Zoekresultaten 1-50 van de 46595 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:36 Hof van Discipline 's Gravenhage 250169

    Klager komt in beroep van een verzetsbeslissing van de raad waarbij het verzet weliswaar gegrond is verklaard maar de klacht van klager (alsnog) niet-ontvankelijk is verklaard omdat de klacht te laat is ingediend. Het hof is het eens met de beslissing van de raad en bekrachtigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:37 Hof van Discipline 's Gravenhage 240277

    Klager heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van zijn ex-echtgenote met wie hij in een echtscheidings- en verdelingsprocedure is verwikkeld. Volgens klager heeft verweerster in haar processtukken ernstige beschuldigingen over klager geuit die lasterlijk en onnodig grievend zijn. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof is van oordeel dat verweerster in haar processtukken stevig stelling heeft genomen. De uitlatingen zijn echter, bezien in de context waarin die gedaan zijn, niet dermate kwetsend of onnodig grievend dat verweerster daarmee tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld. Het hof bekrachtigt daarom de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:4 Accountantskamer Zwolle 25/1345 Wtra AK 25/1346 Wtra AK 25/1347 Wtra AK

    Ongegronde klacht. Twee accountants waren betrokken bij de controle van twee jaarrekeningen van klaagster. Tussen klaagster en de accountantsorganisatie loopt een civielrechtelijk geschil dat primair gaat over daarvoor uitgebrachte declaraties. Klaagster is van mening dat deze declaraties buitensporig hoog zijn in relatie tot de gemaakte afspraken en verlangt de terugbetaling van een bedrag van € 300.000. Klaagster heeft een tuchtklacht ingediend die, naast de hoogte van de declaraties, tevens gaat over volgens klaagster ontijdige communicatie, ontoereikende advisering en onjuiste uitingen rondom een interne herstructurering door de accountants. De Accountantskamer overweegt dat in het kader van de tuchtprocedure niet kan worden geklaagd over een declaratie tenzij sprake is van een situaties waarin de betrokken accountant bij haar cliënt bewust en te kwader trouw onjuiste of misleidende declaraties indient. Daarvan is hier geen sprake. Declaraties zijn gespecificeerd en er is deugdelijk over gecommuniceerd waarbij overschrijdingen zijn besproken en betalingsafspraken zijn gemaakt. De Accountantskamer is ook van oordeel dat betrokkenen voor de controle van de jaarrekening 2022/2023 van de gang van zaken en de communicatie omtrent het waarderingsrapport voor de herstructurering geen verwijt valt te maken. De klacht tegen een derde accountant is op de zitting ingetrokken. De Accountantskamer heeft de behandeling van deze accountant gestaakt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:38 Hof van Discipline 's Gravenhage 250085

    Verweerster heeft klager en de (voormalige) onderneming van klaagster bijgestaan in een strafrechtelijke procedure. Klager verwijt verweerster dat zij zowel voor hem als voor de onderneming heeft opgetreden, terwijl sprake was van een tegengesteld belang. Verder verwijt klager verweerster dat zij zijn zaak niet zorgvuldig heeft behandeld. Het hof is met de raad van oordeel dat in dit geval van een tegenstrijdig belang geen sprake is geweest en dat verweerster niet onzorgvuldig heeft gehandeld. De klachten zijn daarom terecht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:39 Hof van Discipline 's Gravenhage 250063 250064 250065

    Klager heeft klachten ingediend tegen zijn voormalig advocaten, die klager hebben bijgestaan in (onder andere) een procedure tegen de voormalig zakenpartner van klager. De raad heeft de klachten niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 46g, eerste lid en onder a van de Advocatenwet. Het hof onderschrijft dit oordeel van de raad; het tijdsverloop tussen de dag waarop klager redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het volgens hem verwijtbaar handelen van verweerders en het indienen van de klacht bedraagt meer dan drie jaar, waardoor het recht van klager om een klacht in te dienen is komen te vervallen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:35 Hof van Discipline 's Gravenhage 260003

