ECLI:NL:TGZRSHE:2026:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8711
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2026:92 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 20-05-2026 |
| Datum publicatie: | 20-05-2026 |
| Zaaknummer(s): | H2025/8711 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht psychiater. Klager stelt dat verweerster in een intakeverslag ten onrechte een DSM-classificatie heeft opgenomen, dat zij veel informatie heeft weggelaten ten opzichte van het besprokene en niet-besproken zaken wel heeft opgenomen. Verder heeft verweerster volgens klager zonder zijn toestemming (medische) gegevens verspreid en heeft zij niet toegelicht wie klager voor het intakegesprek heeft aangemeld. Het college is van oordeel dat klager kan worden ontvangen in zijn klacht, maar dat die klacht kennelijk ongegrond is. Verweerster kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Het intakeverslag zet op voldoende inzichtelijke en consistente wijze uiteen op welke gronden de beschrijvende diagnose en (bijkomende) DSM-classificatie steunen. De feiten, omstandigheden en bevindingen die verweerster heeft opgenomen zijn naar het oordeel van het college relevant en adequaat. Verweerster heeft het intakeverslag gedeeld met klagers huisarts, die hem had verwezen. Blijkens de toestemmingsverklaring is daarvoor namens klager toestemming verleend. Dat verweerster het intakeverslag hiernaast nog met anderen heeft gedeeld, kan het college niet vaststellen. Feiten of omstandigheden waaruit dit blijkt zijn niet aangedragen. De vraag wie klager heeft verwezen is door de maatschappelijk werkster beantwoord. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE ’s-HERTOGENBOSCH
Beslissing in raadkamer van 20 mei 2026 op de klacht van:
[A],
verblijvende te [B],
klager,
gemachtigden: [C] en [D], wonende in [E].
tegen
[F],
psychiater,
(destijds) werkzaam in [G], verweerster,
gemachtigde: mr. L. Greebe, werkzaam in Amsterdam.
1. Waar gaat de zaak over?
1.1 Verweerster is psychiater in een team voor patiënten met ernstige psychische
aandoeningen.
Zij heeft met klager een intakegesprek gevoerd. Klager stelt dat verweerster in
het verslag van dat
intakegesprek ten onrechte DSM-classificatie 298.9 heeft opgenomen, dat zij veel
informatie heeft
weggelaten ten opzichte van het besprokene en niet-besproken zaken wel heeft opgenomen.
Verder
heeft verweerster volgens klager zonder zijn toestemming (medische) gegevens verspreid
en heeft zij
niet toegelicht wie klager voor het intakegesprek heeft aangemeld.
1.2 Het college is van oordeel dat klager kan worden ontvangen in zijn klacht, maar
dat die
klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog
vragen aan de
partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard.
Hierna
licht het college toe hoe het tot deze beslissing is gekomen.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift, ontvangen op 10 juli 2025;
- de brief van de gemachtigden van klager, ontvangen op 15 juli 2025;
- het verweerschrift, ontvangen op 15 september 2025;
- de brief met bijlagen, ontvangen op 1 oktober 2025 van de gemachtigden van klager;
- het proces-verbaal van het mondeling vooronderzoek, gehouden op 22 oktober 2025;
- de brief van gemachtigden van klager, ontvangen op 24 oktober 2025;
- de USB-stick, ontvangen van de gemachtigden van klager op 24 oktober 2025.
2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 Verweerster is als psychiater werkzaam in een FACT-team van een GGZ-instelling
voor patiënten
met ernstige psychische aandoeningen (EPA). Zij heeft, na een verwijzing door de
huisarts van
klager, op 30 december 2021 een intakegesprek gevoerd met klager. Bij dat gesprek
waren naast
klager en verweerster de regiomanager van de GGZ-instelling, de bij klager betrokken
maatschappelijk werkster (zij nam telefonisch deel aan het gesprek) en de vader
van klager
aanwezig. Doel van dat intakegesprek was om te onderzoeken of klager in aanmerking
kwam voor zorg
vanuit een EPA-team. In het intakeverslag is opgenomen (alle citaten letterlijk
weergegeven):
“5.1 Uitkomsten op basis van psychiatrisch onderzoek en/of waarneming
Cliënt maakt weinig oogcontact tijdens de intake. Is fysiek bezig met een touwtje
wat hij vast
heeft.
