Zoekresultaten 251-300 van de 47538 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:131 Hof van Discipline 's Gravenhage 250343
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:131
Bekrachtiging beslissing raad. Klacht over de dienstverlening door verweerder en de wijze waarop verweerder die dienstverlening vormgeeft qua inhoud en qua communicatie. De dienstverlening in de zaak van klaagster was ondermaats en het hof is met de raad van oordeel dat verweerder daarin op verschillende manieren is tekortgeschoten. Mede rekening houdend met de beide andere tuchtzaken tegen verweerder waarin gelijktijdig is beslist, volgt de maatregel van schrapping van het tableau (zie beslissing 250246D).
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:138 Hof van Discipline 's Gravenhage 250467
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:138
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft op goede gronden geweigerd om aan klagers herhaalde verzoek te voldoen. Zij heeft eerder een advocaat aangewezen voor het hoger beroep dat klager wilde instellen tegen een vonnis van de kantonrechter. Dat de aangewezen advocaat na het geven van een procesadvies klager niet heeft willen bijstaan omdat een hoger beroep naar verwachting zou leiden tot bevestiging van het vonnis in eerste aanleg, is geen reden voor aanwijzing van een nieuwe advocaat. Van belang is in dit geval dat de aangewezen advocaat de beslissing heeft gebaseerd op een inhoudelijk voldoende onderbouwd procesadvies. Het hof is daarbij niet gebleken van de door klager gestelde “ondermijnende voorwaarden” die volgens klager aan de eerdere aanwijzing zouden zijn verbonden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:132 Hof van Discipline 's Gravenhage 260025
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:132
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken kan alleen overgaan tot aanwijzing van een advocaat als de verzoeker de deken voldoende informatie geeft om te kunnen beoordelen wat voor procedure gevoerd moet worden en of zo’n procedure voldoende kans van slagen heeft. Dat betekent dat het op de weg van klaagster ligt om concreet, aan de hand van feiten, aan te geven wat de procedure is die zij wil voeren en de aanvullende informatie ter onderbouwing van die procedure, waar de deken om heeft verzocht, in te dienen. Dat alles heeft klaagster niet gedaan. Het hof kan uit de van klaagster ontvangen gegevens niet veel meer opmaken dan dat klaagster -anders dan de deken- van mening is dat haar verzoek voldoende duidelijk is en voldoende onderbouwd, maar tegelijkertijd wordt ook vastgesteld dat klaagster zelfs het processtuk waar het allemaal om gaat niet ter beschikking wil stellen. Het hof heeft uit alle stukken niet kunnen afleiden wat het geschil is waarvoor klaagster een kort geding wenst te entameren en is daarom met de deken van oordeel dat klaagster haar verzoek niet voldoende heeft onderbouwd.Het is het hof voorts niet gebleken dat de deken de inspanningsverplichting om zelf een advocaat te vinden verkeerd heeft uitgelegd. Uit het dossier blijkt niet dat klaagster voldoende inspanningen heeft verricht om zelf een advocaat te vinden. Klaagster miskent dat de aanwijzingsbevoegdheid van de deken een vangnetvoorziening is, die pas in werking treedt als de rechtzoekende eerst zelf (aantoonbare) initiatieven heeft genomen om een advocaat te vinden.Tenslotte overweegt het hof dat het in artikel 6, eerste lid, van het EVRM neergelegde recht op toegang tot een rechter niet absoluut is, maar aan verschillende beperkingen mag worden onderworpen. Dergelijke beperkingen mogen het recht op toegang tot de rechter niet in essentie aantasten, maar moeten een gerechtvaardigd doel dienen en moeten proportioneel zijn aan dat doel. Het Nederlandse wettelijk systeem is daarmee niet in strijd (vgl. ABRvS 11 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1243 en HvD, 20 maart 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:52). Dit systeem levert ook geen schending van enige andere verdragsbepaling op (zie HvD 8 mei 2018 ECLI:NL:TAHVD:2018:79). Ook in dit geval komt de beslissing van de deken niet in strijd met artikel 6 EVRM omdat, ook wanneer rechtsbijstand noodzakelijk is om het recht op toegang tot de rechter effectief te doen zijn, de aanspraak daarop niet onbegrensd is.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9205 A2025/9206 A2025/9207 A2025/9208 A2025/9209 A2025/9210 A2025/9211 A2025/9212 A2025/9213
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:112
Voorzittersbeslissing. Klagers zijn kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. Klagers hebben een klacht ingediend tegen vijf bij naam genoemde artsen en negen anoniem gebleven artsen. De klacht gaat over een brief van een psychiater van 29 april 2024 gericht aan het College van procureurs-generaal (het bestuur van het Openbaar Ministerie). De voorzitter overweegt dat een klaagschrift moet voldoen aan een aantal krachtens de wet gestelde eisen. De voorzitter stelt vast dat de secretaris in deze zaak een zorgvuldige invulling heeft gegeven aan de inspanningsverplichting van het tuchtcollege. Mede gezien het uitgangspunt dat klagers diegene zijn die de naam van de beklaagde(n) moeten achterhalen, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege kunnen worden gevergd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:133 Hof van Discipline 's Gravenhage 260024
