ECLI:NL:TGZRAMS:2026:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8274

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:118
Datum uitspraak: 22-05-2026
Datum publicatie: 22-05-2026
Zaaknummer(s): A2025/8274
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Gegrond, geen maatregel
Inhoudsindicatie: Gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Het college oordeelt dat de fysiotherapeut ten aanzien van de communicatie met klager en het beëindigen van de behandelrelatie met de dochter van klager onzorgvuldig heeft gehandeld en niet het belang van haar minderjarige patiënt voorop heeft gesteld. Alle klachtonderdelen zijn gegrond. Het college volstaat in dit geval met een gegrondverklaring zonder de oplegging van een maatregel.

A2025/8274
Beslissing van 22 mei 2026
 

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
AMSTERDAM


Beslissing van 22 mei 2026 op de klacht van:


A,
in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van B,
wonende in C,
klager,


tegen


D,
fysiotherapeut,
werkzaam in E,
verweerster, hierna ook: de fysiotherapeut,
gemachtigden: mr. L. Bartelsman en mr. Y.N. Voogel, werkzaam in Amsterdam.


1. De zaak in het kort
1.1 De minderjarige dochter van klager volgt speciaal onderwijs en kreeg op school fysiotherapie van verweerster. De fysiotherapeut heeft vanwege haar aanstaande zwangerschapsverlof op 1 november 2024 een e-mail gestuurd waarin zij kenbaar maakte dat de behandeling tijdens haar verlof niet voor alle kinderen kon doorgaan. Hierna is met klager een discussie ontstaan over dit besluit en over de wijze waarop hierover zou moeten worden gecommuniceerd. De fysiotherapeut wilde dat telefonisch doen, klager wenste eerst een schriftelijke reactie op zijn e-mail. Uiteindelijk heeft de fysiotherapeut de behandeling van de dochter op 8 november 2024 per e-mail per direct beëindigd. Klager is het niet eens met de besluitvorming en de communicatie hierover en verwijt de fysiotherapeut dat zij op onzorgvuldige wijze de behandelrelatie met zijn dochter heeft beëindigd.

1.2 Verweerster heeft erkend dat zij de behandelrelatie op 8 november 2024 niet per direct op had mogen zeggen vanwege het verschil van mening over de wijze van communicatie. Zij heeft geleerd van het voorval en heeft het college verzocht om de klacht ongegrond te verklaren.

1.3 Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.


2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 14 maart 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen.

2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.

2.3 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 10 april 2026. De partijen zijn verschenen. De fysiotherapeut werd bijgestaan door haar gemachtigden. De partijen en hun gemachtigden hebben hun standpunten mondeling toegelicht. Klager heeft een pleitnotitie voorgelezen en aan het college en de andere partij overhandigd.


3. Wat is er gebeurd?
3.1 Klager heeft een dochter met het syndroom van Down, hierna de dochter genoemd. De dochter zit op het speciaal onderwijs. Op de school van de dochter wordt fysiotherapie aangeboden gericht op het ondersteunen van de motorische ontwikkeling van leerlingen die daarvoor een indicatie hebben.

3.2 De fysiotherapeut is ruim negen jaar werkzaam als kinderfysiotherapeut bij F. Sinds september 2020 is zij betrokken bij de fysiotherapeutische behandeling van de dochter. De behandelingen werden gegeven onder schooltijd, binnen de reguliere lestijden. In schoolvakanties lag de behandeling tijdelijk stil. Tweemaal per jaar, rond de kerst -en zomervakantie, vond er een evaluatie van de behandeling plaats met klager gericht op het stellen van nieuwe behandeldoelen.

3.3 Het hoofddoel van de behandeling van de dochter was gericht op het verbeteren van haar motorische ontwikkeling zodat zij kon meedoen met buiten spelen en gymmen op school en in de eigen leefomgeving. Hiervoor is het nodig om voldoende balans, stabiliteit en spierkracht van haar benen en romp te ontwikkelen. Er zijn verschillende subdoelen aan het behandeldoel gekoppeld, waaraan door de fysiotherapeut in fases is gewerkt, zoals het nemen van een op-en afstapje en traplopen. Het subdoel om zelfstandig op- en af te stappen van een fiets is in juni 2024 op verzoek van klager afgesproken en hiermee is voor de zomervakantie van 2024 een start gemaakt.