Geeft voornamelijk aan geen motivatie te hebben en enkel als hulpvraag excuses vraagt
van
organisatie waaronder [GGZ-instelling].
redelijk verzorgd, bij aanvang capuchon op, andere kant op kijkend, later meer oog
contact fysiek
wat onrustug
is afwerend en externaliserend in contact. vertelt uiteindelijk wel wat over vroeger
soms
verzandend in details. Intelligentie wordt gemiddeld geschat (tegen een LOM school
achtergrond)>
Geheugen imponeert intact.
Waarneming: ongestoord. Denken: normofoor, coherent, inhoudelijk gene evidente wanen.
Echter
mogelijk wel wat achterdocht?
(…)
6.2. DSM classificatie: uitgevoerd op 06-01-2022
(…)
Bijkomend 298.9 Ongespecificeerde schizofreniespectrum- of
andere psychotische stoornis
(…)”
3.2 De intakeprocedure is na het hiervoor genoemde intakegesprek door klager niet
voortgezet en er
is geen behandelingsovereenkomst tot stand gekomen.
3.3 Op 10 januari 2022 stuurde klager verschillende moeilijk te volgen berichten
en liet hij zich
kritisch uit over de hulpverlening. Daarbij gebruikte hij termen als “En ik hoop
dat
jullie kapot gaan”, “jullie freaks hebben me 1 keer teveel gepest” en “kanker imperialisten”.
3.4 Bij brief van 11 januari 2022, ondertekend door de maatschappelijk werker, de
sociaal
psychiatrisch verpleegkundige en verweerster, is aan de huisarts van klager teruggekoppeld
dat
klager niet geïndiceerd is bevonden.
4. De klacht en de reactie van verweerster
4.1 Klager verwijt verweerster dat zij:
a) in het intakeverslag de DSM-classificatie 298.9 heeft opgenomen (ongespecificeerde
schizofrenie
spectrum of andere psychotische stoornis). Deze diagnose is gesteld op basis van
een intakegesprek
dat daartoe niet of nauwelijks aanleiding gaf en zonder nader onderzoek;
b) in het intakeverslag veel informatie heeft weggelaten ten opzichte van het besprokene
en
niet-besproken zaken daarin wel heeft opgenomen;
c) (medische) gegevens van klager heeft verspreid zonder zijn toestemming en geen
toelichting heeft
gegeven wie klager voor het intakegesprek heeft aangemeld.
4.2 Verweerster heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
Ontvankelijkheid
5.1 In het medisch tuchtrecht kan op grond van artikel 65 lid 1 en sub a van de
Wet op de
beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) worden geklaagd door een rechtstreeks
belanghebbende. Daarbij geldt als uitgangspunt dat dit de patiënt zelf is, dat is
immers degene
over wiens behandeling en verzorging de klacht gaat. De hoofdregel is dus dat de
meerderjarige
patiënt zelf beslist of een klacht wordt ingediend over zijn of haar behandeling.
In een situatie
waarin de patiënt zelf niet (meer) in staat is een beslissing te nemen over het
al dan niet
indienen van een tuchtklacht, bijvoorbeeld omdat hij niet (meer) in staat is zijn
belangen op dit
punt behoorlijk waar te nemen en hij een wettelijk vertegenwoordiger heeft, is deze
klachtgerechtigd. De toetsing of klager klachtgerechtigd is als bedoeld in artikel
65 lid 1 van de
Wet BIG, vindt plaats op het moment dat de klacht wordt ingediend.
5.2 In dit geval betekent dit het volgende. Bij beschikking van 4 november 2024
heeft de
kantonrechter in de rechtbank ..... de moeder van klager tot mentor benoemd, omdat
klager
als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet
in staat is of
bemoeilijkt wordt ten volle zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf
waar te nemen.
