ECLI:NL:TGZRSHE:2026:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9534

ECLI: ECLI:NL:TGZRSHE:2026:124
Datum uitspraak: 15-07-2026
Datum publicatie: 15-07-2026
Zaaknummer(s): H2026/9534
Onderwerp: Grensoverschrijdend gedrag
Beslissingen: Gegrond, (voorwaardelijke) schorsing inschrijving register
Inhoudsindicatie: Gegronde klacht van IGJ tegen verpleegkundige. Seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens patiënt. Maatregel: verbod tot wederinschrijving in het BIG-register voor de duur van zes maanden. Publicatie.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE ’S-HERTOGENBOSCH

Beslissing van 15 juli 2026 op de klacht van:

INSPECTIE GEZONDHEIDSZORG EN JEUGD,
gevestigd te Utrecht, klaagster, hierna: de inspectie,
vertegenwoordigd door mevrouw dr. A. van Os, senior inspecteur en mevrouw mr. L.J.M. Franssen, 
senior juridisch adviseur,

tegen

[A],
destijds verpleegkundige, destijds werkzaam in [B],
verweerster, hierna ook: de verpleegkundige,
gemachtigden: mr. L.L.E. Cerfonteijn en mr. D.A.J. Roomberg, werkzaam in Maastricht.

1. De zaak in het kort
1.1   De inspectie verwijt de verpleegkundige dat zij seksueel grensoverschrijdend heeft gehandeld 
door tijdens de behandelrelatie privé- en seksueel contact aan te gaan met een
patiënt.

1.2   Het college is van oordeel dat de klacht gegrond is en dat de maatregel van ontzegging van 
het recht om wederom in het BIG-register te worden ingeschreven voor de duur van zes maanden 
passend en geboden is. Hierna licht het college dat toe.

2. De procedure
2.1  De procedure blijkt uit:
-  het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 19 januari 2026;
-  het verweerschrift, ontvangen op 19 februari 2026;
-  de bewijsstukken, ontvangen op 6 mei 2026 van de gemachtigde van verweerster;
-  de brief van 6 mei 2026 van de secretaris aan de gemachtigde van verweerster.

2.2   De zaak is behandeld op de openbare zitting van 20 mei 2026. De partijen zijn verschenen. De 
verpleegkundige werd bijgestaan door haar gemachtigden. De partijen en de gemachtigden hebben hun 
standpunten mondeling toegelicht. Klaagster en de gemachtigden van de verpleegkundige hebben een 
pleitnotitie voorgelezen en aan het college en de andere
partij overhandigd.

3. Wat is er gebeurd?
3.1   De verpleegkundige was werkzaam binnen het FACT-team van een GGZ instelling (hierna: de 
instelling), in de functie van sociaal psychiatrisch verpleegkundige.

3.2   De patiënt werd in juli 2022 opgenomen op de High Intensive Care afdeling van de instelling 
met een crisismaatregel. De crisismaatregel is niet verlengd. Vanaf dat moment verbleef de patiënt 
enige tijd vrijwillig in de instelling in verband met paranoïde psychotische decompensatie en 
grensoverschrijdend en agressief gedrag. Vanaf 3 augustus 2022 verbleef de patiënt in een 
opvanghotel voor vluchtelingen.

3.3   Op 9 augustus 2022 is de verpleegkundige betrokken bij de behandeling van de patiënt. Zij is 
aangesteld als casemanager en heeft vanaf dat moment ambulante zorg verleend aan de patiënt. De 
behandelcontacten vonden altijd plaats in het opvanghotel. De behandelrelatie heeft geduurd tot en 
met 6 december 2023.

3.4   Vanaf januari 2023 ontstond privécontact tussen de verpleegkundige en de patiënt. Nadat de 
verpleegkundige rond Kerstmis 2022 met de patiënt over kunst had gesproken, heeft zij in januari 
2023 haar privénummer aan de patiënt gegeven. De verpleegkundige heeft daarna foto’s van kunst aan 
de patiënt gestuurd.

3.5   De patiënt is daarna een aantal keren bij de verpleegkundige thuis geweest. Tijdens deze 
bezoeken is sprake geweest van seksueel contact. Dat is in ieder geval in augustus 2023 gebeurd.