3.4 Op 30 augustus 2024 heeft de fysiotherapeut aan alle ouders van kinderen die op de school fysiotherapie kregen (dus ook aan klager) een e-mail gestuurd met daarin het volgende (alle citaten letterlijk weergegeven – inclusief typefouten – en voor zover van belang): “(..) Ander nieuwtje. ik ben in blijde verwachting van een tweede kindje. Dat betekent dat ik, als alles goed blijft gaan, half december met verlof ga en er tenminste 6 maanden uit ga. De komende tijd gaan we op zoek naar een passende invulling tijdens mijn verlof, ik kan niet garanderen dat de fysiotherapie op de G vervangen gaat worden vanwege de krapte op de arbeidsmarkt. Ik hoop jullie hier half november een verdere update over te geven. (..)

3.5 In de maanden september, oktober en begin november 2024 werkte de fysiotherapeut in een zestal sessies samen met de dochter aan het opstappen op een tandem door over verhogingen heen te stappen.

3.6 Op 1 november 2024 stuurde de fysiotherapeut de volgende e-mail aan klager:
Beste [naam klager],
Zoals beloofd zou ik rond november een terugkoppeling geven over het vervolg van de fysioherapie op de G tijdens mijn verlof. Een deel van mijn werkzaamheden gaan vervangen worden, maar niet geheel helaas. Er komt geen volledige kinderfysiotherapie vervanging, wat betekent dat helaas niet alle kinderen overgenomen gaan worden.
Afgelopen periode zijn we bezig geweest met de hulpvraag – opstappen op een tandem. (ik zal wat filmpjes doorsturen). Dit hebben we nagebootst door over verhogingen heen te stappen. Ze doet dat verder heel goed. Ook lukt het haar om met doorstap de trap op en af te lopen, ze moet hier echter wel voor gestimuleerd blijven worden en ze moet er vooral ook zelf zin in hebben. Op het schoolplein fietst ze rond op een driewieler zonder hulp. Al met al wel stappen die we gemaakt hebben in de goede richting. Wat mij betreft kunnen we het tijdelijk afsluiten om te kijken wat haar motoriek nu zelf gaat doen, wat denk jij? We kunnen het dan evt bij vragen weer opstarten in het nieuwe schooljaar.
Ik kamp wel met wisselende bekkenklachten, ik merk dat het werken met de kinderen zwaar is dus ik verwacht eigenlijk dat ik daar niet heel lang meer mee door kan gaan. Ik hoop het nog tot begin december vol te houden.
Graag kom ik nog telefonisch in contact om dit verder toe te lichten mocht dat wenselijk zijn. Mijn werkdagen zijn maandag, dinsdag en vrijdag. Wanneer schikt het om te bellen? Ook als je de wens hebt dat de fysiotherapie doorgaat, kunnen we kijken naar een fysiotherapeut in de buurt en zal ik zorgen voor een overdracht.
Ik hoor het. (..)

3.7 Klager antwoordde op 3 november 2024 met de volgende e-mail:
Beste [naam fysiotherapeut],
Spijtig om te lezen dat er geen volledige kinderfysiotherapie komt tijdens je verlof. Ik lees dat niet alle kinderen overgenomen worden maar lees nergens dat het dat dat [naam dochter] betreft. Ik proef uit de rest van je mail dat het de bedoeling is dat [naam dochter] niet wordt overgenomen.
Ik lees dat er stappen in de goede richting zijn gemaakt maar dat zegt niet dat er dan zomaar gestopt zou moeten worden. Op de foto’s die gemaakt worden met gym zie ik [naam
dochter] nooit klimmen, in dat opzicht zijn we er nog lang niet! Ik ben het daarom niet eens met deze beslissing.
Graag hoor ik waarom [naam dochter] niet in aanmerking komt en waaruit en door wie wordt besloten welk kind wel fysio krijgt en welk kind niet? (..)

