ECLI:NL:TGZRAMS:2026:185 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9695

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:185
Datum uitspraak: 01-07-2026
Datum publicatie: 29-07-2026
Zaaknummer(s): A2026/9695
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Nu klaagster de verkeerde beklaagde heeft aangeschreven en er geen aanknopingspunten zijn voor het achterhalen welke beklaagde klaagster wel bedoelt, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege gevergd kunnen worden. De klacht is kennelijk ongegrond.

A2026/9695

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Voorzittersbeslissing van 1 juli 2026 naar aanleiding van de klacht van:

A,
wonende in B, klaagster,

tegen

C,
gezondheidszorgpsycholoog, verweerster.

1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-  het klaagschrift, ontvangen op 24 februari 2026;
-  de aanvulling op het klaagschrift, ontvangen op 19 maart 2026.

2. Waar gaat de zaak over?
2.1   Klaagster heeft een klacht ingediend over een experimentele behandeling die zij heeft gehad 
bij het D in E. Desgevraagd heeft zij aangegeven dat de klacht is gericht tegen verweerster.

2.2   De voorzitter komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent 
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht 
niet inhoudelijk behoeft te worden besproken. Voor die beslissing is het volgende van belang.

3. De overwegingen
3.1   De voorzitter overweegt dat bij het verzoek aan verweerster om schriftelijk op het 
klaagschrift te reageren is gebleken dat verweerster niet werkzaam is of ooit is geweest bij het D 
in E. Het behoort tot de processuele verantwoordelijkheid van klaagster om bij het indienen van een 
tuchtklacht de juiste naam van de betreffende zorgverlener aan het tuchtcollege te verstrekken. Nu 
klaagster de verkeerde beklaagde heeft aangeschreven en er geen aanknopingspunten zijn voor het 
achterhalen welke beklaagde klaagster wel bedoelt, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege gevergd kunnen worden.

3.2   Op basis van het voorgaande stelt de voorzitter vast dat verweerster niet betrokken was bij 
het handelen waarover wordt geklaagd. Daarom is de voorzitter van oordeel dat de klacht kennelijk 
ongegrond is.

3.3   De voorzitter maakt klaagster erop attent dat zij, indien gewenst, opnieuw een klacht bij het 
college kan indienen. Hierbij is het van belang dat duidelijk wordt vermeld tegen welke 
BIG-geregistreerde zorgverlener de klacht zich richt, wat de zorgverlener precies wordt verweten en 
wanneer het verweten handelen of nalaten heeft plaatsgevonden eventueel met onderbouwing van 
stukken zoals een medisch dossier.

4. De beslissing

De klacht is kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 1 juli 2026 door Geert Lycklama à Nijeholt, voorzitter,
bijgestaan door M.A. Valé, secretaris.