ECLI:NL:TADRAMS:2026:158 Raad van Discipline Amsterdam 26-094/A/A
| ECLI: | ECLI:NL:TADRAMS:2026:158 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 20-07-2026 |
| Datum publicatie: | 23-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26-094/A/A |
| Onderwerp: | Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartij, subonderwerp: Jegens wederpartij in acht te nemen zorg |
| Beslissingen: | Regulier |
| Inhoudsindicatie: | Raadsbeslissing; klacht (deels) gegrond. Verweerder heeft een marktplaatsaccount aangemaakt onder een valse naam, met als doel aankopen te doen bij verkopers die mogelijk inbreuk maakten op het merkrecht van zijn cliënte zonder bekend te maken dat hij de advocaat van deze cliënte was. Daarmee heeft verweerder onbetamelijk gehandeld. Op het moment dat de feiten waar de klacht op ziet zich voordeden was verweerder pas vier maanden advocaat en werkte hij onder verantwoordelijkheid van zijn patroon. Verweerder heeft ter zitting verklaard dat de aan hem verweten werkwijze gangbare praktijk is binnen zijn kantoor en zijn patroon heeft dat bevestigd. Hoewel verweerder in beginsel zelf verantwoordelijk is voor zijn handelen ziet de raad in deze specifieke omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 20 juli 2026 in de zaak 26-094/A/A
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over:
verweerder
gemachtigde: mr. K.
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 18 augustus 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in
het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2 Op 4 februari 2026 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2512451/EvR/JN
van de deken ontvangen.
1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 1 juni 2026. Daarbij
was verweerder met zijn gemachtigde aanwezig. Klager heeft voorafgaand aan de zitting
aan de griffie laten weten niet ter zitting aanwezig te zullen zijn.
1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van
de op de inventarislijst genoemde bijlagen 00 tot en met 04. Ook heeft de raad kennisgenomen
van de door klager op 16 mei 2026 nagezonden stukken.
2 FEITEN
2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier
en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2 Verweerder is op 26 februari 2025 beëdigd als advocaat. Hij doorloopt derhalve
thans zijn stageperiode.
2.3 Op 19 juni 2025 heeft klager – als particulier - een oude SD-kaart met een
navigatiesysteem van Volkswagen op Marktplaats te koop aangeboden voor €45,00 inclusief
verzendkosten.
2.4 Op 7 juli 2025 werd klager via de Marktplaats-chat benaderd door een persoon
handelend onder de naam Bert Meijer die interesse had in de SD-kaart. Hij vroeg klager
of andere mensen tevreden waren met de SD-kaart die ze van hem hadden gekocht waarop
klager hem een schermafbeelding stuurde van een positieve reactie van iemand aan wie
hij eerder op Marktplaats een andere oude SD-kaart van een van zijn auto’s had verkocht.
2.5 Kort daarna reageerde Bert Meijer dat hij de SD-kaart van klager wilde overnemen,
waarna hij het geld naar klager heeft overgemaakt vanuit een privé bankrekening op
naam van mevrouw E. Mevrouw E. is werkzaam als juridisch medewerkster bij het kantoor
van verweerder.
2.6 Na ontvangst van de betaling heeft klager de SD-kaart opgestuurd naar het
door Bert Meijer opgegeven verzendadres. Dat was het adres van het kantoor van verweerder.
2.7 Op 22 juli 2025 heeft klager een sommatiebrief van het kantoor van verweerder
ontvangen, ondertekend door mr. K. en verweerder. Mr. K. is de patroon van verweerder.
2.8 In de sommatiebrief wordt klager gewezen op het feit dat hij met zijn handelen
op Marktplaats inbreuk maakt op de merkrechten van een cliënte van verweerder, het
bedrijf V. BV, door SD-kaarten te verkopen met het merk van V. BV, terwijl zij daar
geen toestemming voor heeft gegeven. Tevens wordt klager geïnformeerd over de betreffende
proefaankoop van de SD-kaart in juli 2025 waarna is vastgesteld dat het doorklager
geleverde product niet door of met toestemming van de cliënte van verweerder is geproduceerd.
Klager wordt in de sommatiebrief onder meer verzocht binnen drie werkdagen een voorschot
van € 2.500 als schadevergoeding te betalen.