3.6   In augustus 2023 heeft de patiënt tijdens een van zijn bezoeken bij de verpleegkundige thuis 
een naaktfoto van hemzelf en de verpleegkundige gemaakt. De patiënt heeft de naaktfoto op 5 
december 2023 gedeeld met de locatiemanager van het opvanghotel. De locatiemanager heeft de foto 
naar de verpleegkundige doorgestuurd. De verpleegkundige heeft op 6 december 2023 haar teamleider 
ingelicht over de ontstane situatie rondom de patiënt. Op die dag is de behandelrelatie gestopt.

3.7   Na het einde van de behandelrelatie heeft nog één keer telefonisch contact plaatsgevonden 
tussen de patiënt en de verpleegkundige. Verder bleef de patiënt berichten sturen aan de 
verpleegkundige. De verpleegkundige heeft daar één keer op gereageerd door aan de patiënt mee te 
delen dat ze hem vergeeft. Daarna heeft geen contact meer plaatsgevonden tussen de patiënt en de 
verpleegkundige.

3.8  De arbeidsovereenkomst van de verpleegkundige met de instelling is per 1 juni 2024 geëindigd.

3.9  Op 29 augustus 2024 heeft de verpleegkundige haar BIG-registratie op eigen verzoek laten 
doorhalen.

3.10  Sinds 20 november 2024 is de verpleegkundige vrijwillig en op eigen initiatief onder 
behandeling bij een psychiater in verband met wat tussen haar en de patiënt is voorgevallen.

4. De klacht en de reactie van de verpleegkundige
4.1   De Inspectie verwijt de verpleegkundige seksueel grensoverschrijdend gedrag door tijdens de 
behandelrelatie privé- en seksueel contact aan te gaan met de patiënt.

4.2   De verpleegkundige heeft de verweten gedragingen erkend. Zij is door het aangaan van het 
privécontact haar eigen (persoonlijke en professionele) grenzen overgegaan en kijkt geschrokken 
terug op de periode. Zij voelde zich ondanks haar opleiding en werkervaring onvoldoende voorbereid 
op deze patiënt met zijn zware problematiek. Ten tijde van de gebeurtenissen was de verpleegkundige 
zich onvoldoende bewust van het manipuleren door de patiënt en liet zij zich door hem meeslepen en 
beïnvloeden. De verpleegkundige heeft geprobeerd de ontstane situatie binnen de instelling kenbaar 
te maken, onder andere door contact op te nemen met de vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon 
was op dat moment niet bereikbaar en vlak daarna werd de naaktfoto gedeeld door de patiënt. 
Achteraf bezien heeft de verpleegkundige spijt dat zij niet eerder heeft geprobeerd de situatie 
bespreekbaar te maken. De verpleegkundige heeft vrijwillig haar BIG-registratie door laten halen en 
is ook vrijwillig in behandeling bij een psychiater. Zij is niet voornemens terug te keren naar de 
gezondheidszorg. De verpleegkundige verzoekt het college daarom de klacht gegrond te verklaren en 
daarbij af te zien van het opleggen van een maatregel.

4.3  Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1   De vraag is of de verpleegkundige de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. 
De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende verpleegkundige. Bij de beoordeling 
wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele 
standaarden.

5.2   Binnen een behandelrelatie bevindt de patiënt zich in een afhankelijke positie ten opzichte 
van de zorgverlener. Daarom mag van een intieme relatie tussen beiden geen sprake zijn. Het is aan 
de zorgverlener om de grenzen van de behandelrelatie te bewaken. Dit uitgangspunt vloeit voort uit 
artikel 7:453 van het Burgerlijk Wetboek (goed hulpverlenerschap).

5.3   Voor verpleegkundigen is deze norm verder uitgewerkt in de Nederlandse Beroepscode van 
Verpleegkundigen en Verzorgenden. In paragraaf 2.4 van deze code staat:
“Als verpleegkundige/verzorgende neem ik in mijn relatie met de zorgvrager (en/of zijn 
vertegenwoordiger) professionele grenzen in acht. Dat betekent onder andere dat ik
• geen misbruik maak van de afhankelijke positie van de zorgvrager
• geen intieme en/of seksuele relatie aanga met de zorgvrager

• mij niet schuldig maak aan intimidatie of geweld
• geen gift in natura, geld of geschenk van de zorgvrager of diens sociale netwerk accepteer
dat meer is dan een symbolisch gebaar van dank
• geen financiële banden van welke aard dan ook aanga met de zorgvrager
• aan de zorgvrager mijn eigen grenzen duidelijk maak
• mijn collega’s of leidinggevende om hulp vraag als ik merk dat de professionele grenzen dreigen 
te vervagen of overschreden dreigen te worden.”

