We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TAHVD:2026:235 Hof van Discipline 's Gravenhage 260257 260258

ECLI: ECLI:NL:TAHVD:2026:235
Datum uitspraak: 23-07-2026
Datum publicatie: 23-07-2026
Zaaknummer(s):
  • 260257
  • 260258
Onderwerp: Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Verwijzing
Beslissingen:
  • Voorzittersbeslissing
  • Verwijzing
Inhoudsindicatie: Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet.  Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens het klachtonderzoek neemt (zoals het toelaten van stukken). Klager kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, zijn klacht over mr. S laten toetsen door de raad van discipline. Binnen de kaders van die procedure kan klager al zijn bezwaren over het klachtonderzoek door de deken en de daarin door de deken genomen procedurele beslissingen onder de aandacht van de raad van discipline brengen. Daarom zal de voorzitter de klacht over de deken niet verwijzen.  

Beslissing van de voorzitter van
het Hof van Discipline
    
van 23 juli 2026
in de zaken 260257 en 260258

    
naar aanleiding van de klacht van:
    
         
klager 


tegen:

    
mr. F.A. ten Berge 
advocaat en deken van de Orde van Advocaten Midden-Nederland     
    
de deken 

1.    HET VERZOEK

De voorzitter van het hof verwijst naar het e-mailbericht met bijlagen van 1 juli 2026 van klager. 
In dit bericht dient klager een klacht in over de deken met het verzoek aan het hof om deze in behandeling te nemen (zaaknummer 260257). Vrijwel direct na deze e-mail heeft klager nog een tweede klacht over de deken ingediend met de vermelding ‘En een 2e klacht’ (zaaknummer 260258). Inhoudelijk betreft het echter één en dezelfde klacht. Om die reden wordt in één beslissing op beide verwijzingsverzoeken beslist. 


2.    DE BEOORDELING

2.1    Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht over een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe.

2.2    Uit de door klager met zijn klacht meegestuurde bijlagen leidt de voorzitter af dat de klacht betrekking heeft op een procedurele beslissing van de deken (niet toelaten van stukken van klager) in een lopend klachtonderzoek van de deken. Volgens klager kan hij op deze wijze niet fatsoenlijk de klacht beschrijven en verweer voeren. 

2.3    Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens het klachtonderzoek neemt (zoals het toelaten van stukken). Klager kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, zijn klacht over mr. S laten toetsen door de raad van discipline. Binnen de kaders van die procedure kan klager al zijn bezwaren over het klachtonderzoek door de deken en de daarin door de deken genomen procedurele beslissingen onder de aandacht van de raad van discipline brengen. Daarom zal de voorzitter de klacht over de deken niet verwijzen. 


3.    BESLISSING

De voorzitter van het Hof van Discipline:

- wijst het verzoek tot verwijzing af.


Deze beslissing is genomen op 23 juli 2026 door mr. drs. P. Fortuin, plaatsvervangend voorzitter.

Plaatsvervangend voorzitter

De beslissing is verzonden op 23 juli 2026.