We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TADRARL:2026:164 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-447/AL/MN

ECLI: ECLI:NL:TADRARL:2026:164
Datum uitspraak: 27-07-2026
Datum publicatie: 28-07-2026
Zaaknummer(s): 26-447/AL/MN
Onderwerp:
  • Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Beleidsvrijheid
  • Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Vereiste communicatie met de cliënt
  • Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. zijn medeadvocaten, subonderwerp: Regels die betrekking hebben op de juridische strijd
Beslissingen: Voorzittersbeslissing
Inhoudsindicatie:   Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. De voorzitter verklaart een klacht van de eigen advocaat kennelijk ongegrond.

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden

van 27 juli 2026

in de zaak 26-447/AL/MN

naar aanleiding van de klacht van:

klager

over

verweerder

De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief met bijlagen volgens de inventarislijst van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Midden-Nederland (hierna: de deken) van 28 mei 2026 met kenmerk 2534537.

1 FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.

1.1 Klager heeft een geschil met zijn zuster en zijn zwager (hierna ook: de wederpartij) over de verdeling van de nalatenschappen van zijn ouders die op 3 december 2018 zijn overleden.

1.2 Op 10 januari 2025 heeft er een bespreking tussen klager en verweerder plaatsgevonden en heeft klager aan verweerder de opdracht verleend om hem juridisch te adviseren in dat geschil. In een e-mail van 4 februari 2025 heeft verweerder deze opdracht bevestigd.  

1.3 Op 13 maart 2025 heeft verweerder namens klager de wederpartij een sommatiebrief gestuurd.

1.4 Naar aanleiding van deze brief heeft de wederpartij een advocaat in de arm genomen. Deze advocaat heeft vervolgens verweerder verzocht om telefonisch contact.

1.5 In een e-mail van 18 maart 2025 heeft klager verweerder instructies gegeven die hij moest volgen tijdens het telefonisch onderhoud met de advocaat van de wederpartij.

1.6 Op 19 maart 2025 heeft het telefoongesprek tussen beide advocaten plaatsgevonden.

1.7 In een e-mail van 20 maart 2025 heeft verweerder aan klager verslag gedaan van dit telefoongesprek.

1.8 Op 12 november 2025 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerder.

2 KLACHT

De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door tegen zijn instructies in een andere route te kiezen waardoor hij nadeel heeft ondervonden.

3 VERWEER

Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4 BEOORDELING

Maatstaf

4.1 De tuchtrechter dient bij de beoordeling van een tegen een advocaat ingediende klacht het aan die advocaat verweten handelen of nalaten te toetsen aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen, waaronder de kernwaarden zoals omschreven in artikel 10a Advocatenwet. De tuchtrechter is niet gebonden aan de gedragsregels, maar die regels kunnen wel van belang zijn vanwege het open karakter van de behoorlijkheidsnorm in artikel 46 Advocatenwet.

4.2 Bij de beantwoording van de vraag of een advocaat zich betamelijk heeft gedragen als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet hanteert de voorzitter als uitgangspunt dat de tuchtrechter mede tot taak heeft de kwaliteit van de dienstverlening te beoordelen als daarover wordt geklaagd. Er is pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit duidelijk onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij een zaak behandelt. Ook houdt de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als algemene professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht.

4.3 Of sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen hangt af van de feitelijke omstandigheden en wordt door de tuchtrechter per geval beoordeeld.

Oordeel van de klacht

4.4 De voorzitter stelt op grond van het klachtdossier het volgende vast. Verweerder heeft namens klager een sommatiebrief gestuurd aan de wederpartij. Verweerder heeft daarna - op verzoek van de advocaat van de wederpartij - telefonisch contact gehad met deze advocaat. Klager stelt dat hij verweerder instructies heeft gegeven over de reikwijdte en de aard van de communicatie met deze advocaat van de wederpartij. Die instructie hield onder meer in dat geen inhoudelijke onderhandeling mocht plaatsvinden en dat het contact beperkt moest blijven tot de strekking van de door verweerder uitgebrachte sommatie aan de wederpartij en om een opening te maken voor onderhandelingen.

4.5 Volgens klager blijkt uit het door verweerder opgemaakte verslag van zijn gesprek met de advocaat van de wederpartij dat hij zich niet aan zijn instructies heeft gehouden en dat hij tegen de wens van klager verschillende inhoudelijke onderwerpen heeft besproken, waardoor hij afbreuk heeft gedaan aan de sommatie van 13 maart 2025 en de juridische positie van klager.

4.6 De voorzitter overweegt - gelet op de bovenstaande beoordelingsmaatstaf - dat een advocaat bij de behandeling van de zaak de leiding heeft en dat aan hem een grote mate van vrijheid toekomt om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze die hem passend voorkomt. Hij mag echter geen handelingen verrichten tegen de wil van zijn cliënt. Klager stelt dat verweerder dat heeft gedaan. De voorzitter volgt klager niet in dit verwijt. Verweerder stelt dat tijdens het gesprek de juridische positie van partijen niet inhoudelijk is besproken en dat hij geen toezeggingen heeft gedaan. Dat blijkt ook niet uit zijn verslag van het door hem gevoerde gesprek. Dat verweerder in dat gesprek wel een aantal onderwerpen heeft besproken, is gelet op de aard van dat eerste (verkennende) gesprek onvermijdelijk, ook omdat verweerder geen invloed heeft op wat er door de advocaat van wederpartij naar voren wordt gebracht. De voorzitter is van oordeel dat het verweerder vrij stond om deze door de advocaat van de wederpartij naar voren gebrachte onderwerpen aan te horen en te registreren en deze vervolgens aan klager voor te leggen. Verweerder heeft hiermee gehandeld zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat mag worden verwacht, in overeenstemming met de door Gedragsregel 24 voorgeschreven onderlinge verhouding van welwillendheid en vertrouwen tussen advocaten, terwijl hij hiermee niet in strijd met de door klager gegeven opdracht heeft gehandeld.

4.7 De voorzitter is ten slotte van oordeel dat de stelling van klager dat door het handelen van verweerder afbreuk is gedaan aan de effectiviteit en de geloofwaardigheid van de sommatiebrief van 13 maart 2025 en aan de juridische positie van klager, niet blijkt uit de klacht en de rest van het klachtdossier.

4.8 De voorzitter is op grond van het voorgaande van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.

BESLISSING

De voorzitter verklaart:

de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.

Aldus beslist door mr. M.H. van der Lecq, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. W.B. Kok als griffier en uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2026.

Griffier                                                                                                                         Voorzitter

Verzonden op: 27 juli 2026