3.8 Op 4 november 2024 vond er via Whatsapp verdere communicatie plaats tussen klager en de fysiotherapeut over voorgaande e-mails. De fysiotherapeut stelde voor om te bellen om het over het stopzetten van de behandeling tijdens het zwangerschapsverlof te hebben. Klager reageerde daarop dat hij zou proberen de volgende ochtend te bellen, maar ook graag een schriftelijke reactie op zijn eerder gestuurde e-mail zou willen hebben. De fysiotherapeut wilde alleen een telefonisch gesprek. Er werden verschillende berichtjes over en weer gewisseld, zonder tot een oplossing te komen. Als laatste stuurde de fysiotherapeut: “Ik ga hier niet op in. Open communicatie gaat beter of telefonisch of persoonlijk, niet via de mail. En zeker niet na een mail waarbij ik het gevoel heb dat er veel boosheid achter zit. Blijkbaar is het anders overgekomen, dus komt er niet nog zo’n zelfde mail dat anders opgevat kan worden. Daarna komt het formele en afspraken die we mondeling gemaakt hebben dat kan dan per mail als bevestiging.

3.9 Op 8 november 2024 stuurde de fysiotherapeut een Whatsapp bericht dat zij klager graag wilde spreken met daarbij verschillende mogelijkheden voor een belafspraak de week daarop. Klager stuurde diezelfde dag een e-mail naar de fysiotherapeut met daarin het volgende: “Beste [naam fysiotherapeut], Omdat ik het niet eens ben met de beslissing om de fysiotherapie van [naam dochter] te stoppen, wil ik de zaken graag formeel houden. Verder contact wil ik via e-mail laten verlopen. (..)

3.10 Hierop reageerde de fysiotherapeut diezelfde dag als volgt: “Beste [naam klager], Bedankt voor je bericht. Wanneer je me geen mogelijkheid biedt om dit telefonisch te evalueren en door te spreken ben ik genoodzaakt de fysiotherapie per direct te stoppen. Ik stuur je het eindverslag toe.“(..)

3.11 In het eindverslag dat op 17 december 2024 naar de huisarts van de dochter is gestuurd en vier pagina’s telt is onder het kopje Afsluiting/aanbeveling het volgende vermeld: ”De fysiotherapie is afgesloten per oktober 2024. [naam dochter] heeft de afgelopen periode een goede groei laten zien in haar motoriek. De huidige opgestelde doelen zijn behaald. Het is belangrijk dat zij op school tijdens de gymlessen en vooral in de thuissituatie voldoende gestimuleerd blijft om zich motorisch te blijven ontwikkelen. Dat kan door dagelijks met haar naar buiten te gaan, speeltuintjes, speelbossen te bezoeken of door te zoeken naar een passende sportactiviteit. Gezien de ontwikkeling van [naam dochter] is het voorspelbaar dat er in de toekomst nieuwe doelen zijn waarvoor fysiotherapie geïndiceerd is. Er is geprobeerd met vader een telefonische en/of fysieke afspraak in te plannen om de doelen te evalueren en het toekomstperspectief door te spreken. Daarin wilde ik meedenken in het verdere beloop en hulp bieden bij het zoeken van een andere fysiotherapeut binnen de thuissituatie, omdat ik vanwege komend zwangerschapsverlof niet
beschikbaar ben en er vanuit intern geen kinderfysiotherapeut beschikbaar is. Vader wil mij helaas niet te woord staan en wilde het contact alleen per mail laten verlopen, dat maakt dat ik als paramedicus de behandeling heb gestopt. Het is wel gewenst om de toekomstige behandelingen door een kinderfysiotherapeut te laten uitvoeren. We kunnen zorgdragen voor een overdracht aan een kinderfysiotherapeut in de omgeving. Deze informatie over een kinderfysiotherapeut in de omgeving zal ik achterlaten bij mijn collega’s. Dit verslag kan dan tevens als overdrachtsverslag gebruikt worden. (..)


