Zoekresultaten 801-850 van de 48197 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:110 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-218/DH/RO
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 13-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:110
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in geschillen over alimentatie en verkoop van de echtelijke woning. Klacht deels niet-ontvankelijk, omdat deze te laat is ingediend. Klachten voor het overige kennelijk ongegrond. Verweerster heeft de standpunten van haar cliënte verwoord binnen de ruime mate van vrijheid die haar toekomt. Het stond verweerster vrij klager rechtstreeks aan te schrijven nadat klager de samenwerking met zijn advocaat had beëindigd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:98 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3015
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:98
Klacht tegen een psychiater. Klaagster heeft gedurende een aantal jaren samen met haar partner relatietherapie gevolgd bij de psychiater. Nadat die behandelrelatie was geëindigd, is de psychiater gebeld door de inmiddels ex-partner van klaagster en een buurvrouw, omdat zij zich zorgen maakten over klaagster. Diezelfde avond is klaagster opgehaald door de crisisdienst en gedwongen opgenomen in een gesloten GGZ-afdeling. Klaagster verwijt de psychiater onder meer dat hij aan de ex-partner en de buurvrouw het advies heeft gegeven om de huisarts te bellen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart dit klachtonderdeel ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen dit deel van de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:104 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-690/DH/RO
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 13-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:104
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:101 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2938
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:101
Klacht van de inspectie tegen een verpleegkundige. De inspectie verwijt de verpleegkundige dat zij seksueel grensoverschrijdend heeft gehandeld door tijdens de behandelrelatie privécontact aan te gaan met een patiënt en aansluitend aan de behandelrelatie een seksuele en persoonlijke relatie aan te gaan met de patiënt. Ook verwijt de inspectie de verpleegkundige dat zij onprofessioneel heeft gehandeld door – zonder dat hiertoe een noodzaak bestond – medische informatie over patiënten met een derde te delen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de verpleegkundige de maatregel van schorsing opgelegd voor de duur van twaalf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk. Zowel de inspectie als de verpleegkundige komen in beroep tegen de zwaarte van de opgelegde maatregel. Het beroep van de inspectie slaagt. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege, voor zover daarbij een deels voorwaardelijke schorsing is opgelegd en legt de verpleegkundige een voorwaardelijke doorhaling van haar inschrijving in het BIG-register op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:155 Hof van Discipline 's Gravenhage 260069
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 19-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:155
Klacht wordt niet verwezen. Een klacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen en evenmin om doorzending aan de raad van discipline af te dwingen, zonder het verschuldigde griffierecht te betalen. Een klager kan de klacht tegen de andere advocaat, na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de raad van discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Klager heeft deze mogelijkheid gekregen van de deken, maar heeft zich op het standpunt gesteld dat de deken een formele factuur moet verschaffen die voldoet aan de daaraan te stellen eisen. De deken heeft klager erop gewezen dat hij het griffierecht dient te voldoen en dat vervolgens zijn klacht aan de Raad van Discipline zal worden gestuurd. Dit is de gebruikelijke gang van zaken. Er is geen noodzaak voor de deken om aan de eisen die klager stelt aan de factuur tegemoet te komen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8525
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 19-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:116
Gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater, die ook geneesheer-directeur is, heeft een afweging gemaakt in de rol van psychiater, en niet in de rol van geneesheer-directeur. Tweede tuchtnorm. De psychiater onderschreef het tijdens het MDO afgesproken beleid om contact op te nemen met de moeder van klaagster, ook nadat klaagster had aangegeven dit niet te willen. Er was geen sprake van een noodsituatie die zodanig acuut was dat een andere oplossing niet kon worden afgewacht. De psychiater heeft gereflecteerd op de gebeurtenis. Klacht gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:99 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3016
