ECLI:NL:TGZRAMS:2026:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9241

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:114
Datum uitspraak: 19-05-2026
Datum publicatie: 19-05-2026
Zaaknummer(s): A2025/9241
Onderwerp:
  • Onvoldoende informatie
  • Onheuse bejegening
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen een AIOS gynaecoloog. Klaagster verwijt de AIOS dat hij haar zonder informed consent heeft laten instemmen met een episiotomie en haar daarbij heeft geïntimideerd. Omdat in het dossier helder is beschreven dat klaagster na overleg en uitleg toestemming heeft gegeven voor een episiotomie is de klacht dat informed consent ontbreekt, ongegrond. Dat de AIOS zich daarbij intimiderend zou hebben gedragen, wordt door hem ontkend. Het college kan bij tegengestelde verklaringen niet vaststellen wat er precies is gebeurd. Wel merkt het college op dat in het medisch dossier concreet en uitvoerig verslag is gedaan van het verloop van de bevalling en dat expliciet is vermeld dat klaagster na de bevalling blij was met het beloop en de begeleiding van de AIOS, wat in tegenspraak is met haar klacht. De klacht is kennelijk ongegrond.

A2025/9241

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Beslissing in raadkamer van 19 mei 2026 op de klacht van:

A,
wonende in B, klaagster,

tegen

C,
arts in opleiding tot gynaecoloog, werkzaam in B, verweerder, hierna ook: de AIOS gynaecoloog,

gemachtigde: mr. E.J.C. de Jong, werkzaam te Utrecht.

1. De zaak in het kort
1.1   De AIOS gynaecoloog heeft klaagster tijdens haar bevalling in het D bijgestaan. Klaagster 
stelt dat de AIOS gynaecoloog haar zonder informed consent, onder dwang, heeft laten instemmen met 
een episiotomie en haar daarbij heeft toegeschreeuwd en geïntimideerd. Daarnaast heeft hij volgens 
klaagster een ongepaste opmerking gemaakt direct na de bevalling.

1.2   Het college komt tot het oordeel dat klaagster ontvankelijk is, maar de klacht kennelijk 
ongegrond. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en 
dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst 
hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1  Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
-  het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 11 november 2025;
-  het verweerschrift met een bijlage;
-  een bijlage, genaamd ‘verwijsdetails’, afkomstig van de AIOS gynaecoloog, binnengekomen op 16 
januari 2026.

2.2   De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het 
college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik
gemaakt.

2.3   Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak 
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. Wat is er gebeurd?
3.1   Klaagster was op 11 september 2025 opgenomen op de verloskamers van het D voor haar 
bevalling. De AIOS gynaecoloog had op 11 september 2025 nachtdienst. Enige tijd voor het begin van 
zijn dienst, die om 23.00 uur begon, werd hij door een collega gevraagd te komen helpen bij de 
niet-vorderende bevalling van klaagster. De collega vertelde hem van de uitputting en paniek bij 
klaagster, van de wens van klaagster om de baby zo snel mogelijk geboren te laten worden en van 
mogelijke foetale nood. Het contact tussen de collega en klaagster was moeizaam, aldus de collega. 
Ook werd de AIOS gynaecoloog daarbij meegedeeld dat klaagster liever geen mannelijke arts bij de 
bevalling wilde. De achterwacht van dat moment, een vrouwelijke gynaecoloog, was gebeld en nog 
onderweg naar het ziekenhuis. Daarom is besloten dat de collega aan klaagster toestemming zou 
vragen voor assistentie door de AIOS gynaecoloog. Klaagster heeft daarvoor toestemming gegeven.

3.2   Op de verloskamer heeft de AIOS gynaecoloog contact gemaakt met klaagster en met haar 
besproken dat misschien een vacuümextractie nodig was als de indaling van de baby niet verder zou 
vorderen. Ook heeft hij een episiotomie besproken. Omdat klaagster aangaf bang te zijn voor de pijn 
daarvan heeft de AIOS gynaecoloog uitgelegd dat zij dan eerst verdoofd zou worden. Daarop heeft 
klaagster met een episiotomie ingestemd.

