Zoekresultaten 1-50 van de 48521 resultaten
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:87 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/772108 DW RK 25/236 BB/WdJ
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 14-09-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:87
De gerechtsdeurwaarder heeft geen zorgvuldige marginale toets uitgevoerd. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd en veroordeling in de proceskosten van klager.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:121 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-453/DB/ZWB
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:121
Raadsbeslissing. Samenhang met beslissing op dekenbezwaren 25-010 en 26-663/DB/ZWB/D. Verweerder had klaagsters aansprakelijkstelling op korte termijn moeten doorgeleiden naar de verzekeraar. Verweerder heeft dit ondanks herhaalde verzoeken van klaagster en van de deken geweigerd en daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Verder staat vast dat zowel klaagster als de deken, althans de stafjurist namens de deken, verweerder meermaals hebben verzocht om de aansprakelijkstelling door te geleiden aan de verzekeraar en de doorzending te bevestigen aan klaagster en de deken. Verweerder heeft dit geweigerd. Ook heeft verweerder, ondanks uitdrukkelijk verzoek van de deken, niet gereageerd op de door klaagster ingediende klacht. Gegrond. Voorwaardelijke schorsing van twee weken.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:81 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/774993 / DW RK 25/323 KM/WdJ
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:81
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich met name over het nasalaris. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:88 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/777099 / DW RK 25/393 BB/WdJ
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 14-09-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:88
Beslissing op verzet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:240 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-678/DH/DH 26-680/DH/DH
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 07-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:240
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een civielrechtelijk geschil. Niet gebleken dat verweerder zich onnodig kwetsend heeft uitgelaten over klager of bewust onjuiste informatie heeft verstrekt. Klachten kennelijk ongegrond. Misbruik van recht-bepaling.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:82 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/775086 / DW RK 25/324 KM/WdJ
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:82
Ondanks herhaalde verzoeken heeft klager niet de gevraagde specificatie ontvangen. Pas nadat klager had aangekondigd een klacht bij de kamer in te zullen dienen is aan klager de gevraagde specificatie verzonden. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd, geen veroordeling in de proceskosten.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:89 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/770421 DW RK 25/190 BB/WdJ
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 14-09-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:89
De gerechtsdeurwaarder is in een beslissing van de kamer veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van klager alsmede het door klager betaalde griffierecht. De gerechtsdeurwaarder stelt zich op het standpunt dat hij enkel het bedrag van de proceskosten aan klager diende te betalen. Nu de gerechtsdeurwaarder de duidelijke en onherroepelijke beslissing onjuist heeft gelezen en daarin bleef volharden, is dit deel van de klacht gegrond. Klacht is voor het overige ongegrond. Maatregel van waarschuwing opgelegd alsmede veroordeling in de proceskosten van klager.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:117 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-009/DB/ZWB
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:117