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:99
Klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster heeft gedurende een aantal jaren samen met haar partner relatietherapie gevolgd bij de psychotherapeut. Nadat die behandelrelatie was geëindigd, is de psychotherapeut gebeld door de inmiddels ex-partner van klaagster en een buurvrouw, omdat zij zich zorgen maakten over klaagster. Diezelfde avond is klaagster opgehaald door de crisisdienst en gedwongen opgenomen in een gesloten GGZ-afdeling. Klaagster verwijt de psychotherapeut onder meer dat hij aan de ex-partner en de buurvrouw het advies heeft gegeven om de huisarts te bellen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart dit klachtonderdeel ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen dit deel van de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:105 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-791/DH/RO
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 13-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:105
Raadbeslissing. Klacht van advocaat tegen advocaat wederpartij. Verweerder heeft klager geen afschrift van een aan het gerechtshof toegestuurde akte gestuurd, waardoor klager (en zijn cliënt) geen kennis konden nemen van de inhoud van die akte. Verweerder heeft ondanks klagers verzoek daartoe geweigerd de akte te verstrekken. Dat is onzorgvuldig. Verweerder heeft ook een bericht direct aan klagers cliënt gestuurd, terwijl daartoe geen noodzaak bestond. Verweerder heeft onwelwillend en tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:98 Raad van Discipline Amsterdam 25-721/A/A
- Datum publicatie: 18-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:98
Raadsbeslissing. Het verzet wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:150 Hof van Discipline 's Gravenhage 260029
- Datum publicatie: 18-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:150
Artikel 13 lid 1 Advocatenwet. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:119 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-255/AL/GLD
- Datum publicatie: 18-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:119
Voorzittersbeslissing. Klaagster heeft een geschil met de Vereniging van Eigenaren over reparatie van lekkage in haar woning. Verweerster heeft de VvE daarin bijgestaan. Alhoewel de voorzitter begrijpt dat een geschil binnen een VvE veel impact op klaagster heeft, maakt dit nog niet dat verweerster daarvan als advocaat van de VvE een verwijt gemaakt kan worden. Verweerster heeft op grond van de instructie van de VvE gehandeld als partijdig advocaat. Zij was daarbij de advocaat van de rechtspersoon, de VvE, niet van de individuele eigenaren. Uit de stukken is de voorzitter niet gebleken dat verweerster de grenzen heeft overschreden van de vrijheid die zij als advocaat van de wederpartij had en verweerster daarbij de belangen van klaagster op enigerlei wijze heeft geschaad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:99 Raad van Discipline Amsterdam 25-914/A/A
- Datum publicatie: 18-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:99
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. De raad ziet zich eerst voor de vraag gesteld of klaagster een klacht over het handelen van verweerder als advocaat van de ouders mocht indienen, zonder dat O (als bestuurder en 50%-aandeelhouder van klaagster) hiermee heeft ingestemd. Naar het oordeel van de raad dient deze vraag bevestigend te worden beantwoord. De stelling van verweerder dat klaagster, zijnde een BV, niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de door haar ingediende klacht slechts op instructie van één van de twee bestuurders is ingediend, gaat naar het oordeel van de raad in dit geval niet op. Beide aandeelhouders/bestuurders van klaagster moeten zelfstandig bevoegd worden geacht tot het indienen van een klacht, voor zover die klacht, met inachtneming van het genoemde toetsingskader, ziet op handelen van een advocaat waardoor klaagster in haar belangen kan worden geschaad. Als dit anders zou zijn, kan de medeaandeelhouder bewerkstelligen dat een vennootschap een zodanige klacht niet tegen een advocaat kan indienen, hetgeen onwenselijk zou zijn. Van een dergelijke situatie is in dit geval sprake, omdat klaagster een geschil heeft met de ouders van HS, de bestuurder van O, en HS via O instemming heeft onthouden aan het indienen van een klacht tegen verweerder, ondanks dat klaagster daarbij belang kan hebben. De raad is daarom van oordeel dat