berichten.
3 VERWEER
Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
4 BEOORDELING
4.1 Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen.
4.2 De voorzitter constateert dat verweerster – als advocaat van de wederpartij van klager – een aantal brieven aan klager heeft gestuurd. De eerste twee brieven houden een voorstel tot het aanpassen en vaststellen van de zorg- en contactregeling in. Klager heeft op deze brieven niet gereageerd. In een volgende brief heeft verweerster geschreven dat de contactregeling niet kan doorgaan omdat – kort gezegd – klager de cliënte van verweerster zou hebben mishandeld. In een andere brief heeft verweerster (nogmaals) geschreven dat klager op een bepaalde tijd telefonisch contact met zijn dochter kan hebben.
4.3 De voorzitter is gelet op de inhoud van deze correspondentie van oordeel dat niet is gebleken dat verweerster haar vrijheid als advocaat van de wederpartij heeft overschreden. De brieven zijn in toon en inhoud zakelijk en correct. Van het belemmeren van de communicatie tussen klager en zijn dochter of het bewust verstoren van hun relatie, is niet gebleken. Bovendien volgt uit die correspondentie dat verweerster wel degelijk ook rekening heeft gehouden met de belangen van klager. In haar brief heeft zij immers aangegeven dat het de bedoeling is om de wensen van vader, moeder en kind in het voorstel te verwerken en zij vraagt aan klager of hij nog aanvullingen of opmerkingen heeft. Ook heeft verweerster aan klager uitgelegd dat hij zich tot een (eigen) advocaat kan wenden en dat het geen zin heeft om telefonisch contact met haar op te nemen.
4.4 Voor zover klager verweerster ook verwijt dat zij in de door hem genoemde brieven bewust onjuiste informatie heeft verschaft, is de voorzitter van oordeel dat op grond van de stukken in het klachtdossier niet kan worden vastgesteld dat deze informatie onjuist is. Voor zover deze informatie onjuist is, kan de voorzitter ook niet vaststellen dat verweerster wist of redelijkerwijs had moeten weten van deze onjuistheid. Verweerster mocht afgaan op de juistheid van deze informatie die zij van haar cliënte had gekregen. Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan verweerster de juistheid van die informatie had moeten controleren, is de voorzitter niet gebleken. Het behoort verder niet tot de taak van de tuchtrechter om over de juistheid van standpunten in dit geschil een oordeel te geven. Dat is voorbehouden aan de civiele rechter, tenzij duidelijk is dat de verwerende advocaat de hierboven genoemde maatstaf heeft overtreden. Daarvan is echter geen sprake.
4.5 Klager verwijt verweerster ook dat zij informatie heeft achtergehouden, hem niet heeft geïnformeerd over belangrijke proceshandelingen en niet heeft gereageerd op berichten van klager. De voorzitter volgt klager niet in dit verwijt. Verweerster is de advocaat van de wederpartij van klager. Zij is niet gehouden om op al de (vele) berichten van klager te reageren. De berichten die verweerster wel aan klager heeft gestuurd zijn, zoals hierboven al is overwogen, correct en zakelijk. Met betrekking tot het verwijt dat verweerster klager niet goed heeft geïnformeerd, is de voorzitter van oordeel dat dat verwijt onvoldoende is onderbouwd. Klager heeft verzuimd om aan te geven om welke concrete informatie dit zou gaan. Bovendien is een advocaat verplicht om zijn eigen cliënt op de hoogte te brengen van belangrijke informatie en feiten; een verplichting voor een advocaat om ook de wederpartij hierover te informeren is er - in zijn algemeenheid - echter niet.
4.6 De voorzitter is gelet op het voorgaande van oordeel dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard.
BESLISSING
De voorzitter verklaart:
de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door mr. J.U.M. van der Werff, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan
door mr. W.B. Kok als griffier en uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op : 20 juli 2026