ECLI:NL:TGZRZWO:2026:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9465
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2026:123 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 28-07-2026 |
| Datum publicatie: | 29-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | Z2025/9465 |
| Onderwerp: | Grensoverschrijdend gedrag |
| Beslissingen: | Gegrond, (voorwaardelijke) schorsing inschrijving register |
| Inhoudsindicatie: | IGJ klaagt tegen verpleegkundige over grensoverschrijdend gedrag. Verwijt dat de verpleegkundige (seksueel) grensoverschrijdend heeft gehandeld door tijdens de behandelrelatie privécontact aan te gaan met een patiënt, welk contact zij - binnen de afkoelingsperiode - heeft voortgezet na beëindiging van de behandelrelatie, hetgeen uiteindelijk heeft geresulteerd in seksueel contact. De verpleegkundige erkent het handelen. Het college verklaard de klacht gegrond, maatregel van een voorwaardelijke schorsing met een bijzondere voorwaarden. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG ZWOLLE
Beslissing van 28 juli 2026 op de klacht van:
Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd,
gevestigd te Utrecht,
klaagster, hierna ook: de IGJ,
vertegenwoordigd door: mr. Q.J.M.A. Amelink (senior juridisch adviseur) en
M. Rusch-van der Sande (senior inspecteur),
tegen
A,
verpleegkundige,
destijds werkzaam in B,
verweerster, hierna ook: de verpleegkundige,
gemachtigde: mr. M.E.W.M. Rupert, advocaat te Winschoten.
1. De zaak in het kort
1.1 De verpleegkundige heeft gewerkt als sociaal psychiatrisch verpleegkundige bij een instelling. De IGJ heeft in mei 2024 een (verplichte) melding ontslag ontvangen wegens disfunctioneren naar aanleiding van grensoverschrijdend gedrag van de verpleegkundige.
De IGJ heeft een onderzoek ingesteld. Zij concludeert dat de verpleegkundige heeft gehandeld in strijd met de professionele normen die zij in acht behoort te nemen.
De IGJ verwijt de verpleegkundige dat zij (seksueel) grensoverschrijdend heeft gehandeld door tijdens de behandelrelatie privécontact aan te gaan met een patiënt, welk contact zij - binnen de afkoelingsperiode - heeft voortgezet na beëindiging van de behandelrelatie, hetgeen uiteindelijk heeft geresulteerd in seksueel contact.
1.2 De verpleegkundige erkent dat ze (seksueel) grensoverschrijdend heeft gehandeld en dat zij daarmee de professionele grenzen heeft overschreden.
1.3 Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en komt tot een
maatregel van een voorwaardelijke schorsing met een bijzondere voorwaarden. Hierna
licht het college dat toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 29 december 2025;
- het verweerschrift, ontvangen op 11 februari 2026.
2.2 Partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben
zij geen gebruik gemaakt.
2.3 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 16 juni 2026. Partijen zijn
verschenen. De IGJ werd vertegenwoordigd door haar gemachtigden. Verweerster werd
bijgestaan door haar gemachtigde. Partijen en hun gemachtigden hebben hun standpunten
mondeling toegelicht. De gemachtigde van de IGJ heeft pleitnotities voorgelezen en
aan het college en de andere partij overhandigd.
3. De feiten
3.1 De verpleegkundige was werkzaam als sociaal psychiatrisch verpleegkundige
bij een instelling van C. Zij is daar op 15 januari 2017 in dienst getreden. Zij heeft
in 2021 een patiënt (hierna: de patiënt) overgedragen gekregen van een collega voor
psycho-educatie. De verpleegkundige heeft de patiënt twee jaar ambulante behandeling
gegeven op een locatie van de instelling. De behandelfrequentie was één keer per maand.
3.2. De verpleegkundige is tijdens de behandelperiode gevoelens gaan ontwikkelen
voor de patiënt.
3.3 In de periode van augustus tot oktober 2023 heeft tweemaal een ontmoeting plaatsgevonden tussen de verpleegkundige en de patiënt buiten de reguliere behandelingen om.
3.4 Begin oktober 2023 heeft de verpleegkundige via WhatsApp privéberichten aan de patiënt gestuurd.
3.5 In oktober 2023 heeft de verpleegkundige haar team geïnformeerd over de niet-professionele contacten met de patiënt. De behandeling van de patiënt is overgedragen aan een collega.