klaagster, ondanks het ontbreken van de instemming van O en gelet op alle genoemde omstandigheden, ontvankelijk is in de door haar tegen verweerder als advocaat van de wederpartij ingediende klacht. De in klachtonderdeel a) gemaakte verwijten zijn gebaseerd op de artikelen 7.1 en 7.2 van de Voda. Deze artikelen vallen onder Hoofdstuk 7 van de Voda, getiteld “Relatie advocaat-cliënt”. Het verwijt van klaagster ziet aldus op het handelen van verweerder in de verhouding tot zijn cliënten. Klaagster is hierdoor niet rechtstreeks in haar belang geraakt. Ten aanzien van het verwijt in klachtonderdeel c) overweegt de raad dat het aanvragen van een toevoeging (ook) ziet op de relatie tussen een advocaat en zijn cliënt. Het is niet aan klaagster om hierover te klagen, nu klaagster hier buiten staat. De klachtonderdelen a) en c) zijn om die reden (alsnog) niet-ontvankelijk. In klachtonderdeel b) is het de raad niet gebleken dat één van de door verweerder ingenomen stellingen onjuist was. Van het bestaan van enige tegenstrijdigheid hierin of van het (hiermee) door verweerder verschaffen van onjuiste informatie, is naar het oordeel van de raad geen sprake. Nu de raad de verwijten in de hiervoor genoemde klachtonderdelen niet-ontvankelijk, dan wel ongegrond heeft verklaard, is het in klachtonderdeel d) genoemde verwijt, dat verweerder klaagster als gevolg van deze handelingen schade zou hebben berokkend, naar het oordeel van de raad eveneens niet-ontvankelijk voor zover dit ziet op de in de klachtonderdelen a) en c) gemaakte verwijten. Klachtonderdeel d) is ongegrond voor zover dit verwijt ziet op het verwijt in klachtonderdeel b).
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:100 Raad van Discipline Amsterdam 25-915/A/A
- Datum publicatie: 18-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:100
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond. De raad concludeert dat geen sprake is van een situatie waarin verweerder de rechtbank verkeerd heeft voorgelicht of dat hij informatie aan de rechtbank heeft verstrekt waarvan hij wist, of behoorde te weten, dat deze onjuist was. Er is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:151 Hof van Discipline 's Gravenhage 260028
- Datum publicatie: 18-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:151
Artikel 13 lid 1 Advocatenwet. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:39 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/69
- Datum publicatie: 18-05-2026
- Datum uitspraak: 29-09-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:39
Hond. Dierenarts wordt verweten te veel medicatie te hebben voorgeschreven voor een hond, waardoor de gezondheidstoestand van de hond ernstig is verslechterd. [Klacht ongegrond]
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:148 Hof van Discipline 's Gravenhage 260047
- Datum publicatie: 18-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:148
Artikel 13 lid 1 Advocatenwet. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:96 Raad van Discipline Amsterdam 25-785/A/NH
- Datum publicatie: 18-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:96
Raadsbeslissing. Het verzet wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:149 Hof van Discipline 's Gravenhage 260030
- Datum publicatie: 18-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:149
Artikel 13 lid 1 Advocatenwet. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:97 Raad van Discipline Amsterdam 25-687/A/A
- Datum publicatie: 18-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:97
Raadsbeslissing. Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2026:4 Kamer voor het notariaat Amsterdam 775691 / NT RK 25/30 775709 / NT RK 25/31
- Datum publicatie: 15-05-2026
- Datum uitspraak: 07-05-2026
- ECLI:NL:TNORAMS:2026:4
Klacht tegen notaris. De kamer is van oordeel dat er in dit geval geen reden voor de notaris was om dienst te weigeren en de leveringsakte niet te passeren. In de eerste plaats vormt het enkele feit dat de splitsingsakte, waarnaar in de leveringsakte wordt verwezen, niet in overeenstemming is met de feitelijke situatie geen belemmering voor het passeren van de akte. (...) In de tweede plaats vormde ook het gestelde belang van klager voor de notaris geen reden om zijn dienst te weigeren en de akte niet te passeren. (...) De kamer is van oordeel dat er in dit geval geen sprake is van schending van het recht van een derde. De enkele stelling van klager dat zijn belangen, en die van overige VvE-leden, waren betrokken bij de leveringsakte is onvoldoende voor het oordeel dat op de notaris een zorgplicht jegens klager rustte die hem aanleiding had moeten geven om zijn ministerie te weigeren of op te schorten. (...) Uit het voorgaande volgt dat de kamer de klacht tegen de notaris