ECLI:NL:TGZRSHE:2026:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9434
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2026:126 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 15-07-2026 |
| Datum publicatie: | 15-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | H2025/9434 |
| Onderwerp: | Grensoverschrijdend gedrag |
| Beslissingen: | Gegrond, doorhaling inschrijving register |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen een psychiater. Gegrond. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd verwijt de psychiater dat zij kort na het beëindigen van een professionele relatie met een cliënt een intensieve persoonlijke en seksuele relatie is aangegaan, zonder een passende afkoelingsperiode in acht te nemen. Het college oordeelt dat de psychiater de professionele grenzen ernstig heeft overschreden. Zij is een intensieve persoonlijke en seksuele relatie met een cliënt aangegaan, zeer kort na het professionele contact, en heeft dit enige tijd te laten bestaan. Het college weegt bij het opleggen van een maatregel mee dat de psychiater onvoldoende reflectie heeft getoond, haar handelen niet tijdig heeft besproken binnen haar intervisiegroep en zich niet toetsbaar heeft opgesteld in de procedure door niet ter zitting te verschijnen. Omdat de psychiater zich inmiddels uit het BIG-register heeft uitgeschreven, ontzegt het college haar het recht om opnieuw in het BIG-register te worden ingeschreven. Mocht zij ten tijde van de uitspraak opnieuw zijn ingeschreven, dan wordt haar inschrijving doorgehaald. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE ’S-HERTOGENBOSCH
Beslissing van 15 juli 2026 op de klacht van:
INSPECTIE GEZONDHEIDSZORG EN JEUGD,
gevestigd in Utrecht,
klaagster, hierna ook: de inspectie, vertegenwoordigd door drs. M.C. Olsman-Olierook,
coördinerend
specialistisch senior inspecteur, gemachtigde: mr. L.J.M. Franssen,
tegen
[A],
psychiater,
destijds werkzaam in [B],
verweerster, hierna ook: de psychiater.
1. De zaak in het kort
1.1 Betrokkene is in contact gekomen met verweerster vanwege zijn IVA-keuring.
Voor deze keuring
heeft verweerster drie keer online contact gehad met betrokkene en een rapport uitgebracht.
Een
aantal dagen daarna heeft zij contact opgenomen met betrokkene. Dit contact heeft
geleid tot een
persoonlijke en seksuele relatie. De inspectie verwijt de psychiater dat zij hiermee
de
professionele grenzen die zij in acht behoort te nemen heeft
overschreden.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en ontzegt de psychiater
het recht
om weer in het BIG-register te worden ingeschreven. Hierna licht het college dat
toe.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 18 december 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 3 maart 2026.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het
college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben
zij
geen gebruik gemaakt.
2.3 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 22 mei 2026. De inspectie is
verschenen.
Verweerster was afwezig, zij heeft vooraf laten weten dat zij niet zal verschijnen.
De inspectie
heeft een pleitnotitie voorgelezen en aan het college overhandigd.
3. De feiten
3.1 Verweerster was sinds 2016 werkzaam als psychiater, aanvankelijk in Nederland.
In 2019
verhuisde zij (terug) naar [C]. Vanuit daar ging zij online verder met haar werkzaamheden
voor een
Nederlandse instelling.
3.2 Betrokkene is in contact gekomen met verweerster vanwege zijn IVA-keuring. Voor
deze keuring
is op 15, 18 en 26 januari 2024 contact geweest tussen betrokkene en verweerster.
Dit contact was
eenmaal via beeldbellen en tweemaal telefonisch. Op
8 februari 2024 heeft verweerster het rapport aan haar opdrachtgever gestuurd.
3.3 Op 14 en 16 februari 2024 heeft verweerster een sms gestuurd aan betrokkene.
Nadat
verweerster op 14 februari 2024 bij betrokkene had geïnformeerd of de procedure
rondom het
diagnostisch rapport was afgerond, waarop betrokkene bevestigend antwoordde, sms’te
verweerster aan
betrokkene: “Dan zou ik u op professioneel vlak nergens meer tegenkomen. Met uw
toestemming zou ik
eens in de twee weken persoonlijk contact met u willen hebben (bv. Bellen). Ik vind
u een eerlijk,
intelligent mens en ook een einzelgänger zoals ik, dus het zou meerwaarde hebben
voor mij.”, waarop
betrokkene antwoordde: “Dat is goed!” Op 23 februari 2024 hebben betrokkene en verweerster
elkaar
telefonisch gesproken. Daarna ontstond een - zowel qua frequentie als qua aard en
inhoud van de
berichten - intensief Whatsapp contact.