3.3   Vervolgens heeft de AIOS gynaecoloog klaagster geïnstrueerd waar zij naartoe moest persen 
door twee vingers in te brengen, waarna de baby verder indaalde. De AIOS heeft klaagster verdoofd 
en een episiotomie gezet waarna de baby vrijwel direct, om 23.00 uur, geboren werd. Direct na de 
geboorte vroeg de AIOS gynaecoloog naar de naam van de baby. Op het antwoord van klaagster 
reageerde de AIOS gynaecoloog met “Oh geen [naam van de AIOS gynaecoloog]?”.

3.4   Omdat klaagster wat ruimer bloedverlies had kreeg zij een infuus en om 23.10 uur werd de 
placenta geboren. De AIOS gynaecoloog heeft de episiotomie gehecht.

3.5   De AIOS gynaecoloog heeft de bevalling met klaagster nabesproken. Tijdens dit gesprek heeft 
klaagster laten weten blij te zijn geweest met de begeleiding, hoewel zij initieel geen mannelijke 
arts en episiotomie wilde.

3.6   Klaagster heeft na verloop van tijd een klacht ingediend bij het ziekenhuis vanwege haar 
ontevredenheid. Hier is door de AIOS gynaecoloog per brief op gereageerd.

4. De klacht en de reactie van de AIOS gynaecoloog
4.1   Volgens klaagster heeft de AIOS gynaecoloog ernstig grensoverschrijdend en onprofessioneel 
gehandeld. Zij verwijt hem in de eerste plaats dat geen sprake is geweest van informed consent voor de episiotomie, nu hij haar onder druk zou hebben gezet om met deze ingreep in te stemmen en heeft nagelaten de noodzaak en de daaraan verbonden risico’s met haar te bespreken. Daarnaast verwijt klaagster de AIOS gynaecoloog dat hij zich na de bevalling ongepast heeft uitgelaten en daarmee niet-professioneel heeft gehandeld.

4.2  De AIOS gynaecoloog heeft dit bestreden en het college verzocht de klacht kennelijk ongegrond 
te verklaren.

4.3  Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1   De vraag is of de AIOS gynaecoloog de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. 
De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende AIOS gynaecoloog. Bij de 
beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de AIOS gynaecoloog geldende beroepsnormen en 
andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet 
altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt.

5.2  Het college oordeelt dat de AIOS gynaecoloog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

5.3   Klaagster stelt dat zij herhaaldelijk, luid en duidelijk heeft aangegeven dat zij geen 
episiotomie wilde. Toch heeft de AIOS gynaecoloog haar onder dwang laten instemmen en heeft hij 
daarbij naar haar geschreeuwd, terwijl hij een schaar in haar gezichtsveld verheven hield. Over de 
noodzaak of risico’s werd geen verdere uitleg gegeven. Zij voelde zich geïntimideerd, extreem bang 
en machteloos en heeft uit pure angst ingestemd. Er was geen sprake van informed consent en de AIOS 
gynaecoloog heeft ernstig in strijd met de beroepsnormen en de zorgvuldigheid gehandeld, aldus 
klaagster.

5.4   De AIOS gynaecoloog voert hiertegen aan dat hij een geheel andere herinnering heeft en dat 
hij klaagster wel heeft uitgelegd wat de indicatie voor de episiotomie was. Daarbij is haar angst 
voor de pijn van een episiotomie besproken en is haar verteld dat zij eerst verdoofd zou worden. 
Vervolgens heeft klaagster ingestemd met de episiotomie. Van dwang is geen sprake geweest en hij 
ontkent dat hij heeft geschreeuwd en een schaar in haar gezicht heeft gehouden.