ongegrond zal verklaren.Klacht tegen kandidaat-notaris. Het is de kamer niet gebleken op welke wijze er sprake zou zijn (geweest) van belangenverstrengeling bij de kandidaat-notaris. Dat zij betrokken is geweest bij het opstellen van de akte van levering en daarmee de belangen van verkopers en koper heeft gediend, leidt niet tot belangenverstrengeling. Voor zover klager meent dat de kandidaat-notaris hem had moeten inlichten, omdat zij ook betrokken was bij de wijziging van de splitsingsakte wordt dat idee verworpen. Hiervoor is al overwogen dat de levering geen verandering heeft gebracht in de juridische positie van klager. Er was voor de kandidaat-notaris alleen al daarom geen aanleiding om klager over deze levering in te lichten. Bovendien was het de kandidaat-notaris niet toegestaan de VvE-leden, waaronder klager, te informeren over de leveringsakte, gelet op de geheimhoudingsplicht van artikel 22 Wna. De kamer zal ook deze klacht ongegrond verklaren.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:6 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/453866 KL RK 25-103
- Datum publicatie: 15-05-2026
- Datum uitspraak: 04-03-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:6
De notaris heeft niet voldaan aan zijn zorg- en informatieplicht, door rode vlaggen te negeren die duiden op een ongebruikelijke transactie voor klager. De notaris had hierin een zwaarwegende zorgplicht. De kamer kan niet vaststellen dat de notaris klager (voldoende) heeft voorgelicht over de transacties. Bovendien heeft de notaris onvoldoende onderzoek gedaan naar de ongebruikelijke transactie, waardoor hij onvoldoende informatie had om te kunnen bepalen of hij al dan niet zijn ministerie kon verlenen. Dit dient voor rekening van de notaris te blijven. De kamer beslist dat de notaris zijn ministerieplicht dus heeft geschonden. De notaris heeft bovendien niet voldaan aan zijn waarschuwingsplicht ten aanzien van het niet vestigen van een hypotheekrecht. Uit het dossier blijkt niet dat de notaris dit goed met klager heeft besproken. Er is enkel sprake van een schriftelijke constatering dat er geen hypotheekrecht wordt gevestigd en dat dit wel wordt geadviseerd door de notaris. Dat is onvoldoende.De notaris heeft bovendien onvoldoende oog gehad voor de kwetsbare positie waarin klager verkeerde en heeft geen onderzoek gedaan naar of de beoogde transacties in overeenstemming waren met de wil van klager. Bovendien had gerede twijfel moeten bestaan over de wilsbekwaamheid van klager. De notaris had klager op zijn minst onder vier ogen moeten spreken, dit heeft hij niet gedaan. De notaris heeft dus onvoldoende onderzoek gedaan naar de wilsbekwaamheid van klager.Op grond van al het voorgaande stelt de kamer ook vast dat de notaris niet onpartijdig heeft gehandeld, het dossier was onvolledig en klager is niet goed voorgelicht over de financiële gevolgen van de transactie.Voor al deze gegronde klachtonderdelen legt de kamer een berisping aan de notaris op.De klacht voor wat betreft de onjuiste en onvolledige redactie van de notariële akte is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:7 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/449604 KL RK 25-47
- Datum publicatie: 15-05-2026
- Datum uitspraak: 26-02-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:7
Klager ontvankelijk, ondanks handelen notaris uit 2020. Uitzonderingstermijn is van toepassing.De kamer kan niet vaststellen dat de notaris klager heeft voorgelicht over het finaal verrekenbeding en op basis van welke gegevens dit geweest is. De notaris heeft verklaard geen aantekeningen te hebben gemaakt tijdens het gesprek dat hij gevoerd heeft met klager over de op te stellen samenlevingsovereenkomst. Klager was bovendien de meest vermogende partij. De notaris heeft geen vermogensoverzicht gemaakt, terwijl dit wel op zijn plek was gezien de omstandigheden. De notaris had klager schriftelijk moeten informeren over het finaal verrekenbeding zoals dit is opgenomen in de samenlevingsovereenkomst. Niet is komen vast te staan dat de notaris zijn informatieplicht op dit onderdeel heeft vervuld. De kamer legt aan de notaris de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:11 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/48
- Datum publicatie: 15-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:11
De klager verwijt de kandidaat-notaris dat hij op verzoek van een hypotheekhouder een valse verklaring heeft opgesteld over de totstandkoming van een hypotheekakte die hij heeft gepasseerd. De hypotheekhouder beroept zich op deze verklaring in een civiele procedure tegen de klager over de vraag wie recht heeft op de opbrengst van de veiling van de verhypothekeerde woning. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8167