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:133
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond.Allereerst overweegt het hof dat het (preliminaire) verweer van de deken dat beklag zich richt tegen mr. Rosier, terwijl het besluit is genomen door waarnemend deken mr. Van der Ende, niet slaagt. Een besluit ingevolge artikel 13, eerste lid, van de Advw om (g)een advocaat aan te wijzen wordt genomen door de deken, in het onderhavige geval door de (bevoegde) waarnemend deken. Het eventuele beklag richt zich -anders dan een tuchtklacht- tegen de beslissing en niet tegen de persoon van de beslisser. Het beklag ingevolge artikel 13 Advw is dan ook terecht gericht aan degene voor of namens wie de waarnemend deken zijn beslissing heeft genomen.Uit de aanvraag maakt het hof op dat klager bijstand van een advocaat wenst in een bestuursrechtelijke procedure. Omdat in het bestuursrecht bijstand door een advocaat niet verplicht is, kan het beklag van klager tegen de afwijzingsbeslissing van de waarnemend deken niet slagen. Ten aanzien van de uitbreiding van het aanwijzingsverzoek van klager, althans zijn aanvullingen tijdens deze beklagprocedure, stelt het hof vast dat deze uitbreiding te laat is geschied en daarnaast niet is onderbouwd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:134 Hof van Discipline 's Gravenhage 260015
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:134
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het hof stelt vast dat klager, ondanks meerdere verzoeken daartoe van de deken, geen (relevante) informatie heeft gegeven waaruit blijkt welke vordering hij wenst in te stellen, wat de grondslag van die beweerdelijke vordering is, bij welke instantie hij een procedure wil starten en wat zijn belang bij een dergelijke procedure is. Verder ontbreken concrete stukken die als aanknopingspunt kunnen dienen voor een juridische procedure. Als gevolg daarvan kan de haalbaarheid van een eventuele procedure niet worden beoordeeld. Evenmin kan worden beoordeeld of het zou gaan om een procedure waarvoor bijstand door een advocaat noodzakelijk of vereist is. Ten aanzien van de verjaring heeft klager wel een bewijs van de verzending van een aangetekende brief overgelegd, maar de brief zelf niet, zodat niet kan worden vastgesteld wat de inhoud van de brief is en of het gestelde vorderingsrecht is gestuit en om die reden nog succesvol kan zijn. Het hof stelt daarbij vast dat klager bij zijn beklag heeft aangevoerd dat hij wil dat een advocaat wordt aangewezen om de verjaring van zijn vorderingen te stuiten. Uit de eigen stellingen van klager volgt echter dat daarin inmiddels zou zijn voorzien, zodat het beklag om die reden ook niet kan slagen. Voor een stuitingshandeling is daarenboven geen advocatenbijstand vereist.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:135 Hof van Discipline 's Gravenhage 260009
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:135
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft op goede gronden geweigerd aan klaagsters herhaalde verzoek te voldoen, omdat klaagster niet in de positie verkeert dat zij geen advocaat bereid kan vinden om haar bij te staan. Dat klaagster het kennelijk niet eens is met de wijze waarop haar advocaat de zaak aanpakt(e) is geen reden voor aanwijzing van een (nieuwe) advocaat. Klaagster miskent dat de aanwijzingsbevoegdheid van de deken een vangnetvoorziening is, die pas in werking treedt als de rechtzoekende zelf geen advocaat kan vinden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:129 Hof van Discipline 's Gravenhage 250221
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:129
Klacht tegen advocaat wederpartij. Gedeeltelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan eigen belang. Verwijt dat verweerder vertrouwelijke stukken uit de mediation in procedures heeft overgelegd, gegrond. De raad heeft de overige klachtonderdelen ongegrond verklaard, omdat de raad vanwege het geslaagde beroep van verweerder op zijn verschoningsrecht niet heeft kunnen vaststellen of verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het hof is met de raad van oordeel dat verweerder tegenover klaagster - de wederpartij - een beroep mag doen op zijn geheimhoudingsplicht jegens zijn oud-cliënten. Dat betekent echter niet dat de klachtonderdelen, waarvoor verweerder zich op zijn geheimhoudingsplicht beroept, ongegrond moeten worden verklaard vanwege het enkele feit dat verweerder zich daartegen niet heeft verweerd of kunnen verweren. Of die klachtonderdelen al dan niet gegrond moeten worden verklaard, hangt af van de feiten die, in dit geval met name aan de hand van de verschillende uitspraken van gerechtelijke instanties, ook zonder kennisneming van eventuele verweren van verweerder kunnen worden vastgesteld. Het hof verklaart deze