ECLI:NL:TACAKN:2026:61 Accountantskamer Zwolle 26/1590 Wtra AK
| ECLI: | ECLI:NL:TACAKN:2026:61 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 10-07-2026 |
| Datum publicatie: | 10-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26/1590 Wtra AK |
| Onderwerp: | |
| Beslissingen: | klacht kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing inzake klacht tegen accountant die financieel manager is. Verwijt dat hij bedrijven heeft opgezet om activa van klagers te verduisteren en over te hevelen naar een andere vennootschap is kennelijk ongegrond. |
ACCOUNTANTSKAMER
UITSPRAAK van 10 juli 2026 van de voorzitter op grond van artikel 39 lid 1 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de op 28 mei 2026 ontvangen klacht met nummer 26/1590 Wtra AK van
X1 LLC
gevestigd te [buitenlandse plaats1]
en
X2
wonende te [buitenlandse plaats2] ([land1])
K L A G E R S
t e g e n
Y
accountant-administratieconsulent
kantoorhoudende te [plaats3]
B E T R O K K E N E
1. De procedure
1.1. Klagers hebben op 28 mei 2026 een klaagschrift met negen bijlagen ingediend.
1.2. De Accountantskamer heeft op 3 juni 2026 een brief naar klagers gestuurd en hen verzocht de klacht aan te vullen.
1.3. Op 8 juni 2026 hebben klagers een aanvullend klaagschrift naar de Accountantskamer gestuurd.
2. De klacht
2.1. De gebruikelijke procedure is dat de tuchtklacht op een zitting wordt behandeld. De voorzitter van de Accountantskamer mag de zaak echter zonder zitting afdoen, als de klacht kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht is[1]. De voorzitter is van oordeel dat de onderhavige klacht kennelijk ongegrond is en zal de klacht daarom niet verder in behandeling nemen. Die beslissing zal de voorzitter hierna toelichten.
Waarover gaat de klacht?
Nadat klagers een onduidelijk klaagschrift met bijlagen hebben ingediend heeft de Accountantskamer op 3 juni 2026 een brief naar klagers gestuurd en hen verzocht de klacht aan te vullen. In reactie daarop hebben klagers een schriftelijke toelichting gegeven.
De Accountantskamer begrijpt de klacht aldus dat betrokkene als financieel manager van [BV1] bedrijven heeft opgezet die werden gebruikt om activa van klagers te verduisteren en over te hevelen naar [BV1].
3. De beoordeling
3.1. Het handelen of nalaten van betrokkene moet worden getoetst aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).
3.2. Voor de Accountantskamer en de betrokken accountant moet duidelijk zijn wat klagers de accountant concreet verwijten. Als uitgangspunt geldt dat het aan klager is om feiten die leiden tot de conclusie dat de aangeklaagde accountant tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, niet alleen te stellen maar ook aannemelijk te maken.
3.3. Klagers hebben in het klaagschrift globaal omschreven op welke feiten en omstandigheden de klacht betrekking heeft. Klagers hebben – kort gezegd – het volgende vermeld:
- het accountantsverslag van [BV1] over 2018 meldt materiële onjuistheden ter waarde van in totaal € 628.000. Dit betreft omzet van [X1] uit 2017 en het eerste kwartaal van 2018;
- betrokkene heeft het aandelenkapitaal van [X1] geregistreerd in [bedrijfsnaam1];
- [BV1] was een joint venture met [bedrijfsnaam2]. [bedrijfsnaam2] is een spookbedrijf;
- betrokkene heeft betalingen vanuit Iran aan [bedrijfsnaam3] GmbH uitgesloten;
- in de boekhouding van betrokkene staan vooruitbetalingen aan B2B geregistreerd. B2B heeft vervalste en frauduleuze bestuursbesluiten en aandeelhoudersbesluiten van [X1] ingediend bij het handelsregister in de Verenigde Arabische Emiraten.
3.4. De Accountantskamer heeft in haar brief van 3 juni 2026 het volgende aan klagers bericht:
‘(…) Aanvulling klacht
Het klaagschrift is niet compleet. Het volgende ontbreekt.
De feiten in het klaagschrift zijn onvoldoende duidelijk. Het komt de duidelijkheid van het klaagschrift ten goede als u in een aanvullend klaagschrift begint met een hoofdstuk over de feiten. Wat is er gebeurd, en wanneer was dat? Probeer de gebeurtenissen zo feitelijk mogelijk te beschrijven en deze zoveel mogelijk te onderbouwen met bewijsstukken. Daarna volgt een hoofdstuk waarin u beschrijft welke gedraging (handelen of nalaten) volgens u tuchtrechtelijk verwijtbaar is.(…)’
3.5. In het aanvullend klaagschrift hebben klagers nader toegelicht welke transacties en overboekingen volgens hen frauduleus waren, maar zij hebben weinig meer informatie gegeven over de rol (het handelen of nalaten) van betrokkene bij die transacties en overboekingen. Ook hebben klagers een veertiental bijlagen aangekondigd. Deze documenten beschouwen klagers belangrijk voor de beoordeling door de Accountantskamer. De klagers hebben echter nauwelijks omschreven op welk concreet handelen of nalaten van betrokkene de klacht is gebaseerd. De voorzitter wijst erop dat het niet aan haar is om zelfstandig in bijlagen bij een klaagschrift op zoek te gaan naar wat wel en niet dienstig zou kunnen zijn voor de klacht[2]. Daarom acht de voorzitter het alsnog overleggen van de bijlagen niet relevant voor de beoordeling van de klacht.
Ook verzoeken klagers om een onderzoek in te stellen naar het handelen van betrokkene. Het is, zoals overwogen, echter aan klagers om feiten en omstandigheden te stellen en te onderbouwen.
De voorzitter is daarom van oordeel dat klager in zijn klaagschriften onvoldoende concrete en op betrokkene toegespitste feiten en omstandigheden heeft gesteld om te kunnen oordelen dat betrokkene tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
3.6. De klacht zal daarom aanstonds kennelijk ongegrond worden verklaard.
4. De beslissing
De voorzitter van de Accountantskamer:
- verklaart de klacht ongegrond.
Aldus beslist door mr. A.A.A.M. Schreuder, voorzitter, in aanwezigheid van mr. E.L. Vedder, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2026.
_________ __________
secretaris voorzitter
Deze uitspraak is aan partijen verzonden op:_____________________________
Op grond van artikel 39, derde lid, Wtra kan tegen deze uitspraak binnen 6 weken na verzending daarvan verzet worden gedaan. Het verzet kan worden gericht aan de Accountantskamer (adres: Postbus 10067, 8000 GB Zwolle).
[1] Zie artikel 39 van de Wet tuchtrechtspraak accountants.
[2] Zie ECLI:NL:CBB:2016:117.