Zoekresultaten 451-500 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:144 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-625/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:145 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-353/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een geschil over een contractuele boete. Hoewel de rechtbank heeft geoordeeld dat verweerders cliënt in strijd met artikel 21 Rv heeft gehandeld, betekent dit niet automatisch dat verweerder daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Niet gebleken is dat verweerder bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden om de belangen van klaagster te schaden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:130 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2939

    Klacht tegen orthopedagoog-generalist. De dochter van klaagster is in 2023 onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming Brabant (JBB) en uit huis geplaatst. De orthopedagoog-generalist is werkzaam bij JBB in de functie van gedragswetenschapper. Zij heeft in de maanden februari, maart, april en mei 2024 in een multidisciplinair overleg (MDO) adviezen gegeven aan de jeugdbeschermers, die betrekking hebben op de omgang tussen klaagster en haar dochter. Klaagster verwijt de orthopedagoog-generalist dat zij adviezen heeft gegeven op basis van de informatie van de gezinsvoogd, dat zij klaagster heeft verboden Russisch met haar dochter te spreken en dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door alleen op grond van informatie van de jeugdbeschermers te adviseren over de omgangsregeling. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond is. Klaagster heeft tegen die beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:131 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3005 en C2025/3011

    Klacht tegen een fysiotherapeut. Klager zat geïsoleerd thuis vanwege onverklaarbare lichamelijke klachten. De fysiotherapeut stelde de diagnose Hoog Cervicale Functie Stoornis en heeft klager meerdere jaren behandeld, vooral door behandelingen aan de nek. Klager verwijt de fysiotherapeut in de kern dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en daarmee bij klager een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd. Verder zou het dossier ook onjuistheden bevatten. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht deels gegrond verklaard en de fysiotherapeut de maatregel van berisping opgelegd en bepaald dat deze maatregel, zodra deze onherroepelijk is geworden, zal worden gepubliceerd in het BIG-register. Ook het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, zij het in mindere mate dan het Regionaal Tuchtcollege en legt aan de fysiotherapeut een lichtere maatregel op, te weten een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:141 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-588/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:132 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3105

    Klacht tegen cosmetisch arts. Klaagster verwijt de arts a) schending van het informed consent, b) niet tijdig reageren op hulpverzoeken, c) onzorgvuldige uitvoering van de behandeling en d) vermelden van onjuiste informatie op de website van zijn huidige kliniek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen a) en b) gegrond verklaard en aan de arts de maatregel van een waarschuwing opgelegd. De klachtonderdelen c) en d) zijn in eerste aanleg ongegrond verklaard. Klaagster is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep van klaagster heeft tot doel dat klachtonderdeel d) alsnog gegrond wordt verklaard en dat aan de arts een zwaardere maatregel wordt opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk zover het beroep zich richt tegen de zwaarte van de in eerste aanleg opgelegde maatregel en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:142 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-501/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:149 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-359/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:143 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-586/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9393

    Gegronde klacht tegen een arts. De klacht is ingediend door de IGJ. De arts is als SCEN-arts betrokken geweest bij een door een huisarts (A2025/9392) uitgevoerde euthanasie bij een patiënte vanwege psychisch lijden. Deze euthanasie is door de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie als onzorgvuldig beoordeeld. Het college oordeelt dat de arts bij het verlenen van de SCEN-consultatie bij een euthanasie bij een patiënt op grond van louter psychisch lijden, niet de grote behoedzaamheid in acht heeft genomen die op grond van de wet en de beroepsnormen aangewezen was. Het verslag van de arts is onvoldoende onderbouwd. Ook heeft hij de huisarts er niet op terecht gewezen dat de verstrekte informatie onvoldoende was om een inhoudelijk oordeel te kunnen geven. Het was naar het oordeel van het college ook aangewezen om in ieder geval overleg te hebben met een SCEN-arts die tevens psychiater is. Het college weegt in het bepalen van de maatregel mee dat de arts zich heeft laten bijscholen en dat hij inmiddels met pensioen is. Klacht gegrond verklaard, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:15 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/457736 KL RK 25-134 en C/05/457737 KL RK 25-135