3.6 Op 6 november 2023 heeft een eerste gesprek plaatsgevonden tussen de directie van de instelling en de verpleegkundige. De verpleegkundige is, in afwachting van een intern onderzoek, op non-actief gesteld. Daarnaast heeft de verpleegkundige een contactverbod met de patiënt opgelegd gekregen.
3.7 Op 20 november 2023 heeft een tweede gesprek plaatsgevonden tussen de directie van de instelling en de verpleegkundige en zijn de uitkomsten van het intern onderzoek besproken. De verpleegkundige heeft een officiële waarschuwing gekregen.
De verpleegkundige is een laatste kans gegeven, onder de uitdrukkelijke voorwaarden dat contacten tussen de verpleegkundige en patiënten in de periode van zes maanden na het einde van de behandelrelatie alleen strikt professioneel mogen zijn en dat de verpleegkundige onmiddellijk melding doet bij haar leidinggevende als een contact niet langer (zuiver) professioneel zou kunnen zijn.
3.8 Eind november/begin december 2023 hebben de verpleegkundige en de patiënt meerdere keren privécontact met elkaar gehad, via WhatsApp en hebben ze elkaar ook fysiek ontmoet. De patiënt was toen nog in behandeling bij de instelling.
3.9 In januari 2024 hebben de verpleegkundige en de patiënt twee keer seksueel contact met elkaar gehad.
3.10 Eind januari 2024 heeft de verpleegkundige het contact met de patiënt beëindigd.
3.11 Met ingang van februari 2024 tot april 2024 is de verpleegkundige op reis gegaan.
3.12 Op 1 mei 2024 heeft de patiënt de instelling geïnformeerd over de contacten tussen hem en de verpleegkundige.
3.13 Op 10 mei 2024 heeft de directeur van de instelling de verpleegkundige ontslag op staande voet aangezegd.
3.14 Op 15 mei 2024 heeft de IGJ een melding ontvangen van de instelling wegens disfunctioneren van de verpleegkundige en seksueel grensoverschrijdend gedrag van de verpleegkundige.
3.15 De IGJ heeft de melding in onderzoek genomen. In haar rapport van oktober 2025 concludeert de IGJ dat de verpleegkundige seksueel grensoverschrijdend heeft gehandeld ten opzichte van de patiënt en heeft gehandeld in strijd met de professionele normen die de verpleegkundige in acht behoort te nemen.
3.16 Met ingang van 1 mei 2025 heeft de verpleegkundige een baan bij D, een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. De verpleegkundige heeft haar huidige werkgever op de hoogte gesteld van (de reden van) haar ontslag op staande voet, de betrokkenheid van de inspectie en de tuchtklacht. De verpleegkundige heeft een jaarcontract bij D. Het contract is met ingang van 1 mei 2026 met een jaar verlengd, mede in afwachting van de uitkomst van deze procedure.
4. De klacht en de reactie van de verpleegkundige
4.1 De IGJ verwijt de verpleegkundige dat zij de professionele grenzen heeft overschreden door niet-professionele contacten met een patiënt aan te gaan tijdens de behandelrelatie en deze, na beëindiging van de behandelrelatie, voort te zetten en vervolgens seksuele contacten aan te gaan met de patiënt, zonder inachtneming van een afkoelingsperiode.
De IGJ wijst erop dat de voor verpleegkundigen toepasselijke beroepscode, de Nationale Beroepscode voor Verpleegkundigen en Verzorgenden en haar eigen brochure “Het mag niet, het mag nooit”, en ook de Gedragscode van E, helder zijn over het bewaken van professionele grenzen en het niet-onderhouden van niet-professionele contacten met cliënten en patiënten. De IGJ verzoekt het college rekening te houden met het beperkt lerend en corrigerend vermogen van de verpleegkundige en de al door de verpleegkundige getroffen maatregelen, waarvan de status echter niet duidelijk is.
Het voornemen van de verpleegkundige om met een andere doelgroep te gaan werken, acht de IGJ onvoldoende om het risico op grensoverschrijdend gedrag in de toekomst te verminderen. De IGJ verzoekt het college haar klacht gegrond te verklaren en een maatregel op te leggen die past bij de ernst van het normoverschrijdend gedrag.