3.4 Van 15 maart tot 18 maart 2024 was verweerster op bezoek bij betrokkene in Nederland,
verweerster verbleef bij betrokkene thuis. Van 28 maart tot 1 april 2024 was betrokkene
op bezoek
bij verweerster thuis in [C]. Tijdens beide bezoeken was er meerdere keren seksueel
contact.
3.5 Daarna hebben verweerster en betrokkene nog veelvuldig via Whatsapp contact
gehad. Op 17 mei
2024 is de seksuele en persoonlijke relatie geëindigd.
3.6 In juni 2024 is er nog per e-mail en Whatsapp contact geweest tussen verweerster
en
betrokkene.
3.7 Met ingang van 8 november 2025 heeft verweerster zich uitgeschreven uit het BIG-register.
4. De klacht en de reactie van de psychiater
4.1 De inspectie verwijt de psychiater dat zij de professionele grenzen die zij
in acht behoort
te nemen heeft overschreden door niet-professionele en seksuele contacten aan te
gaan met een
patiënt zonder een gepaste afkoelingsperiode.
4.2 Verweerster kan zich in alle punten van de klacht vinden. Zij herkent de beschreven
tekortkomingen en neemt daarvoor verantwoordelijkheid.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
Procedurezaken
5.1 In artikel 47, vierde lid, van de Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg
(hierna: Wet BIG) is bepaald dat in geval van doorhaling van een inschrijving in
het register de
betrokken zorgverlener aan tuchtrechtspraak onderworpen blijft voor handelen of
nalaten gedurende
de tijd dat de zorgverlener in het register ingeschreven stond. Omdat de psychiater
in de periode
waar de klacht op ziet, ingeschreven was in het BIG-register, kan het college de
klacht behandelen.
5.2 Verweerster woont in [C]. Tijdens het professionele contact woonde betrokkene
in Nederland,
in de provincie [D]. Daar heeft ook (deels) de verweten gedraging plaatsgevonden.
Op grond van
artikel 54, eerste lid, van de Wet BIG in samenhang met artikel 2 van het Tuchtrechtbesluit
BIG is
het college bevoegd de klacht te behandelen.
Criteria voor de beoordeling
5.3 De vraag is of verweerster heeft gehandeld zoals van haar verwacht mocht worden.
De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende psychiater. Bij de beoordeling
wordt
rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen.
5.4 Verder geldt in het algemeen binnen een zorgrelatie dat de cliënt of patiënt
zich in een
afhankelijke positie bevindt ten opzichte van de zorgverlener, waardoor er ook altijd
sprake is van
een ongelijke verhouding. Daarom is het aangaan van een niet-professionele relatie
tijdens de
zorgrelatie uitdrukkelijk niet toegestaan. De ongelijke verhouding bestaat ook enige
tijd na
beëindiging van de zorgrelatie. Om die reden is het aangaan van een persoonlijke
en/of seksuele
relatie ook tijdens de afkoelingsperiode nooit toegestaan. De afkoelingsperiode
is de periode die
de zorgverlener na beëindiging van de zorgrelatie in acht moet nemen voordat de
zorgverlener een
persoonlijke, niet-professionele relatie
kan aangaan met die, inmiddels voormalige, cliënt of patiënt. Deze periode is bedoeld
om afstand te
creëren, om de ongelijke verhouding van de zorgrelatie op te heffen, indien en voor
zover dat
mogelijk is. Het aangaan van een niet-professionele relatie na beëindiging van een
zorgrelatie is
niet per definitie verboden. Wel moet daarbij alle zorgvuldigheid in acht worden
genomen die van
een professioneel psychiater mag worden verwacht. Het is aan de zorgverlener om
de grenzen van de
zorgrelatie te bewaken.
5.5 Het college noemt in dit verband artikel 7:453 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Deze bepaling
schrijft voor dat een hulpverlener bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener
in acht neemt en daarbij in overeenstemming handelt met de op hem rustende verantwoordelijkheid,
voortvloeiende uit de voor de hulpverleners geldende standaarden.
5.6 Het college noemt ook de KNMG-Gedragscode voor artsen, kernregel 4: “Als arts
ga je
respectvol om met je patiënt en neem je professionele grenzen in acht. Je onthoudt
je van
ongewenst, grensoverschrijdend en ontwrichtend gedrag”.
