ECLI:NL:TADRSGR:2026:171 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-454/DH/RO

ECLI: ECLI:NL:TADRSGR:2026:171
Datum uitspraak: 15-07-2026
Datum publicatie: 31-07-2026
Zaaknummer(s): 26-454/DH/RO
Onderwerp:
  • Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartij, subonderwerp: Vrijheid van handelen
  • Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartij, subonderwerp: Jegens wederpartij in acht te nemen zorg
Beslissingen: Voorzittersbeslissing
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtkwestie. Verweerster mocht klager rechtstreeks aanschrijven, aangezien hij geen advocaat meer had die hem vertegenwoordigde. Zij heeft niet gedaan alsof de dagvaarding al betekend was. Verweerster mocht klager vragen om zijn huidige adres zodat de dagvaarding daar betekend kon worden. Dat zij klager later heeft geïnformeerd over de openbaar betekende dagvaarding, is niet klachtwaardig maar juist zorgvuldig. Klacht kennelijk ongegrond.

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag
van 15 juli 2026
in de zaak 26-454/DH/RO

naar aanleiding van de klacht van:

klager

over:

verweerster


De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam (hierna: de deken) van 1 juni 2026 met kenmerk R 2026/047 en van de op de inventaris genoemde bijlagen 1 tot en met 15. Ook heeft de voorzitter kennisgenomen van de aanvullende stukken van klager van 9 juni 2026.

1    FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.
1.1    Klager heeft een geschil met zijn ex-partner. Verweerster treedt op namens de ex-partner. Klager had een eigen advocaat, maar deze heeft op 30 september 2025 aan verweerster bericht niet meer voor klager op te treden.
1.2    Op 2 oktober 2025 heeft verweerster een e-mail gestuurd aan klager. Daarin is opgenomen:
“[Klagers advocaat] berichtte mij dat zij u niet langer bijstaat, om die reden wend ik mij rechtstreeks tot u.
Ter informatie ontvangt u bijgaand een kopie van de dagvaarding die binnenkort formeel door de deurwaarder zal worden betekend. (…)”
1.3    Op 9 oktober 2025 heeft verweerster aan klager geschreven:
“Ik las in een bericht van de deken dat u niet meer woont op het mij laatst bekende adres in Vietnam. Kunt u aangeven wat nu uw juiste adres is, zodat ik de dagvaarding aan u kan laten betekenen op dit adres.”
1.4    Op 21 oktober 2025 heeft verweerster aan klager geschreven:
“Bijgaand de uitgebrachte dagvaarding.”
Als documenten zijn bijgevoegd een openbaar betekende dagvaarding en de publicatie in de Staatscourant.
1.5    Op 24 oktober 2025 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster.
1.6    Verweerster is rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Zeeland-West-Brabant. 

2    KLACHT
2.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster het volgende.
a)    Verweerster heeft voorbarig, onzorgvuldig en ongelijkwaardig gehandeld door klager op 2 oktober 2025 en 21 oktober 2025 een dagvaarding toe te sturen die niet rechtsgeldig was betekend maar welke indruk zij wel wekte en door misbruik te maken van de situatie dat klagers advocaat haar werkzaamheden had neergelegd, waardoor een ongelijk speelveld was gecreëerd. Dit is in strijd met artikel 21 Rv en gedragsregels 5, 8 en 20. Verweerster heeft als rechter-plaatsvervanger hiermee ook het vertrouwen in de rechterlijke macht geschaad;
b)    Verweerster heeft onjuist gehandeld, door klager te verzoeken om zijn adres om de dagvaarding te kunnen betekenen. Verweerster heeft hiermee druk uitgeoefend op klagers procespositie en de indruk gewekt dat hij verplicht was mee te werken aan zijn eigen dagvaarding. Dit is in strijd met gedragsregel 5 en 20;
2.2    Klager verzoekt de raad om verweerster te schorsen of te schrappen.

3    VERWEER
3.1    Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4    BEOORDELING
Toetsingskader
4.1    Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen.
4.2    Verder geldt dat in familierechtkwesties de advocaat ervoor moet waken dat de verhoudingen tussen partijen niet escaleren. Van de advocaat mag een zekere terughoudendheid worden verwacht in het doen van uitlatingen over de wederpartij die deze naar verwachting als kwetsend zal ervaren, en in het starten van procedures. De advocaat moet daarbij in iedere zaak afwegen:
– het belang van zijn cliënt bij het voeren van de procedure,
– het belang van de wederpartij én dat van de kinderen bij het voorkomen daarvan,
– het verloop van het geschil tot dan toe en
– de kans op succes van de procedure.
Klachtonderdeel a)
4.3    Verweerster mocht klager rechtstreeks aanschrijven, aangezien hij geen advocaat meer had die hem vertegenwoordigde. Dat is niet klachtwaardig. Als klager vond dat sprake was van een ongelijk speelveld, dan was het aan hemzelf om (tijdig) een nieuwe advocaat te vinden om dat recht te trekken.
4.4    Verweerster heeft in haar bericht van 2 oktober 2025 duidelijk aangegeven dat het ging om ‘een kopie van de dagvaarding die binnenkort formeel door de deurwaarder zal worden betekend’. Ze heeft dus niet gedaan alsof het ging om een al betekende dagvaarding. Op 21 oktober 2025 was de dagvaarding kennelijk al door de deurwaarder openbaar betekend in de Staatscourant. Dat verweerster klager daarover onverplicht heeft geïnformeerd is niet klachtwaardig, maar juist zorgvuldig. Voor verweerster gelden als rechter-plaatsvervanger niet andere of aanvullende normen. 
4.5    Klachtonderdeel a) is kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel b)
4.6    Verweerster mocht klager vragen om zijn huidige adres, zodat de dagvaarding op dat adres betekend kon worden. Van het uitoefenen van druk is geenszins gebleken. Uit het bericht valt ook niet af te leiden dat klager verplicht was mee te werken. Klachtonderdeel b) is kennelijk ongegrond.

BESLISSING
De voorzitter verklaart de klacht, met toepassing van artikel 46j van de Advocatenwet, kennelijk ongegrond.

Aldus beslist door mr. S. Wierink, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2026.


Griffier         Voorzitter

Verzonden op: 15 juli 2026