We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TADRSHE:2026:95 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-740/DB/OB

ECLI: ECLI:NL:TADRSHE:2026:95
Datum uitspraak: 27-07-2026
Datum publicatie: 27-07-2026
Zaaknummer(s): 25-740/DB/OB
Onderwerp: Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk
Beslissingen: Beslissing op verzet
Inhoudsindicatie: Verzet ongegrond.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s‑Hertogenbosch
van 27 juli 2026

in de zaak 25-740/DB/OB

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 9 december 2025 op de klacht van:

klager               

over:

verweerder

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1 Op 17 april 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Oost-Brabant (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.

1.2 Op 24 oktober 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 48|25|069K van de deken ontvangen.

1.3 Bij beslissing van 9 december 2025 heeft de voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

1.4 Op 8 januari 2026 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.

1.5 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 1 juni 2026. Daarbij waren klager en verweerder aanwezig.

1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift.

2 VERZET

2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergeven het volgende in:

  1. Het is niet juist dat klager de deken heeft benaderd “enkel vanwege tegenvorderingen”
  2. De memo is wel degelijk “pardoes” gestuurd. Verweerder sprak immers zelf over “staccato iets op de mail zetten”;
  3. Dat “niet uit het dossier zou volgen dat er afspraken waren gemaakt” is niet juist. Het is besproken in het Teams-gesprek van 10 april 2025;
  4. Verweerder heeft evident gefaald in het goed uitvoeren van zijn taken, doordat hij de tegenvorderingen niet begreep en daarover geen contact opnam met klager. Verweerder heeft de haalbaarheid van de tegenvorderingen niet goed onderzocht;
  5. Klager is niet verplicht om inhoudelijk op stukken te reageren en dat was ook compleet zinloos, omdat verweerder in strijd met zijn wettelijke taak, mondelinge afspraken en de overeenkomst handelde. Het is niet aan klager om bij verweerder te bedelen om zich te bedenken;
  6. De memo is evident ondermaats en het standpunt daarover is in het geheel niet onderbouwd. De uitgebreide motivering van de memo is op diverse punten onvolledig en onjuist en was ook voorlopig/staccato;
  7. Het oordeel van de voorzitter dat hij de uitkomsten waar verweerder toe concludeert niet onjuist acht, is een blote stelling. Dat levert een schending van het motiveringsbeginsel op;
  8. Klager heeft nul behoefte aan ongevraagd advies en dat is ook in strijd met de overeenkomst, de algemene voorwaarden en de wettelijke taak van de advocaat. Klager hecht ook geen waarde aan een onvolledig en onjuist advies van een advocaat die zijn afspraken niet nakomt, zijn wettelijke taak niet goed uitvoert en überhaupt niet snapt wat er van hem gevraagd werd.

3 FEITEN EN KLACHT

3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter

4 BEOORDELING


4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.

4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.

4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.

BESLISSING

De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. V.E.J. Noelmans, voorzitter en mrs. A.A.T. van Ginderen en S.M.P.T. Ruijs-Kréte, leden, bijgestaan door mr. M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken op 27 juli 2026.

Griffier                                                                            Voorzitter

Verzonden op: 27 juli 2026