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46aa lid 5 Advocatenwet (gezamenlijke behandeling van klachten over advocaten in verschillende ressorten om redenen van doelmatigheid). Twee zaken zijn reeds op zitting geweest bij verschillende raden waardoor het niet meer mogelijk is om alle klachten door één en dezelfde raad van discipline te laten behandelen. In de nog plaats te vinden zaken kunnen klagers de afgegeven beslissingen als nagekomen stukken inbrengen.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2025:17 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/63 2022/65 2022/66 2022/98

    Hond. Dierenartsen wordt allen verweten dat zij met betrekking tot de hond van klaagster onvoldoende hebben geluisterd – in het bijzonder toen klaagster haar vermoeden uitte dat de klachten van haar hond het gevolg waren van de door een van de dierenartsen verkeerd uitgevoerde operatie –, en in plaats daarvan hun eigen plan hebben getrokken, dat te lang heeft geduurd en waarbij onnodig veel medicijnen zijn voorgeschreven, wat tot de dood van de hond heeft geleid. [Klachten ongegrond dan wel niet-ontvankelijk.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2025:18 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/70

    Kat. Dierenarts wordt verweten te zijn tekortgeschoten bij de behandeling van een kat, de urgentie van de gezondheidsklachten niet te hebben onderkend en niet tijdig in actie te zijn gekomen toen klager zich met zijn kat op de praktijk had gemeld. [Klacht niet-ontvankelijk c.q. ongegrond.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2025:19 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/77

    Paard. Dierenarts wordt verweten dat zij tekort is geschoten in de diagnosestelling en behandeling van een paard, dat is komen te overlijden. [Gegrond met waarschuwing.]

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8471

    Klacht tegen een sportarts kennelijk ongegrond. Klaagster werd in 2024 door haar huisarts verwezen naar het ziekenhuis in verband met aanhoudende knieklachten. Daar werd zij gezien door de sportarts. Hierna werd beleid afgesproken en volgden nog twee telefonische consulten. Klaagster is niet tevreden over de behandeling die zij heeft gekregen en verwijt de sportarts dat zij op verschillende punten onzorgvuldig heeft gehandeld. Afgaande op de verslaglegging heeft het college geen aanleiding te twijfelen aan de door de sportarts gevolgde handelswijze en haar beoordeling. Ook is niet gebleken dat er in de (online) verslaglegging tuchtrechtelijk verwijtbaar fouten zijn gemaakt of zaken onvolledig zijn weergegeven.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2025:20 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/3

    Hond. Dierenarts wordt verweten dat hij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij het opereren van een hond, dat hij is tekortgeschoten in het verstrekken van informatie en in de verleende nazorg, hetgeen uiteindelijk heeft geresulteerd in de euthanasie van de hond. [Klacht op meerdere onderdelen gegrond. Volgt voorwaardelijke schorsing van drie maanden met een proeftijd van drie jaar.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2025:21 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/67

    Kat. Dierenarts wordt verweten nalatig te hebben gehandeld bij het euthanaseren van een kat door het euthanasiemiddel intraperitoneaal (in de buikholte) toe te dienen. [Gegrond. Volgt waarschuwing.]

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:23 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2921

    Klacht tegen een orthopedisch chirurg. Ongegrond. De orthopedisch chirurg heeft klager geopereerd aan zijn schouder. Klager verwijt de orthopedisch chirurg dat hij deze operatie ten onrechte en zonder informed consent heeft uitgevoerd. Verder verwijt klager de orthopedisch chirurg dat hij geen rekening heeft gehouden met zijn angstklachten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7560

    Ongegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg. Klaagster is door verweerder behandeld in verband met knieklachten en een ontwrichting van de linkerknieschijf.Klaagster verwijt verweerder dat hij haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de voorgenomen operatie, de operatie niet lege artis heeft verricht en niet heeft gezorgd voor een zorgvuldige overdracht. Het college oordeelt dat de orthopedisch chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:24 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2943