5.5   Het college constateert dat het verslag van de bevalling in het medisch dossier het verweer 
van de AIOS gynaecoloog, dat sprake was van informed consent, ondersteunt. Dit verslag vermeldt, 
voor zover hier relevant, het volgende:
“(…)
22.20 Overleg dr F matige en trage vordering, goed CTG. Advies contact over 1(0) minuten indien 
geen vordering.

22.30 Iets meer vordering caput snijdt meer door klein segment zichtbaar. patiënte is in 
baringsnood ook tijdens persen in paniek. Kan moeilijker tot rust komen tussen contracties door
22.45 Segment vordert niet veel meer, doorgegeven dr F onderweg en mogelijk avonddienst mannelijke 
collega ook meebeoordelen op de kamer. Patiënte op de hoogte, wil dat de bevalling zo snel mogelijk 
beëindigd wordt. Uitgelegd mogelijk vacuum door gynaecoloog als geen goede vordering. Patiënte wil 
geen episiotomie en wil graag zelf proberen. Uitgelegd dat wij doorgaan met persen tot gynaecoloog 
in huis is. Mogelijk episiotomie nodig. Door baringsnood tussendoor soms lastig patiënte weer tot 
rust te laten komen. Patiënte verontschuldigd zich hiervoor. Oogt uitgeput.
22.55 Collega E komt op de kamer ter ondersteuning, beoordeeld mee en patiënte komt tot rust 
tussendoor. dr E neemt daarom over. Episiotomie is besproken, patiënte geeft eerst meermaals aan 
geen knip te willen maar tussendoor dat alles akkoord is zolang de kleine geboren wordt. Patiënte 
geeft aan bang te zijn voor pijn bij de episiotomie. Uitleg dat er verdoofd gaat worden. Duidelijk 
akkoord en toestemming gevraagd alvorens de episiotomie te zetten, patiënte is akkoord.
22.58 Infiltratie lidocaïne
23.00 Episiotomie en meteen geboorte kind, goede start (…)
Neonaat nagekeken geen bijzonderheden, met patiënte nog nabesproken. Uiteindelijk erg blij met 
begeleiding en beloop. Uiteindelijk niet erg dat er episiotomie geplaatst is. Ook blij met 
begeleiding dr E ondanks dat ze eerder geen man wilde bij bevalwensen”.

5.6   Omdat in het dossier helder is beschreven dat klaagster na overleg en uitleg uitdrukkelijk 
toestemming heeft gegeven voor een episiotomie is de klacht dat informed consent ontbreekt, 
ongegrond. Dat de AIOS gynaecoloog klaagster heeft toegeschreeuwd en een dreigend gebaar met een 
schaar heeft gemaakt, zoals klaagster stelt, wordt stellig door hem ontkend. Het college kan bij 
tegengestelde verklaringen niet vaststellen wat er precies is gebeurd en hoe het gesprek over de 
episiotomie is verlopen. Wel merkt het college op dat in het medisch dossier concreet en uitvoerig 
verslag is gedaan van het verloop van de bevalling en dat ook expliciet is vermeld dat klaagster na 
de bevalling blij was met het beloop en de begeleiding van de AIOS gynaecoloog, hetgeen in 
tegenspraak is met haar klacht. De klacht dat de toestemming onder dwang en intimidatie is 
verkregen is dan ook ongegrond.

5.7   Het college stelt vast dat de AIOS gynaecoloog naar aanleiding van de klacht zijn excuses 
heeft aangeboden voor de door klaagster als ongepast ervaren opmerking. Hoewel het voorstelbaar is 
dat klaagster deze opmerking als ongepast heeft ervaren, is het college van oordeel dat hiermee 
geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Dit klachtonderdeel is daarom eveneens 
ongegrond.

Slotsom
5.8  Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht kennelijk ongegrond is.

6. De beslissing

De klacht is kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 19 mei 2026 door J.J. Dijk, voorzitter, L.J. Knap, lid-jurist,
S. Veersema, H.H. de Haan en A.J. Goverde, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door
S. Verdaasdonk secretaris.