5.4   De normen voor verpleegkundigen en die van de desbetreffende instelling zijn verder 
uitgewerkt in de Beroepscode voor sociaal psychiatrisch verpleegkundigen (uit 2022), de gedragscode 
‘Protocol gedrag en integriteit’ van de instelling (versie 14) en de brochure van de IGJ uit 2016 
‘Het mag niet, het mag nooit’.

De beoordeling van de klacht
5.5   De verpleegkundige heeft erkend dat gedurende een lange periode sprake is geweest van 
privécontact met de patiënt. De patiënt en de verpleegkundige hebben privécontact onderhouden via 
whatsapp en de patiënt heeft de verpleegkundige regelmatig thuis bezocht. Daarbij heeft de 
verpleegkundige voor de patiënt gekookt en uiteindelijk heeft seksueel contact plaatsgevonden. Dit 
gebeurde in de periode dat de verpleegkundige een behandelrelatie had met de patiënt.

5.6   Ondanks dat de verpleegkundige op de hoogte was (of had moeten zijn) van de geldende 
beroepsnormen, heeft zij deze geschonden. Daarmee heeft zij het belang van de patiënt, het belang 
van collega’s en het belang van de verpleegkundige zelf bij een veilige en integere zorgrelatie 
geschonden. Het handelen van de verpleegkundige is niet verenigbaar met de zorgplicht die zij als 
verpleegkundige diende te betrachten. De verpleegkundige heeft dit ook erkend.

5.7
Slotsom
5.8   Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht gegrond is. Het college zal hierna 
beoordelen of een maatregel moet worden opgelegd en zo ja, welke.

Maatregel
5.9   Volgens vaste jurisprudentie van de tuchtcolleges is in zaken waarin seksueel 
grensoverschrijdend gedrag vaststaat, de maatregel van een (on)voorwaardelijke schorsing het 
uitgangspunt. Bij de keuze van dat uitgangspunt is maatgevend dat de maatregel voldoende 
preventieve werking moet hebben om herhaling te voorkomen. Verzachtende omstandigheden kunnen 
worden meegewogen maar die behoren niet voorop te staan. Daarbij kan de schorsing voorwaardelijk 
zijn, bijvoorbeeld wanneer de beklaagde zorgverlener heeft getoond zich bewust te zijn van het 
verkeerde van zijn of haar gedragingen, en bereid is zo nodig een behandeling te ondergaan om 
herhaling te voorkomen. En onvoorwaardelijke schorsing kan echter ook onvoldoende zijn, 
bijvoorbeeld wanneer de betrokken zorgverlener het norm-overschrijdende en schadelijke karakter van zijn of haar 
gedragingen niet inziet en een reële kans op herhaling aanwezig moet worden geacht. Hierbij kunnen 
de ernst en duur van de norm-overschrijdende gedragingen eveneens relevant zijn. In dat geval is 
een (voorwaardelijke) doorhaling van de inschrijving in het BIG-register passend en geboden. Het 
college verwijst voor dit uitgangspunt naar bijvoorbeeld de uitspraak van het Centraal Tuchtcollege 
voor de Gezondheidszorg van 18 mei 2026 (ECLI:NL:TGZCTG:2026:101).

5.10  De verpleegkundige heeft toegelicht hoe de relatie is ontstaan, dat zij haar fout inziet en 
dat zij pas achteraf in de gaten heeft gekregen dat zij is meegesleurd en haar eigen grenzen 
onvoldoende heeft bewaakt. Zij is ervan geschrokken dat zij haar grenzen niet meer kon bewaken en 
heeft (mede) daarom vrijwillig haar BIG-registratie laten doorhalen. Zij is ook vrijwillig in 
behandeling gegaan bij een psychiater. Uit een verklaring van de psychiater blijkt dat de 
behandeling tot doel heeft om het verlies van grenzen in het contact met de betrokken patiënt te 
onderzoeken en om te reflecteren op hoe het zover heeft kunnen komen. Verder heeft de behandeling 
tot doel de gebeurtenissen te kaderen in de levensgeschiedenis van de verpleegkundige en de 
interactie met de patiënt, en om grenzen te versterken en herhaling te voorkomen. Verder is de 
behandeling volgens de psychiater erop gericht om ondersteuning te bieden in de rouw rond de manier 
waarop de beroepsloopbaan is geëindigd en om nieuwe zingeving en levensinvullingen buiten de 
hulpverleningssector te vinden. De behandeling bij de psychiater duurt nog voort en volgens de 
psychiater is de verpleegkundige gemotiveerd, therapietrouw en geeft zij openheid van zaken. Zij is 
in staat tot reflecteren en volgt de adviezen van de psychiater op.