    De vraag speelt of en aan wie de bankgarantie moet worden uitgekeerd bij ontbinding van de koop van een woning. Klager vindt dat de (kandidaat-)notaris het bedrag aan hem als verkopende partij had moeten uitkeren. De kamer overweegt dat in de koopovereenkomst tussen klager en de koopovereenkomst is opgenomen dat de bankgarantie niet wordt uitgekeerd zonder dat sprake is van een eensluidende betalingsopdracht van partijen. De (kandidaat-)notaris heeft aan die bepaling voldaan, hem valt dus geen tuchtrechtelijk verwijt te maken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9392

    Gegronde klacht tegen een huisarts. De klacht is ingediend door de IGJ. De huisarts heeft euthanasie uitgevoerd bij een patiënte vanwege psychisch lijden. Deze euthanasie is door de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie als onzorgvuldig beoordeeld. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld door niet zorg te dragen voor het raadplegen van voldoende psychiatrische expertise en genoegen heeft genomen met een ondermaats SCEN-verslag, waardoor zij niet de grote behoedzaamheid heeft betracht die bij het verlenen van euthanasie bij een patiënt op grond van louter psychisch lijden aangewezen was. Het college weegt in het bepalen van de maatregel mee dat de huisarts op eigen initiatief nascholing en een intensief supervisietraject heeft gevolgd. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8668

    Klacht tegen een sportarts gegrond. Maatregel: berisping met openbaarmaking in het BIG-register. Klager is gedurende een periode van twee jaar behandeld door de sportarts totdat de behandelingsovereenkomst door de sportarts werd opgezegd. Klager maakt de sportarts verschillende verwijten. Zo vindt hij dat de behandelrelatie ten onrechte is beëindigd, hij onvoldoende is geïnformeerd over de kosten van de behandeling, er sprake is van onjuiste declaraties, en de sportarts buitensporige giften waaronder €100.000,- contant heeft aangenomen. Het college oordeelt dat de klachtonderdelen betreffende niet-transparante behandelkosten en ontijdige/onjuiste declaraties gegrond zijn. Ook heeft de sportarts bij de beëindiging van de behandelingsovereenkomst de sportarts niet voldaan aan de door hem in acht te nemen zorgvuldigheidsregels. Daarnaast oordeelt het college dat het aannemen van de tas met contant geld, drie betalingen via PayPal en Formule 1 tickets in strijd is met de voor de sportarts geldende beroepsnormen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8966

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft een verzoek tot vernietiging van een deel van zijn medisch dossier gedaan. De huisarts heeft binnen een maand na het verzoek contact opgenomen en na de zomersluiting van de praktijk heeft een fysieke afspraak plaatsgevonden om het verzoek te bespreken en uit te voeren. Hiermee heeft de huisarts voldoende zorgvuldig gehandeld. De huisarts kan niet worden verweten dat een notitie, die op verzoek van klager is vernietigd, nu niet meer in het dossier zit. Overige klacht ook ongegrond. Klacht kennelijk

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:146 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-244/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over een advocaat in een andere hoedanigheid kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:78 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-402/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Het stond verweerster vrij op te treden tegen een (voormalige) cliënt van het kantoor. Aan de cumulatieve voorwaarden uit gedragsregel 15 lid 3 is voldaan. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:147 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-345/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:79 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-394/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft mogen uitgaan van de juistheid van de informatie die zij via haar cliënt heeft gekregen. Dat geldt des te meer wanneer het gaat om informatie die van een (aan tuchtrecht onderworpen) accountant afkomstig is. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:148 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-360/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Een klacht over een executeur wordt deels niet-ontvankelijk (wegens overschrijding van de klachttermijn) en deels kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:124 Raad van Discipline Amsterdam 26-340/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een incasso/faillissementskwestie in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:75 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-225/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening in alle onderdelen ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerster tekort is geschoten.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:128 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3211 VZ

    Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht in verband met een eerdere klacht van klaagster tegen de verzekeringsarts met eenzelfde inhoud en strekking.Ne bis in idem. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:125 Raad van Discipline Amsterdam 26-341/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening en over de onttrekking van verweerder kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:76 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-085/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. De klacht dat verweerster professioneel tekort is geschoten, incompetent is en nalatig is geweest, juridisch inzicht mist en hierdoor heeft gehandeld in strijd met de Advocateneed, de kernwaarden voor de advocatuur en de gedragsregels is deels vanwege tijdsverloop niet-ontvankelijk en deels ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:119 Raad van Discipline Amsterdam 26-432/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij treft geen doel. Voor zover de klacht (ook) is ingediend door de advocaat van klaagster, is de klacht (grotendeels) kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtsreeks eigen belang.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:129 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3223 VZ

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een huisarts. De huisarts was de huisarts van de broer van klaagster. Klaagster verwijt de huisarts dat zij mede door zijn toedoen gedwongen is opgenomen.De voorzitter van Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissingdan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:55 Accountantskamer Zwolle 25/2663 Wtra AK

    Betrokkene heeft een rapportage opgesteld over de eindafrekening van de bedragen die door een groep vennootschappen zijn betaald in relatie tot een overeenkomst van opdracht met klagers. Deze rapportage is gebruikt in een gerechtelijke procedure. Volgens klagers had de rapportage geen deugdelijke grondslag en heeft betrokkene niet voorkomen dat de rapportage zou worden gebruikt als accountantsrapport met goedkeurend oordeel. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:183 Hof van Discipline 's Gravenhage 250410

    Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klaagster heeft geen eigen, rechtstreeks belang bij haar klachtonderdelen die gaan over de kwaliteit van de dienstverlening van verweerder ten behoeve van zijn cliënt (de vader van klaagster). Niet is gebleken dat verweerder zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten of bewust onwaarheden heeft verkondigd over de medische situatie van zijn cliënt (vader van klaagster). Verweerder is met zijn uitlatingen en handelwijze gebleven binnen de toepasselijke tuchtrechtelijke kaders. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:126 Raad van Discipline Amsterdam 26-352/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk ongegrond. Hoewel het beter was geweest als verweerder neutralere bewoordingen had gekozen in het bemiddelingsgesprek met klaagster, is geen sprake van onnodig grievende uitlatingen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:77 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-041/DB/OB

    Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8126

    Verweerder was in 2014 als huisarts betrokken bij de tweejaarlijkse cholesterol- controle van klaagster in verband met haar hoge bloeddruk. Vanaf 2016 is deze controle overgedragen aan de praktijkondersteuner somatiek. Bij een controle in oktober 2023 bleek dat het LDL cholesterol van klaagster verhoogd was. Klaagster verwijt verweerder onder meer dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door onvoldoende rekening te houden met de risico’s van een familiair verhoogd cholesterolgehalte en dit in 2014 niet goed te noteren in het dossier. Hierdoor is klaagster te laat doorverwezen naar de afdeling cardiologie van het ziekenhuis. Na onderzoek aldaar bleek bij klaagster sprake van fors vernauwde kransslagaders waarvoor zij een dotterbehandeling heeft ondergaan. Het college komt tot het oordeel dat een deel van de klacht niet-ontvankelijk en dat de huisarts voor het overige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:120 Raad van Discipline Amsterdam 26-311/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Verweerster heeft een brief van klager, de advocaat van de wederpartij, in een procedure overgelegd. Geen sprake van schending gedragsregel 26; klager had vertrouwelijkheid niet bedongen. Ook geen sprake van schending van gedragsregel 27, omdat de brief van klager niet kan worden gezien als onderdeel van schikkingsonderhandelingen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:184 Hof van Discipline 's Gravenhage 250451

