Zoekresultaten 551-600 van de 48575 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:176 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-010/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verwijt is dat verweerder aanwezig was terwijl zijn cliënt een vrachtwagen onttrok aan het retentierecht van klager. Het is in een dergelijke situatie aan de advocaat om, gelet op de kernwaarde onafhankelijkheid, voldoende afstand te bewaren en zich niet te laten meeslepen in de escalatie van het geschil. Het vergezellen van de cliënt ter plaatse om de situatie op te nemen, is op zichzelf niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dat wordt anders op het moment dat verweerder zijn cliënt informeert dat de politie niet zal ingrijpen zijn cliënt daarmee in feite een vrijbrief geeft om de vrachtwagen mee te nemen. Verweerder had zijn cliënt erop moeten wijzen dat sprake was van een door klager gesteld retentierecht. Hij had in een situatie als deze zijn cliënt moeten weerhouden van het plegen van eigenrichting of afstand moeten nemen van het gedrag van de cliënt. Klacht gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:170 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-430/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een klachtenfunctionaris. Verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur niet geschonden bij de klachtbehandeling. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:188 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8638

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Het is voor klaagster buitengewoon ingrijpend dat achteraf blijkt dat wel sprake was een kwaadaardige uitzaaiing. Dit maakt echter de afwegingen en beoordeling op het moment dat deze werd gedaan en met de gegevens die toen bekend waren, niet verkeerd. De longarts heeft op basis van wat er toen bekend was en met de CT-uitslagen van dat moment op goede gronden kunnen overwegen dat de situatie van klaagster stabiel was. Volgens de geldende behandelprotocollen was het daarom op dat moment standaard beleid om klaagster met een interval van zes maanden weer terug te zien.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:164 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-656/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:68 Accountantskamer Zwolle 24/3943 Wtra AK

    Klaagster is gescheiden. In het kader van de beëindiging van hun huwelijk hebben klaagster en haar ex-partner in 2014 een convenant gesloten waarin zij afspraken hebben gemaakt over de vaststelling en verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap. De afwikkeling van de nalatenschap van de moeder van de ex-partner maakte hiervan deel uit. Betrokkene zou – samen met prof.dr. [B] – als opdrachtnemer onder het convenant de gemaakte afspraken ten uitvoer leggen. Klaagster stelt dat betrokkene zijn opdracht tot op heden niet heeft uitgevoerd. Klaagster vindt dit tuchtrechtelijk verwijtbaar. De Accountantskamer oordeelt dat betrokkene onzorgvuldig heeft gehandeld bij de uitvoering van het convenant. De klacht is in zoverre gegrond. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:171 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-454/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtkwestie. Verweerster mocht klager rechtstreeks aanschrijven, aangezien hij geen advocaat meer had die hem vertegenwoordigde. Zij heeft niet gedaan alsof de dagvaarding al betekend was. Verweerster mocht klager vragen om zijn huidige adres zodat de dagvaarding daar betekend kon worden. Dat zij klager later heeft geïnformeerd over de openbaar betekende dagvaarding, is niet klachtwaardig maar juist zorgvuldig. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:189 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9298

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Het college kan niet vaststellen dat de longarts klager niet serieus heeft genomen en dat onderzoeken te laat zouden zijn verricht. Binnen een periode van vier werken nadat het de longarts duidelijk werd dat klager niet opknapte, terwijl er op dat moment nog geen vermoeden van maligniteit was en de klachten van klager ook pasten bij al eerder gestelde diagnoses, zijn allerlei onderzoeken bij klager verricht die uiteindelijk toch tot de diagnose kanker hebben geleid. De longarts heeft er vervolgens voor gekozen om de uitkomst van het biopt en dat het om kanker ging telefonisch met klager te bespreken, omdat zij klager niet onnodig ongerust wilde maken door de telefonische afspraak om te laten zetten in een poli afspraak. Het college oordeelt dat deze keuze in dit geval onwenselijk en spijtig, maar niet verwijtbaar is. Dat het anders had gekund, betekent niet dat het in dit geval anders had gemoeten.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:165 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-672/DH/RO