Het college heeft in het dossier evenwel geen aanknopingspunten gevonden op basis
waarvan kan of
moet worden aangenomen dat klager niet in staat is zijn belangen ter zake het al
dan niet indienen
van deze tuchtklacht behoorlijk waar te nemen. Het college concludeert daarom dat
klager
klachtgerechtigd is en dat hij aldus zijn ouders heeft kunnen machtigen om het klaagschrift
namens
hem in te dienen en om hem bij de staan in deze procedure. Klager kan kortom worden
ontvangen in zijn klacht. De moeder van klager heeft in haar hoedanigheid van mentor
overigens ook ingestemd met de indiening van de klacht door haar zoon (patiënt) en
met de inhoud van de verschillende klachtonderdelen.
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.3 De vraag is of verweerster de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende psychiater. Bij de beoordeling
wordt
rekening gehouden met de voor verweerster geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd
genoeg voor een
tuchtrechtelijk verwijt. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen
tuchtrechtelijk
verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.
Het college toetst ten volle of het onderzoek door verweerster uit het oogpunt van
vakkundigheid en
zorgvuldigheid (punt 1 tot en met 5) de tuchtrechtelijke toets kan doorstaan. Daarnaast
toetst het
college (marginaal) of verweerster in redelijkheid tot haar conclusies heeft kunnen
komen. Het
college oordeelt dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
De klacht is
kennelijk ongegrond. Voor dit oordeel is het volgende redengevend.
Klachtonderdeel a) stellen diagnose op basis van een intakegesprek dat daartoe niet
of nauwelijks
aanleiding gaf en zonder nader onderzoek
5.4 Volgens klager heeft verweerster in het intakeverslag van 30 december 2021
ten onrechte de
DSM-classificatie 298.9 (Ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische
stoornis)
opgenomen. Het intakegesprek gaf verweerster daartoe onvoldoende aanleiding, want
een dergelijke
stoornis is niet ter sprake gekomen en ook niet eerder vastgesteld door een psychiater.
Verweerster
betoogt dat deze DSM-classificatie is opgenomen om de psychotische kwetsbaarheid
van klager aan te
geven en dat het een voorlopige werkdiagnose betreft die later wordt uitgewerkt
of aangepast
gedurende de verdere intakeprocedure en/of behandeling. Tijdens en na het intakegesprek
heeft
klager volgens verweerster verschillende achterdochtige uitspraken gedaan, gedrag
laten zien en
zich ook overigens geuit op een wijze die aanleiding gaf om de DSM-classificatie
298.9 op te nemen.
5.5 Het college is van oordeel dat verweerster wat dit klachtonderdeel betreft geen
tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Hoewel een uitgebreide onderbouwing
van bedoelde
bijkomende DSM-classificatie in het intakeverslag niet aan de orde komt, wordt deze
wel voldoende
gedragen door de beschrijvende diagnose en is deze (voorlopige) bijkomende classificatie
navolgbaar. Steun voor die (voorlopige) bijkomende classificatie volgt immers, zoals
verweerster
ook heeft aangevoerd en zoals ook blijkt uit het intakeverslag, uit klagers voorgeschiedenis,
het
psychiatrisch onderzoek door verweerster en (met name) de verdere gang van zaken
tijdens en na het
intakegesprek. Hoewel verweerster, zoals zij zelf ook terecht heeft gesteld, een
en ander
uitgebreider in het intakeverslag had kunnen opnemen en zij daarmee dus beter anders
had kunnen handelen, betekent dat, gelet op de maatstaf zoals hiervoor in 5.3 opgenomen,
niet dat verweerster tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld. Het intakeverslag zet op voldoende inzichtelijke en
consistente wijze
uiteen op welke gronden de beschrijvende diagnose en (bijkomende) DSM-classificatie
steunen. Een en
ander vindt voldoende onderbouwing in de voorgeschiedenis en de bevindingen tijdens
en na het
intakegesprek. Dat geen nader onderzoek heeft plaatsgevonden, kan verweerster niet
worden verweten.
De intakefase is immers door klager na het intakegesprek afgebroken. Dit klachtonderdeel
is
kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel b) weglaten van besproken informatie in en toevoegen niet-besproken
informatie aan
het intakeverslag
5.6 Klager verwijt verweerster dat zij in het intakeverslag relevante informatie
heeft weggelaten
en niet-besproken informatie heeft toegevoegd. Hiertoe heeft hij verwezen naar bijlage
1a bij zijn
klaagschrift en de transcriptie van het intakegesprek. Verweerster betwist dit.
