ECLI:NL:TADRAMS:2026:155 Raad van Discipline Amsterdam 26-030/A/A

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2026:155
Datum uitspraak: 20-07-2026
Datum publicatie: 23-07-2026
Zaaknummer(s): 26-030/A/A
Onderwerp: Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk
Beslissingen: Beslissing op verzet
Inhoudsindicatie: Ongegrond verzet.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 20 juli 2026
in de zaak 26-030/A/A
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 16 februari 2026 op de klacht van:

klager

over:

verweerster

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1    Op 2 juli 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster. 
1.2    Op 14 januari 2026 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2503324/ER/KV van de deken ontvangen. 
1.3    Bij beslissing van 16 februari 2026 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Deze beslissing is op 16 februari 2026 verzonden aan partijen.
1.4    Op 17 februari 2026 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift op diezelfde datum ontvangen.
1.5    Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 29 mei 2026. Daarbij was verweerster aanwezig. Klager was niet aanwezig.  
1.6    De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift. 


2    VERZET
2.1    De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:
2.2    Klachtonderdeel a is volgens klager ten onrechte kennelijk ongegrond verklaard. Nu het geheime stuk in een reguliere bundel processtukken is beland en aan klager is toegezonden, kan aan de beslissing van de voorzitter worden getwijfeld. Dit vraagt volgens klager om nader feitenonderzoek en een inhoudelijke behandeling. 
2.3    Ook klachtonderdeel b is volgens klager ten onrechte kennelijk ongegrond verklaard. De overweging van de voorzitter dat klager niet in zijn belangen is geschaad, kan die kwalificatie niet dragen. Tuchtrechtelijke verwijtbaarheid is niet afhankelijk van het bestaan van aantoonbare schade, maar van de vraag of verweerster heeft gehandeld binnen de grenzen van hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt, waaronder zorgvuldige communicatie richting de wederpartij en het vermijden van (bewust) onjuiste informatie. Verweerster heeft aan klager medegedeeld dat de uitspraak van de rechtbank 'schorsende werking' zou hebben en dat hij het UWV daarom niet in gebreke kon stellen, terwijl later is gebleken dat dit standpunt onjuist was. Klager geeft nog een aantal voorbeelden van gedragingen van verweerster die volgens hem maken dat een inhoudelijke beoordeling nodig is. 
2.4    Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet niet op. 

3    FEITEN EN KLACHT
3.1    Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. 

4    BEOORDELING

4.1    Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2    De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. 
4.3    Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren. 

BESLISSING
De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. C.S. Schoorl, voorzitter, mrs. L.C. Dufour en P.F.P. Nabben, leden, bijgestaan door mr. K.J. Verschueren als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 20 juli 2026.


Griffier    Voorzitter

Verzonden op: 20 juli 2026