5.11  Ook tijdens de openbare zitting bij het college heeft de verpleegkundige openheid van zaken 
gegeven. Zij heeft daarbij uiteengezet hoe het zo ver heeft kunnen komen dat zij haar grenzen niet 
meer kon bewaken. Daarbij heeft zij ook toegelicht dat zij zich onvoldoende voorbereid vond voor 
deze specifieke patiënt, althans de ernstige problematiek waarmee hij te maken had. Daarbij heeft 
de verpleegkundige echter ook onderkend dat het uiteindelijk haar eigen verantwoordelijkheid was om 
haar grenzen te blijven bewaken en dat zij daarin uiteindelijk is tekortgeschoten.

5.12  Het college acht de kans op herhaling zeer gering. Daartoe weegt het college vooral mee dat 
de arbeidsovereenkomst met de instelling twee jaar geleden is geëindigd, dat de verpleegkundige 
sindsdien al twee jaar niet meer werkzaam is in de gezondheidszorg, dat de verpleegkundige 
inmiddels bijna de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en dat zij al geruime tijd in 
behandeling is bij een psychiater met als doel om herhaling te voorkomen en om nieuwe zingeving en 
levensinvullingen te vinden buiten de gezondheidszorg.

5.13  Daar staat tegenover dat de relatie met de patiënt pas aan het licht is gekomen nadat de 
patiënt een naaktfoto heeft gedeeld met de locatiemanager van de opvanglocatie waar hij verbleef. 
Bovendien heeft de verpleegkundige in het eerste gesprek met de inspectie geen volledige openheid 
van zaken gegeven. Zij heeft pas in een tweede gesprek en na uitdrukkelijk doorvragen op dat punt toegegeven dat de privécontacten met de patiënt uiteindelijk ook seksueel waren.

5.14  Alles afwegend, zou het college de maatregel van schorsing voor de duur van zes maanden 
passend en noodzakelijk achten. Aangezien de verpleegkundige zich vrijwillig in het BIG-register 
heeft laten doorhalen, kan die maatregel niet worden opgelegd. Het college zal daarom de daarmee 
gelijk te stellen maatregel van verbod tot wederinschrijving in het BIG-register voor de duur van 
zes maanden opleggen.

Publicatie
5.15  In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen belang is erin 
gelegen dat seksueel grensoverschrijdend gedrag door zorgverleners nog veelvuldig plaatsvindt en 
dat andere zorgverleners mogelijk iets van deze zaak kunnen leren. Daarbij wijst het college erop 
dat andere zorgverleners niet alleen moeten leren van wat de verpleegkundige in dit geval fout 
heeft gedaan, maar dat zij ook kunnen leren van de intrinsieke motivatie van de verpleegkundige om 
te reflecteren op haar handelen en op het (duurzame) verbeteringstraject dat zij dientengevolge 
heeft ingezet. De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of 
instanties herleidbare gegevens. Hiermee gaat het college voorbij aan het verzoek van de 
verpleegkundige om af te zien van publicatie.

6. De beslissing
Het college:
-  verklaart de klacht gegrond;
-  legt aan de verpleegkundige de maatregel op van ontzegging van het recht om wederom in het 
BIG-register te worden ingeschreven voor de duur van zes maanden;
-  bepaalt dat de maatregel aanvangt op de dag van deze uitspraak;
-  bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen 
of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter 
publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Nursing.

Deze beslissing is gegeven door T. Dohmen, voorzitter, T.N.E. Meyboom, lid-jurist,
C.E.B. Driessen, G.P. Haas en M. IJzerman, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door
M. Karatepe, secretaris, en in het openbaar uitgesproken door
K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk op 15 juli 2026.