4.2 De verpleegkundige erkent dat ze in strijd heeft gehandeld met de voor haar geldende professionele normen door tijdens een behandelrelatie privécontact te hebben gehad met een patiënt en in de afkoelingsperiode seksueel contact te hebben gehad met die patiënt. Ze weet dat dit niet had mogen gebeuren en begrijpt dat haar dit zwaar wordt aangerekend. Het heeft plaatsgevonden in een periode waarin ze door ziekte kwetsbaar was. In die periode heeft ze keuzes gemaakt die zij onder normale omstandigheden nooit zou hebben gemaakt. De situatie heeft haar veel verdriet, angst en langdurige stress bezorgd. Herhaling is voor haar ondenkbaar. Ze accepteert dat ze een maatregel opgelegd krijgt.
Wel vraagt ze het college daarbij rekening te houden met de omstandigheid dat ze vrijwillig gedurende een jaar niet heeft gewerkt als verpleegkundige.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag die voorligt is of de verpleegkundige de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende verpleegkundige. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.
5.2 Binnen een behandelrelatie bevindt de patiënt zich in een afhankelijke positie ten opzichte van de zorgverlener. Het is aan de zorgverlener om de grenzen van de behandelrelatie te bewaken. Dit uitgangspunt vloeit voort uit artikel 7:453 Burgerlijk Wetboek (goed hulpverlenerschap).
5.3 Voor verpleegkundigen is deze norm verder uitgewerkt in de Beroepscode van
Verpleegkundigen en Verzorgenden. In paragraaf 2.4 van deze code staat:
"Als verpleegkundige/verzorgende neem ik in mijn relatie met de zorgvrager (en/of zijn
vertegenwoordiger) professionele grenzen in acht. Dat betekent onder andere dat ik
• geen misbruik maak van de afhankelijke positie van de zorgvrager
• geen intieme en/of seksuele relatie aanga met de zorgvrager
[…]
• mijn collega’s of leidinggevende om hulp vraag als ik merk dat de professionele
grenzen dreigen te vervagen of overschreden dreigen te worden."
5.4 Ook de Gedragscode van de E, die in deze zaak van toepassing is, maakt duidelijk dat privécontacten met cliënten/patiënten niet zijn toegestaan (bijlage 8 bij het klaagschrift, pagina 10): ‘Wij […]
● Gaan niet in op seksuele/ en/of agressieve toenaderingspogingen, zelfs niet als de patiënt/cliënt dat verlangt of daartoe uitnodigt, en wij ondernemen zelf nooit nadere toenaderingspogingen. Dit houdt onder meer een verbod in om de patiënt/cliënt/collega op zodanige wijze aan te raken dat de patiënt/cliënt/collega deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren. Zie hiervoor Handboek HRM, hoofdstuk Grensoverschrijdend Gedrag.
● gaan als behandelaars/hulpverleners gedurende de looptijd van de behandeling/hulpverlening en nog een periode van 6 maanden na het afsluiten daarvan, geen andere dan een strikt professionele of anderszins uit de functie voortvloeiende relatie aan met onze patiënt/cliënt, noch laten wij de intentie daartoe merken, waarin is begrepen een verbod om patiënten/cliënten in de privésituatie te ontvangen. Zie hiervoor Handboek HRM, hoofdstuk Grensoverschrijdend gedrag.”
Overwegingen van het college
5.5 De ratio van deze codes is onder andere dat in een relatie tussen zorgverlener en patiënt altijd het gevaar op de loer ligt van ongelijke verhoudingen. Ook kan de professionele dienstverlening negatief worden beïnvloed. De regels dienen niet enkel tot bescherming van de patiënt, maar ook ter bescherming van de zorgverlener zelf.
5.6 De verpleegkundige heeft de haar verweten grensoverschrijdende gedragingen erkend. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige de professionele normen van haar beroepsgroep niet in acht heeft genomen. Dat is tussen de IGJ en de verpleegkundige ook niet in discussie. Door in 2023 een affectieve relatie aan te gaan met haar patiënt én seksueel contact met hem te hebben, heeft de verpleegkundige grensoverschrijdend gehandeld.
Zelfs na de (gedwongen) beëindiging van de behandelrelatie met de patiënt en een officiële waarschuwing door de werkgever van de verpleegkundige, bleef zij – tijdens de afkoelingsperiode – contact houden met de patiënt, welk contact uiteindelijk heeft geleid tot een tweetal seksuele contacten.
Conclusie
5.6 De verpleegkundige heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Zij heeft gehandeld in strijd met de zorg die zij ingevolge artikel 47 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) jegens de patiënt had behoren te betrachten.
