We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TAHVD:2026:233 Hof van Discipline 's Gravenhage 260285

ECLI: ECLI:NL:TAHVD:2026:233
Datum uitspraak: 23-07-2026
Datum publicatie: 23-07-2026
Zaaknummer(s): 260285
Onderwerp: Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Verwijzing
Beslissingen:
  • Voorzittersbeslissing
  • Verwijzing
Inhoudsindicatie: Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46 c lid 5 Advocatenwet.  De klacht tegen de deken Zeeland-West-Brabant betreft de werkwijze van de deken en het verzoek om informatie naar aanleiding van de klacht van klager over mr. Van K. Klager kan het dekenonderzoek desgewenst bij de behandeling van de klacht door de raad van discipline aan de orde stellen als hij daar ontevreden over is. Dit rechtvaardigt geen nieuwe klacht. Daarom zal de voorzitter de klacht tegen de deken niet verwijzen.  

Beslissing van de voorzitter van
het Hof van Discipline
    
van  23 juli 2026
in de zaak 260285

    

naar aanleiding van de klacht van:
    
           
klager 
    
tegen:

mr. E.W.J. de Groot
advocaat en deken te Zeeland-West-Brabant
    
de deken  

1    HET VERZOEK


1.1    De voorzitter van het hof verwijst naar het e-mailbericht van 7 juli 2026 van klager. Hierin verzoekt klager aan de voorzitter van het hof een klacht over de deken Zeeland-West-Brabant te verwijzen naar een andere deken voor onderzoek en behandeling. 

1.2    Klager heeft bij de verweerder bij de deken Zeeland-West-Brabant een klacht ingediend over mr. Van K, advocaat. Naar aanleiding van deze klacht heeft de deken op 29 juni 2026 enkele vragen gesteld aan klager. Klager stelt dat het de taak van de deken is om op basis van door hem aangeleverd informatie onderzoek te doen. Klager stelt dat hij alle informatie via het webformulier heeft verstrekt.

2    DE BEOORDELING


2.1    Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht tegen een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe.

2.2    De klacht tegen de deken Zeeland-West-Brabant betreft de werkwijze van de deken en het verzoek om informatie naar aanleiding van de klacht van klager over mr. Van K. Klager kan het dekenonderzoek desgewenst bij de behandeling van de klacht door de raad van discipline aan de orde stellen als hij daar ontevreden over is. Dit rechtvaardigt geen nieuwe klacht. Daarom zal de voorzitter de klacht tegen de deken niet verwijzen. 

3    BESLISSING

De voorzitter van het Hof van Discipline:

- wijst het verzoek tot verwijzing af.


Deze beslissing is genomen op 23 juli 2026 door mr. J.D. Streefkerk, plaatsvervangend voorzitter.

Plaatsvervangend voorzitter

De beslissing is verzonden op 23 juli 2026.