4. De klacht en de reactie van de fysiotherapeut
4.1 Volgens klager heeft de fysiotherapeut onzorgvuldig gehandeld, omdat zij:
a) zonder overleg met klager heeft besloten om de fysiotherapie van de dochter te stoppen gedurende haar zwangerschapsverlof;
b) dit besluit onvoldoende duidelijk en consistent gemotiveerd heeft;
c) toen er een verschil van inzicht ontstond over de wijze van communiceren over het besluit, de behandelingsovereenkomst per direct heeft beëindigd.

4.2 De fysiotherapeut heeft erkend dat zij op een andere wijze met klager had moeten communiceren alvorens de behandeling te beëindigen en heeft kenbaar gemaakt hiervan te hebben geleerd. Zij stelt voor het overige dat de behandeldoelen voordat zij met verlof ging deels gehaald waren en dat een pauze van zes maanden in de behandeling in het geval van de dochter geen kwaad kon. De fysiotherapie werd wel vaker tijdens de zomervakantie voor een langere periode onderbroken en de dochter kon buiten de therapeutische sessies om oefenen op haar motoriek. Zij heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.


5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de fysiotherapeut de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende fysiotherapeut. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.

Het beëindigen van de behandelrelatie en de zorgvuldigheidseisen die daarbij gelden
5.2 Op grond van artikel 7:460 van het Burgerlijk Wetboek mag de hulpverlener de behandelingsovereenkomst niet opzeggen behoudens gewichtige redenen. In de Handreiking Niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelovereenkomst, van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) uit augustus 2023, worden de meest voorkomende voorbeelden gegeven van gewichtige redenen. Zo noemt de Handreiking onder andere zeer agressief gedrag van de patiënt, een aanzienlijk belang van de zorgverlener zelf, (bijvoorbeeld bij pensionering of ziekte) of een duurzaam verschil van
inzicht over de behandeling. Ook worden bijkomende zorgvuldigheidseisen geformuleerd waaraan de fysiotherapeut zich moet houden bij de eenzijdige beëindiging van de behandelrelatie. Daarbij moet vooropgesteld worden dat de behandelrelatie niet lichtvaardig eenzijdig mag worden beëindigd, vanwege de afhankelijkheidsrelatie die er is tussen de patiënt en de hulpverlener. Daarom moeten zorgvuldigheidseisen in acht worden genomen als er sprake is van een gewichtige reden die opzegging van de behandelrelatie rechtvaardigt. Kortgezegd betekent dit dat tijdig en duidelijk moet worden gecommuniceerd dat en waarom de behandelrelatie zal worden beëindigd (zo mogelijk in een gesprek met de patiënt), de weg moet worden gewezen naar een andere fysiotherapeut en dat in de tussentijd in noodsituaties de fysiotherapeut de behandelaar blijft voor de patiënt. Een goede dossiervoering waarin de communicatie voorafgaand aan de opzegging wordt vastgelegd en waarin de afwegingen van de fysiotherapeut die hieraan ten grondslag liggen kenbaar worden, is hierbij essentieel. In de Handreiking wordt verder genoemd dat de beëindiging van de behandelrelatie vanwege een conflict met een vertegenwoordiger van de patiënt met een nog grotere zorgvuldigheid door de fysiotherapeut moet worden bezien, omdat de patiënt zelf hier part noch deel aan heeft, maar hiervan wel de consequenties draagt.

5.3 Het college maakt in het hiernavolgende onderscheid tussen de tijdelijke onderbreking van de behandelrelatie vanwege het zwangerschapsverlof van de fysiotherapeut zonder overleg met klager en zonder duidelijke en consistente motivering (klachtonderdeel a en b) en de uiteindelijke plotselinge eenzijdige beëindiging van de behandelrelatie per e-mail van 8 november 2024 vanwege het dispuut met klager over de wijze van communiceren (klachtonderdeel c).

