ECLI:NL:TADRSGR:2026:148 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-416/DH/DH
| ECLI: | ECLI:NL:TADRSGR:2026:148 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 08-07-2026 |
| Datum publicatie: | 13-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26-416/DH/DH |
| Onderwerp: | Grenzen van het tuchtrecht, subonderwerp: Advocaat in overige hoedanigheden |
| Beslissingen: | Voorzittersbeslissing |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Klacht over de klachtenfunctionaris. Van onzorgvuldig of anderszins tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond. |
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van
8 juli 2026 in de zaak
26-416/DH/DH naar aanleiding van de klacht van:
1. […]
2. […]
3. […] B.V.
klagers
gemachtigde: klager 1 treedt op namens klagers 2 en 3
over:
verweerster
De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) van 18 november 2025 met kenmerk K327 2025 en van de op de bijbehorende inventarislijsten genoemde bijlagen. Ook heeft de voorzitter kennisgenomen van de e-mail (met bijlage) van klagers van 25 mei 2026.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier,
uit van de volgende feiten.
1.1 Klager 1 is algemeen directeur van klager 3.
1.2 Op 17 oktober 2025 heeft klager 1 een klacht ingediend tegen mr. K bij het
kantoor waar mr. K werkzaam is.
1.3 Op 21 oktober 2025 heeft klager 1, ook namens klagers 2 en 3, bij hetzelfde
kantoor een klacht ingediend tegen mr. G, kantoorgenoot van mr. K.
1.4 Op 13 november 2025 heeft verweerster, kantoorgenoot van mrs. K. en G, een
inhoudelijke reactie op de klacht tegen mr. K gestuurd, gericht aan klagers 1 en 2.
Diezelfde dag heeft verweerster ook een inhoudelijke reactie op de klacht tegen mr.
G gestuurd, gericht aan klagers 1, 2 en 3. Verweerster heeft in beide reacties gemotiveerd
geconcludeerd dat de klacht niet gegrond is. Zij heeft aangegeven het jammer te vinden
dat klagers ontevreden zijn en dat zij hen wil uitnodigen voor een gesprek op kantoor,
met verweerster en mr. K/mr. G. Zij heeft klagers erop gewezen dat zij hun klacht
kunnen voorleggen aan de Geschillencommissie Advocatuur Consumenten.
1.5 Op 18 november 2025 heeft klager 1, (mede) namens klagers 2 en 3, bij de
deken een klacht ingediend over verweerster.
2 KLACHT
2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klagers verwijten
verweerster het volgende.
1) Schending van onafhankelijkheid en objectiviteit: verweerster handelt niet
als onafhankelijk klachtenfunctionaris, maar als verdediger van haar collega-advocaat.
Zij heeft geen feitenonderzoek, geen belangenafweging en geen controle van de ingebrachte
stukken gedaan.
2) Vertekenen van de klacht en manipulatie van feiten: verweerster stelt dat
de klacht voortkomt uit het feit dat klagers niet tevreden waren over het besluit
om hen niet bij te staan, terwijl dit aantoonbaar onjuist is.
3) Negeren van essentiële klachtonderdelen: verweerster is volledig voorbij gegaan
aan ernstige punten. Klagers noemen zes punten, waaronder de facturering door “KDMG
Advocaten” in plaats van Haagrecht advocaten en het feit dat klagers nooit opdracht
gaven aan een ander kantoor.
4) Onjuiste en misleidende stellingen door de klachtenfunctionaris: klagers wijzen
op vier citaten uit verweersters mail die de onjuistheden tonen.
5) Onjuiste verwijzing naar de geschillencommissie: verweerster heeft geschreven
dat klagers de klachten kunnen voorleggen aan de Geschillencommissie Advocatuur Consumenten,
terwijl dat juridisch volstrekt onjuist is.
6) Klachtenfunctionaris treedt feitelijk op als advocaat van mr. G: verweerster
heeft op meerdere momenten actief haar collega verdedigd, terwijl een klachtenfunctionaris
nooit mag optreden als belangenbehartiger van de beklaagde advocaat.
7) Schending van hoor en wederhoor: verweerster heeft gedurende de gehele procedure
geen enkele vraag aan klagers gesteld, nooit om toelichting gevraagd, stukken niet
besproken, nooit wederhoor toegepast, uitsluitend het standpunt van mr. G overgenomen.
8) Uitnodiging om een “gesprek’ te voeren: verweerster heeft klagers meerdere
keren onder druk gezet om een gesprek te voeren met haarzelf én de beklaagde advocaat.
Dit is onder meer onprofessioneel en intimiderend.
2.2 Klagers hebben toegelicht dat de klacht specifiek ziet op de wijze waarop
verweerster de interne klachtprocedure heeft uitgevoerd, alsmede op de onjuiste, verdraaiende
en juridisch onhoudbare conclusies die zij heeft getrokken.
