ECLI:NL:TNORDHA:2026:9 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-60 en 25-61

ECLI: ECLI:NL:TNORDHA:2026:9
Datum uitspraak: 15-04-2026
Datum publicatie: 19-05-2026
Zaaknummer(s): 25-60 en 25-61
Onderwerp: Personen- en Familierecht, subonderwerp: Nalatenschap
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Klager verwijt de notarissen dat zij hem onvoldoende hebben geïnformeerd over de afwikkeling van de nalatenschap, onvoldoende bereikbaar waren en niet hebben ingegrepen in het handelen van zijn zus, waardoor volgens hem schade is ontstaan. De kamer voor het notariaat oordeelt dat de notarissen uitsluitend waren belast met het opstellen van een verklaring van erfrecht en geen verantwoordelijkheid droegen voor het beheer van de nalatenschap of de communicatie tussen erfgenamen. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is niet gebleken, zodat de klacht ongegrond is verklaard.

Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag

Beslissing d.d. 15 april 2026 inzake de klacht onder nummer 25-60 en 25-61 van:

[klager],

hierna: klager,

tegen:

[notaris],

notaris, gevestigd te [vestigingsplaats],

hierna: de notaris,

en

[kandidaat-notaris],

kandidaat-notaris te [vestigingsplaats], thans kandidaat-notaris te [vestigingsplaats],

hierna: de kandidaat-notaris,

hierna tezamen te noemen: de notarissen.

1. Het procesverloop

1.1       De kamer heeft kennisgenomen van de klacht, met bijlagen, ingekomen op 18 augustus 2025.

1.2       De kamer heeft het antwoord van de notarissen, met bijlagen, ontvangen.

1.3       Klager heeft op 7 maart 2026 aanvullende stukken ingediend.

1.4       De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 maart 2026. Daarbij waren aanwezig klager en de notarissen. Van de mondelinge behandeling zijn schriftelijke aantekeningen gemaakt. Klager heeft een pleitnota overgelegd.

2. De feiten

2.1       Mevrouw [A] (hierna te noemen: erflaatster) is op 26 februari 2025 overleden.

2.2       Erflaatster had drie kinderen, te weten: klager, dochter [B] (hierna: de zus) en zoon [C] (hierna: de broer).

2.3       In maart 2025 is de zus langsgekomen op het inloopspreekuur van het notariskantoor.

2.4       Op 31 maart 2025 heeft een vervolgafspraak plaatsgevonden tussen de zus en de kandidaat-notaris. De zus heeft vervolgens het notariskantoor opdracht gegeven voor het opstellen van een verklaring van erfrecht.

2.5       Op 4 juni 2025 heeft klager het notariskantoor een e-mailbericht gestuurd. Dat hield onder meer in: “Bij deze laat ik u formeel weten dat ik nog geen definitieve keuze heb gemaakt met betrekking tot aanvaarding, verwerping of beneficiaire aanvaarding. Ik beraad mij momenteel en ben voornemens een eigen notaris in te schakelen voor onafhankelijk advies”. De kandidaat-notaris heeft vervolgens telefonisch contact gezocht met klager. In verband met de keuze om de nalatenschap beneficiair te aanvaarden dan wel te verwerpen heeft klager de kandidaat-notaris verzocht de zus te benaderen met het verzoek een globale inschatting te verstrekken van de omvang van de nalatenschap.

2.6       Op 13 juni 2025 heeft klager de kandidaat-notaris verzocht een bespreking te plannen op 20 juni 2025.

2.7       Op 18 juni 2025 heeft de kandidaat-notaris aan klager bericht dat de zus geen boedelbeschrijving kan overleggen, nu zij eerst dient te beschikken over een verklaring van erfrecht om toegang te verkrijgen tot de bankrekeningen.

2.8       Klager heeft diezelfde dag de kandidaat-notaris verzocht een bespreking te plannen op 20 juni 2025 en de zus te bewegen inhoudelijk op zijn vragen te reageren.

2.9       De notaris reageerde op 19 juni 2025 op de e-mail met aanhef “Geachte heer ?”. Aan klager werd 23 juni 2025 voorgesteld als alternatief moment voor een bespreking.

2.10     De notaris stuurde klager per e-mail een reactie op zijn mail van 19 juni 2025, waarin hij hem als [D] aanschreef en liet weten dat hij de mail van klager aan de zus zou verstrekken.

2.11     De notaris heeft bij e-mail van 4 juli 2025 de zus geadviseerd om de rechtbank te verzoeken om een onafhankelijk vereffenaar te benoemen. De zus gaf te kennen dit advies op te volgen. De notarissen hebben vervolgens niets meer van de zus of klager vernomen.

3. De klacht

3.1       Klager verwijt de notarissen het volgende:

1.         Ontbreken van informatieplicht

Klager heeft geen duidelijke of schriftelijke informatie ontvangen over de drie vormen van aanvaarden of verwerpen, noch over de gevolgen en verplichtingen die daaruit voortvloeien. Klager ontving wel de algemene voorwaarden van het notariskantoor.