Raadbeslissing. Samenhang met beslissing op dekenbezwaren 25-010 en 26-663/DB/ZWB/D. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft een deel van de opbrengst van de woning verrekend met zijn eigen declaratie, zonder dat klaagster daarvoor toestemming heeft gegeven. Verweerder heeft klaagster niet geïnformeerd over de verrekening, de hoogte van de declaratie en welke werkzaamheden in rekening zijn gebracht. Verweerder heeft een deel van de opbrengst van de woning ter beschikking gesteld aan klaagsters ex-echtgenoot voor het inrichten van zijn nieuwe woning en het oprichten van een onderneming, zonder dat klaagster daarvoor toestemming heeft gegeven. Verweerder heeft de belangen van klaagsters ex-echtgenoot zwaarder laten wegen dat de belangen van klaagster. Verweerder heeft klaagster onvoldoende geïnformeerd over de voortgang van de schuldenafwikkeling en heeft klaagster niet betrokken bij de beslissingen. Verweerder heeft verzoeken van klaagster en de gemeente om het dossier over te dragen aan de gemeente genegeerd. Niet gebleken dat verweerder heeft gebankierd met zijn derdengeldenrekening, in zoverre ongegrond. Verweerder heeft gedurende lange periode de belangen van klaagster in zeer ernstige mate veronachtzaamd en het vertrouwen in de advocatuur geschaad. De raad stelt voorts vast dat verweerder gedurende de behandeling van de klacht, die onder meer ziet op het verrekenen van derdengelden zonder toestemming, nog twee keer is overgegaan tot het verrekenen van aan klaagster (en de heer A) toekomende derdengelden. Daarnaast heeft verweerder ter zitting van de raad van 31 augustus 2026 verklaard dat hij zich op 27 augustus 2026 heeft teruggetrokken als bestuurder van de Stichting Derdengelden, met als gevolg dat klaagsters advocaat geen zeggenschap meer heeft over aan klaagster (en de heer A) toekomende derdengelden. Op grond van de ernst van het vastgestelde tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen en het feit dat verweerder reeds meerdere malen tuchtrechtelijk is veroordeeld acht de raad oplegging van een schorsing voor de duur van zes weken passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:241 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-681/DH/DH
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 07-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:241
Voorzittersbeslissing. Klacht vormt deels een herhaling van een klacht van een derde, van wie klaagster de assistente is. De klacht is in zoverre kennelijk ongegrond en kennelijk niet-ontvankelijk onder verwijzing naar dat eerdere oordeel. Geen sprake van een schending van gedragsregel 7. Ook in zoverre is de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:83 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/770816 / DW RK 25/201 KM/WdJ
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:83
Dagvaarding is aangebracht bij de civiele kamer van de rechtbank in plaats van de bij de kantonrechter. Gelet op de gemotiveerde betwisting van de gerechtsdeurwaarder kan de stelling van klaagster dat de dagvaarding zonder overleg is uitgebracht niet worden vastgesteld. Verder kan het de gerechtsdeurwaarder niet worden verweten dat de eerste dagvaarding niet is ingetrokken. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:90 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/771065 DW RK 25/204 BB/WdJ
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 14-09-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:90
Klager beklaagt zich onder meer over de hoogte van de beslagvrije voet, de vordering en dat er bankbeslag is gelegd terwijl klager in detentie verbleef. Deze klachtonderdelen zijn ongegrond. De klacht ten aanzien van het niet tijdig reageren op zijn verzoeken om een overzicht is gegrond. Maatregel van waarschuwing opgelegd en veroordeling in de proceskosten van klager.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:118 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-010/DB/ZWB/D 26-663/DB/ZWB/D
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:118
Raadsbeslissing. Samenhang met beslissing op klachten 25-009 en 26-453/DB/ZWB. Gegrond bevonden tuchtrechtelijke verwijten ter zake van het optreden van verweerder tijdens zijn piketdienst, het optreden van verweerder in het schuldbemiddelingstraject van mevrouw Z en de daarmee samenhangende klacht, het optreden van verweerder bij de afwikkeling van de (klacht-)zaak van mevrouw G, de communicatie met en het verlenen van medewerking aan onder andere de deken en de naleving van de regelgeving ter zake derdengelden. De in de onderhavige dekenbezwaren gegrond bevonden tuchtrechtelijke verwijten rechtvaardigen oplegging van een zware maatregel. Verweerder heeft gedurende lange periode en op meerdere manieren het vertrouwen in de advocatuur geschaad. De raad is van oordeel dat de door verweerder geschetste persoonlijke omstandigheden geen rechtvaardiging vormen voor de gegrond bevonden tuchtrechtelijke verwijten. Verweerders handelwijze is temeer verwijtbaar omdat hem eerder, na de behandeling van het dekenbezwaar op 24 februari 2025, uitdrukkelijk de gelegenheid is geboden zijn gedrag te verbeteren en hij heeft toegezegd dat ook te zullen doen. Van de beloofde verbetering is echter niet gebleken, terwijl verweerder met zijn houding ter zitting van de raad er geen blijk van heeft gegeven het laakbare van zijn handelen daadwerkelijk in te zien. Gelet op de samenhang met de klachten in de klachtzaken 26-453/DB/ZWB en 25-009/DB/ZWB, waarin door de raad bij beslissingen van vandaag aan verweerder een voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee weken respectievelijk een onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van zes weken worden opgelegd, zal de raad in de onderhavige beslissing op de dekenbezwaren volstaan met oplegging van een schorsing voor de duur van 26 weken, waarvan 13 weken voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:242 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-135/DH/DH