De klacht van de IGJ is gegrond.
Maatregel
5.7 De IGJ heeft het college verzocht om een passende maatregel op te leggen.
De IGJ vreest voor herhaling. De verpleegkundige heeft volgens de IGJ onvoldoende
inzicht in haar eigen handelen getoond. Dat de verpleegkundige inmiddels niet meer
werkzaam is in de geestelijke gezondheidszorg, maar in een instelling voor mensen
met een verstandelijke beperking neemt die vrees voor herhaling niet weg. De IGJ heeft
ter zitting – desgevraagd - naar voren gebracht dat een voorwaardelijke schorsing
met bijzondere voorwaarden in dit geval een passende maatregel zou kunnen zijn.
5.8 De verpleegkundige verzet zich niet tegen het opleggen van een tuchtrechtelijke maatregel. Wel heeft ze het college daarbij verzocht om rekening te houden met het feit dat ze vrijwillig een jaar niet heeft gewerkt als verpleegkundige. Ook heeft ze ter zitting aangevoerd dat er in haar huidige baan geen sprake is van een situatie die een bedreiging zou kunnen vormen voor de veiligheid van patiënten en het stellen van haar eigen grenzen. Ter zitting heeft ze – desgevraagd - de behoefte en de bereidheid uitgesproken om een therapie gericht op het thema afstand en nabijheid te volgen in het geval ze opnieuw zou gaan werken met patiënten met (een ingewikkelde) persoonlijkheidsproblematiek.
5.9 Het college dient te beoordelen welke maatregel hier op zijn plaats is.
Deze maatregel dient enerzijds recht te doen aan de ernst van dit seksueel grensoverschrijdend gedrag van de verpleegkundige en anderzijds de veiligheid van patiënten in de toekomst zo goed mogelijk te waarborgen. Hiervoor is het noodzakelijk dat een zorgverlener de professionele grenzen van de beroepsgroep respecteert en in acht neemt.
5.10 Het college is van oordeel dat de verpleegkundige de professionele grenzen ernstig heeft overschreden door tijdens de behandelperiode een affectieve relatie en vervolgens tijdens de afkoelingsperiode seksuele contacten met de patiënt te onderhouden. Volgens vaste jurisprudentie zijn gedragingen zoals die aan de verpleegkundige worden verweten zodanig in strijd met wat van een integere en betrouwbare zorgverlener mag worden verwacht dat in beginsel ten minste een schorsing van aanzienlijke duur passend en geboden is. Bij de keuze van dat uitgangspunt is maatgevend dat de maatregel voldoende preventieve werking moet hebben om herhaling te voorkomen. Verzachtende omstandigheden kunnen worden meegewogen maar die behoren niet voorop te staan. Daarbij kan de schorsing voorwaardelijk zijn, bijvoorbeeld wanneer de beklaagde zorgverlener heeft getoond zich bewust te zijn van het verkeerde van zijn of haar gedragingen, en bereid is zo nodig een behandeling te ondergaan om herhaling te voorkomen.
5.11 Het college neemt in aanmerking dat de verpleegkundige openheid van zaken heeft gegeven richting haar huidige werkgever, tijdens het onderzoek van de IGJ en tijdens deze tuchtprocedure. Daar staat tegenover dat de verpleegkundige, ook ter zitting, niet die mate van inzicht heeft getoond in de onderliggende factoren en kwetsbaarheden van haar positie als verpleegkundige en die van patiënten, die het college passend en geboden vindt. Het college begrijpt dat de verpleegkundige zich in de betreffende periode van de haar verweten gedragingen in een zeer kwetsbare situatie bevond als gevolg van haar ziekte en dat de ontstane situatie zwaar op haar drukt. Ze heeft ter zitting toegelicht hoe de relatie is ontstaan, dat zij haar fout nu inziet en dat zij ervan overtuigd is dat zij dit nooit meer zal doen. De verpleegkundige heeft een tweetal behandelgesprekken gevoerd met een therapeut over het stellen van grenzen en heeft ook een aantal behandelgesprekken gehad met een psycholoog van F totdat haar dienstverband daar eindigde. Deze gesprekken hebben de verpleegkundige mogelijk meer inzicht gegeven in haar (eigen) psychische kwetsbaarheid, maar het college is er niet van overtuigd dat ze tot resultaat hebben gehad dat de verpleegkundige voldoende diepgaande inzichten heeft verkregen over hoe zij tot het (seksueel) grensoverschrijdende gedrag is gekomen en wat ervoor nodig is om dit in de toekomst te voorkomen. Het college acht het dan ook van belang dat de verpleegkundige hierin nader wordt ondersteund.