    Klacht tegen een orthopedisch chirurg. Ongegrond. Bij klager is in 2017 door de orthopedisch chirurg een heupprothese geplaatst. De operatie verliep voorspoedig en er waren geen complicaties. Wel kreeg klager na enige tijd (ernstige) rugklachten, waarvoor hij meerdere keren bij de orthopedisch chirurg op consult kwam. De orthopedisch chirurg heeft klager onderzocht en naar diverse specialisten verwezen. Klager verwijt de orthopedisch chirurg, samengevat, dat hij de operatie onzorgvuldig heeft uitgevoerd en niet adequaat heeft gereageerd op zijn klachten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8591

    Ongegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg. Tijdens het uitvoeren van een totale knieprothese is door de orthopedisch chirurg een fausse route gemaakt (een zeldzame complicatie). Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij tijdens de operatie een fout heeft gemaakt door op een verkeerde plek en te ver door het bot te boren. Daarnaast verwijt klaagster hem dat hij de operatie niet met een robotarm.College: . De orthopedisch chirurg heeft adequaat gereageerd, nadat hij ontdekte een fausse route te hebben gemaakt, door direct een collega te consulteren, een nieuwe route te maken en dezelfde dag nog aanvullend onderzoek uit te voeren. Het gebruik van een robotarm is niet voorgeschreven in de richtlijnen en het staat de orthopedisch chirurg vrij te kiezen voor traditioneel instrumentarium.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:25 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2755

    Klacht tegen anesthesioloog. De anesthesioloog verzorgde de inleiding van de algehele anesthesie bij de operatie van klager. Na de inleiding vertrok zij uit de operatiekamer. Ongeveer twee uur later, ruim een uur na de operatie, bezocht zij klager weer. Klager was op dat moment nog niet wakker uit de algehele anesthesie en was niet goed wekbaar. Toen klager wakker werd, had hij afasie en een rechter hemiparese. Na 40 minuten werd er een ambulance opgeroepen. Klager verwijt de anesthesioloog dat: a) zij niet heeft gehandeld volgens de professionele standaard door niet direct betrokken te zijn bij klager gedurende een periode van 120 minuten, startend direct na een problematische inleiding tot en met 65 minuten postoperatief; b) er sprake is van gebrekkige en/of foutieve dossiervoering; c) zij niet efficiënt heeft gehandeld nadat zij opmerkte dat er bij klager sprake was van een sterk afwijkend neurologisch beeld met duidelijke tekenen van een hemiparese, met als gevolg onnodig veel vertraging in een acute situatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft t klachtonderdeel c) gegrond verklaard, de anesthesioloog de maatregel op van waarschuwing opgelegd en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege passeert in beroep het ontvankelijkheidsverweer van de anesthesioloog. Niet gebleken dat klager uitsluitend procedeert om de anesthesioloog te schaden, dus geen misbruik van recht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt verder het beroep van klager dat ziet op de klachtonderdelen a) en b).

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8674

    Kennelijk ongegronde klacht tegen chirurg die supervisor was van een arts in opleiding tot orthopedisch chirurg (hierna: de AIOS), bij wie klager op het spreekuur is geweest. De chirurg was niet aanwezig bij dit spreekuur. Klager verwijt de chirurg onder meer dat geen voorafgaande toestemming is gevraagd voor onderzoek en behandeling door de AIOS en dat de chirurg onvoldoende toezicht heeft gehouden op het handelen van de AIOS.College: klacht ongegrond, want niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat supervisor die niet aanwezig was niet heeft gevraagd om uitdrukkelijke toestemming van klager voor onderzoek en behandeling door de AIOS. Chirurg is ook niet tekort geschoten door het spreekuur en de behandeling aan de AIOS over te laten.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8672