    Verzetbeslissing. Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. Binnen de tuchtprocedure heeft de tuchtrechter geen ruimte om de door verweerder namens de verhuurder ingenomen standpunten inhoudelijk op juistheid te toetsen en/of te verifiëren. De tuchtrechter toetst het handelen van verweerder aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen en in dat verband heeft de voorzitter bij de beoordeling van de klachtonderdelen de juiste toetsingskaders toegepast. Ook heeft de voorzitter rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval zoals die uit het klachtdossier blijken. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:172 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-477/DH/RO 26-478/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk omdat zij geen bestaande rechtspersoon is. Klager kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan een eigen, rechtstreeks belang.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:166 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-714/DH/DH

    Verzet gegrond. Klager is niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Verweerder heeft zich onvoldoende ingezet voor zijn cliënte en ook de inhoud van zijn werk was onder de maat. Hij heeft geen zicht gehouden op de afspraken uit de schikking en de termijn die daarbij gold. Evenmin heeft hij actie ondernomen nadat deze termijn was verstreken. Schending kernwaarde deskundigheid. Belangrijke afspraken en informatie zijn door verweerder niet schriftelijk vastgelegd, waardoor bij klaagster verwarring is ontstaan over de voortgang van haar zaak. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:242 Hof van Discipline 's Gravenhage 260259 260260 260261

    Klacht over deken niet verwezen. De vijf klachten van klaagster over verweerster hebben betrekking op het dekenaal onderzoek dat verweerster heeft uitgevoerd naar aanleiding van de tuchtklachten die klaagster over mr. V heeft ingediend. Een klacht over een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie op een tuchtklacht over een andere advocaat ter discussie te stellen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:173 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-734/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat bij de teruggeleiding van het (minderjarige) kind naar Nederland. Kernverwijt is dat verweerder geen teruggeleidingsprocedure is gestart. Klager en verweerder waren nog in gesprek over de te voeren strategie en de vraag welke procedure zou worden gestart. Niet onbegrijpelijk dat toen nog geen opdrachtbevestiging is gestuurd. De keuze van verweerder om de teruggeleiding te willen bewerkstelligen via een echtscheidingsprocedure met voorlopige voorzieningen is een reële en te verdedigen strategie. De opdracht om een teruggeleidingsprocedure te starten heeft verweerder nooit aangenomen Klacht daarom ongegrond. Geen sprake van (grove) foute in de procedure over vervangende toestemming paspoort. Van een strafrechtelijke procedure was (bij aanvang) nog geen sprake en verweerder heeft de opdracht voor een strafrechtelijke procedure ook nooit aanvaard. Klacht over de toevoegingsaanvraag, de procedure bij de RvR en einde bijstand eveneens ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:167 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-724/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:243 Hof van Discipline 's Gravenhage 250271

    In deze zaak wordt geklaagd over een advocaat die uitlatingen over klager heeft gedaan op LinkedIn. Het hof is evenals de raad van discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de raad) van oordeel dat niet gebleken is dat in het gewraakte LinkedIn-bericht feiten zijn gesteld waarvan verweerder wist of behoorde te weten dat deze onjuist zijn. Verweerder heeft geen misbruik gemaakt van zijn geheimhoudingsplicht door niet de naam te noemen van de cliënt van klager die verweerder had benaderd en die verweerder aanhaalt in het betreffende LinkedIn-bericht. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:174 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-753/DH/RO

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:168 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-009/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen (letselschade)advocaat. Verweerder heeft klager terecht verwijzen naar een arbeidsrechtadvocaat omdat hij geen verstand had van het arbeidsrecht. Ook mocht hij proberen om te klacht onderling met klager op te lossen. Verweerder heeft wel tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klager onder druk te zetten om op betalende basis verder te werken, terwijl klager in aanmerking kwam voor een toevoeging. Omdat verweerder zijn voorstel niet heeft herhaald en hij helder heeft gemaakt te weten dat toevoegingszaken de aandacht moeten krijgen die zij verdienen, gaat de raad ervan uit dat verweerder in het vervolg anders zal handelen. Gegrond zonder oplegging van maatregel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:244 Hof van Discipline 's Gravenhage 260152