2.         Lakse houding richting mede-erfgenaam

Meerdere malen heeft klager de notarissen verzocht om de zus aan te spreken op haar plichten en haar te wijzen op haar lakse en tegenwerkende houding. Door deze nalatigheid kon de woningbouw de erfgenamen niet bereiken. Zij hebben een erfgenamenonderzoek verricht en de woning van erflaatster laten ontruimen en de inboedel vernietigd. Zaken van emotionele en materiële waarde zijn hierdoor verloren gegaan.

3.         Genegeerde verzoeken om contact

Meerdere malen heeft klager verzocht om een persoonlijk gesprek. Deze verzoeken werden genegeerd. Na enige druk kon klager op een maandag langskomen, onder de voorwaarde dat het gesprek alleen over de verklaring van erfrecht zou gaan. Voor andere te bespreken onderwerpen moest klager € 551,72 per uur betalen, hetgeen disproportioneel hoog is en niet getuigt van redelijke of zorgvuldige omgang met erfgenamen.

4.         Onprofessionele bejegening

Klager werd aangeschreven als “De heer ?” en “De heer [D]”. Dit is denigrerend en respectloos.

5.         Onduidelijkheid over beheer en voortgang

Het lijkt erop dat het notariskantoor de nalatenschap sinds mei 2025 in beheer heeft. Sindsdien is er geen enkele duidelijkheid over de voortgang, de stand van zaken of klagers rechten en plichten verschaft.

6.         Direct schade door nalatigheid

Door het nalaten om de zus tijdig te controleren en haar op haar verplichtingen te wijzen is de gehele boedel vernietigd, waardoor materiële en immateriële schade is veroorzaakt.

7.         Tijdsverloop zonder resultaat

Sinds 19 mei 2025 heeft het notariskantoor de nalatenschap in behandeling. Op 14 augustus 2025 is er nog steeds geen helderheid, geen afwikkelingsplan en geen volledige inventarisatie van de boedel.

4. Het verweer

4.1       De notarissen hebben gemotiveerd verweer gevoerd. Daarop zal – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna worden ingegaan.

5. De beoordeling van de klacht

5.1       Ter beoordeling van de kamer staat of de notarissen hebben gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 Wna. Notarissen zijn aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notarissen behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat behoorlijk notarissen niet betaamt.

5.2       Vast staat dat de notarissen van de zus de opdracht hadden gekregen om een verklaring van erfrecht op te stellen. Uit het eerste e-mailbericht van 4 juni 2025 aan het notariskantoor blijkt dat klager op de hoogte was van de in dat kader te maken keuzes. Meer informatie was er op dat moment niet te geven. De aankondiging dat klager een andere notaris advies zou vragen bevestigt dat van de notarissen op dat moment geen nadere informatie werd verwacht.

5.3       Toen klager later te kennen gaf een bespreking te willen is getracht die met hem te plannen. De kanttekening dat de bespreking moest gaan over de verklaring van erfrecht is in lijn met de omvang van de opdracht van de notaris; de waarschuwing dat een bespreking buiten het kader van die opdracht apart in rekening zou worden gebracht, met vermelding van tarief, was niets anders dan zorgvuldig. De klachtonderdelen over gebrekkige informatieverstrekking en gebrek aan contact (onderdelen 1 en 3) treffen dan ook geen doel.

5.4       De notarissen waren niet de vereffenaar van de boedel en ook niet op enige andere manier met het beheer ervan belast. Verder ontbeert een notaris de bevoegdheid om een cliënt opdrachten te geven en is het niet aan hem een cliënt te controleren of te instrueren. Tenzij andere afspraken zijn gemaakt of bijzondere omstandigheden zich voordoen, wat hier niet het geval is, is de notaris evenmin tussen- of contactpersoon tussen vereffenaar en erfgenaam of tussen erfgenamen onderling. De klachten over beheer en afwikkeling van de boedel door de notaris of door de zus (onderdelen 2, 5, 6 en 7) stuiten op het voorgaande af.

5.5       Hetgeen overigens is aangevoerd leidt evenmin tot het oordeel dat de notarissen klachtwaardig hebben gehandeld. Het onjuist vermelden van de naam van klager in e-mails is onhandig, maar niet is gebleken van enig opzet of laakbare onzorgvuldigheid terzake. De klacht tegen de notarissen is ongegrond.

BESLISSING

De kamer voor het notariaat:

verklaart de klacht tegen de notarissen ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. G.H.M. Smelt, voorzitter, S.L.M. Staals en J.W.A.P. Michels, in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.

Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH  Amsterdam. Het beroepschrift dient binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief door het Hof te zijn ontvangen, waarbij de datum van ontvangst door het Hof bepalend is.