5.7 Voor psychiaters is deze norm verder uitgewerkt in de beroepscode voor psychiaters
van de
Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP). Hierin is, voor zover in deze zaak
relevant, het
volgende opgenomen:
“II.14 De psychiater geeft zich rekenschap van het feit dat na de formele beëindiging
van de
professionele relatie er nog steeds sprake kan zijn van belangentegenstellingen
of een ongelijke
machtsverhouding tussen hem en de betrokkene en dat derhalve zijn professionele
verantwoordelijkheid ten opzichte van de betrokkenen niet zonder meer ophoudt te
bestaan.
II.15 De psychiater dringt niet verder door tot de privé-sfeer van de patiënt dan
in het kader van
de hulpverlening noodzakelijk is. De psychiater onthoudt zich van contacten van
seksuele aard en
andere vormen van grensoverschrijdend gedrag. Verbale of lijfelijke intimiteiten
zijn niet
toegestaan.”
5.8 Het college noemt tot slot de brochure ‘Het mag niet, het mag nooit’ van de Inspectie
Gezondheidszorg en Jeugd.
Beoordeling van de klacht
5.9 Het college stelt vast dat verweerster zelf contact heeft opgenomen met betrokkene
en daarna
met hem een intensieve persoonlijke relatie is aangegaan waarbij ook meermaals seksueel
contact
heeft plaatsgevonden over een periode van een aantal weken. Dit contact vond plaats
heel kort na
het professionele contact. Mede gelet op het korte tijdsverloop tussen het professionele
contact en
het privécontact was nog sprake van ongelijkheid tussen betrokkene en verweerster.
Ondanks dat
verweerster op de hoogte was van de geldende beroepsnormen voor psychiaters, heeft
zij deze
geschonden. Zij wist bovendien ten tijde van het aangaan van het niet-professionele
contact met
betrokkene, dat betrokkene in het verleden verliefd is geweest op een andere hulpverlener
en
daardoor depressief en suïcidaal raakte. Verweerster heeft haar eigen belang zwaarder
laten wegen
dan het belang van betrokkene, ondanks dat zij naar haar eigen zeggen een tamelijk
ernstige
diagnostische omschrijving had vastgesteld bij betrokkene. Dat betekent dat dit
klachtonderdeel
alleen daarom al gegrond is. Het handelen van verweerster is op geen enkele manier
verenigbaar met
de zorgplicht die zij als psychiater dient te betrachten. Door niet als goed hulpverlener
volgens
de normen te handelen, heeft zij het vertrouwen van de betrokkene en het vertrouwen
van de
samenleving in de beroepsgroep geschaad.
Slotsom
5.10 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat verweerster ernstig verwijtbaar heeft
gehandeld door
een intensieve persoonlijke en seksuele relatie met een cliënt/patiënt aan te gaan
zeer kort na het
professionele contact en dit enige tijd te laten bestaan, zodat de klacht gegrond
is.
Maatregel
5.11 Volgens vaste jurisprudentie van de tuchtcolleges past in zaken waarin seksueel
grensoverschrijdend gedrag vaststaat in beginsel ten minste een (on)voorwaardelijke
schorsing van
de inschrijving in het BIG-register. Voor een antwoord op de vraag welke maatregel
als passend moet
worden beschouwd, weegt het college in aanvulling op de hiervoor bij de beoordeling
van de klacht
al genoemde aspecten, de volgende omstandigheden mee.
5.12 Verweerster nam al langer deel aan een intervisiegroep, toch heeft zij haar
ernstig
verwijtbaar handelen tijdens de periode van het persoonlijk en seksueel contact
niet besproken met
deze groep. Pas in november 2024, enkele maanden nadat betrokkene de relatie met
verweerster bij de
inspectie had gemeld, heeft verweerster de gebeurtenissen met een lid van de intervisiegroep
besproken en in januari 2025 plenair in de groep. Ook heeft verweerster ten tijde
van het aangaan
en tijdens de relatie met betrokkene geen enkel moment van reflectie getoond. Verweerster
heeft
beschreven hoe zij later heeft gereflecteerd op de vraag hoe dit alles heeft kunnen
gebeuren en zij
heeft daarvoor omstandigheden, zowel privé als beroepsmatig, benoemd die een rol
zouden hebben
gespeeld. Zo heeft verweerster benoemd dat zij zich verveelde in haar werk, dat
zij de neiging had
haar eigen gang te gaan en solistisch te werken, dat dit een valkuil vormt bij online
werken, dat
zij het gevoel had dat zij niets te verliezen had en dat zij opleefde van het contact
met
betrokkene. Het college acht deze reflectie zorgelijk. Het is het college niet duidelijk
geworden
of verweerster volledig van de ernst van dit alles is doordrongen en of verweerster
voldoende
adequate maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat dit in de toekomst niet weer
zal gebeuren.