5.12 Bij deze feiten en omstandigheden past naar het oordeel van het college een schorsing van de bevoegdheid om de aan de inschrijving van de verpleegkundige in het BIG-register verbonden bevoegdheden uit te oefenen voor een periode van zes maanden, die niet zal worden uitgevoerd onder de voorwaarde dat de verpleegkundige in een proeftijd van twee jaar niet opnieuw tuchtrechtelijk verwijtbaar handelt. Het college acht het daarnaast van belang dat de verpleegkundige zich (meer) bewust wordt van het bewaken van haar professionele grenzen in haar werkzaamheden. Het college legt dan ook een bijzondere voorwaarde op aan de verpleegkundige, namelijk het volgen van een training/therapie bij een erkende leertherapeut met als doel om meer inzicht en handvatten te krijgen in hoe om te gaan met het thema afstand en nabijheid in de werkrelatie. Het college verzoekt de IGJ daartoe een geschikte training/therapie aan te dragen aan de verpleegkundige. De proeftijd zal twee jaar bedragen.
Publicatie
5.13 Het college is verder van oordeel dat het algemeen belang gediend is met
de publicatie van deze beslissing en bepaalt daarom dat deze beslissing (geanonimiseerd)
zal worden gepubliceerd in de Staatscourant en ter publicatie zal worden aangeboden
aan de tijdschriften “Tijdschrift voor Gezondheidsrecht”, “Gezondheidszorg Jurisprudentie”,
“Nursing” en “V&VN Magazine”.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht gegrond;
- legt de verpleegkundige op de maatregel van een schorsing van de bevoegdheid om de aan de inschrijving van de verpleegkundige in het BIG-register verbonden bevoegdheden uit te oefenen voor een periode van zes maanden, maar bepaalt dat deze slechts ten uitvoer wordt gelegd indien de verpleegkundige binnen een periode van twee jaren na het onherroepelijk worden van deze uitspraak opnieuw tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en zich voorts niet heeft gehouden aan de volgende bijzondere voorwaarden:
a) de verpleegkundige stelt zich op korte termijn, maar uiterlijk binnen drie maanden
na het onherroepelijk worden van deze beslissing, onder behandeling van een erkend
leertherapeut en informeert de IGJ, binnen een door de IGJ te bepalen termijn, wie
de behandeling gaat uitvoeren;
b) de verpleegkundige informeert, binnen een door de IGJ te bepalen termijn, de
IGJ over het behandelplan dat tenminste dient te omvatten:
- bewustwording van het thema afstand en nabijheid en het overschrijden van persoonlijke
en professionele grenzen binnen of vlak na een zorgrelatie,
- het verwerven van inzicht in de factoren die hebben bijgedragen aan het (seksueel)
grensoverschrijdende gedrag, het verkrijgen van inzicht in en de behandeling van (mogelijke)
hulpvragen en kwetsbaarheden op dit vlak
- en het versterken van de probleemoplossende vaardigheden van de verpleegkundige
met het oog op het voorkomen van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag in de toekomst;
c) de verpleegkundige geeft aan de (erkende) leertherapeut schriftelijk toestemming
dat de IGJ bij de leertherapeut gedurende het behandeltraject informatie kan inwinnen
over de aard, de inhoud en de voortgang van de behandeling;
- draagt de inspectie op toezicht te houden op de bijzondere voorwaarden onder a) tot en met c);
- bepaalt dat de proeftijd en de voorwaarden ingaan op de dag dat deze uitspraak onherroepelijk is geworden en uitsluitend loopt gedurende de periode dat de verpleegkundige in het register is ingeschreven en bevoegd is de daaraan verbonden bevoegdheden uit te oefenen;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften “Tijdschrift voor Gezondheidsrecht”, “Gezondheidszorg Jurisprudentie”, “Nursing” en “V&VN Magazine”.
Deze beslissing is gegeven door W.R.H. Lutjes, voorzitter, H.C.B. van der Meer, lid-jurist, R. Broeren-Woudstra, L.H. Kruze en S. Geul, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door L.J.M. Morskieft, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026.
secretaris
voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van IGJ Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.