Klachtonderdeel a en b de tijdelijke onderbreking van de behandeling zonder overleg gedurende het zwangerschapsverlof van de fysiotherapeut en de communicatie hierover
5.4 Alhoewel het in deze fase ging om een tijdelijke onderbreking van de behandelrelatie redeneert het college naar analogie van het hiervoor onder 5.2 overwogene. Op zichzelf is zwangerschapsverlof aan te merken als een gewichtige reden (namelijk een aanzienlijk belang van de fysiotherapeut zelf) om de behandeling tijdelijk te beëindigen. In dit geval was de fysiotherapeut in dienst van een zorgorganisatie. Dit betekent formeel juridisch dat de zorgorganisatie verantwoordelijk was voor het regelen van adequate vervanging voor de fysiotherapeut tijdens haar verlof. Dat neemt niet weg dat de fysiotherapeut daarbij als natuurlijke persoon de verplichtingen uitvoert die voortvloeien uit de behandelrelatie in het contact met de patiënt en diens vertegenwoordiger. Hoewel de fysiotherapeut dus niet verantwoordelijk was voor de organisatorische randvoorwaarden en vervanging bij zwangerschap was zij dat wel voor de communicatie hierover naar de patiënt dan wel diens vertegenwoordiger en voor een goede overdracht naar de opvolgend fysiotherapeut. De fysiotherapeut heeft hierin een eigen professionele verantwoordelijkheid. Belangrijk is dat tijdig moet worden aangegeven dat en waarom er sprake zal zijn van een tijdelijk stop van de behandeling en dat zorg wordt gedragen voor een adequate overdracht naar een andere fysiotherapeut.

5.5 De fysiotherapeut heeft in haar e-mail in augustus 2024 aangekondigd dat zij in verwachting was en dat er door de organisatie zou worden gekeken naar vervanging. Begin november 2024 werd door de fysiotherapeut per e-mail kenbaar gemaakt dat die vervanging er niet zou komen. Daarbij bleef echter onduidelijk voor welke patiënten dat precies gevolgen zou hebben, waarbij de suggestie werd gewekt dat bepaalde patiënten wel en bepaalde patiënten niet zouden worden overgenomen tijdens haar verlof. Niet duidelijk werd echter wat de afwegingen waren die ten grondslag lagen aan het al dan niet overnemen van haar patiënten. Door daarbij de informatie over de behandeling van de dochter van klager (het behalen van de behandeldoelen) te vermengen met algemene berichtgeving over haar afwezigheid door zwangerschap heeft de fysiotherapeut niet helder verwoord waarom de behandeling van de dochter van klager tijdelijk stil zou komen te liggen. Hierdoor is bij klager terecht onduidelijkheid ontstaan en toen hij hierover bij de fysiotherapeut per e-mail om opheldering vroeg heeft hij geen duidelijkheid van de fysiotherapeut gekregen. Doordat zij vasthield aan een persoonlijk gesprek met klager en hij juist eerst een formele reactie op zijn e-mail wenste is een impasse ontstaan, waardoor er geen persoonlijk contact meer is geweest met klager. Dat valt gezien de hiervoor genoemde zorgvuldigheidseisen die worden gesteld aan het (tijdelijk) beëindigen van de behandelrelatie de fysiotherapeut aan te rekenen, ook al stond klager niet meer open voor een telefonisch gesprek. Het had op de weg van de fysiotherapeut gelegen in ieder geval eerst een schriftelijk antwoord op de vragen van klager te geven, alvorens een poging te doen om met hem in gesprek te komen. Nog beter was het geweest indien de fysiotherapeut voorafgaande aan haar e-mail van 1 november 2024 persoonlijk contact had gezocht met klager om aan hem uit te leggen wat haar overwegingen waren om de behandeling van de dochter tijdelijk stop te zetten en te overleggen wat de alternatieven waren en tot wie hij zich hiervoor binnen de zorgorganisatie had kunnen wenden. Door dit alles na te laten heeft de fysiotherapeut niet zorgvuldig gehandeld. Deze klachtonderdelen zijn derhalve gegrond.