- Datum publicatie: 13-05-2026
- Datum uitspraak: 13-05-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:87
Verweerder is als geneesheer-directeur verbonden aan het psychotherapeutische centrum waar patiënt werd behandeld. Patiënt is op 8 maart 2021 overleden door suïcide. Klaagster is nabestaande en maakt verweerder verschillende verwijten over de behandeling van patiënt en de gang van zaken na de suïcide. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8168
- Datum publicatie: 13-05-2026
- Datum uitspraak: 13-05-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:88
Verweerster (psychiater) is in de periode van 13 maart 2020 tot en met 14 juli 2020, waarvan een gedeelte als regiebehandelaar, betrokken geweest bij de behandeling van klaagsters echtgenoot (hierna: patiënt). Patiënt is in maart 2021 overleden door suïcide. Klaagster maakt verweerster verschillende verwijten over de behandeling van patiënt. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8739
- Datum publicatie: 13-05-2026
- Datum uitspraak: 13-05-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:89
Kennelijk ongegronde klacht tegen specialist ouderengeneeskunde over onterechte overplaatsing van patiënte naar een gespecialiseerd zorgcentrum zonder instemming of overleg met familie. Artikel 21 Wet zorg en dwang. Toename gedragsproblematiek. Verblijf in kleinschalige woonvorm niet meer passend. Voortdurend en uitgebreid met de familie besproken. Besluit raad van bestuur. Voldoende valide argumenten voor overplaatsing.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8742
- Datum publicatie: 13-05-2026
- Datum uitspraak: 13-05-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:90
Kennelijk ongegronde klacht tegen GZ-psycholoog over onterechte overplaatsing van patiënte naar een gespecialiseerd zorgcentrum zonder instemming of overleg met familie. Artikel 21 Wet zorg en dwang. Toename gedragsproblematiek. Verblijf in kleinschalige woonvorm niet meer passend. Voortdurend en uitgebreid met de familie besproken. Besluit raad van bestuur. Voldoende valide argumenten voor overplaatsing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:118 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-132/AL/NN
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 12-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:118
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over een deken kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8709
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 12-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:110
Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft een klacht ingediend in verband met de behandeling van haar moeder tijdens een consult. Klaagster vindt dat het onderzoek van de huisarts en de vervolgstappen ontoereikend zijn geweest en ziet een verband met het overlijden van haar moeder korte tijd erna. Het college oordeelt dat de huisarts enkele gerichte onderzoeksverrichtingen heeft nagelaten. Daarnaast heeft het college een passend vervolgonderzoek, het maken van een echo, gemist. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Klacht deels gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8863
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 12-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:111
Klacht tegen huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden door medische informatie van andere patiënten met haar te delen en dat hij daarnaast de eed van Hippocrates heeft geschonden door de met klaagster gemaakte afspraak voor na zijn pensioen te ontkennen en door na zijn pensioen niet meer de moeite te nemen om met klaagster in gesprek te gaan. Klaagster is in het eerste klachtonderdeel niet-ontvankelijk omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is. Het tweede klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:284 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-075/AL/OV
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:284
Verzetbeslissing. Er is door de voorzitter in de voorzittersbeslissing niet op alle klachtonderdelen beslist. Verzet gegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:58 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-051/DB/LI
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:58
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Het verwijt, dat verweerder ondanks een belangenconflict tegen klager heeft opgetreden is ongegrond. Naar het oordeel van de raad is niet gebleken dat klager tijdens het gesprek met mr. H informatie heeft verstrekt die verweerder moest beletten om tegen klager op te treden. Van (de schijn van) belangenverstrengeling, zoals genoemd in het toetsingskader onder 5.3, is naar het oordeel van de raad geen sprake. Evenmin is gebleken dat verweerder heeft geweigerd inhoudelijke antwoorden gegeven en zich obstructief heeft opgesteld, noch dat hij een misleidend schikkingsvoorstel heeft gedaan, zonder dit te onderbouwen. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:8 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/450997 KL RK 25-67