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts in opleiding tot orthopedisch chirurg (hierna: AIOS). Niet gebleken dat verweerder zich niet kenbaar heeft gemaakt als AIOS, een verzoek om behandeling door de supervisor heeft genegeerd of zonder overleg een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd. Evenmin is gebleken dat sprake was van het ontbreken van informed consent, onjuistheden in het medisch dossier of een onjuiste weergave van de feiten door verweerder. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.Bovenkant formulier

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8276

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een chirurg. Klager heeft een consult bij de chirurg gehad in verband met een liesbreuk.Klager verwijt de chirurg onder meer dat zij veiligheidsmaatregelen tegen hem heeft laten inzetten, de deur van de spreekkamer heeft geopend waardoor de geheimhouding zou zijn geschonden, zijn vragen onvoldoende heeft beantwoord en te snel en te stellig een diagnose heeft gesteld. Daarnaast verwijt klager de chirurg het afleggen van een valse verklaring, het stellen van irrelevante vragen en een respectloze, emotionele en arrogante houding toen het gesprek escaleerde. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8375

    Klager kreeg in februari 2025 stents geplaatst in een buitenlands ziekenhuis en werd een maand later met spoed opgenomen in Nederland vanwege een complicatie. De cardioloog plaatste toen nieuwe stents. Klager klaagt erover dat de cardioloog hem voorafgaand aan de ingreep onheus heeft bejegend. Het tuchtcollege kan niet vaststellen wat er precies is gezegd en klager zijn klacht niet nader heeft onderbouwd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:22 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2842

    Klacht tegen een orthopedisch chirurg. Ongegrond. De orthopedisch chirurg heeft bij klaagster een totale knieprothese (TKP) geplaatst. Nadien is geconstateerd dat er een beschadiging was van de dijbeenzenuw. Klaagster stelt dat dit door de operatie is ontstaan, mogelijk door het gebruik van de bloedleegteband. Klaagster maakt de orthopedisch chirurg hiervan een verwijt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9011

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen kno-arts. Klager verwijt de kno-arts dat hij een chip in zijn neus heeft geplaatst. Dat op de overlegde röntgenfoto’s de geplaatste chip te zien is heeft klager niet nader onderbouwd, bijvoorbeeld door een verklaring van een onafhankelijk arts. Zonder zo’n verklaring kan niet worden vastgesteld dat op de röntgenfoto’s daadwerkelijk de chip te zien is. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:32 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-491/AL/MN

    Raadbeslissing. Klacht tegen verweerder in hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerder heeft zonder een goede reden pas na een half jaar opvolging gegeven aan de klacht van klaagster. Klacht in zoverre gegrond, voor het overige ongegrond. Geen maatregel. Tijdens de zitting van de raad heeft verweerder erkend dat de rol van klachtenfunctionaris niet bij hem past een aangegeven dat hij naar aanleiding van de onderhavige klacht deze taak heeft neergelegd. Vanwege dit inzicht in zijn functioneren en het feit dat hij de consequenties daarvan heeft aanvaard, in combinatie met de geringe overtreding van de tuchtrechtelijke norm, voert het te ver om verweerder een maatregel op te leggen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:33 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-492/AL/MN

    Raadbeslissing. Klacht over eigen advocaat. De raad is op grond van de overgelegde stuken niet gebleken dat tussen klaagster en verweerder een maximumbedrag of een maximum aantal uren is afgesproken. Ook heeft de raad op grond van de stukken niet kunnen vaststellen dat sprake is van excessief declareren. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:34 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-498/AL/OV

    Al met al is de raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde verzetsgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:35 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-499/AL/OV

    Al met al is de raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde verzetsgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:29 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-340/AL/NN

    De raad is van oordeel dat de voorzitter in de voorzittersbeslissing de juiste maatstaf heeft gehanteerd. Verder heeft de voorzitter naar het oordeel van de raad rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Dat de voorzitter bij de weging daarvan tot een ander oordeel is gekomen dan klager zou wensen maakt dat niet anders. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Het verzetschrift laat zich voor het overige lezen als een herhaling van de klacht en een betoog dat de voorzitter tot een ander oordeel had moeten komen. Het standpunt van klager dat relevante jurisprudentie daarbij is genegeerd is daarbij te weinig onderbouwd. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:36 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-581/AL/NN

    Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:30 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-361/AL/OV

    Niet valt in te zien dat het al dan niet klachtwaardig handelen van verweerder afhankelijk zou zijn van het inhoudelijk oordeel van de rechter in hoger beroep in de onderliggende gerechtelijke procedure over een al dan niet terecht gelegd beslag of de aansprakelijkstelling van klager in zijn rol als bestuurder. Kennelijk wilde klager de uitkomst van die procedure afwachten om zijn klacht wat extra gewicht mee te kunnen geven indien de uitspraak een bepaalde kant op zou gaan. Verder is de driejaarstermijn uit artikel 46g van de Advocatenwet is een harde termijn. Enkel voor die gevallen als genoemd in het betreffende wetsartikel kan sprake zijn van een verschoonbare termijnoverschrijding. De overweging om de klachtprocedure te starten op een voor klager geschikt moment vanwege efficiency overwegingen levert geen verschoonbare termijnoverschrijding op. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:37 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-597/AL/OV

    Raadsbeslissing. Verweerder heeft niet alleen verzuimd om de beschikking betreffende de scheiding van tafel en bed in te schrijven in de daartoe bestemde registers, maar de werkwijze van verweerder was daar ook niet op ingericht. Hij droeg zelf niet de zorg voor de inschrijving en controleerde ook niet of iemand anders de beschikking had ingeschreven. Ook de houding van verweerder richting klaagster toen zij zich bij hem meldde omdat zij zich door dit verzuim geconfronteerd zag met een mogelijke claim van de Belastingdienst merkt de raad aan als een strafverzwarende omstandigheid. Verweerder liet klaagster in de kou staan door haar naar de mediator te verwijzen in plaats van met alle mogelijke middelen zijn fout ongedaan te maken. Ook op de onderhavige klacht heeft verweerder niet adequaat gereageerd. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:31 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-466/AL/MN

    Klaagster beklaagt zich over de met verweerder gemaakte (financiële) afspraken en zijn weigering om met haar Amerikaanse advocaat te overleggen en haar dossier aan haar opvolgend advocaat af te geven. Naar het oordeel van de raad treft verweerder geen enkel tuchtrechtelijk verwijt.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:38 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-843/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:27 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-850/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing over advocaat wederpartij. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster bij haar optreden voor haar cliënte voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:28 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-828/AL/NN

    De voorzitter heeft in de voorzittersbeslissing ook beslist op het door klager aangedragen punt, zij het niet zo uitvoerig als klager kennelijk had gewild. Klager kan dit in de onderhavige klacht, op grond van het ne bis in idem-beginsel, dan ook niet nogmaals onderdeel van de klacht laten zijn. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:33 Hof van Discipline 's Gravenhage 250408

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Evenals de rechtbank in eerste aanleg heeft ook het gerechtshof geoordeeld dat de vordering tot schadevergoeding van klager is verjaard als gevolg waarvan klager volgens het gerechtshof geen belang meer heeft bij de gevorderde verklaring voor recht omdat deze strekt tot het verkrijgen van schadevergoeding. Klager heeft niet bestreden dat hij geen cassatie heeft ingesteld tegen het arrest van 10 juni 2025. Daarmee staat vast dat het arrest onherroepelijk is geworden en heeft de uitspraak in een ander geding tussen dezelfde partijen bindende kracht (artikel 236 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Het hof is met de deken van oordeel dat het aanhangig maken van een nieuwe procedure tegen dezelfde partij over feitelijk dezelfde kwestie geen redelijke kans van slagen heeft.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:34 Hof van Discipline 's Gravenhage 250179