klachtonderdelen voor het overgrote deel alsnog gegrond. Het had in deze specifieke zaak op de weg van verweerder gelegen om nader onderzoek te doen naar de informatie die hem door zijn cliënten werd aangereikt. Dat verweerder dit heeft gedaan is niet gebleken. Hij meegewerkt aan een opzetje om de executie van dwangsommen door klaagster te frustreren op basis van een vage, niet onderbouwde vordering, wat bovendien praktisch volledig buiten de beweerdelijke schuldeiser is omgegaan. Verweerder is meegegaan in het leggen van beslag op basis van ernstige beschuldigingen jegens klaagster, die mede gebaseerd bleken te zijn op gemanipuleerde beelden, die verweerder had kunnen en moeten controleren. Bijzonder kwalijk is dat verweerder aantoonbaar (en in rechte vastgesteld) in meerdere procedures - bewust - onjuiste en/of misleidende informatie aan de rechter heeft verstrekt, relevante feiten heeft verzwegen en betrokken is geweest bij acties om klaagster via publicaties in een kwaad daglicht te stellen. Verweerder heeft de kernwaarde onafhankelijkheid volledig uit het oog verloren. Onvoorwaardelijke schorsing van 13 weken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:136 Hof van Discipline 's Gravenhage 250452
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:136
Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Hoewel verweerster een processtuk van de wederpartij van klaagster niet direct na ontvangst heeft doorgestuurd naar klaagster, heeft verweerster – toen zij dit ontdekte – adequaat en zoals van een betamelijk handelend advocaat verwacht mag worden gehandeld. Ook overigens is niet gebleken dat verweerster in haar werkzaamheden voor klaagster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Evenals de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden acht ook het hof de klacht in al zijn onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:130 Hof van Discipline 's Gravenhage 250211D
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:130
Dekenbezwaar. Er bestaan voldoende aanknopingspunten tussen het beroep van verweerder als advocaat en zijn doen en laten als bestuurder van onder meer een stichting voor een tuchtrechtelijke beoordeling. Verweerder had een persoonlijk belang bij zijn optreden als advocaat voor de stichting en deze “dubbele pet” heeft de onafhankelijkheid verweerder als advocaat aangetast. De belangen van de stichting kwamen niet (steeds) overeen met de belangen van verweerder als bestuurder en in privé. Door het aangaan van een A-B-C-transactie heeft verweerder zijn persoonlijke belang laten prevaleren boven het belang van de stichting. Ook uit een uitspraak van het gerechtshof blijkt dat verweerder zichzelf met die transactie financieel heeft willen bevoordelen. Verweerder heeft ook niet voldaan aan zijn wettelijke verplichtingen als bestuurder door geen deugdelijke administratie te voeren. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad. Nu verweerder niet of nauwelijks inzicht heeft getoond in de ernst van zijn handelen en ook overigens geen blijk heeft gegeven van enige zelfreflectie, verzwaart het hof de door de raad opgelegde maatregel tot een onvoorwaardelijke schorsing van 13 weken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:107 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-847/AL/GLD
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:107
Klagers zijn als eigenaren van een appartement verenigd in een vereniging van eigenaren. Verweerder is sinds 2019 de advocaat van de VvE. Dat door de gang van zaken rondom onder meer de instemming met een vaststellingsovereenkomst na mediation bij klagers verwarring is ontstaan over de hoedanigheid van verweerder, betekent nog niet dat hem daarvan ook tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. Uit de stukken is de raad namelijk niet gebleken dat verweerder klagers onjuist heeft geadviseerd over zijn rol of hoedanigheid of dat verweerder daarin op enigerlei andere wijze is tekortgeschoten. Verweerder heeft als advocaat in opdracht van (het daartoe bevoegde bestuur van) de VvE gehandeld en kon in die hoedanigheid ook de VvE vertegenwoordigen in een procedure die een aantal leden - waaronder klagers - tegen de VvE hadden aangespannen. Verder is de raad van oordeel dat verweerder met de gewraakte uitlatingen niet de grens van het toelaatbare heeft opgezocht of overschreden. Hij heeft die uitlatingen gedaan namens de VvE. Dat klagers de door verweerder gebruikte bewoordingen als kwetsend en intimiderend hebben ervaren, is onvoldoende om daarvan aan verweerder tuchtrechtelijk een verwijt te maken. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9013
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:62
Klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht tegen verweerster (haar zus). Verweerster heeft bij aanvraag beschermingsbewind voor haar moeder benoemd dat zij HBO-verpleegkundige is en heeft gewerkt als casemanager dementie. Klaagster verwijt verweerster dat zij misbruik makat van haar professionele status. Handelen in de privésfeer kan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen onder de tweede tuchtnorm worden getoetst. Het verweten handelen valt niet onder de reikwijdte van de tweede tuchtnorm.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:108 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-849/AL/GLD
