We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TNORDHA:2026:8 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-48

ECLI: ECLI:NL:TNORDHA:2026:8
Datum uitspraak: 18-03-2026
Datum publicatie: 19-05-2026
Zaaknummer(s): 25-48
Onderwerp:
  • Personen- en Familierecht, subonderwerp: Nalatenschap
  • Registergoed, subonderwerp: leveringsakte
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: In de kern verwijt klager de notaris dat zij de nalatenschap van erflater niet heeft afgewikkeld en dat zij er niet voor heeft zorggedragen dat de moeder en alle erfgenamen bij elkaar zouden komen voor overleg. De kamer is van oordeel dat op geen enkel moment is gebleken dat de notaris onzorgvuldig of partijdig heeft gehandeld. Integendeel, zij heeft steeds rekening gehouden met de belangen van alle betrokkenen en hen actief geïnformeerd en begeleid en heeft zorgvuldig en bovendien voortvarend gehandeld. Evenmin is gebleken dat de notaris of haar medewerkers onvoldoende bereikbaar waren. De klacht is ongegrond.

Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag

Beslissing d.d. 18 maart 2026 inzake de klacht onder nummer 25-48 van:

[klager],

hierna: klager,

tegen:

[notaris],

notaris, gevestigd te [vestigingsplaats],

gemachtigde: mr. L.H. Rammeloo, advocaat te Amsterdam,

hierna: de notaris.

1. Het procesverloop

1.1       De kamer heeft kennisgenomen van de klacht, met bijlagen, ingekomen op 2 juli 2025.

1.2       Klager heeft op 8 en 14 juli 2025 aanvullende stukken ingediend.

1.3       De kamer heeft het antwoord van de notaris, met bijlagen, ontvangen.

1.4       Op 26 november 2025 heeft klager een aanvullende e-mail gestuurd.

1.5       Op 9 december 2025 heeft er tussen partijen een voorzittersgesprek plaatsgevonden. Dit gesprek heeft niet tot een oplossing geleid.

1.6       De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 11 februari 2026. Daarbij waren aanwezig klager, en de notaris, bijgestaan door mr. Rammeloo. Van de mondelinge behandeling zijn schriftelijke aantekeningen gemaakt. De notaris heeft een pleitnota overgelegd. Klager heeft de pleitnotitie nagezonden.

2. De feiten

2.1       De heer [A] (hierna: erflater), vader van klager, is in 2006 overleden. Zijn elf kinderen zijn de erfgenamen van zijn nalatenschap.

2.2       Na het overlijden van erflater hebben de erfgenamen in 2006 een beheersvolmacht afgegeven voor de afwikkeling van de nalatenschap van erflater aan de moeder van klager, ex-echtgenote van erflater, mevrouw [B] (hierna: de moeder) en aan de broer van klager, de heer [C] (hierna: de broer).

2.3       Tot de nalatenschap behoort onder meer een woning aan de [woonadres] (hierna: de woning). De woning maakt onderdeel uit van de onverdeelde gemeenschap van goederen van erflater en de moeder. De moeder heeft recht op de helft van de opbrengst, terwijl de elf erfgenamen ieder aanspraak maken op een elfde deel van de andere helft.

2.4       Op 3 augustus 2024 heeft de notaris van de broer de opdracht gekregen om volmachten op te stellen voor alle erfgenamen in verband met de verkoop en levering van de woning.

2.5       Op 6 augustus 2024 heeft de notaris aan klager en de andere erfgenamen een brief gestuurd met een blanco volmacht. Met deze volmacht kon elk van hen de moeder, de broer en de notaris machtigen tot de verkoop van de woning, alsmede tot de levering en verdeling van de opbrengst.

2.6       Klager heeft daarna diverse mails naar het notariskantoor gestuurd met vragen over de verkoop van de woning en de nalatenschap van erflater.

2.7       Bij e-mailbericht van 12 juni 2025 aan het notariskantoor heeft klager de beheersvolmacht uit 2006 herroepen.

2.8       Bij e-mailbericht van 25 juni 2025 heeft de notaris het volgende aan klager gemeld:

“Voor zover mij bekend heeft de notaris van destijds geen verdere rol gespeeld bij de feitelijke afwikkeling van de nalatenschap en ook mijn kantoor is niet betrokken bij de afwikkeling.

(…)

Gezien de ontstane conflictsituatie tussen uw moeder en een aantal erfgenamen van uw vader over de verdere afwikkeling van het registergoed, acht ik bemiddeling door mij als notaris op het moment niet (meer) zinvol of uitvoerbaar.

Indien onderling overleg niet meer tot resultaat leidt, rest u (of de erfgenamen) de mogelijkheid om via juridische weg de verdeling van het registergoed in rechte af te dwingen. De rechter kan dan bepalen of het registergoed wordt verkocht, wordt toebedeeld aan één van deelgenoten, of op andere wijze wordt verdeeld.”

2.9       Op 7 juli 2025 heeft de notaris klager het volgende e-mailbericht gestuurd:

“Onder verwijzing naar mijn eerder e-mail van 25 juni jongstleden bericht ik u dat door de ontstane conflictsituatie tussen uw moeder en een aantal erfgenamen van uw vader met betrekking tot de voorgenomen verkoop van het registergoed [woonadres] mijn rol als notaris is beëindigd.