    Beklag artikel 13 Advocatenwet gedeeltelijk gegrond. In tegenstelling tot de deken maakt het hof uit de stukken niet op dat klaagster de notarissen alleen aansprakelijk wil stellen. In haar verzoek om aanwijzing geeft klaagster aan ook tegen de notarissen een procedure te willen starten. Het aanwijzingsverzoek van klaagster strekt daarmee verder dan wat de deken heeft aangevoerd (alleen aansprakelijk stellen). Op dit onderdeel heeft de deken het aanwijzingsverzoek te beperkt opgevat. Daarmee ontvalt in zoverre de grondslag aan de beslissing van de deken. De deken zal dan ook opnieuw moeten beslissen op het verzoek van klaagster voor zover dit op de kwestie aangaande de notarissen ziet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:175 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-863/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in de echtscheidingsprocedure. Kern van de verwijten is dat verweerster klaagster niet goed heeft bijgestaan en onder druk heeft gezet bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst. Hoewel voorstelbaar is dat klaagster druk heeft gevoeld om een keuze te maken, blijkt niet dat verweerster klaagster onder druk heeft gezet. Verweerster heeft klaagster juist duidelijk geadviseerd en haar de opties voorgelegd, waarbij zij klaagster erop heeft gewezen dat het klaagster is die de keuze moet maken. Niet gebleken van onvoldoende advisering of onvoldoende belangenbehartiging. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:22 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/05

    Optreden als boedelnotaris bij verstoorde familieverhoudingen, terwijl de executeur een medewerker van het notariskantoor is. Om schijn van belangenverstrengeling/partijdigheid te voorkomen, doet een notaris er goed aan erop bedacht te zijn dat het vragen kan oproepen als hij/zij als boedelnotaris optreedt in een zaak waar hij/zij nauwer bij betrokken is dan gebruikelijk: dat kan ten koste gaan van het vertrouwen dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen en daarom kan het aanbeveling verdienen om zo’n opdracht door te verwijzen naar een notaris van een ander kantoor. Ministerieplicht. Rol boedelnotaris in het algemeen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9063

    Ongegronde klacht van een nabestaande van een patiënt tegen een MDL-arts. Bij de behandeling patiënt werd uitgegaan van galwegkanker. Klaagster verwijt de MDL-arts dat onvoldoende onderzoek werd gedaan naar de mogelijkheid van IgG4 gerelateerde ziekte, dat niets werd gedaan met de uitslag van het bevolkingsonderzoek darmkanker en dat geweigerd werd prednison voor te schrijven.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8277

    Klaagster klaagt erover dat de psychiater zich tijdens een intakegesprek onheus heeft gedragen tegenover haar en haar moeder. Het tuchtcollege oordeelt dat niet kan worden vastgesteld dat de psychiater zich onheus heeft gedragen, omdat de verklaringen van partijen daarover uiteenlopen en hiervoor geen bewijs is. De eerste twee klachtonderdelen zijn daarom ongegrond. Klaagster is niet-ontvankelijk in het derde klachtonderdeel over de bejegening van moeder, omdat alleen moeder daarover kan klagen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:182 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9570

    Voorzittersbeslissing. De klacht gaat over het handelen van de arts ten tijde van de opname van de dochter van klaagster op de intensive care en rondom de euthanasie van de dochter van klaagster. De arts heeft aangevoerd dat klaagster niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende, aangezien er geen sprake is geweest van een behandelrelatie tussen haar en de dochter van klaagster en dat zij en de dochter uitsluitend een vriendschappelijke privérelatie hadden. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9465

    IGJ klaagt tegen verpleegkundige over grensoverschrijdend gedrag. Verwijt dat de verpleegkundige (seksueel) grensoverschrijdend heeft gehandeld door tijdens de behandelrelatie privécontact aan te gaan met een patiënt, welk contact zij - binnen de afkoelingsperiode - heeft voortgezet na beëindiging van de behandelrelatie, hetgeen uiteindelijk heeft geresulteerd in seksueel contact. De verpleegkundige erkent het handelen. Het college verklaard de klacht gegrond, maatregel van een voorwaardelijke schorsing met een bijzondere voorwaarden.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/7971