    Het betreft hier een hoger beroep van verweerder. Klaagster is advocaat van een huurder, verweerder van een verhuurder. De huur wordt beëindigd omdat het gehuurde wordt verkocht. Huurder en verhuurder spreken af dat de huurder het pand zal verlaten en dat de verhuurder een vergoeding zal betalen, na ontvangst van de koopsom. In deze zaak ligt de vraag voor of verweerder zich in relatie tot klaagster bij de afwikkeling van de gemaakte afspraken onwelwillend heeft opgesteld. De Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) heeft geoordeeld dat klaagster verweerder terecht heeft verweten dat hij zich in relatie tot haar onwelwillend heeft opgesteld en heeft verweerder hiervoor een berisping opgelegd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, maar ziet aanleiding een fors zwaardere maatregel op te leggen dan de raad, te weten een onvoorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9002

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een neuroloog. De neuroloog heeft klager beoordeeld in het kader van een CBR-keuring van de rijvaardigheid van klager. Voor het college is te volgen dat de neuroloog op grond van de medische gegevens van klager aannemelijk heeft geacht dat sprake is geweest van meerdere epileptische aanvallen. Vanwege de door klager aan de behandelend neuroloog beschreven déjà vues is de neuroloog ervan uitgegaan dat klager eerder insulten had gehad. De neuroloog hoeft voor een keuring geen diagnose te stellen, maar kan volstaan met voldoende verdenking op een neurologische oorzaak. Het rapport is kort, maar voldoet aan de eisen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:26 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-573/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is in beide onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:29 Hof van Discipline 's Gravenhage 250323

    Verzet na afwijzende verwijzing niet-ontvankelijk. Uit de ingebrachte verklaringen van klager blijkt niet dat klager gedurende de verzettermijn niet in staat was om een verzetschrift in te dienen. Klager heeft in de periode waarin verzet kon worden ingesteld bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aangewend (naar het hof begrijpt onder meer tegen de afwijzende beslissing van verweerder 1 van 3 oktober 2025 op het bezwaarschrift van klager) en klager heeft de acht data (in de periode 9 oktober 2025 tot en met 23 oktober 2025) en achttien tijdstippen op deze data waarop hij volgens verweerders stukken heeft ingediend in de bestuursrechtelijke procedures niet weersproken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9104

    Voorzittersbeslissing. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. Klaagster is student verpleegkunde in opleiding (MBO niveau 4) en heeft een klacht ingediend tegen de verpleegkundige bij wie zij haar praktijkstage heeft gelopen. Zij klaagt over de totstandkoming en inhoud van de beoordeling van haar praktijkstage. De klacht valt niet onder de eerste tuchtnorm. Ook niet onder de tweede tuchtnorm omdat het handelen geen weerslag op de individuele gezondheidszorg heeft. Klaagster kennelijk niet ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:30 Hof van Discipline 's Gravenhage 250317

    Verzet na afwijzende verwijzing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan de voorzitter. Deze heeft de juiste maatstaf gehanteerd en niet is gebleken dat hij van onjuiste of onvolledige feiten is uitgegaan. Het hof sluit zich aan bij de beoordeling van de voorzitter en neemt die over. Het hof is niet gebleken dat verweerder zich in de behandeling van de klacht van klager over de deken heeft uitgelaten of gedragen op de wijze zoals klager in zijn verzet aanvoert. Verweerder heeft de klacht onderzocht en daarover een dekenstandpunt gegeven, waarna klager zijn klacht ter beslissing heeft laten voorleggen aan de raad van discipline ’s-Hertogenbosch waar nog een verzetprocedure loopt. In die procedure kan klager ook ingaan op het dekenstandpunt van verweerder en wat daarin volgens klager niet juist is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:31 Hof van Discipline 's Gravenhage 250138