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Niet-ontvankelijk. Klager heeft in zijn verzoek tot aanwijzing van een advocaat op 17 december 2025 aangegeven dat hij een kort geding-procedure wil starten om een omgangsregeling te bewerkstelligen in de kerstperiode 2025. Nu de kerstperiode 2025 is verstreken heeft klager geen belang meer bij de behandeling van zijn beklag. De beklaggronden behoeven daarom geen verdere bespreking.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8127

    Klaagster heeft een klacht ingediend over de behandeling van haar verhoogde cholesterol in de huisartsenpraktijk van verweerder. Ze verwijt de huisarts dat zij bij het opvragen van haar medisch dossier is tegengewerkt en dat de huisarts het dossier onbeveiligd heeft laten versturen door de assistente via de praktijke-mail. Het college komt tot het oordeel dat alhoewel het dossier niet onbeveiligd had mogen worden verstuurd, de huisarts er in dit geval geen verwijt van kan worden gemaakt, omdat de assistente dit heeft gedaan zonder medeweten van de huisarts en in strijd met de geldende afspraken hierover in de praktijk, ook is niet duidelijk onder welke omstandigheden de assistente het dossier via de praktijke-mail heeft verzonden. Van tegenwerking bij het verstrekken van het dossier is het college niet gebleken. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:121 Raad van Discipline Amsterdam 26-333/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij over de aankondiging van incassomaatregelen, waaronder de mogelijkheid van een faillissementsverzoek, kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:185 Hof van Discipline 's Gravenhage 260067

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Gegrond. In tegenstelling tot de deken is het hof van oordeel dat op basis van de stukken in het dossier niet zonder meer als vaststaand aan te nemen valt dat de vordering van klager is verjaard. Onduidelijk is of de deken onder kennisneming van de juiste informatie van de door klager benaderde advocaten op goede gronden tot de conclusie kon komen dat sprake was van een kansloze zaak. Verder heeft de deken aan zijn beslissing ten grondslag gelegd dat het gebrek aan kans van slagen van de zaak zou blijken uit de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam. Gezien het feit dat deze tuchtrechter een waarschuwing heeft opgelegd is het standpunt van de deken zonder toelichting, die ontbreekt, niet begrijpelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8129

    Klaagster heeft een klacht ingediend over de behandeling van haar verhoogde cholesterol in de huisartsenpraktijk waar de huisarts, als waarnemer werkzaam was. De waarnemend huisarts was alleen betrokken bij de doorverwijzing naar de afdeling cardiologie, die diezelfde dag door de huisarts is veranderd in een verwijzing naar het ziekenhuis dat klaagsters voorkeur had. Klaagster verwijt de huisarts kortgezegd dat zij een onzorgvuldige en onlogische doorverwijzing heeft gedaan en hiervoor aantoonbaar en bewust onjuiste redenen heeft opgegeven. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is, omdat de verwijzing niet onjuist was en van het opgeven van onjuiste redenen hiervoor niet gebleken is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:122 Raad van Discipline Amsterdam 26-334/A/A 26-335/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaten van de wederpartij in een civiele procedure. Van onnodig grievende uitlatingen of het verkondigen van onwaarheden is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:186 Hof van Discipline 's Gravenhage 260083

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond. De mogelijkheid tot aanwijzing van een advocaat op grond van artikel 13 Advocatenwet is geen imperatieve bevoegdheid die de deken verplicht om een advocaat aan te wijzen indien de verzoeker heeft laten zien dat hij zelf geen advocaat heeft kunnen vinden, over een door de Raad voor Rechtsbijstand afgegeven toevoeging beschikt en/of de gewenste procedure technisch gecompliceerd is, maar een discretionaire bevoegdheid van de deken. Klager kan ook op andere wijze juridische bijstand verkrijgen in de procedure bij de kantonrechter, bijvoorbeeld door een jurist van een juridisch adviesbureau. Ook kan klager advies inwinnen bij de rechtswinkel of het juridisch loket.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8130