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:108
Klaagster is als eigenaar van een appartement in een complex lid van een vereniging van eigenaren. Verweerder is sinds 2019 de advocaat van de VvE. Dat door de gang van zaken rondom onder meer de instemming met een vaststellingsovereenkomst na mediation bij klaagster als toenmalig bestuurslid verwarring is ontstaan over de hoedanigheid van verweerder, betekent nog niet dat hem daarvan ook tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. Uit de stukken is de raad namelijk niet gebleken dat verweerder klaagster onjuist heeft geadviseerd over zijn rol of hoedanigheid of dat verweerder daarin op enigerlei andere wijze is tekortgeschoten. Verweerder heeft als advocaat in opdracht van (het daartoe bevoegde bestuur van) de VvE gehandeld en kon in die hoedanigheid ook de VvE vertegenwoordigen in een procedure die een aantal leden - niet klaagster - tegen de VvE hadden aangespannen. Niet is gebleken dat verweerder uitlatingen tegen klaagster heeft gedaan waarmee hij de grens van het toelaatbare heeft opgezocht of overschreden. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9060
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:63
Voorzittersbeslissing: Verwijt aan een arts dat deze samen met een andere arts een geneeskundige verklaring heeft afgegeven over de patiënt, te weten de vader van klager. Verweerder stelt dat klager niet-ontvankelijk is. Het document (volgens verweerder geen medische verklaring) is ingebracht in een civielrechtelijke procedure, maar dat maakt nog niet dat klager een rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). De voorzitter oordeelt dat klager een financieel belang in de civielrechtelijke procedure heeft, maar dit kan niet worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg, zoals uit de Wet BIG voortvloeit. Kennelijk Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:109 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-894/AL/OV
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:109
Klacht over eigen advocaat. De raad heeft geoordeeld dat verweerder op verschillende momenten niet heeft voldaan aan zijn informatieplicht en onvoldoende duidelijk met klaagster, zijn cliënte, heeft gecommuniceerd. Gelet op de ernst van dit handelen en omdat verweerder al (meermaals) eerder door de raad is veroordeeld, wordt aan verweerder een berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:128 Hof van Discipline 's Gravenhage 250346D
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:128
Dekenbezwaar betreffende een praktijkvoering in strijd met de kernwaarden kwaliteit (deskundigheid) en integriteit. Naast het dekenbezwaar zijn bij de raad en het hof gelijktijdig twee klachten van oud-cliënten behandeld (250343 en 250344). De raad heeft de klachten en het dekenbezwaar gegrond verklaard en verweerder de maatregel van schrapping van het tableau opgelegd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9061
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:64
Voorzittersbeslissing: Verwijt aan een arts dat deze samen met een andere arts een geneeskundige verklaring heeft afgegeven over de patiënt, te weten de vader van klager. Verweerder stelt dat klager niet-ontvankelijk is. Het document (volgens verweerder geen medische verklaring) is ingebracht in een civielrechtelijke procedure, maar dat maakt nog niet dat klager een rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). De voorzitter oordeelt dat klager een financieel belang in de civielrechtelijke procedure heeft, maar dit kan niet worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg, zoals uit de Wet BIG voortvloeit. Kennelijk Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8523
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:99
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een anesthesioloog. Klaagster werkt als arts in hetzelfde ziekenhuis als de anesthesioloog. Klaagster is geopereerd aan een breuk in haar rechterelleboog. De anesthesioloog heeft daarbij de plaatselijke verdoving uitgevoerd. Sindsdien heeft klaagster ernstige klachten aan haar rechterarm. Klaagster verwijt de anesthesioloog onder meer onjuiste dan wel onvolledige verslaglegging. Dat klachtonderdeel is gegrond; tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Geen maatregel op: éénmalig tekortschieten, niet meer als anesthesioloog werkzaam, toetsbaar opgesteld, handelen vond bijna tien jaar geleden plaats.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9016
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:65
“Kennelijk ongegronde klacht van nabestaande over de behandeling van een patiënt door verweerder. Patiënt werd twee maal gezien wegens pijn op de borst en overleed enkele maanden later aan de gevolgen van een hartstilstand. Geen aanwijzingen dat bloeddrukmeting onzorgvuldig is geweest. Spoedverwijzing lag niet in de rede.”