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:8
Klager verwijt de kandidaat-notaris dat zij onvoldoende toezicht heeft gehouden op de werkzaamheden van de klerk en hem onterecht indirect heeft beschuldigd van het geven van een opdracht aan de klerk. De kamer is het niet met klager eens en acht de klacht ongegrond. Voor zover de klacht betrekking heeft op de aankoop door zijn dochter acht de kamer de klacht niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:59 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-242/DB/ZWB
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 12-05-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:59
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in de hoedanigheid van deken. Vast staat dat klaagster reeds eerder heeft geklaagd over verweersters optreden. De voorzitter constateert in de eerste plaats dat de onderhavige klacht van gelijke aard en inhoud is en op hetzelfde feitencomplex ziet als de eerdere klacht. De raad heeft deze eerdere klacht bij beslissing van 7 april 2026 ongegrond verklaard. Klaagster heeft tegen de beslissing van de raad hoger beroep ingesteld, zodat de beslissing van de raad van 7 april 2026 nog niet onherroepelijk is geworden. Het “ne bis in idem-beginsel”, zoals vastgelegd in artikel 47b Advocatenwet, staat om die reden niet aan ontvankelijkheid van de onderhavige (tweede0 klacht van klaagster niet in de weg. De voorzitter constateert in de tweede plaats dat uit het onderhavige klachtdossier geen andere – voor de beoordeling van de klacht relevante – feiten blijken dan zoals reeds door de raad vastgesteld in de genoemde beslissing van 7 april 2026 (ECLI: NL:TADRSHE:2026:45). De voorzitter ziet in hetgeen klaagster naar voren heeft gebracht geen aanleiding om anders te oordelen dan de raad heeft gedaan in de genoemde beslissing van 7 april 2026 (ECLI: NL:TADRSHE:2026:45). Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8996
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 12-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:107
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat zij tijdens een gezondheidscheck zonder toestemming van de patiënt een injectie heeft toegediend. Uit het verslag van de afspraak blijkt wel dat er bloed is geprikt bij klager, maar niet dat er bij hem een injectie is toegediend. Gelet op de toelichting van de huisarts ziet het college geen aanleiding om aan te nemen dat er niettemin toch een injectie zou zijn toegediend.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8826
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 12-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:108
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat zij tijdens een consult geen onderzoek heeft gedaan naar haar buikklachten en haar onvoldoende zorg heeft verleend. Daarnaast verwijt zij de huisarts dat zij haar (en haar zus) tijdens dat consult respectloos en onprofessioneel heeft bejegend. Naar het oordeel van het college heeft de huisarts op een goed te volgen wijze gehandeld. Niet is gebleken dat de huisarts onvoldoende onderzoek heeft gedaan, een onjuist beleid heeft bepaald, onvoldoende en onjuist heeft genoteerd in het medisch dossier en onvoldoende informatie heeft gegeven. Onprofessionele bejegening kan evenmin worden vastgesteld. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:60 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-773/DB/LI
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:60
Raadsbeslissing. Klager verwijt verweerster dat zij hem niet naar behoren heeft bijgestaan, nu zij geen regeling met de Duitse fiscus voor klager heeft getroffen, waardoor klager schade heeft geleden. De raad oordeelt dat klager in de zaak waarop de onderhavige klacht betrekking heeft geen cliënt is geweest van verweerster. Omdat verweerster in het geschil met de Duitse fiscus niet als advocaat voor klager is opgetreden, mist het tuchtrechtelijk verwijt van klager, dat verweerster klager niet naar behoren heeft bijgestaan, omdat zij voor hem geen regeling heeft getroffen, feitelijke grondslag. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:116 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-185/AL/MN
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:116