De geldigheid en actuele rechtskracht van de beheersvolmacht en de (gedeeltelijke) herroeping is afhankelijk van de status van de afwikkeling van de nalatenschap van uw vader.

De afwikkeling van de nalatenschap van uw vader is niet bij mijn kantoor in behandeling geweest. Om die reden kan ik niet inhoudelijk op uw vragen ingaan. U dient zich in deze te wenden tot uw moeder, of zus mevrouw [D] om u hierover te informeren.

Ik adviseer u zich te wenden tot uw advocaat, zodat u indien nodig via de rechter duidelijkheid kunt krijgen over de afwikkeling van de nalatenschap van uw vader en de status van het registergoed [woonadres]”

3. De klacht

3.1       Klager verwijt de notaris het volgende:

1.         structureel uitblijven van actieve informatieverstrekking en begeleiding

Ondanks herhaaldelijke schriftelijke verzoeken is van de zijde van de notaris:

  • geen inhoudelijke toelichting verschaft over de rechtsgeldigheid, reikwijdte en actuele status van de beheersvolmacht uit 2006;
  • geen afschrift verstrekt van de verklaring van erfrecht, ondanks dat dit – ook na de systeemomzetting – nog altijd mogelijk en wenselijk is;
  • geen duidelijkheid geboden over de eigendomsverhouding van het registergoed, terwijl hierover misvattingen waren ontstaan.

2.         onvoldoende objectiviteit en partijdige schijn

In de communicatie verwees de notaris uitsluitend naar technische beperkingen, terwijl het dossier ogenschijnlijk onbehandeld bleef. Dit wekte de schijn dat het notariskantoor, zonder voldoende waarborg van neutraliteit, de belangen van één van de betrokkenen (moeder) zou dienen.

3.         onzorgvuldige afhandeling verzoeken in bezwaar en geschil

De notaris heeft de erfgenamen niet geïnformeerd over de juridische gevolgen van het ontbreken van een notariële verdeling na de echtscheiding van erflater en moeder, noch over hun rechten en plichten bij de verkoop van de woning.

4.         onacceptabele vertraging in behandeling en beantwoording

Reacties op correspondentie per post of e-mail bleven uit, waren onvolledig of kwamen te laat. Pas na formele aanmaningen en herinneringen werd meegedeeld dat de notaris afwezig was, waardoor het dossier onbehandeld bleef liggen.

4. Het verweer

4.1       De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Daarop zal – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna worden ingegaan.

5. De beoordeling van de klacht

5.1       Ter beoordeling van de kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 van de Wet op het notarisambt (Wna). Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.

5.2       In de kern verwijt klager de notaris dat zij de nalatenschap van erflater niet heeft afgewikkeld en dat zij er niet voor heeft zorggedragen dat de moeder en alle erfgenamen bij elkaar zouden komen voor overleg.

5.3       De opdracht van 3 augustus 2024 van de broer van klager aan de notaris was beperkt tot het opstellen van volmachten ten behoeve van de verkoop en levering van de woning. De notaris had geen opdracht om de nalatenschap van erflater af te wikkelen. De notaris heeft vervolgens een blanco volmacht met een begeleidende brief, waarin werd uitgelegd wat een volmacht inhoudt, aan alle erfgenamen gestuurd. In de brief maakte de notaris duidelijk dat de woning tot de ontbonden huwelijksgemeenschap behoort, dat de helft aan moeder toekomt en de andere helft aan de elf kinderen. Zij is daarmee binnen de grenzen van de opdracht gebleven. Bovendien heeft zij terecht haar werkzaamheden neergelegd toen bleek dat klager geen volmacht af wilde geven en het registergoed voorlopig niet zou worden verkocht. Het was niet haar taak de afwikkeling van de nalatenschap vlot te trekken.

5.4       Met het opstellen van de beheersvolmacht uit 2006 heeft de notaris geen bemoeienis gehad. Wel heeft zij klager geïnformeerd dat zijn herroeping daarvan wellicht niet (volledig) mogelijk was.

5.5       De notaris heeft diverse malen gereageerd op e-mails van klager en op diens verzoek op 26 september 2024 een kopie gestuurd van het testament van erflater en de verklaring van erfrecht. Omdat een aantal erfgenamen, waaronder klager, de volmacht niet hadden ondertekend heeft de notaris op 9 oktober 2024 op verzoek van de broer zijn brief doorgestuurd aan de erfgenamen.

In een e-mail van 25 juni 2025 heeft de notaris uitvoerig uitleg geven aan klager.

5.6       De kamer is van oordeel dat op geen enkel moment is gebleken dat de notaris onzorgvuldig of partijdig heeft gehandeld. Integendeel, zij heeft steeds rekening gehouden met de belangen van alle betrokkenen en hen actief geïnformeerd en begeleid en heeft zorgvuldig en bovendien voortvarend gehandeld. Evenmin is gebleken dat de notaris of haar medewerkers onvoldoende bereikbaar waren. Voor het overige ontbreekt een feitelijke grondslag aan de klacht. De klacht is dan ook ongegrond.

BESLISSING

De kamer voor het notariaat:

verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. F.A.M. Veraart, voorzitter, J. Snoeijer en J.W.A.P. Michels, in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.

Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH  Amsterdam. Het beroepschrift dient binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief door het Hof te zijn ontvangen, waarbij de datum van ontvangst door het Hof bepalend is.