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8626
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:66
Klaagster verwijt de radioloog dat hij de röntgenfoto van de bekken en de heupen van haar moeder (patiënte) verkeerd heeft beoordeeld, omdat hij een duidelijk zichtbare metastase heeft gemist waardoor kostbare tijd in haar behandeling verloren is gegaan en een immuuntherapie niet meer mogelijk was. Gelet op de (beperkte) informatie die de radioloog had en de beperkte zichtbaarheid van de afwijking van het botweefsel in de rechterheup, acht het college het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de radioloog die niet heeft waargenomen. Klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:124 Hof van Discipline 's Gravenhage 250427
- Datum publicatie: 30-04-2026
- Datum uitspraak: 24-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:124
Deze zaak betreft een klacht van een advocaat tegen een andere advocaat. Volgens klager was verweerster zijn advocaat en heeft zij haar geheimhoudingsplicht geschonden door in een procedure tussen klager en de deken informatie aan de deken te verstrekken. Daarnaast zou verweerster een belofte niet zijn nagekomen, zich onnodig grievend over klager hebben uitgelaten en hebben gehandeld in strijd met gedragsregel 15 lid 1 onder b. Het hof verklaart -net als de raad- de klacht op alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:125 Hof van Discipline 's Gravenhage 250311D
- Datum publicatie: 30-04-2026
- Datum uitspraak: 24-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:125
De deken heeft een dekenbezwaar ingediend tegen verweerster. De raad heeft bij tussenbeslissing een vooronderzoek gelast. De raad verklaart het dekenbezwaar gegrond en legt aan verweerster de maatregel van schrapping op. In hoger beroep oordeelt het hof dat de resultaten van het vooronderzoek deels niet als juist kunnen worden aanvaard, omdat deze niet berusten op een deugdelijke grondslag. Een deel van bevindingen van het vooronderzoek zijn slechts summier vastgelegd en een deel in het geheel niet. Van verweerster kan niet worden verlangd bevindingen die summier zijn onderbouwd met bewijs en bevindingen die in het geheel niet zijn vastgelegd te weerleggen. Het hof komt tot het oordeel dat het dossierbeheer en de dossieradministratie van verweerster tekortschieten en dat er tekortkomingen zijn ten aanzien van de waarneming, de naamgeving, de klachtenregeling en de privacyverklaring. Mede gelet op het tuchtrechtelijke verleden acht het hof een onvoorwaardelijke schorsing van 26 weken passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:126 Hof van Discipline 's Gravenhage 260145
- Datum publicatie: 30-04-2026
- Datum uitspraak: 30-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:126
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om het hof te verzoeken te interveniëren in de behandeling van het verzoek van klager om aanwijzing van een advocaat. Klager zal de behandeling van zijn verzoek door de deken dienen af te wachten. Het klachtrecht is evenmin bedoeld om te klagen over een procedurele beslissing van de deken waarmee men het niet eens is.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9498
- Datum publicatie: 30-04-2026
- Datum uitspraak: 30-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:100
Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift en de bijgevoegde bijlagen geven de voorzitter geen aanknopingspunten om te oordelen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klagers hebben de klachten niet concreet toegelicht of onderbouwd. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:127 Hof van Discipline 's Gravenhage 260126
- Datum publicatie: 30-04-2026
- Datum uitspraak: 30-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:127
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Verkort dekenonderzoek in verband met herhaalde klachten en niet betalen griffierecht is een procedurele beslissing die in de (verdere) klachtprocedure aan de orde kan worden gesteld.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:105 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-188/AL/GLD
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:105
Voorzittersbeslissing. Klaagster is via DAS bij verweerder gekomen voor rechtsbijstand in een geschil met haar buren over een erfdienstbaarheid (van uitweg). Na onderzoek heeft verweerder besloten de zaak verder niet in behandeling te nemen omdat sprake van een kansloze zaak was. Die beslissing stond hem vrij. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8363
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:79
Ongegrond klacht tegen psychiater. Klager verwijt de psychiater hem onvoldoende te hebben voorgelicht over bijwerkingen van diverse medicijnen en het gebruik van medicijnen niet goed te hebben afgebouwd. Dat klager wel voldoende is voorgelicht blijkt uit het geheel van contacten en het medisch dossier. De medicatie is daarnaast voldoende afgebouwd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:87 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2994
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:87