    Het gaat in deze tuchtrechtelijke procedure om een klacht tegen verweerder, die heeft opgetreden als vereffenaar in een nalatenschap. De Raad van Discipline in het ressort Den Haag (hierna: de raad) heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof onderschrijft dat oordeel en bekrachtigt de beslissing van de raad. Zie ook 250139, de samenhangende klachtzaak tegen de advocaat van de vereffenaar.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:18 Raad van Discipline Amsterdam 25-712/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening. De raad heeft niet kunnen vaststellen dat verweerster de zaak ondermaats heeft behandeld. De klacht is in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:32 Hof van Discipline 's Gravenhage 250139

    Het gaat in deze tuchtrechtelijke procedure om een klacht tegen verweerder, die heeft opgetreden als vereffenaar in een nalatenschap. De Raad van Discipline in het ressort Den Haag (hierna: de raad) heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof onderschrijft dat oordeel en bekrachtigt de beslissing van de raad. Zie ook 250139, de samenhangende klachtzaak tegen de advocaat van de vereffenaar.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:19 Raad van Discipline Amsterdam 26-057/A/DH/W

    Raadsbeslissing; wrakingsverzoek niet-ontvankelijk, althans kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:24 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-440/AL/MN

    De raad heeft geoordeeld dat verweerder heeft opgetreden tegen klaagster, terwijl hij eerder - in het kader van onderhandelingen over een samenwerking tussen klaagster en zijn cliënte - werkzaamheden voor klaagster heeft verricht. Verweerder heeft daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Omdat niet is gebleken dat klaagster schade heeft ondervonden als gevolg van het handelen van verweerder en gelet op de omstandigheid dat verweerder niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, zal met de oplegging van een waarschuwing worden volstaan.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:27 Hof van Discipline 's Gravenhage 250354

    Beklag artikel 3 ongegrond. Het beklag heeft betrekking op het niet aanwijzen van een advocaat voor een door hem te doorlopen bodemprocedure tegen de Staat op grond van onrechtmatige rechtspraak. Het hof is van oordeel dat deken zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat indien klager het niet eens is met de uitspraak van de rechtbank, het op de weg ligt van klager om hoger beroep in te stellen tegen deze uitspraak. Het rechtsstelsel kent specifieke correctiemechanismen in de vorm van rechtsmiddelen, zoals hoger beroep en cassatie, als een rechter een (vermeende) onjuiste beslissing neemt. Indien klager zich niet met een uitspraak kan verenigen, dient hij, zoals de deken terecht aan de afwijzing ten grondslag heeft gelegd, van die rechtsmiddelen gebruik te maken. Naar het hof begrijpt heeft klager hiervoor een verzoek tot aanwijzing van een advocaat ingediend bij de deken. Nu ten tijde van het verzoek om aanwijzing een rechtsmiddel openstond was op dat moment redelijkerwijs geen succes te verwachten van een procedure tegen de Staat op grond van onrechtmatige rechtspraak.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8128

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een revalidatiearts. Klaagster heeft een Baclofenpomp die continu medicatie toedient in het ruggenmerg. De revalidatiearts heeft voldoende inzichtelijk gemaakt dat de beslissing om de pomp tijdelijk te staken noodzakelijk was. Het komt niet vast te staan dat de revalidatiearts klaagster niet serieus nam. De revalidatiearts heeft zich ingespannen voor een tweede en derde mening, hem kan dus niet worden verweten dat hij heeft geweigerd de behandeling over te dragen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:25 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-441/AL/NN

    klager beklaagt zijn eigen (asielrecht)advocaat dat zij hem niet heeft geïnformeerd over een brief aan de IND waarin zij haar beperkte beschikbaarheid in een periode vanwege persoonlijke omstandigheden heeft doorgegeven. De raad begrijpt dat klager is geschrokken toen hij later die brief in het IND-portaal aantrof. Alhoewel verweerster die informatie toen beter wel schriftelijk had kunnen delen met klager, begrijpt de raad de daarbij door haar gemaakte afwegingen. Klager is door de handelwijze van verweerster feitelijk ook niet in zijn belangen geschaad. Klacht ongegrond.