ECLI:NL:TNORDHA:2026:10 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-36

ECLI: ECLI:NL:TNORDHA:2026:10
Datum uitspraak: 15-04-2026
Datum publicatie: 19-05-2026
Zaaknummer(s): 25-36
Onderwerp: Personen- en Familierecht, subonderwerp: Nalatenschap
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Klager verwijt de notaris dat zij geen maatregelen heeft genomen tegen volgens hem onterechte declaraties en belastingrente die door de overleden oud-notaris in zijn hoedanigheid van executeur in rekening waren gebracht. De kamer oordeelt dat de notaris uitsluitend als waarnemer van het protocol optrad, niet verantwoordelijk was voor het handelen van de oud-notaris en juist zorgvuldig heeft gehandeld. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard.

Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag

Beslissing d.d. 15 april 2026 inzake de klacht onder nummer 25-36 van:

[klager],

hierna: klager,

tegen:

[notaris],

notaris, gevestigd te [vestigingsplaats],

gemachtigde: mr. I.R. Köhne, advocaat te Voorburg,

hierna: de notaris.

1. Het procesverloop

1.1       De kamer heeft kennisgenomen van de klacht, met bijlagen, ingekomen op 5 mei 2025.

1.2       De kamer heeft het antwoord van de notaris ontvangen.

1.3       Op 18 november 2025 heeft een voorzittersgesprek plaatsgevonden.

1.4       Klager heeft bij e-mailbericht van 1 december 2025 aangegeven de klacht te willen voortzetten.

1.5       Op 5 december 2025 heeft klager een e-mailbericht, met bijlage, gestuurd waarin hij de stand van zaken weergeeft.

1.6       Op 10 december 2025 heeft de notaris een reactie gestuurd.

1.7       Op 5 maart 2026 heeft de notaris aanvullende stukken ingediend.

1.8       Op 5 maart 2026 heeft klager aanvullende stukken ingediend.

1.9       De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 maart 2026. Daarbij waren aanwezig klager, en de notaris bijgestaan door mr. Köhne. Van de mondelinge behandeling zijn schriftelijke aantekeningen gemaakt. Klager heeft een pleitnotitie overgelegd.

2. De feiten

2.1       Jonkvrouwe [A] (hierna: erflaatster) is op 13 juni 2023 overleden. Mr. [B], notaris te [vestigingsplaats] (hierna te noemen: de oud-notaris) was bij testament benoemd tot executeur van de nalatenschap van erflaatster. In augustus 2024 hebben de erfgenamen klager verzocht de benoeming tot mede-executeur te aanvaarden.

2.2       Na het overlijden van de oud-notaris op 9 december 2024, is de notaris benoemd tot waarnemer van het vacante protocol.

2.3       Mr. [C], notaris te [vestigingsplaats], is gevolmachtigde van de erfgenamen van de oud-notaris en is belast met de afwikkeling van zijn nalatenschap.

2.4       Volgens de door de oud-notaris aan klager verstrekte informatie bedroeg het saldo op de kwaliteitsrekening van de nalatenschap van erflaatster per 15 november 2024 € 56.795,33.

2.5       Klager heeft op 17 december 2024 de notaris verzocht het saldo van de nalatenschap van erflaatster van de kwaliteitsrekening over te boeken naar de ervenrekening.

2.6       Op 23 januari 2025 heeft de notaris een nieuw overzicht van het saldo van de nalatenschap van erflaatster op de kwaliteitsrekening aan klager verstrekt, waaruit blijkt dat er door de oud-notaris vier declaratienota’s met factuurdata 1 november 2023, 17 maart 2024, 6 mei 2024 en 14 augustus 2024 in mindering zijn gebracht en over zijn gemaakt naar de kantoorrekening. Het totale factuurbedrag bedraagt € 47.849,45.

3. De klacht

3.1       De notaris heeft volgens klager gehandeld in strijd met de Wet op het notarisambt (Wna). Het is de verantwoordelijkheid van de notaris om de schade die daardoor ontstaan is teniet te doen of te repareren.

3.2       Een bedrag aan ten onrechte in rekening gebrachte belastingrente van € 4.392,- dient rechtstreeks uitbetaald te worden aan de erfgenamen.

3.3       Klager trekt de declaraties van het notariskantoor in twijfel. De hoogte van het teveel gedeclareerde honorarium van € 20.115,84 dient aan de erfgenamen vergoed te worden.

3.4       Klager verzoekt de kamer een proceskostenvergoeding vast te stellen.

4. Het verweer

4.1       De notaris is uitsluitend benoemd tot waarnemer van het vacante protocol van de oud-notaris, en niet tot waarnemer van de onderneming [B.V.]

4.2       De notaris is niet verantwoordelijk voor eventueel klachtwaardig handelen van de oud-notaris en heeft zelf niet klachtwaardig gehandeld.

5. De beoordeling van de klacht

5.1       Ter beoordeling van de kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 Wna. Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.

5.2       Vast staat dat de notaris geen inhoudelijke bemoeienis heeft (gehad) met de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster. Na het overlijden van de oud-notaris is zij uitsluitend benoemd tot waarnemer van het protocol. Hieronder wordt verstaan het beheren en veiligstellen van de akten en dossiers van de vervangen notaris, het verrichten van actieve handelingen, zoals het afgeven van afschriften (kopieën) van akten uit het protocol en het afhandelen van lopende dossiers van de notaris die wordt waargenomen.

5.3       Geruime tijd voordat de notaris was aangesteld tot waarnemer zijn de onder 2.6 genoemde factuurbedragen niet door de notaris, maar door de oud-notaris, overgeboekt van de kwaliteitsrekening naar de kantoorrekening die behoort bij de onderneming van de oud-notaris. Ditzelfde geldt ook voor de belastingrente. Het saldo van de kantoorrekening maakt deel uit van de nalatenschap van de oud-notaris. De verantwoordelijkheid voor die rekening ligt bij zijn erfgenamen danwel bij notaris [C] die belast is met de afwikkeling van de nalatenschap van erflater. De notaris  kan als waarnemend notaris niet beschikken over de kantoorrekening en is daarvoor ook niet verantwoordelijk. Zij kan en mag de overboekingen, of ze onjuist of onterecht zouden zijn, niet ongedaan maken. De notaris is als waarnemer van het protocol ook niet verantwoordelijk voor de rechtmatigheid van de door de oud-notaris opgestelde declaraties en niet bevoegd tot het (doen) terugdraaien daarvan.

5.4       Gebleken is dat de notaris, nadat de klacht haar ter ore was gekomen, zich in hoge mate heeft ingespannen om te bemiddelen en het nodige onderzoek te verrichten, teneinde – voor zover haar bevoegdheden daartoe reikten – zoveel mogelijk relevante informatie te achterhalen. Zij was daartoe niet gehouden en heeft daarmee ruimschoots invulling gegeven aan haar rol als waarnemend notaris. Het is haar niet te verwijten dat de oud-notaris geen openheid van zaken heeft gegeven door de overboekingen van de kwaliteitsrekening naar de kantoorrekening niet aan de erfgenamen te tonen. De klacht is ongegrond.

BESLISSING

De kamer voor het notariaat:

verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. F.A.M. Veraart, voorzitter, S.L.M. Staals en J.W.A.P. Michels, in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.

Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH  Amsterdam. Het beroepschrift dient binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief door het Hof te zijn ontvangen, waarbij de datum van ontvangst door het Hof bepalend is.