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 15-09-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:242
Herstelbeslissing behorend bij ECLI:NL:TADRSGR:2026:214
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:84 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/773220 / DW RK 25/256 KM/WdJ
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:84
De gerechtsdeurwaarders hebben weliswaar geen gebruik gemaakt van briefpapier en enveloppen van het gerechtsdeurwaarderskantoor, maar hebben de envelop met de brief van 25 juni 2025 wel gefrankeerd met de frankeermachine van het kantoor. De brief is hiermee duidelijk herleidbaar tot het gerechtsdeurwaarderskantoor. Ook zijn e-mailberichten verzonden vanaf het kantoor e-mailadres van de gerechtsdeurwaarders en hebben zij een dossiernummer in hun e-mail van 3 juli 2025 vermeld. Verder zijn de brieven van de gerechtsdeurwaarders redelijk intimiderend van aard. Nu de gerechtsdeurwaarders bewust of onbewust de noodzakelijke terughoudendheid uit het oog zijn verloren en de schijn hebben gewekt hun ambtelijke gewicht ten eigen bate, althans ten bate van hun zoon te gebruiken, verklaart de kamer de klacht gegrond en wordt de maatregel van waarschuwing in dit geval passend en geboden geacht.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:119 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-256/DB/ZWB
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:119
26-256/DB/ZWB
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:85 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/776547 / DW RK 25/381 KM/WdJ
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:85
Beslissing op verzet. Klager stelt dat de vordering niet klopt en dat de gerechtsdeurwaarder weigert de vordering te specificeren. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:86 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/778484 / DW RK 25/453 KM/WdJ
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:86
Beslissing op verzet. Klager stelt dat de gerechtsdeurwaarder er verantwoordelijk voor is dat de verkeerde partijen zijn gedagvaard. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:120 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-511/DB/LI
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:120
Raadbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening grotendeels gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij op grove wijze is tekort geschoten in de belangenbehartiging van en de communicatie met klaagster. Aldus heeft verweerder niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Verweerder heeft bij klaagster een bedrag van € 1.500,- in rekening gebracht, terwijl onduidelijk is gebleven welke werkzaamheden hij voor klaagster heeft verricht. Gelet daarop zal aan verweerder een voorwaardelijke geldboete van € 3.000,- worden opgelegd, met als bijzondere voorwaarde dat verweerder een bedrag van € 1.500,- aan klaagster betaalt. Indien verweerder dat bedrag niet, of niet tijdig, aan klaagster heeft betaald, zal verweerder alsnog de geldboete moeten betalen. De raad gaat ervan uit dat verweerder het zover niet laat komen en zijn verantwoordelijkheid richting klaagster neemt.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:237 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9372
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 09-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:237
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist GGZ. Klager is op vrijwillige basis behandeld in een ggz-instelling. Klager verwijt de verpleegkundig specialist onder meer dat zij onzorgvuldig is geweest in het verrichten van de diagnostiek en de (medicamenteuze) behandeling en dat zij verplichtingen inzake informed consent en dossiervorming niet is nagekomen. Het college oordeelt dat de verpleegkundig specialist uitvoerig en zorgvuldige diagnostiek en vervolgonderzoek heeft verricht. Van onzorgvuldigheid in de medicamenteuze behandeling is niet gebleken. Haar verslaglegging was adequaat en gaf een objectieve weergave van het beloop van de behandeling en de gemaakte keuzes. Geen aanleiding om te twijfelen aan vereiste informed consent. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:238 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9934