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft eenmaal een consult gehad met de huisarts die op dat moment als waarnemer werkte. Klaagster en haar echtgenoot (klager) verwijten de huisarts onder meer dat zij niet twee doorverwijzingen naar een specialist heeft gegeven en dat de verwijsbrief aan de KNO-arts smadelijk is omdat hierin onnodige zaken staan over klagers. Het Regionaal Tuchtcollege in ‘s-Hertogenbosch heeft klager in drie klachtonderdelen niet-ontvankelijk verklaard en de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klagers verwerpen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:87 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-682/DH/RO
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 20-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:87
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerster heeft onvoldoende distantie betracht ten opzichte van haar cliënte door namens haar bij klager aan te dringen op het versturen van een toestemmingsformulier, terwijl dat niet vereist was volgens het door de rechtbank bekrachtigde ouderschapsplan. Door desalniettemin te stellen dat klager het formulier moest hebben en het formulier ook als voorwaarde te stellen voor instemming met de vakantie, heeft verweerster de belangen van klager onnodig geschaad. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:106 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-772/AL/NN
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:106
Klaagster is een vereniging van eigenaren waarvan verweerder jarenlang de advocaat was. Uit de stukken is de raad niet gebleken dat verweerder onvoldoende voortvarend of ondeskundig heeft opgetreden. Verweerder is naar het oordeel van de raad wel tekortgeschoten in zijn communicatie met (het nieuwe bestuur van) klaagster. Vast staat dat verweerder over de naleving van het kort geding vonnis door de wederpartij en inning van de verbeurde dwangsommen met het oud-bestuur van de VvE heeft gecorrespondeerd en afspraken heeft gemaakt. Uit de stukken is de raad gebleken dat verweerder en het nieuwe bestuur langs elkaar heen hebben gecommuniceerd, in het bijzonder over de vraag over welke dwangsommen het ging. Alhoewel verweerder inhoudelijk op de vragen namens het nieuwe bestuur heeft gereageerd, bleek uit hun reacties dat zijn antwoorden tot nog meer onbegrip en irritatie leidden. Die situatie had naar het oordeel van de raad toen voor verweerder aanleiding moeten zijn om de regie te nemen en een verhelderend gesprek met het nieuwe bestuur te regelen, zeker gelet op de juridische complexe materie. Verweerder heeft de voor het nieuwe bestuur ontbrekende informatie, de door hem ontvangen e-mails van jaren geleden van het oud-bestuur van de VvE, ook pas voor het eerst bij zijn verweerschrift bij de deken gevoegd. Het nieuwe bestuur heeft daarvan toen pas kennis kunnen nemen terwijl daarover door het bestuur al bijna een jaar eerder meermaals vragen aan verweerder waren gesteld. Tijdens de zitting bij de raad heeft verweerder verklaard dat de indringende en eisende toonzetting in de e-mails van het nieuwe bestuur ertoe hebben geleid dat hij zijn cliënt meer zag als zijn wederpartij dan als zijn eigen cliënt en zich daarom zo heeft opgesteld. Dat is voor een deskundig advocaat met voldoende professionele afstand geen rechtvaardiging voor zijn handelen. Dit alles leidt tot de maatregel van een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:88 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2883
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:88
Ongegrond klacht tegen een psychiater. Klager was opgenomen op de high intensive care van een GGZ-instelling. In het kader van de voorbereiding van een crisismaatregel heeft de psychiater een medische verklaring opgesteld. Klager verwijt de psychiater dat zij hem niet serieus heeft genomen, een onjuiste diagnose heeft gesteld en ten onrechte een crisismaatregel heeft opgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8352
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:80
Verweerster heeft klager op verzoek van de medisch adviseur onderzocht in het kader van de beoordeling van de arbeids(on)geschiktheid van klager. Het college oordeelt dat het rapport niet voldoet aan de criteria die daar volgens vaste jurisprudentie van het CTG voor gelden. Het is niet inzichtelijk en consistent, omdat de omschrijving “matige coöperatie” niet wordt onderbouwd door de omschreven gang van zaken. Ook de panieklichten en sombere stemming van klager zijn onvoldoende uitgevraagd. Het klachtonderdeel dat de psychiater geen opheldering heeft gegevens over haar BIG-registratie is ongegrond. Klager had hierover geen concrete vragen aan de psychiater gesteld. Overigens is zij niet gehouden meer gegevens te verstrekken dan uit het algemeen toegankelijk BIG-register blijkt. Klacht deels gegrond, maatregel waarschuwing
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:88 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-818/DH/DH
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 20-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:88
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een arbeidsrechtelijk geschil. Verweerder heeft nagelaten om bij aanvang een kosteninschatting te geven aan klager en hem op de hoogte te houden van zijn tijdsbesteding. Niet voldaan aan gedragsregel 17. Berisping.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:44 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/768843 / DW RK 25/156 KM/WdJ
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:44
