ECLI:NL:TGZRAMS:2026:186 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10049
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2026:186 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 01-07-2026 |
| Datum publicatie: | 29-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | A2026/10049 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Nu klaagster de verkeerde beklaagde heeft aangeschreven en er geen aanknopingspunten zijn voor het achterhalen welke beklaagde klaagster wel bedoelt, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege gevergd kunnen worden. De klacht is kennelijk ongegrond. |
A2026/10049
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Voorzittersbeslissing van 1 juli 2026 naar aanleiding van de klacht van:
A,
wonende in B, klaagster,
tegen
C,
psychotherapeut, verweerster.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift, ontvangen op 24 februari 2026;
- de aanvulling op het klaagschrift, ontvangen op 19 maart 2026.
2. Waar gaat de zaak over?
2.1 Klaagster heeft een klacht ingediend over een experimentele behandeling die
zij heeft gehad
bij het D in E. Desgevraagd heeft zij aangegeven dat de klacht is gericht tegen
verweerster.
2.2 De voorzitter komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet inhoudelijk behoeft te worden besproken. Voor die beslissing is het volgende
van belang.
3. De overwegingen
3.1 De voorzitter overweegt dat bij het verzoek aan verweerster om schriftelijk
op het
klaagschrift te reageren is gebleken dat verweerster niet werkzaam is of ooit is
geweest bij het D
in E. Het behoort tot de processuele verantwoordelijkheid van klaagster om bij het
indienen van een
tuchtklacht de juiste naam van de betreffende zorgverlener aan het tuchtcollege
te verstrekken. Nu
klaagster de verkeerde beklaagde heeft aangeschreven en er geen aanknopingspunten
zijn voor het
achterhalen welke beklaagde klaagster wel bedoelt, is de voorzitter van oordeel
dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege gevergd kunnen worden.
3.2 Op basis van het voorgaande stelt de voorzitter vast dat verweerster niet betrokken
was bij
het handelen waarover wordt geklaagd. Daarom is de voorzitter van oordeel dat de
klacht kennelijk
ongegrond is.
3.3 De voorzitter maakt klaagster erop attent dat zij, indien gewenst, opnieuw een
klacht bij het
college kan indienen. Hierbij is het van belang dat duidelijk wordt vermeld tegen
welke
BIG-geregistreerde zorgverlener de klacht zich richt, wat de zorgverlener precies
wordt verweten en
wanneer het verweten handelen of nalaten heeft plaatsgevonden eventueel met onderbouwing
van
stukken zoals een medisch dossier.
4. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 1 juli 2026 door Geert Lycklama à Nijeholt, voorzitter,
bijgestaan door M.A. Valé, secretaris.