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 09-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:238
Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft in een verwijsbrief voor de dochter van klaagster een opmerking opgenomen over klaagsters psychiatrische problematiek. De huisarts had deze informatie niet zonder toestemming van klaagster mogen opnemen in de verwijsbrief. De huisarts heeft zich na het incident toetsbaar en leerbaar opgesteld en heeft adequaat gereageerd. Het college vindt het daarom niet nodig een maatregel op te leggen
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:220 Raad van Discipline Amsterdam 26-060/A/A
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:220
Raadsbeslissing; ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:221 Raad van Discipline Amsterdam 25-901/A/A
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:221
Raadsbeslissing; verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:75 Accountantskamer Zwolle 25/3206 Wtra AK
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 09-10-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:75
Klaagster heeft een aantal vennootschappen verkocht aan een andere vennootschap, waarbij een deel van de koopsom schuldig werd gebleven. Na een aantal jaren bleek de koper niet aan haar betalingsverplichtingen jegens klaagster te kunnen voldoen. Betrokkene was de samenstellend accountant van de koper. De klacht gaat onder meer over rekening-courant opnames en over door betrokkene opgestelde jaarrekeningen voor de koper. De Accountantskamer verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:222 Raad van Discipline Amsterdam 26-182/A/A
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:222
Raadsbeslissing; verweerster heeft in haar brief aan klager vermeld dat haar cliënte, wanneer beslag niet mogelijk zou zijn omdat klager zijn bezittingen elders heeft ondergebracht, de publiciteit zal zoeken over de wijze waarop klager haar cliënte heeft benadeeld. Door op deze wijze te dreigen met media-aandacht heeft verweerster de belangen van klager op ontoelaatbare wijze geschaad. Verweerster heeft zodoende gehandeld in strijd met de wijze waarop een advocaat zich tegenover de wederpartij bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt behoort te gedragen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:324 Hof van Discipline 's Gravenhage 250326W
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 09-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:324
Wrakingsverzoek. Aanvullende wrakingsgrond in repliek over het proces-verbaal (nog) tijdig ingediend, maar ongegrond. Het proces-verbaal is minder gedetailleerd dan de weergave van verzoekster, maar verschilt inhoudelijk weinig. Ook de overige wrakingsgronden zijn ongegrond nu zij met name gaan over de wijze waarop de voorzitter de regie heeft gevoerd op de zitting. Verzoekster heeft een onjuiste opvatting over hoor en wederhoor op de zitting. Hoor en wederhoor betreft het debat tussen partijen, niet een debat tussen één partij en het hof. Ook heeft verzoekster een verkeerd beeld van de wijze waarop een rechter de feiten vaststelt. De (tucht)rechter onderzoekt niet zelf actief wat de feiten zijn, maar hij stelt feiten vast op basis van wat partijen aanvoeren en wat door partijen als bewijs wordt aangevoerd. De (tucht)rechter is geen onderzoeksrechter. Verzoekster heeft tijdens de zitting over het wrakingsverzoek twee wrakingsverzoeken ingediend, die zijn afgewezen. Beide verzoeken kwamen er in de kern op neer dat de zitting niet verliep zoals verzoekster wenste en zagen dus op de gang van zaken op zitting. Omdat verzoekster elke keer een verzoek tot wraking indient om haar zin door te drijven over de regie op de zitting is sprake van misbruik van recht en bepaalt de wrakingskamer dat een volgend wrakingsverzoek in de hoofdzaak niet in behandeling wordt genomen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:223 Raad van Discipline Amsterdam 26-714/A/NH
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:223
Voorzittersbeslissing; klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft in 2021 een medische verklaring gebruikt, ten aanzien waarvan in 2025 door het medisch tuchtcollege is geoordeeld dat de betreffende arts die niet had mogen afgeven. Dat betekent echter niet dat verweerster in 2021 tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Van misleiding en belangenverstrengeling is ook geen sprake. Die klachtonderdelen worden kennelijk-ongegrond verklaard. De overige klachtonderdelen zien op de verhouding tussen verweerster en haar cliënte, niet zijnde klaagster, en in die verhouding komt klaagster geen klachtrecht toe, zodat die klachtonderdelen kennelijk-niet ontvankelijk worden verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:217 Raad van Discipline Amsterdam 26-691/A/A