5.7 Het college stelt voorop dat in het intakeverslag op inzichtelijke en consistente
wijze
uiteen moet worden gezet op welke gronden de psychiatrische classificatie, de psychiatrische
diagnose en de indicatiestelling steunen. Het is aan verweerster om de informatie
die daarvoor
nodig is te selecteren. Verweerster heeft dit gedaan. Zij heeft oude (intake)gegevens,
die (deels)
automatisch worden opgehaald uit eerdere verslagen/dossierstukken opgenomen, waaronder
de
voorgeschiedenis. Ook heeft zij tijdens het intakegesprek een anamnese afgenomen
en deze heeft zij
in het verslag opgenomen. Deze informatie, alsook overige relevante informatie,
heeft verweerster
op een inzichtelijke wijze neergelegd in het intakeverslag. De feiten, omstandigheden
en
bevindingen die verweerster heeft opgenomen, zijn naar het oordeel van het college
relevant en
adequaat. Verweerster heeft geen informatie weggelaten die afbreuk doet aan de begrijpelijkheid
en
navolgbaarheid van de beschrijvende diagnose en (voorlopige) bijkomende classificatie
van
verweerster. Ten slotte geldt dat niet van verweerster kan worden verlangd dat zij
alle informatie
die zij in het verslag opneemt, bespreekt. Overigens heeft verweerster het intakeverslag
niet met
klager kunnen bespreken, omdat klager de intakefase afbrak. Ook dit klachtonderdeel
is kennelijk
ongegrond.
Klachtonderdeel c) zonder toestemming en medeweten van klager verspreiden van (medische)
gegevens
en niet geven van een toelichting wie klager heeft aangemeld voor het intake gesprek
5.8 Klager verwijt verweerster dat zij zonder toestemming en medeweten van klager
de
DSM-classificatie 298.9 heeft verstrekt aan derden, namelijk aan [psychiater] en
[gz-psycholoog].
Zij hebben deze classificatie overgenomen, hetgeen volgens klager leidde tot een
onjuiste diagnose
en advies. Klager verwijt verweerster verder geen toelichting te willen geven op
de vraag wie hem
heeft aangemeld voor het intakegesprek. Verweerster betwist dat dit klachtonderdeel
gegrond is. Zij erkent dat zij het intakeverslag met de huisarts van klager heeft
gedeeld en zij wijst erop dat hiervoor tevoren schriftelijk toestemming is
gegeven.
5.9 Het college is van oordeel dat verweerster ook wat dit klachtonderdeel betreft
geen
tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Verweerster heeft het intakeverslag
gedeeld met klagers
huisarts, die hem had verwezen. Blijkens de toestemmingsverklaring is daarvoor namens
klager
toestemming verleend. Dat verweerster het intakeverslag hiernaast nog met anderen
heeft gedeeld,
kan het college niet vaststellen. Feiten of omstandigheden waaruit dit blijkt zijn
niet
aangedragen. Naar het oordeel van het college lag het verder niet op de weg van
verweerster om een
toelichting te geven op de vraag wie hem heeft aangemeld voor het intakegesprek.
Uit de door klager
in het geding gebrachte transcriptie van het intakegesprek blijkt immers dat bij
aanvang van dat
gesprek de vraag aan de orde komt wie klager heeft verwezen. Ook blijkt hieruit
dat die vraag door
de maatschappelijk werkster is beantwoord. Blijkens de transcriptie heeft zij immers
gezegd dat de
huisarts klager heeft verwezen. Bij deze stand van zaken kan niet worden volgehouden
dat
verweerster op dit punt nog een toelichting had behoren te geven. Dit klachtonderdeel
is dus ook
kennelijk ongegrond.
Slotsom
5.10 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht in alle onderdelen kennelijk
ongegrond is.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door N.H.J. Lafghani, voorzitter, L.A.J. Stouthamer-Verschuren
en
H.J. Kolthof, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door G.J. Stoepker, secretaris, en
in het
openbaar uitgesproken door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk op 20 mei
2026.