voorzittersbeslissing van klacht tegen een deken. Niet is gebleken dat verweerster haar taak als deken verwaarloosd heeft doordat zij op 27 januari 2022 niet aanwezig was bij de civiele beslaglegging onder klager als voormalig bestuurder van een stichting, dat was gevestigd op hetzelfde adres als het advocatenkantoor van verweerder. Geen (rechts)regel verplicht een deken daartoe. Nu de afwezigheid van verweerster ten tijde van de beslaglegging onder klager het vertrouwen in de advocatuur niet heeft geschaad. Naar het oordeel van de voorzitter kan het optreden van de deurwaarder op 27 januari 2022 of het handelen van de nieuwe bestuurder van de stichting verweerster niet worden aangerekend. Daar stond zij immers buiten. Op verzoek van de nieuwe bestuurder van de stichting heeft verweerster een praktisch voorstel gedaan om een oplossing te vinden vanwege de patstelling tussen klager en de bestuurder over de inbeslaggenomen administratie. Klager heeft er om hem moverende redenen voor gekozen om van dat aanbod geen gebruik te maken. Niet valt in te zien in welke zin door het optreden van verweerster het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Ook overigens oordeelt de voorzitter de klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9102
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 12-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:109
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat hij bij een consult de indruk gaf dat hij haast had en dat hij fouten heeft gemaakt bij de injectie met Kenacort. De opmerking die de huisarts maakte was misschien niet zo handig, maar het is niet gebleken dat hij klaagster opzettelijk onder druk heeft willen zetten om zich te haasten. Bij het injecteren van Kenacort in de bilspier is er een kleine kans op complicaties, ook al is de injectie op een correcte manier toegediend. Het college heeft niet kunnen vaststellen dat de huisarts fouten heeft gemaakt. Beide klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:61 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-683/DB/LI
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:61
Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:117 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-213/AL/GLD
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:117
voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder op zorgvuldige en deskundige wijze in heldere bewoordingen met klager gecommuniceerd over de inhoud van de eventuele opdracht, de eventuele kosten daarvan en over de voorwaarden die verweerder aan het aannemen van de opdracht stelde. Dreigend of onnodig grievend taalgebruik door verweerder richting klager blijkt niet uit de stukken. Evenmin volgt daaruit dat verweerder zich niet integer of onethisch heeft gedragen. Klager heeft die ernstige verwijten tegenover de betwisting daarvan door verweerder, ook geenszins inzichtelijk gemaakt. Dat een vaste prijsafspraak is gemaakt is niet komen vast te staan. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:56 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-019/DB/LI
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:56
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder de afwikkeling van de nalatenschap fors heeft vertraagd en gefrustreerd, noch dat hij, zonder voorafgaand onderzoek en zonder feitelijke onderbouwing, onjuiste stellingen heeft herhaald. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:93 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3002 Verzet
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 07-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:93
Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard omdat er een periode van meer dan tien jaren is verstreken sinds het gestelde handelen (of nalaten) is geschied. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:228 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3013
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 10-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:228
Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:48 Accountantskamer Zwolle 25/1701 Wtra AK
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:48
Accountant is betrokken bij de totstandkoming van een samenwerking tussen twee partijen zonder oog te hebben voor de bedreiging van zijn objectiviteit. De maatregel van berisping wordt opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:57 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-058/DB/OB
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:57