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:217
voorzittersbeslissing. Verweerder heeft aanvankelijk samen met de primaire behandelaar de zaak van klager gedaan. Na overstap van de primaire behandelaar heeft deze het dossier meegenomen. Het was aan die advocaat om klager daarover te informeren. Verdere klacht is te laat ingediend en daarmee niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:325 Hof van Discipline 's Gravenhage 250255
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 09-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:325
Klacht over (voormalig) eigen advocaat. Raad verklaart deels gegrond, maar legt geen maatregel op aangezien verweerder is getroffen door een hersenbloeding en al is uitgeschreven van het tableau. Hof constateert dat datgene dat zijdens verweerder is aangevoerd niet als namens hem kan worden aangemerkt zodat het ervoor gehouden wordt dat geen verweer is gevoerd. Volgt bekrachtiging.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:224 Raad van Discipline Amsterdam 26-720/A/A
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:224
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. In een arbeidsrechtelijk geschil tussen klaagster en haar werkgever werd de werkgever bijgestaan door verweerder. Klaagster werd bijgestaan door haar eigen advocaat. Het geschil is, na onderhandelingen, geëindigd in een vaststellingsovereenkomst. Klaagster verwijt verweerder dat hij daarbij onvoldoende met de belangen van klaagster rekening heeft gehouden. De voorzitter van de raad is van oordeel dat verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, nu hij niet de belangen van klaagster behartigde maar die van de werkgever. Klaagster had zelf een advocaat die haar belangen behartigde. Dat, zoals klaagster lijkt te stellen, de werkgever de afspraken uit de vaststellingsovereenkomst niet goed nakomt, kan verweerder niet worden aangerekend of verweten. De klacht wordt kennelijk-ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:218 Raad van Discipline Amsterdam 26-709/A/A
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:218
voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder afgaan op de van zijn cliënte ontvangen feitelijke informatie zoals hij dat heeft gedaan. Klaagster of haar advocaat heeft tegen vermeende onjuiste feiten en standpunten verweer kunnen voeren in de verschillende procedures. Het behoort verder niet tot de taak van de tuchtrechter om over de juistheid van standpunten in een civielrechtelijk geschil een oordeel te geven. Dat is voorbehouden aan de civiele rechter, tenzij duidelijk is dat de verwerende advocaat de in de beslissing genoemde maatstaf heeft overtreden. Daarvan is de voorzitter echter niet gebleken. Deels kennelijk ongegrond, deels niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:236 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9844
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 09-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:236
Gegronde klacht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd tegen een verpleegkundige, werkzaam in de ggz. De verpleegkundige heeft gedurende ongeveer een maand een persoonlijke en seksuele relatie gehad met een cliënte die werd behandeld in de ggz-instelling waar verweerder destijds als verpleegkundige werkte. Dit contact heeft plaatsgevonden na de klinische opname, waar cliënte op dat moment nog wel ambulant werd behandeld. De verpleegkundige heeft het hem verweten gedrag direct erkend, meegewerkt aan het onderzoek van de IGJ, reflecterend vermogen getoond en zich in alle fasen open en toetsbaar opgesteld. Hij heeft een behandeltraject gevolgd bij een psycholoog en werkt op dit moment niet als verpleegkundige. Afwijking uitgangspunt onvoorwaardelijke schorsing. Geheel voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaar, waarbij onder meer als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verpleegkundige een supervisietraject dient te volgen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:219 Raad van Discipline Amsterdam 25-900/A/A
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:219
Raadsbeslissing; verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:239 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-504/DH/DH
- Datum publicatie: 08-10-2026
- Datum uitspraak: 09-09-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:239
Voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klager in een familierechtelijk geschil. Als partijdige belangenbehartiger van haar cliënte heeft verweerster in haar stukken de standpunten van haar cliënte verwoord, zonder daarbij de gerechtvaardigde belangen van klager uit het oog te verliezen. De door verweerster gebruikte bewoordingen zijn binnen de context van het al jaren gevoerde debat tussen partijen en de opstelling van klager daarbij, naar het oordeel van de voorzitter functioneel en niet grievend geweest. Dat klager dat wel zo heeft ervaren, maakt dat nog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Van schending van de gedragsregels 26 en 27 is de voorzitter niet gebleken. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:16 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/455514 / KL RK 25-114
- Datum publicatie: 08-10-2026
- Datum uitspraak: 04-03-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:16
Nu de nalatenschap in overeenstemming met de testamenten van erflater is afgewikkeld en klager geen boedelgemachtigde meer is, acht de kamer het door klager aangevoerde niet voldoende voor het aannemen van een redelijk belang van klager bij zijn klacht. Ook het door klager benoemde belang van aangifte levert naar het oordeel van de kamer onvoldoende grond op voor het aannemen van een redelijk belang. Niets staat er immers aan in de weg voor klager om (alsnog) aangifte te doen. Voor zover klager met zijn verwijzing naar een (niet nader gespecificeerd) maatschappelijk belang meent een algemeen belang bij zijn klacht te hebben, overweegt de kamer dat dit eveneens onvoldoende is voor het aannemen van een redelijk belang. Dit zou de zekere begrenzing die artikel 99 lid 1 Wna beoogt aan te brengen in de kring van klachtgerechtigden illusoir maken. De kamer komt zodoende tot het oordeel dat de voorzittersbeslissing de klacht van klager terecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaart in verband met gebrek aan redelijk belang en in stand moet blijven. Het verzet is ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:322 Hof van Discipline 's Gravenhage 260433
- Datum publicatie: 08-10-2026
- Datum uitspraak: 08-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:322
Afwijzing verzoek tot verwijzing (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Uit de toelichting van klaagster op haar klacht over de deken leidt de voorzitter af dat deze klacht betrekking heeft op de wijze waarop de deken de klacht van klaagster over mr. Van der V in onderzoek heeft. Het klachtrecht is evenwel niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens een klachtonderzoek neemt en/of de wijze waarop de deken zijn onderzoek uitvoert. Klaagster kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, haar klacht over mr. Van der V laten toetsen door de raad van discipline. Binnen de kaders van die procedure kan klaagster al haar bezwaren over het klachtonderzoek door de deken en de daarin door de deken genomen procedurele beslissingen onder de aandacht van de raad van discipline brengen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:233 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10212
- Datum publicatie: 08-10-2026
- Datum uitspraak: 08-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:233
Klacht tegen een huisarts. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht. Doordat klager niet heeft geconcretiseerd wanneer de contacten met de huisarts hebben plaatsgevonden is het onduidelijk gebleven of de klacht over handelen gaat dat minder dan tien jaar geleden heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat het klaagschrift niet voldoet aan de daaraan in de wet gestelde eisen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:323 Hof van Discipline 's Gravenhage 250439W
- Datum publicatie: 08-10-2026
- Datum uitspraak: 08-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:323
Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond. Misbruik van recht. De wrakingskamer oordeelt dat de enkele stelling van verzoeker dat de rechterlijke onpartijdigheid schade lijdt omdat verweerders in eerdere zaken mogelijk onwelgevallige beslissingen hebben genomen, geen uitzonderlijke omstandigheid is die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat verweerders ten opzichte van verzoeker vooringenomenheid koesteren, noch dat de bij verzoeker kennelijk bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Gelet op de lichtvaardige wijze waarop verzoeker (wederom) het wrakingsmiddel heeft ingezet, bepaalt de wrakingskamer met toepassing van artikel 7.3 van het wrakingsprotocol dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in deze zaak wegens misbruik van recht niet in behandeling wordt genomen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:234 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10393
