We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TADRARL:2026:165 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-451/AL/OV

ECLI: ECLI:NL:TADRARL:2026:165
Datum uitspraak: 27-07-2026
Datum publicatie: 28-07-2026
Zaaknummer(s): 26-451/AL/OV
Onderwerp: Ontvankelijkheid van de klacht, subonderwerp: Tijdverloop tussen gewraakte gedraging en indienen van de klacht
Beslissingen: Voorzittersbeslissing
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. De klacht van klager over verweerder is niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden

van 27 juli 2026

in de zaak 26-451/AL/OV

naar aanleiding van de klacht van:

klager

over

verweerder

De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief met bijlagen volgens de inventarislijst van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Overijssel (hierna: de deken) van 29 mei 2026 met kenmerk 2532430.

1 FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.

1.1 Klager is samen met zijn broer, de heer B, eigenaar, en ieder voor 50% aandeelhouder, van de besloten vennootschap [X] B.V. (hierna verder: de B.V.). De heer B woont op het adres van de B.V. Hij verzorgt de administratie en facturering van de B.V.

1.2 Een VOF heeft op 4 juli 2021 voor een bedrag van € 5.793,48 voor het leveren van drie rabatplanken een factuur aan de B.V. gestuurd. Deze factuur is door de B.V. niet betaald.

1.3 Klager en de heer B hebben een geschil gekregen over de bestelling van de rabatplanken. Volgens de heer B had klager namens de B.V. onbevoegd de overeenkomst met de VOF gesloten, zodat klager privé verantwoordelijk was voor betaling van de factuur van de VOF.

1.4 De heer B heeft verweerder (opnieuw) verzocht om hem in dit geschil met klager bij te staan. Op 16 augustus 2022 is een overeenkomst tot opdracht gesloten.

1.5 Nadat de VOF een incassobureau had ingeschakeld en betaling van de factuur was uitgebleven heeft de VOF de B.V. en klager in privé gedagvaard. Klager heeft daarop een eigen advocaat ingeschakeld die zich namens klager en de B.V. heeft gesteld.

1.6 Op 28 oktober 2025, aangevuld op 10 november 2025, heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerder.

2 KLACHT

De klacht houdt in, zakelijk weergegeven, dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door:

zonder toestemming van klager als medeaandeelhouder van de B.V. voor de B.V. op te treden, wat een onrechtmatige daad is en tot financiële schade voor klager heeft geleid.

Toelichting: Verweerder is de privé advocaat van de heer B maar is in opdracht van de heer B ook voor de B.V. actie gaan ondernemen zonder dat klager dat wist. Verweerder heeft zich daarna als advocaat van de B.V. uitgegeven en heeft onderliggende stukken bij de VOF opgevraagd. Toen de B.V. was gedagvaard door de VOF, heeft verweerder de VOF geadviseerd om ook klager in privé te dagvaarden, wat ook is gebeurd.

Klager heeft nooit toestemming gegeven voor de opdracht van de B.V. aan verweerder, wat volgens de statuten van de B.V. wel vereist was. Verweerder was met die statuten bekend en heeft een onrechtmatige daad gepleegd richting klager door toch voor de B.V. te gaan optreden.

Klager heeft door toedoen van verweerder mogelijk zelfs de helft van de declaraties van verweerder aan de B.V. betaald. Daarnaast heeft klager door toedoen van verweerder kosten moeten maken om een advocaat in te schakelen nadat klager - op advies van verweerder - door de VOF in privé werd gedagvaard.

3 VERWEER

Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4 BEOORDELING

Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de klacht

4.1 Een klacht over een advocaat moet worden ingediend binnen drie jaar nadat de klager op de hoogte was of redelijkerwijs kon zijn van de feiten waarover wordt geklaagd (artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet). Het moet gaan om kennis die de klager uit objectieve bronnen heeft verkregen. Als deze driejaarstermijn is verlopen zonder dat klager een klacht heeft ingediend, vervalt in principe het recht om te klagen. Dit is anders als klager pas na de driejaarstermijn over informatie beschikt (en ook daar niet eerder over kon beschikken), die gaat over de gevolgen van het handelen of nalaten waar de klacht over gaat. In dat geval vervalt het recht om te klagen één jaar nadat klager van de informatie kennis heeft genomen (artikel 46g lid 2 Advocatenwet). De achterliggende gedachte van deze regel is dat een advocaat niet tot in lengte van dagen rekening hoeft te houden met tuchtklachten over zijn doen en laten uit het verleden.

4.2 Verweerder heeft in zijn verweer gesteld dat zijn beweerdelijk klachtwaardig handelen namens de B.V. volgens klager tot medio 2022 heeft plaatsgevonden. Nu klager daarover geen duidelijke standpunt heeft ingenomen is de voorzitter van oordeel dat de in artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet genoemde termijn dan ook vanaf medio 2022 is aangevangen. De klacht is echter pas op 28 oktober 2025 door klager bij de deken ingediend en daarmee buiten de genoemde termijn van drie jaar.

4.3 Klager heeft echter aangevoerd dat hij niet eerder dan op 28 oktober 2025 over verweerder kon klagen. Alle post aan de B.V. werd naar het vestigingsadres van de vennootschap gestuurd, tevens het woonadres van de heer B. Ook de communicatie van de B.V. verliep via datzelfde adres, ook ten aanzien van verweerder. Klager werd nergens van op de hoogte gebracht, dan wel veel later. Volgens klager heeft hij tijdig geklaagd omdat financiële aansprakelijkheid vijf jaar is volgens het Burgerlijk Wetboek.

4.4 Dit beroep van klager op een verschoonbare termijnoverschrijding slaagt naar het oordeel van de voorzitter niet. Klager heeft niet concreet gesteld of met stukken onderbouwd wanneer hij met het beweerdelijk klachtwaardig handelen door verweerder bekend is geworden. Dat betekent dat de voorzitter moet concluderen dat klager te laat heeft geklaagd en daarom niet-ontvankelijk is in de klacht. Aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht komt de voorzitter dan ook niet meer toe.

BESLISSING

De voorzitter verklaart:

de klacht, met toepassing van artikel 46g, lid 1 onder a Advocatenwet, niet-ontvankelijk.

Aldus beslist door mr. F.M.C. Boesberg, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. M.M. Goldhoorn als griffier en uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2026.

Griffier                                                                                                                         Voorzitter

Verzonden op: 27 juli 2026