ECLI:NL:TACAKN:2026:60 Accountantskamer Zwolle 26/1463 Wtra AK
| ECLI: | ECLI:NL:TACAKN:2026:60 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 10-07-2026 |
| Datum publicatie: | 10-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26/1463 Wtra AK |
| Onderwerp: | |
| Beslissingen: | klacht kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbelissing inzake klacht tegen accountant die optrad als financieel adviseur voor klaagster en haar ex-man. De accountant zou onjuist hebben gehandeld bij de afwikkeling van de echtscheiding en een verkeerd waarderingsrapport hebben opgesteld van het bedrijf. Door klaagster is een grote hoeveelheid stukken ingediend maar daar niet naar verwezen in de klacht. Het is niet aan de Accountantskamer om zelfstandig in de bijlagen op zoek te gaan naar wat wel en niet dienstig zou kunnen zijn voor de klacht. Klacht is kennelijk ongegrond. |
ACCOUNTANTSKAMER
UITSPRAAK van 10 juli 2026 van de voorzitter op grond van artikel 39 lid 1 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de op 29 april 2026 ontvangen klacht met nummer 26/1463 Wtra AK van
X
wonende in [plaats1]
K L A A G S T E R
t e g e n
Y
accountant-administratieconsulent
kantoorhoudende te [plaats1]
B E T R O K K E N E
1. De procedure
1.1. De voorzitter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- het klaagschrift met bijlagen
- de brief van de Accountantskamer van 21 mei 2026
- de reactie daarop van klaagster van 27 mei 2026
2. De klacht en de beoordeling daarvan
2.1. De gebruikelijke procedure is dat de tuchtklacht op een zitting wordt behandeld. De voorzitter van de Accountantskamer mag de zaak echter zonder zitting afdoen, als de klacht kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht is[1]. De voorzitter is van oordeel dat de onderhavige klacht kennelijk ongegrond is en zal de klacht daarom niet verder in behandeling nemen. Die beslissing zal de voorzitter hierna toelichten.
Waarover gaat de klacht?
2.2. De Accountantskamer heeft in haar brief van 21 mei 2026 een samenvatting van de klacht gegegeven en klaagster gevraagd daarop te reageren. Klaagster heeft niet expliciet gereageerd op deze samenvatting, maar gelet op de aanvullende toelichting van 27 mei 2026 komt de klacht op het volgende neer.
1. Betrokkene heeft herhaaldelijk niet gereageerd op verzoeken van klaagster en van Over de Rood om documenten/informatie te verstrekken.
2. Betrokkene heeft een aangifte voor de Inkomstenbelasting gedaan, waaruit volgt dat klaagster meer belasting moet betalen dan haar ex-echtgenoot.
3. Betrokkene heeft een waarderingsrapport opgesteld van het bedrijf [bedrijfsnaam1]. Volgens klaagster is gebleken dat dit rapport niet klopt.
4. In 2024 heeft de ex-partner van klaagster haar handtekening vervalst om een Renault
te kopen. Dat was volgens klaagster op aanraden van betrokkene.
Waarom is de klacht kennelijk ongegrond?
2.3. Klaagster heeft in het klaagschrift weinig informatie gegeven over de feiten en omstandigheden waarop de klacht betrekking heeft. Klaagster was samen met haar ex-echtgenoot klant van betrokkene, die optrad als ‘financieel adviseur’. De klacht ziet op rol van betrokkene in de afwikkeling van de echtscheiding, waarin ook het Waarderingsrapport [bedrijfsnaam1] (waarvan overigens onduidelijk is door wie dit rapport is opgesteld) een rol speelt. Klaagster was mede-aandeelhouder van dat bedrijf.
2.4. Voor de Accountantskamer en de betrokken accountant moet duidelijk zijn wat klaagster de accountant concreet verwijt. Het ligt op de weg van klaagster om de feiten en omstandigheden, die leiden tot de conclusie dat de aangeklaagde accountant tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, niet alleen te stellen maar ook aannemelijk te maken. Dat heeft de juridisch medewerker in een telefoongesprek met klaagster toegelicht en het is ook bevestigd in de brief van de Accountantskamer van 21 mei 2026. In die brief is aan klaagster gevraagd om de verwijten aan te vullen op de volgende punten:
1. U stelt dat betrokkene herhaaldelijk niet heeft gereageerd op verzoeken om informatie en documenten. Kunt u duidelijk maken op welke momenten of tijdstippen u om informatie hebt verzocht aan betrokkene en kunt u dat onderbouwen door bijvoorbeeld de betreffende verzoeken te overleggen?