- Datum publicatie: 08-10-2026
- Datum uitspraak: 08-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:234
Klacht tegen een arts. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster staat onder curatele. De voorzitter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat klaagster wilsonbekwaam is terzake het indienen van de klacht nu zowel haar zoon (ook haar gemachtigde) als de curator hebben aangegeven dat dit het geval is vanwege vergevorderde dementie. De curator stemt niet in met de klacht, dit betekent dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen. De zoon (en gemachtigde) van klaagster wenst de klacht zelf voort te zetten, maar hij is geen rechtstreeks belanghebbende als bedoeld in artikel 65 lid 1 onder a Wet BIG.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:235 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10394
- Datum publicatie: 08-10-2026
- Datum uitspraak: 08-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:235
Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster staat onder curatele. De voorzitter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat klaagster wilsonbekwaam is terzake het indienen van de klacht nu zowel haar zoon (ook haar gemachtigde) als de curator hebben aangegeven dat dit het geval is vanwege vergevorderde dementie. De curator stemt niet in met de klacht, dit betekent dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen. De zoon (en gemachtigde) van klaagster wenst de klacht zelf voort te zetten, maar hij is geen rechtstreeks belanghebbende als bedoeld in artikel 65 lid 1 onder a Wet BIG.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9167
- Datum publicatie: 08-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:151
Klacht tegen een bedrijfsarts kennelijk ongegrond. Klager heeft zich bij zijn werkgever ziekgemeld na een ongeval. De arts in opleiding tot specialist bedrijfsgeneeskunde heeft de verzuimbegeleiding van klager onder supervisie van de bedrijfsarts op zich genomen. Klager verwijt de bedrijfsarts dat zij verantwoordelijk is voor het handelen van de arts betreffende schending van het beroepsgeheim en onzorgvuldige en partijdige verslaglegging. Het college oordeelt dat niet is gesteld en evenmin is gebleken dat met de delegatie van taken door de bedrijfsarts aan de arts buiten de in het Standpunt gegeven kaders of de supervisieovereenkomst is getreden. Ook kan het college niet vaststellen dat de bedrijfsarts tekort is geschoten is haar rol als supervisor of anderszins onvoldoende verantwoordelijkheid heeft genomen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:191 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3153
- Datum publicatie: 07-10-2026
- Datum uitspraak: 07-10-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:191
Klager heeft een aanvraag gedaan op grond van de Wet studiefinanciering 2000. Deze aanvraag is afgewezen. Klager heeft hiertegen geprocedeerd. De Centrale Raad van Beroep heeft DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) opgedragen een medisch adviseur over de zaak van klager te laten oordelen. Verweerder heeft als medisch adviseur op verzoek van DUO medische rapportages uitgebracht. Klager beklaagt zich over deze rapportages. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep. Gelet op het strikte toetsingskader heeft de arts tot zijn conclusies heeft kunnen komen. De redenen die klager heeft aangevoerd dat hij zijn studie heeft moeten beëindigen, rechtvaardigen niet de conclusie dat hem een nieuwe aanspraak op studiefinanciering toekomt.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:192 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3282
- Datum publicatie: 07-10-2026
- Datum uitspraak: 07-10-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:192
In het kader van een strafrechtelijke procedure tegen klaagster heeft het gerechtshof aan de arts de opdracht gegeven een deskundigenrapport te schrijven over de wilsbekwaamheid van de moeder van klaagster ten tijde van het verlijden van de testamentaire akte bij de notaris in 2016. De arts kwam in zijn rappoort tot de conclusie dat met een hoge mate van waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld dat de moeder van klaagster niet meer wilsbekwaam was ter zake het nemen van besluiten over haar testament. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht, omdat er geen sprake is van een schending van een belang dat ziet op een handelen of nalaten op het gebied van de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat klaagster kan worden ontvangen in haar klacht, omdat het handelen van de arts wél weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep en wijst de klacht terug naar het Regionaal Tuchtcollege voor inhoudelijke behandeling.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:193 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3297 VZ