Klacht (gedeeltelijk) gegrond, maatregel van berisping opgelegd en veroordeling in de proceskosten. De gerechtsdeurwaarder kan een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt voor het niet voortvarend handelen bij de geplande ontruiming en het niet professioneel corresponderen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:89 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2891
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:89
Gegronde klacht tegen een arts. De arts is om een consult gevraagd voor een arrestant op een politiebureau (hierna: de patiënt). De patiënt klaagde over hevige pijn in zijn bovenbeen die was ontstaan bij zijn arrestatie. De arts heeft hem pijnstilling in de vorm van paracetamol en methadon verstrekt. De Inspectie verwijt de arts dat hij op onzorgvuldige wijze off-label methadon heeft verstrekt aan de patiënt en dat hij geen zorg heeft gedragen voor een zorgvuldige en volledige dossiervorming van de zorg die hij aan de patiënt heeft verleend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de arts de maatregel van voorwaardelijke schorsing van zes maanden met een proeftijd van twee jaren opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van de arts verwerpen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:101 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-584/AL/GLD
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:101
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8279
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:81
Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Klager verwijt de psychiater met het voorschrijven van CBD-olie als pijnbestrijding te zijn gestopt. Het college oordeelt dat de psychiater tot dit besluit heeft kunnen komen, omdat de werking van deze medicatie naar zijn mening niet de meest aangewezen was, hij klager alternatieven heeft geboden en meerdere urine controles onverklaarbaar waren waardoor het vermoeden ontstond dat klager het gebruik van CBD-olie gebruikte om zijn heimelijk gebruik van cannabis te verhullen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:89 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-896/DH/DH/D
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 20-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:89
Dekenbezwaar. Verweerder heeft erkend niet te hebben voldaan aan zijn informatie- en opleidingsverplichtingen en dat zijn kantoororganisatie niet op orde is. Voorwaardelijke schorsing van 4 weken met als bijzondere voorwaarde het doorlopen van een (reeds ingezet) coachingstraject.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:45 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/769351 / DW RK 25/164 KM/WdJ
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:45
Klacht gedeeltelijk gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd. De gerechtsdeurwaarder kan een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt voor het te laat en niet volledig reageren. Dat de gerechtsdeurwaarder gebruik maakt van twee verschillende e-mailadressen is niet tuchtrechtelijk laakbaar.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:102 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-456/AL/NN
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:102
De raad verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:53 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-563/DB/LI
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:53
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat in hoedanigheid van faillissementscurator. Vast staat dat zowel de rechter-commissaris als de civiele rechter zich reeds over het optreden van verweerder in zijn hoedanigheid van curator hebben gebogen. Beiden zijn niet tot het oordeel gekomen dat de curator handelingen heeft verricht die hij niet had behoren te verrichten. De raad overweegt voorts dat het tuchtrecht niet is bedoeld voor het (opnieuw) voeren van een discussie over de juistheid van de standpunten die partijen in het civielrechtelijke geschil verdeeld houden en die zij over en weer in de civielrechtelijke procedure naar voren hebben gebracht. Indien en voor zover klager zich in de door verweerder verwoorde standpunten niet kon vinden, konden klager en zijn advocaat dit in de civiele procedure naar voren brengen. Het was vervolgens aan de civiele rechter, en niet thans aan de tuchtrechter, om daarover een oordeel te geven. Het feit dat de curator in zijn procedure tegen klager in het ongelijk is gesteld maakt niet dat daarmee klachtwaardig handelen is komen vast te staan. In de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht heeft de raad overigens geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat door verweerders optreden het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. De raad zal de klachtonderdelen 1, 2, 3 en 4 daarom ongegrond verklaren. Klager verwijt verweerder tot slot dat hij geen inhoudelijke reactie heeft gegeven op de klacht. Dit klachtonderdeel mist feitelijke grondslag en is daarom eveneens ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:46 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/774049 / DW RK 25/294 KM/WdJ
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:46
Beslissing op verzet niet-ontvankelijk, want niet tijdig ingediend.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8048
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:76