3 VERWEER
3.1 Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. Zij heeft toegelicht dat
zij kennis heeft genomen van de klachten van klagers tegen mrs. G en K. Zij heeft
mrs. G en K om een reactie gevraagd. Ook heeft zij de relevante stukken en correspondentie
bestudeerd. Vervolgens heeft verweerster per klachtonderdeel gemotiveerd uiteengezet
waarom zij de klachten ongegrond achtte. Daarmee heeft zij gehandeld conform hetgeen
van een klachtenfunctionaris verwacht mag worden. De verwijzing naar de Geschillencommissie
is gedaan als mogelijke vervolgstap en niet als uitsluiting van de bevoegdheid van
de deken.
3.2 De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
4 BEOORDELING
4.1 De klacht heeft betrekking op het optreden van verweerster in haar hoedanigheid
van klachtenfunctionaris. Het tuchtrecht is bedoeld om te waarborgen dat advocaten
hun beroep behoorlijk uitoefenen. Het tuchtrecht kan ook volledig gelden wanneer een
advocaat optreedt in een andere hoedanigheid dan die van advocaat, terwijl er wel
voldoende aanknopingspunten zijn tussen (i) de gedraging waarvan hem een verwijt wordt
gemaakt en (ii) de uitoefening van het beroep van advocaat. Zijn die aanknopingspunten
er niet, of niet voldoende, dan beoordeelt de tuchtrechter slechts of de advocaat
het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.
4.2 De voorzitter gaat uit van de algemene voorwaarden en de interne klachtenprocedure
zoals die beschreven staat in artikel 5 van het klachtenreglement van het kantoor.
De klacht komt er in de kern op neer dat verweerster onzorgvuldig zou zijn geweest
bij de behandeling en beoordeling van de klachten. De klachtenonderdelen 1) t/m 4)
en 6) zien op de klachtenprocedure en de beoordeling van de klachten door verweerster.
Klagers zijn het daarmee niet eens. De voorzitter is echter niet gebleken dat verweerster
onzorgvuldig of anderszins tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Zij heeft
kennis genomen van de klachten, stukken bestudeerd en mrs. G en K om reactie gevraagd.
Op basis daarvan is zij tot een reactie gekomen, waarin zij de door klagers geuite
klachten stuk voor stuk gemotiveerd is langsgegaan. Zij was niet verplicht een feitenonderzoek
te doen. Welke stukken zij had moeten controleren, wordt niet duidelijk. Dat verweerster
(ernstige) punten is vergeten, blijkt niet. Klagers noemen bij klachtonderdeel 3)
punten die geen onderdeel zijn van de op 17 en/of 21 oktober 2025 ingediende klachten.
Verweerster heeft verder een grote mate van vrijheid om haar reactie vorm te geven.
Dat zij daarbij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, is de voorzitter niet
gebleken. Het enkele feit dat zij de klachten (gemotiveerd) ongegrond heeft geacht,
is daarvoor onvoldoende. De klachtonderdelen 1) t/m 4) en 6) zijn daarom kennelijk
ongegrond.
4.3 Hoewel verweerster klagers wellicht voorafgaand aan haar beoordeling had
kunnen uitnodigen voor een gesprek, is dat geen verplichting. De klachtenfunctionaris
heeft een grote mate van vrijheid bij het invulling geven aan de klachtenprocedure.
Kennelijk was de klacht voor verweerster voldoende duidelijk. Klagers hebben overigens
ook niet aangegeven gehoord te willen worden. Verweerster heeft wel degelijk wederhoor
toegepast door mrs. G en K om een reactie op de klacht te vragen. Verweerster heeft
klagers in haar reacties van 13 november 2025 vervolgens op zakelijke wijze uitgenodigd
voor een gesprek, zodat klagers de gelegenheid hebben gehad hun klachten nog eens
nader toe te lichten. Dat verweerster klagers (meerdere keren) onder druk zou hebben
gezet om een gesprek te voeren met haarzelf en de beklaagde advocaat blijkt niet.
Ook klachtonderdelen 7) en 8) zijn daarom kennelijk ongegrond.
4.4 Verweerster heeft klagers gewezen op de mogelijkheid de Geschillencommissie
in te schakelen, conform de algemene voorwaarden. Die verwijzing is niet onjuist.
Hoewel verweerster klagers ook had kunnen wijzen op de mogelijkheid om bij de deken
een klacht in te dienen, acht de voorzitter niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerster
dat niet heeft gedaan. Het voorhouden van een mogelijkheid voor een vervolg sluit
andere mogelijkheden immers niet uit. Klachtonderdeel 5) is kennelijk ongegrond.
BESLISSING
De voorzitter verklaart:
de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door mr. A.E.A.M. van Waesberghe, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan
door mr. C.M. van de Kamp als griffier en uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2026.