- Datum publicatie: 07-10-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:193
Voorzittersbeslissing. Griffierecht niet betaald. Klaagster heeft laten weten dat zij gezien haar financiële situatie het griffierecht niet kan betalen. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:190 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3149
- Datum publicatie: 07-10-2026
- Datum uitspraak: 07-10-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:190
Ongegronde klacht tegen een arts. De arts werkt binnen de penitentiaire inrichting (PI) waar klager verblijft. Voor zijn verblijf in detentie had klager al een tijd pijnklachten in zijn onderrug. Klager verwijt de arts dat hij heeft nagelaten een juiste behandeling in te zetten voor zijn rugklachten. Daarnaast verwijt klager de arts dat hij ten onrechte niet is doorverwezen.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klager verwerpen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:232 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-730/DH/NH/W
- Datum publicatie: 06-10-2026
- Datum uitspraak: 11-09-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:232
Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:226 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-124/DH/RO
- Datum publicatie: 06-10-2026
- Datum uitspraak: 14-09-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:226
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft de belangen van klagers op onnodige en ontoelaatbare wijze geschaad door hen in openbare Facebookreacties met vermelding van hun namen te beschuldigen van het misleiden van haar cliënt en het verduisteren van het festivalgeld. Verweerster heeft haar beschuldigingen gepresenteerd als de waarheid, terwijl zij daarvoor geen bewijs had en terwijl de toon van de berichten in de Facebookgroep, geplaatst door de gedupeerden, al verhit was en haar client al was bedreigd. Verweerster had terughoudender moeten handelen. Onvoldoende reflectie. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:231 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9623
- Datum publicatie: 06-10-2026
- Datum uitspraak: 06-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:231
Deels gegronde klacht tegen een arts. Klaagster werd in het kader van de verzuimbegeleiding begeleid door de arts. Klaagster verwijt de arts onder andere onvoldoende begeleiding bij een second opinion en schending van de vertrouwelijkheid. Het college oordeelt dat ook nadat de verzuimbegeleiding door een collega was overgenomen, de bedrijfsarts de voortgang van het verzoek om een second opinion had moeten controleren en zo nodig zijn supervisor of de arbodienst tot vervolgactie had moeten bewegen. Ook had de arts niet bij de werkgever mogen aangeven dat klaagster geen toestemming gaf voor het opvragen van medische informatie. Dit is niet zonder meer informatie die de werkgever nodig heeft. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:233 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-830/DH/A/W
- Datum publicatie: 06-10-2026
- Datum uitspraak: 30-09-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:233
Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:227 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-569/DH/DH
- Datum publicatie: 06-10-2026
- Datum uitspraak: 16-09-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:227
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Het stond verweerder vrij om in het belang van zijn cliënte te verzoeken om de vaststelling van een hogere kinderalimentatie. Verweerders cliënte was daartoe ook gehouden op basis van de Participatiewet. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:232 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9600
- Datum publicatie: 06-10-2026
- Datum uitspraak: 06-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:232
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager heeft bij het CIZ een aanvraag gedaan voor 24-uurszorg. De arts heeft als medisch adviseur bij het CIZ hierover advies gegeven. Klager meent dat dit advies niet op de juiste wijze tot stand is gekomen en dat hij bovendien zijn blokkerings- en correctierecht niet heeft kunnen uitoefenen. Het college is van oordeel dat klager wel het blokkeringsrecht toekwam, maar dat de arts klager niet in de gelegenheid heeft gesteld daarvan gebruik te maken is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 971
- Volgende pagina zoekresultaten