    Klacht tegen een bedrijfsarts in opleiding. Ongegrond. De bedrijfsarts in opleiding wordt verweten dat hij het opzettelijk heeft doen voorkomen alsof klaagster zou hebben tegengewerkt bij de beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid en re-integratiemogelijkheden, dat hij klaagster na een vertrouwensbreuk niet heeft gewezen op de mogelijkheid contact op te nemen met zijn supervisor en dat hij niet persoonlijk heeft gereageerd op een aansprakelijkheidsstelling. Het college oordeelt dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De rapportage over het eerste spreekuur gaf feitelijk juist weer dat geen contact tot stand was gekomen en dat daardoor geen beoordeling kon plaatsvinden. Tijdens het tweede spreekuur kon evenmin een beoordeling plaatsvinden, omdat uitsluitend de partner van klaagster het woord voerde en klaagster zelf niet aan het gesprek deelnam. Ook bestond geen verplichting om klaagster actief op de supervisor te wijzen en mocht verweerder het incident tijdens het reguliere supervisieoverleg bespreken. Ten slotte was het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de aansprakelijkheidsstelling via de advocaat van de instelling werd afgehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:183 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9545

    Voorzittersbeslissing. De klacht gaat over de betrokkenheid van de psychotherapeut bij de familie van klager. Uit de door klager overlegde mailwisseling tussen hem en de psychotherapeut blijkt dat klager de psychotherapeut een groot aantal vragen voorlegt waarin hij opheldering vraagt over de grenzen tussen diens rol als vriend en als professional, maar klager noemt daarin geen feitelijke handelingen die zouden duiden op tuchtrechtelijk verwijtbaar gedrag. Ook overigens blijkt naar het oordeel van de voorzitter niet dat er sprake is van handelen dat in strijd is met wat een behoorlijk beroepsbeoefenaar hoort te doen. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9034

    Klacht tegen een bedrijfsarts. Gegrond. De bedrijfsarts wordt verweten dat hij in een rapportage aan de werkgever van klaagster medische gegevens heeft opgenomen zonder haar toestemming. Het college oordeelt dat de bedrijfsarts hiermee zijn beroepsgeheim en geheimhoudingsplicht heeft geschonden. Hoewel de bedrijfsarts de ernst van de problematiek van klaagster wilde benadrukken, had hij dit moeten doen zonder medische kwalificaties of andere vertrouwelijke informatie te verstrekken. Het college rekent de bedrijfsarts aan dat hij onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij een kerntaak van zijn beroep en slechts beperkt blijk heeft gegeven van zelfreflectie op zijn handelen. De klacht wordt gegrond verklaard. Gelet op de ernst van de schending van het beroepsgeheim legt het college de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:184 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9009

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter overweegt dat hij op basis van het dossier niet kan vaststellen of aanleiding heeft om te veronderstellen dat de psychiater klaagster onheus of onbehoorlijk heeft bejegend. De psychiater ontkent dat dit zo is en deze beschuldigingen zijn niet concreet toegelicht of onderbouwd. De voorzitter kan bij deze tegenstrijdige lezing van de feiten zonder nadere bevestiging van de lezing van klaagster niet in het nadeel van de psychiater uitgaan van wat klaagster over de bejegening heeft gezegd. Dit betekent dat de voorzitter niet kan vaststellen dat de psychiater tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:185 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9695

    Voorzittersbeslissing. Nu klaagster de verkeerde beklaagde heeft aangeschreven en er geen aanknopingspunten zijn voor het achterhalen welke beklaagde klaagster wel bedoelt, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege gevergd kunnen worden. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:186 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10049

    Voorzittersbeslissing. Nu klaagster de verkeerde beklaagde heeft aangeschreven en er geen aanknopingspunten zijn voor het achterhalen welke beklaagde klaagster wel bedoelt, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege gevergd kunnen worden. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:239 Hof van Discipline 's Gravenhage 260048