2. U stelt dat de belastingaangifte niet eerlijk is. Tijdens het telefoongesprek met de juridisch medewerker hebt u verteld dat u ruim € 7.000 moet betalen en uw ex-echtgenoot € 2.000. Kunt u de betreffende belastingdocumenten overleggen waaruit dat verschil blijkt en duidelijk maken waarom dit aan betrokkene is te wijten?
3. Volgens u zou het waarderingsrapport inconsistenties bevatten. Dat is voor betrokkene en de Accountantskamer niet eenvoudig na te gaan, omdat u niet duidelijk maakt welke inconsistenties dit zijn en waaruit dat kan blijken. Ik verzoek u dat nader te omschrijven. Kunt u dit verwijt wellicht onderbouwen met de bevindingen van uw nieuwe accountant uit Rotterdam?
4. Het vervalsen van de handtekening zou op advies zijn geweest van betrokkene. Waaruit kan dat blijken?
2.5. Met haar aanvullende klaagschrift heeft klaagster een grote hoeveelheid stukken meegestuurd. Deze documenten beschouwt klaagster cruciaal voor de beoordeling door de Accountantskamer, maar klaagster heeft nagelaten deze bijlagen te nummeren en in haar aanvullende klaagschrift naar de juiste vindplaats of bladzijde van de bijlage te verwijzen. Dat maakt het moeilijk om het aanvullende klaagschrift goed te volgen. Zo schrijft klaagster dat haar ex-partner [voornaam1] na een gesprek met [A] betrokkene dringend heeft verzocht om ‘de gevraagde documenten alsnog aan te leveren’. Slechts één van de aanvullende bijlagen betreft een bericht van [B], gericht aan betrokkene, maar daarin verleent hij betrokkene hooguit toestemming om documenten aan [A] te verstrekken. Een dringend verzoek valt er niet in te lezen. Overigens wijst de voorzitter erop dat het niet aan haar is om zelfstandig in bijlagen bij een klaagschrift op zoek te gaan naar wat wel en niet dienstig zou kunnen zijn voor de klacht[2].
2.6. Klaagster meent dat zij de verwijten kan bewijzen door middel van een gesprek, waarin belastende verklaringen zijn afgelegd door de ex-echtgenoot. Zo zou de ex-echtgenoot hebben verklaard dat hij de handtekening van klaagster heeft vervalst op aanraden van betrokkene. En dat betrokkene een vijandige houding heeft aangenomen jegens klaagster en informatie voor haar achterhoudt. Klaagster stelt dat de Accountantskamer deze opname zou kunnen opvragen ‘via de officiële kanalen’. Het is echter aan klaagster om de feiten en omstandigheden te stellen en te onderbouwen. Zij zou dus een opname (inclusief transcriptie) moeten overleggen.
2.7. In het aanvullend klaagschrift heeft klaagster verder nauwelijks meer informatie gegeven ter onderbouwing van de verwijten als hiervoor opgesomd. De voorzitter is daarom van oordeel dat klaagster onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld om te kunnen oordelen dat betrokkene tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
2.8. De klacht zal daarom kennelijk ongegrond worden verklaard.
3. De beslissing
De voorzitter van de Accountantskamer:
- verklaart de klacht ongegrond.
Aldus beslist door mr. A.A.A.M. Schreuder, voorzitter, in aanwezigheid van mr. C.J.H. Terwal, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2026.
_________ __________
secretaris voorzitter
Deze uitspraak is aan partijen verzonden op:_____________________________
Op grond van artikel 39, derde lid, Wtra kan tegen deze uitspraak binnen 6 weken na verzending daarvan verzet worden gedaan. Het verzet kan worden gericht aan de Accountantskamer (adres: Postbus 10067, 8000 GB Zwolle).
[1] Zie artikel 39 van de Wet tuchtrechtspraak accountants.
[2] Zie ECLI:NL:CBB:2016:117.