2.9 Op 18 augustus 2025 heeft klager een klacht tegen verweerder ingediend.
3 KLACHT
3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door op te treden
onder een valse naam en zijn hoedanigheid als advocaat niet kenbaar te maken en vervolgens
een intimiderende en inhoudelijk ook onjuiste sommatiebrief te sturen. Door op deze
wijze te handelen heeft verweerder volgens klager niet gehandeld zoals een behoorlijk
advocaat betaamt en het vertrouwen in de advocatuur geschaad.
4 VERWEER
4.1 Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De raad zal hierna, waar
nodig, op het verweer ingaan.
5 BEOORDELING
Toetsingskader
5.1 De onderhavige klacht betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij.
Uitgangspunt is dat de advocaat een ruime mate van vrijheid geniet om de belangen
van zijn cliënt te behartigen op de wijze als hem in overleg met zijn cliënt goeddunkt.
Deze vrijheid is niet absoluut, maar kan onder meer beperkt worden doordat (a) de
advocaat zich niet onnodig grievend mag uitlaten over de wederpartij, (b) de advocaat
geen feiten mag poneren waarvan hij de onwaarheid kent of redelijkerwijs kan kennen,
(c) de advocaat bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt de belangen van
de wederpartij niet onnodig of onevenredig mag schaden zonder redelijk doel.
5.2 De advocaat behoeft in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat
hij voor zijn cliënt wil bereiken met de middelen waarvan hij zich bedient, opweegt
tegen het nadeel dat hij daarmee aan de wederpartij toebrengt. Wel moet de advocaat
zich onthouden van middelen die op zichzelf beschouwd ongeoorloofd zijn of die, zonder
dat zij tot enig noemenswaardig voordeel van zijn cliënt strekken, onevenredig nadeel
aan de wederpartij toebrengen.
Beoordeling
5.3 Uit de zich in het dossier bevindende stukken en verhandelde ter zitting
blijkt naar het oordeel van de raad genoegzaam dat verweerder een marktplaatsaccount
heeft aangemaakt onder een valse naam, met als doel aankopen te doen bij verkopers
die mogelijk inbreuk maakten op het merkrecht van zijn cliënte V. BV, zonder bekend
te maken dat hij de advocaat van deze cliënte was. Daarmee heeft verweerder naar het
oordeel van de raad de kernwaarde integriteit geschonden. Het gaat immers als advocaat
niet aan je heimelijk voor te doen als een ander. De klacht is in zoverre gegrond.
5.4 Ten aanzien van de inhoud van de sommatiebrief van 22 juli 2025 stelt de
raad vast dat daar weliswaar de naam van verweerder onder staat maar dat uit de stukken
en het verhandelde ter zitting is gebleken dat mr. K. deze brief heeft opgesteld en
de naam van verweerder daarin alleen heeft vermeld in verband met de waarneming tijdens
haar vakantie. De inhoud van deze brief komt gelet hierop voor haar rekening; verweerder
kan daarvoor niet verantwoordelijk worden gehouden. In zoverre is de klacht ongegrond.
5.5 Gelet op het voorgaande zal de raad de klacht derhalve deels gegrond en deels
ongegrond verklaren.
6 MAATREGEL
6.1 Op het moment dat de feiten waar de klacht op ziet zich voordeden – begin
juli 2025 - was verweerder pas vier maanden advocaat en werkte hij onder verantwoordelijkheid
van mr. K. Verweerder heeft ter zitting verklaard dat de aan hem verweten werkwijze
gangbare praktijk is binnen zijn kantoor en mr. K. heeft dat bevestigd. Hoewel verweerder
in beginsel zelf verantwoordelijk is voor zijn handelen ziet de raad in deze specifieke
omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel.
7 GRIFFIERECHT EN KOSTENVEROORDELING
7.1 Omdat de raad de klacht gegrond verklaart, moet verweerder op grond van artikel
46e lid 5 Advocatenwet het door klager betaalde griffierecht van € 50,- aan hem vergoeden
binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden. Klager geeft binnen
twee weken na de datum van deze beslissing zijn rekeningnummer schriftelijk aan verweerder
door.
7.2 Nu de raad geen maatregel oplegt, zal de raad verweerder niet veroordelen
in de proceskosten.
BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart de klacht deels gegrond en deels ongegrond;
- bepaalt dat verweerder geen maatregel wordt opgelegd;
- veroordeelt verweerder tot betaling van het griffierecht van € 50,- aan klager.
Aldus beslist door mr. M.V. Ulrici, voorzitter, mrs. P.J. Mijnssen en J.C. Ellerman, leden, bijgestaan door mr. M.M.C. van der Sanden als griffier en uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 20 juli 2026