Klachtonderdeel c het beëindigen van de behandelingsovereenkomst vanwege een discussie over de wijze van communiceren
5.6 Vanwege de hiervoor genoemde impasse die met klager was ontstaan, heeft de fysiotherapeut de behandelrelatie onmiddellijk beeindigd per e-mail van 8 november 2024. De discussie over de wijze van communiceren - per e-mail of per telefoon - is in het licht van hetgeen onder 5.2 is overwogen niet aan te merken als een gewichtige reden die onmiddellijke beëindiging van de behandelrelatie rechtvaardigt. Reeds die omstandigheid maakt dat de klacht gegrond is. Dat de behandelrelatie hoe dan ook tijdelijk zou worden gestopt tijdens het zwangerschapsverlof van de fysiotherapeut maakt dit niet anders. Het was immers – zo heeft zij verklaard – haar intentie om de behandeling weer te hervatten bij terugkomst van het verlof. Het verweer van de fysiotherapeut dat de behandeldoelen waren behaald en daardoor geen fysiotherapie meer nodig zou zijn, kan het college in dit verband niet plaatsen. De fysiotherapeut heeft weliswaar zorggedragen voor een uitgebreide overdracht aan de huisarts en aangeboden mee te denken over een andere kinderfysiotherapeut los van de school, maar dat neemt niet weg dat de onmiddellijke beëindiging enkele weken voor haar zwangerschapsverlof in zou gaan, niet gerechtvaardigd
was. Aan de onder 5.2 genoemde zorgvuldigheidseisen is bovendien grotendeels niet voldaan. Het college rekent het de fysiotherapeut aan dat zij niet in haar overwegingen heeft betrokken dat kinderfysiotherapie een schaars specialisme is en dat het hier om een langdurige behandelrelatie met een kwetsbaar kind ging. De dochter had part noch deel aan het conflict dat de fysiotherapeut met klager had. Zij zou bij terugkomst van de fysiotherapeut van zwangerschapsverlof nog jaren op de basisschool naar school gaan en mogelijk in aanmerking komen voor kinderfysiotherapie. Het was daarom de professionele verantwoordelijkheid van de fysiotherapeut om er alles aan te doen dat een behandelrelatie met de dochter ook bij terugkomst van haar zwangerschapsverlof mogelijk zou zijn.

Slotsom
5.7 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht in al haar onderdelen gegrond is.

Maatregel
5.8 De fysiotherapeut heeft ten aanzien van de communicatie met klager en het beëindigen van de behandelrelatie onzorgvuldig gehandeld en niet het belang van haar minderjarige patiënt vooropgesteld. In de regel past in een dergelijke situatie minst genomen een waarschuwing. Het college vindt dat echter in dit geval om de volgende redenen niet op zijn plaats. Ter zitting is duidelijk geworden dat de hele kwestie de fysiotherapeut erg heeft aangegrepen en dat zij zelf ook inziet dat de wijze waarop zij gehandeld heeft niet de juiste is geweest. Ze heeft kenbaar gemaakt hiervan geleerd te hebben, haar werkwijze te hebben aangepast en in de toekomst in een voorkomend geval anders te handelen. Het college heeft de indruk dat dit een doorvoeld inzicht is. Daarbij komt dat de fysiotherapeut nog niet eerder met het tuchtrecht in aanraking is gekomen. Het college heeft ten slotte laten meewegen dat ook klager ter zitting heeft erkend dat hij wat minder star had mogen communiceren. Het college volstaat alles afwegend daarom in dit geval met een gegrondverklaring zonder de oplegging van een maatregel.

Publicatie
5.9 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen belang is erin gelegen dat andere fysiotherapeuten mogelijk van deze zaak kunnen leren. De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of instanties herleidbare gegevens.


6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht gegrond;
- bepaalt dat geen maatregel wordt opgelegd;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie, Medisch Contact en FysioPraxis.


Deze beslissing is gegeven door B. Vogel, voorzitter, H.W.M.M. Rieter-van den Bergh,
lid-jurist, W. Langoor, M.J.F. Vuister en D. van Poppel, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door A. Tingen, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026.