Klager verwijt verweerder in brede zin nalatig en onprofessioneel handelen, onder meer vanwege gebrekkige ondersteuning richting de gemeente, onvoldoende opvolging van verwijzingen, onjuiste advisering en communicatie en onjuistheden in het medisch dossier. Het college oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is. Verweerder heeft zorgvuldig gehandeld. Zo heeft hij een feitelijke medische brief voor de gemeente opgesteld, de gevraagde verwijzingen verzorgd en passend medisch advies gegeven. Voor zover feiten niet kunnen worden vastgesteld, kan door het college geen tuchtrechtelijk verwijt worden aangenomen. Daarnaast zijn verschillende klachtonderdelen onvoldoende onderbouwd of feitelijk onjuist gebleken.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:90 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2892
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:90
Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een uroloog. De echtgenote van klager was onder behandeling bij de uroloog. Klager verwijt de uroloog dat er sprake is van verspilling van medicatie en het onnodig op kosten jagen. Tevens klaagt hij erover dat hij aan het lijntje is gehouden door patiëntenbelang, dat hij van het kastje naar de muur werd gestuurd toen zijn echtgenote incontinentiemateriaal nodig had en dat hij voor paal stond bij de apotheek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager voor een gedeelte kennelijk niet ontvankelijk in de klacht verklaard en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:103 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-716/AL/GLD
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:103
Klager maakt als eigenaar van een appartement in een complex deel uit van een vereniging van eigenaren. Verweerder is sinds 2019 de advocaat van de VvE. Dat door de gang van zaken rondom onder meer de instemming met een vaststellingsovereenkomst na mediation bij klager verwarring is ontstaan over de hoedanigheid van verweerder, betekent nog niet dat hem daarvan ook tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. Uit de stukken is de raad namelijk niet gebleken dat verweerder klager onjuist heeft geadviseerd over zijn rol of hoedanigheid of dat verweerder daarin op enigerlei andere wijze is tekortgeschoten. Verweerder heeft als advocaat in opdracht van (het daartoe bevoegde bestuur van) de VvE gehandeld en kon in die hoedanigheid ook de VvE vertegenwoordigen in een procedure die een aantal leden - waaronder klager - tegen de VvE hadden aangespannen. Verder is de raad van oordeel dat verweerder met de gewraakte uitlatingen niet de grens van het toelaatbare heeft opgezocht of overschreden. Hij heeft die uitlatingen gedaan namens de VvE. Dat klager de door verweerder gebruikte bewoordingen als kwetsend en intimiderend hebben ervaren, is onvoldoende om daarvan aan verweerder tuchtrechtelijk een verwijt te maken. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:54 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-637/DB/OB
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:54
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:47 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/777047 / DW RK 25/389 KM/WdJ
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:47
Beslissing op verzet niet-ontvankelijk, want niet tijdig ingediend.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8238
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:77
Klaagster had een geschil met het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen over de toekenning van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Verweerder is verzekeringsarts bezwaar en beroep bij het UWV. Hij heeft een herbeoordeling verricht in bezwaar, beroep en hoger beroep. In hoger beroep heeft verweerder uiteindelijk zijn standpunt herzien, hetgeen leidde tot de toekenning van een uitkering. Klaagster maakt verweerder uiteenlopende verwijten, onder meer over het ten onrechte volharden in zijn eerder ingenomen standpunt met betrekking tot de diagnose ME/CVS in 2019 en de weigering om direct daarna de behandelaren van klaagster te raadplegen. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:91 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2885
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:91
Ongegrond klacht tegen een psychiater. Klager was onder ambulante behandeling bij de crisisdienst van een GGZ-instelling. De psychiater was zijn regiebehandelaar. Klager is van mening dat de psychiater hem niet serieus heeft genomen en dat daardoor ten onrechte de diagnose waanstoornis is gesteld en medicatie is voorgeschreven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:85 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-314/DH/DH
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 20-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:85
Raadsbeslissing. Klacht over de (voormalige) eigen advocaat. Verweerder heeft opgetreden voor de maatschap van drie broers, waaronder klager. Omdat een maatschap geen rechtspersoonlijkheid heeft, heeft hij direct opgetreden voor hun afzonderlijke belangen. Nadat er tussen de broers verschil van inzicht is ontstaan over het al dan niet accepteren van een schikkingsvoorstel, kon verweerder de twee andere broers niet meer bijstaan zonder tegen de belangen van klager in te gaan. Schending van gedragsregel 15 lid 1 en 2. Verweerder heeft daarbij wel oog gehad voor klagers belangen omdat hij een beter financieel resultaat wilde bereiken. Klager mag echter zelf bepalen wat zijn daadwerkelijke belang is. Verweerder heeft onvoldoende afstand bewaard tot de zaak, hoewel hij integere intenties heeft gehad. Waarschuwing.