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij deels gegrond. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat zij in strijd heeft gehandeld met de gedragsregels 21 lid 3 en 25, doordat zij een niet voor haar of haar cliënt bestemde e-mail van 8 oktober 2024 aan haar cliënt heeft doorgestuurd en doordat zij in rechte feiten heeft gesteld, waarvan zij de onjuistheid kende. Daarmee staat vast dat verweerster in een en dezelfde zaak meerdere tuchtrechtelijk verwijtbare handelingen heeft gepleegd. Dat verontrust de raad want hierdoor ontstaat de indruk dat verweerster structureel onvoldoende alertheid betoont bij het naleven van de gedragsregels. Omdat verweerster ter zitting op overtuigende wijze reflectie heeft getoond, aan klaagster haar verontschuldigingen heeft aangeboden, de gedragsrechtelijke misstappen van verweerster van relatieve ernst zijn en geen schade bij klaagster hebben veroorzaakt, zal de raad echter volstaan met oplegging van een waarschuwing. Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij deels gegrond. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat zij in strijd heeft gehandeld met de gedragsregels 21 lid 3 en 25, doordat zij een niet voor haar of haar cliënt bestemde e-mail van 8 oktober 2024 aan haar cliënt heeft doorgestuurd en doordat zij in rechte feiten heeft gesteld, waarvan zij de onjuistheid kende. Daarmee staat vast dat verweerster in een en dezelfde zaak meerdere tuchtrechtelijk verwijtbare handelingen heeft gepleegd. Dat verontrust de raad want hierdoor ontstaat de indruk dat verweerster structureel onvoldoende alertheid betoont bij het naleven van de gedragsregels. Omdat verweerster ter zitting op overtuigende wijze reflectie heeft getoond, aan klaagster haar verontschuldigingen heeft aangeboden, de gedragsrechtelijke misstappen van verweerster van relatieve ernst zijn en geen schade bij klaagster hebben veroorzaakt, zal de raad echter volstaan met oplegging van een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:94 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3013
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 07-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:94
Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:229 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3014
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 10-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:229
Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9240
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:68
Klacht tegen een verzekeringsarts kennelijk ongegrond. Klaagster was bij een ongeval betrokken. De schadebehandelaar van de verzekeraar vroeg aan de verzekeringsarts of hij iets kon zeggen over het percentage blijvende invaliditeit, waarop de verzekeringsarts een medisch advies heeft uitgebracht. Klaagster verwijt de verzekeringsarts, samengevat, dat hij een onzorgvuldig advies heeft gegeven. Het college oordeelt dat het onderzoek door de verzekeringsarts vakkundig en zorgvuldig is uitgevoerd en conform de algemeen aanvaarde werkwijze in de verzekeringsbranche.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:113 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-075/AL/OV
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:113
Na een gegrond verzet heeft de raad de klacht inhoudelijk als volgt beoordeeld. Verweerder wist van zijn cliënte dat klager in een andere procedure tegen zijn cliënte een verklaring van mevrouw M had overgelegd. Volgens zijn cliënte had mevrouw M met die verklaring haar geheimhoudingsbeding als ex-werknemer van cliënte geschonden. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder - als niet betrokken advocaat - op verzoek van zijn cliënte rechtstreeks aan mevrouw M vragen naar de echtheid van die verklaring en had hij haar daarbij ook mogen wijzen op de mogelijke schending van het geheimhoudingsbeding. Dat laatste heeft verweerder echter niet in zijn brief van 1 maart 2024 aan mevrouw M genoemd. In plaats daarvan heeft hij mevrouw M gewezen op de onjuistheid van haar verklaring, haar aansprakelijk gesteld voor mogelijke schade voor zijn cliënte en daarbij ook mogelijke serieuze strafrechtelijke gevolgen genoemd. Een advocaat kan zich niet verschuilen achter een van zijn cliënt verkregen opdracht. Verweerder had ook rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van klager bij die verklaring en de belangen van mevrouw M. Met de toonzetting van zijn brief, die onnodig door de deurwaarder aan mevrouw M is betekend, is verweerder de grenzen van het betamelijke te buiten gegaan. Ook al was verweerder niet als advocaat bij die andere procedure betrokken, had hij gelet op de strekking van gedragsregel 22, die mogelijke getuige niet op deze wijze mogen benaderen. Dat is geen gedrag dat een advocaat betaamt. Het verwijt dat verweerder zich meermaals aan belangenverstrengeling schuldig heeft gemaakt, is de raad uit de stukken niet gebleken. Niet is komen vast te staan dat sprake is geweest van een advocaat-cliënt relatie of dat verweerder de grenzen van het betamelijke hierin heeft overschreden. Waarschuwing.