    Het hof komt tot het oordeel dat verweerder de hem in de klacht verweten gedragingen niet heeft begaan en de raad buiten de klachtomschrijving is getreden. Immers, de klacht luidt dat verweerder vanaf februari 2024 heeft opgetreden voor E. B.V., terwijl hij in de periode van 2016 tot 2019 als 'onafhankelijk advocaat' heeft opgetreden voor c.q. gesprekken heeft geleid tussen klaagster en E. B.V. om te komen tot onderlinge samenwerking, hetgeen een belangenconflict oplevert. Wat er zij van de werkzaamheden die verweerder van 2016 tot 2019 voor (een van de) partij(en) heeft verricht, deze werkzaamheden hadden niet ten doel om ‘te komen tot onderlinge samenwerking’. Vanaf 2012 was er namelijk al sprake van een samenwerking tussen klaagster en verweerder. Al hetgeen die werkzaamheden verder zouden hebben behelsd en of deze mogelijk een tegenstrijdig belang zouden kunnen opleveren, valt dan ook buiten het bereik van de klacht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8887

    Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:163 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-422/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Een klacht over de deken wordt kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:164 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-447/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. De voorzitter verklaart een klacht van de eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8881

    Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:240 Hof van Discipline 's Gravenhage 240355W3

    Verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de door verzoeker gestelde voorwaarde niet is vervuld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:165 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-451/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. De klacht van klager over verweerder is niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8883

    Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:241 Hof van Discipline 's Gravenhage 240355W2

    Wrakingsverzoek deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Voor zover verzoeker dezelfde gronden aanvoert waarop op grond van artikel 3.1 Wrakingsprotocol al is beslist bij beslissing van 4 juni 2026 is het herhaalde verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Nu dit het tweede wrakingsverzoek betreft dat direct verband houdt met de hoofdprocedure en verzoeker tevens een derde voorwaardelijk wrakingverzoek heeft ingediend bij het hof en er dus sprake is van een patroon van wrakingen en bovendien een herhaling van wrakingsgronden waarop reeds is beslist, kan de conclusie niet anders zijn dat er sprake is van misbruik van recht. Het hof zal bepalen dat een volgend wrakingsverzoek in de hoofdzaak wegens misbruik van recht niet meer in behandeling wordt genomen (artikelen 7.2 en 7.3 Wrakingsprotocol).

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8884

    Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:160 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-862/DH/DH

    Raadsbeslissing. Deels gegronde klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een echtscheidingszaak met internationale aspecten. Verweerster is tekortgeschoten in haar bijstand aan klaagster, zowel op het gebied van communicatie als wat betreft de kwaliteit van haar bijstand. Zo heeft verweerster geen voorlopige alimentatie gevraagd en de mogelijkheid daartoe ook niet met klaagster besproken, terwijl klaagster het financieel moeilijk had en daar wel om heeft gevraagd. Ook heeft verweerster klaagster niet goed geïnformeerd over de beschikking van het gerechtshof en over het eventuele behoud van alimentatie bij een verhuizing naar het buitenland. Verweersters bijstand is daardoor op meerdere momenten onvoldoende geweest. Schending kernwaarde deskundigheid. Tuchtrechtelijk verleden. Voorwaardelijke schorsing van twee weken.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8885

    Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:161 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-814/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Verweerder heeft ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door het dossier niet tijdig aan de opvolgend advocaat beschikbaar te stellen, door een gebrek aan schriftelijke communicatie met zijn cliënt over de voortgang van de procedure bij de IND en door het niet op orde hebben van zijn dossier, waaronder het niet indienen van de bezwaargronden. Dit raakt aan de kernwaarden deskundigheid en integriteit. De aard en ernst daarvan rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. In dat verband rekent de raad het verweerder zwaar aan dat verweerder klager niet op de hoogte heeft gehouden van de voortgang van de IND-procedure en dat hij zijn dossier niet op orde heeft gehad, waardoor hij de belangen van klager onvoldoende heeft behartigd en vragen van de raad over wel of niet gestuurde berichten aan de IND niet heeft kunnen beantwoorden. De belangen van klager waren groot, zijn rechtmatige verblijf in Nederland stond op het spel en de procedure kent fatale termijnen. Bovendien heeft verweerder er, ondanks de vragen en opmerkingen van de raad, geen blijk van gegeven dat hij het laakbare van zijn handelen inziet en dat hij van de gang van zaken in het dossier van klager heeft geleerd. Klacht gegrond. Schorsing van twee maanden, waarvan een maand voorwaardelijk en een coachingstraject als bijzondere voorwaarde.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:162 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-266/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over het inbrengen van kwetsende getuigenverklaringen door de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. De tuchtrechtelijk vereiste terughoudendheid die een familierechtadvocaat moet betrachten, betekent niet dat een advocaat zich in het geheel dient te onthouden van het innemen van stellingen waarmee de wederpartij wordt beschuldigd en die mogelijk escalerend werken. Een advocaat moet echter wel kritisch zijn naar zijn/haar cliënt, zeker wanneer er kinderen in het spel zijn, waarbij de terughoudendheid in de visie van de raad vooral ziet op het innemen van ongefundeerde escalerende stellingen. Daarvan was hier geen sprake. Verweerders cliënte stelde zich op het standpunt dat het voortzetten van de bestaande zorgregeling een ernstige bedreiging was voor de ontwikkeling van hun minderjarige kind. Deze stelling heeft de cliënte van verweerster onderbouwd met getuigenverklaringen (en daarbij gevoegde bijlagen). Deze stukken mocht verweerster inbrengen in de procedure. Het is immers relevant om de (familie)rechter inzicht te geven in gedragspatronen omdat zorgelijke patronen in het gedrag van de ouder een negatief effect kunnen hebben op een kind en bij de beoordeling door de familie(rechter) staat het belang van het kind voorop. Indien te snel wordt aangenomen dat dergelijke stukken niet mogen worden ingebracht omdat daarmee de situatie escaleert, ondermijnt dat naar het oordeel van de raad de procespositie van de stellende partij. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8886

    Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:94 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-325/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in echtscheidingszaak. Het was de taak van verweerster om de belangen van de vrouw te behartigen. De vrouw had aan verweerster verteld dat klagers melding bij TAF, dat hij vanaf aanvang verzekering had gerookt, in strijd met de waarheid was. De vrouw wilde bewerkstelligen dat de premieverhoging en vordering tot nabetaling ongedaan werden gemaakt. Om dat doel te bereiken moest verweerster TAF namens de vrouw aanschrijven en het standpunt van de vrouw aan TAF overbrengen. De raad is van oordeel dat verweerster genoegzaam gemotiveerd heeft toegelicht dat en waarom het in het kader van de behartiging van de belangen van haar cliënte van belang was om in de brief aan TAF melding te maken het gedrag van klager. Niet gebleken dat verweerster structureel heeft bijgedragen aan de escalatie van echtscheidingsgeschillen en heeft nodeloos regelingen in de weg gestaan. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:95 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-740/DB/OB

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:89 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-305/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat zij een origineel document, waarin de afspraken zijn vastgelegd, eenzijdig heeft gewijzigd en de door haar gewijzigde versie vervolgens als het originele document heeft gepresenteerd. Gegrond, schorsing van vier weken waarvan twee weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:96 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-328/DB/ZWB

    Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door de eigen advocaat. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door te weigeren een procedure te starten. Ook is niet gebleken dat zij onjuist advies heeft gegeven over de geldigheid van het Noord-Macedonische testament. Klager is akkoord gegaan met het versturen van een brief waarin de namen van getuigen werden genoemd, zodat de klacht dat verweerster dit zonder toestemming heeft gedaan niet slaagt. Ook niet gebleken dat het dossier onvolledig is overgedragen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:90 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-227/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerster in het verweerschrift van 18 februari 2025 en in het verweerschrift van 1 mei 2025 feiten gesteld waarvan zij de onwaarheid kende of redelijkerwijs kon kennen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:97 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-433/DB/OB

    Klacht over de advocaat van de wederpartij in medische tuchtprocedures. Niet gebleken dat verweerder bewust onjuistheden heeft verkondigd. Het stond verweerder vrij om het standpunt van zijn cliënt(e) naar voren te brengen. Niet gebleken dat verweerder zich onnodig grievend heeft uitgelaten. Klacht ongegrond.