Ook lijkt deze reflectie zich niet te verhouden met het gegeven dat verweerster
van maart 2025 tot
en met juli 2025 weer is gaan werken bij een andere Nederlandse instelling als online,
freelance
psychiater. Verweerster schrijft immers zelf dat zij in januari 2025 nog emotioneel
aan het
herstellen was en nog niet volledig kon vertrouwen op haar eigen reflectievermogen
en dat online
werken een valkuil voor haar vormde.
5.13 Het college rekent het verweerster ook aan dat zij zich niet toetsbaar heeft
opgesteld door
niet op de mondelinge behandeling te verschijnen. Daardoor heeft het college geen
vragen aan
verweerster kunnen stellen. Weliswaar heeft verweerster in een eerder stadium met
de inspectie
gesproken, maar daarna hebben zich ontwikkelingen voorgedaan waarover verweerster
in haar
verweerschrift schrijft. Daarover en over de verklaring die verweerster bij de inspectie
heeft
afgelegd had het college aan verweerster vragen willen stellen. Ook schrijft verweerster
in haar
verweerschrift dat zij groepstherapie heeft gevolgd. Enige onderbouwing hiervan
ontbreekt en het is
het college niet duidelijk wat deze therapie precies inhoudt.
5.14 Verweerster heeft zich laten uitschrijven uit het BIG-register omdat zij zich
niet geschikt
vindt om op dit moment als psychiater te werken, en niet als arts in het algemeen.
Zij stelt dit
werk ook nooit meer te gaan uitvoeren. Het college plaatst daarbij vraagtekens.
Verweerster is nog
relatief jong en heeft nog een heel werkzaam leven voor zich. Daarbij heeft zij
haar opleiding tot
psychiater in Nederland afgerond, zodat het niet ondenkbeeldig is dat zij op enig
moment het
(online) werk als psychiater weer zal hervatten. Niet duidelijk is of het voor verweerster
mogelijk
is om in [C] op andere wijze voldoende inkomsten te verkrijgen.
5.15 Verweerster staat op dit moment niet meer ingeschreven in het BIG-register.
Dat betekent dat
het opleggen van de maatregel van doorhaling, die het college passend acht en anders
zou opleggen,
niet mogelijk is. Het college zal om die reden, en gelet op de aard en ernst van
het
tuchtrechtelijk verwijtbare handelen, aan verweerster de maatregel opleggen van
ontzegging van het
recht om opnieuw in het BIG-register te worden ingeschreven (artikel 48, vierde
lid, van de Wet
BIG).
5.16 Voor het geval verweerster op de datum van deze uitspraak weer is ingeschreven
in het
BIG-register, legt het college de maatregel van doorhaling van de inschrijving in
het BIG-register
op.
Publicatie
5.17 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen
belang is erin
gelegen dat andere zorgverleners mogelijk iets kunnen leren van deze zaak met betrekking
tot het
voor het werkveld belangrijke thema veilige zorgrelatie. Een veilige zorgrelatie
gaat over het
voorkomen van en het omgaan met grensoverschrijdend gedrag door zorgverleners jegens
een patiënt,
zulks door middel van bewustwording, preventie en interventie. De publicatie zal
plaatsvinden
zonder vermelding van namen of andere tot personen of instanties herleidbare gegevens.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht gegrond;
- ontzegt verweerster het recht om opnieuw in het BIG-register ingeschreven te
worden;
- legt aan verweerster, als zij op het moment van de uitspraak weer in het BIG-register
is
ingeschreven, de maatregel op van doorhaling van de inschrijving in het BIG-register;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding
van namen
of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt
en ter
publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften Tijdschrift Medisch Contact
en het
Tijdschrift De Psychiater.
Deze beslissing is gegeven door I. Boekhorst, voorzitter, E.C. Zandman, lid-jurist,
R.J.M. Lardinois, C.M. Sonnenberg en A.C.M. Kleinsman, leden-beroepsgenoten, bijgestaan
door G.J. Stoepker, secretaris, en in het openbaar uitgesproken door
K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk op 15 juli 2026.