    Verweerster was vanaf 2016 als verpleegkundige en praktijkondersteuner somatiek betrokken bij behandeling van klaagsters hoge bloeddruk en de controle van haar verhoogde cholesterol. Bij een controle in oktober 2023 bleek dat het LDL-cholesterol van klaagster verhoogd was. Klaagster verwijt verweerster dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door onvoldoende rekening te houden met de risico’s van een familiair verhoogde cholesterolgehalte en ten onrechte hiervoor een DNA onderzoek te weigeren. Ze heeft klaagster te laat door de huisarts laten doorverwijzen naar de afdeling cardiologie van het ziekenhuis. Na onderzoek aldaar bleek bij klaagster sprake van fors vernauwde kransslagaders waarvoor zij een dotterbehandeling heeft ondergaan. Het college komt tot het oordeel dat de verpleegkundige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, onder meer omdat de verpleegkundige niet bekend was met de door klaagster gestelde- maar verder niet onderbouwde- aanwezige familiaire hypercholesterolemie en de verpleegkundige conform de daarvoor geldende richtlijnen heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:123 Raad van Discipline Amsterdam 26-336/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster mocht uitgaan van de juistheid van het feitenmateriaal van haar cliënte. Daarnaast was het haar taak om het standpunt van haar cliënte te verkondigen. Dat klaagster het hier niet mee eens is, is inherent aan het onderliggende geschil tussen partijen en maakt niet dat verweerster een tuchtrechtelijk verwijt valt te maken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:74 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-228/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat die in opdracht van een cliënt geen feitenonderzoek heeft verricht. De klacht dat verweerster geen duidelijkheid heeft geschept over in welke hoedanigheid zij heeft opgetreden in het onderzoek is gegrond. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster niet voldaan aan de hoge mate van duidelijkheid die de tuchtrechter op grond van genoemde vaste tuchtrechtspraak verlangt. In het boven ieder gespreksverslag opgenomen tekstblok is vermeld dat verweerster “het onderzoek uitvoert in de hoedanigheid van advocaat van [P B.V.] in het kader van een advies dat dient ter bepaling van diens juridische positie” . Daar staat echter tegenover dat (1) verweerster in datzelfde tekstblok wordt aangeduid als “onderzoeker”, dat (2) in het tekstblok wordt benadrukt dat verweerster “in de eventuele advies- en/of besluitvormingsfase niet tevens [zal] optreden als gemachtigde van de opdrachtgever” en dat (3) in de uitnodiging die verweerster voorafgaand aan het gesprek aan klager heeft gestuurd is vermeld dat het onderzoek wordt uitgevoerd conform het “Protocol feitenonderzoek”, waarmee de suggestie is gewekt dat men beoogde het onderzoek op onafhankelijke en objectieve wijze vorm te geven. De klachten dat verweerster het beginsel van hoor en wederhoor niet deugdelijk heeft toegepast en haar eigen onderzoeksprotocol niet heeft nageleefd zijn gegrond omdat klager pas na de totstandkoming van het onderzoeksrapport zijn visie heeft kunnen geven. Dit alles levert een schending van de kernwaarde integriteit op. De klachten dat het door verweerster verrichte onderzoek niet onafhankelijk, niet verkennend en geen feitenonderzoek bleek te zijn en dat zij ten onrechte verklaringen aan klager heeft toegeschreven die hij niet heeft afgelegd, zijn ongegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:187 Hof van Discipline 's Gravenhage 260088

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Niet-ontvankelijk. Klager heeft op 20 maart 2026 laten weten dat hij een advocaat heeft gevonden die hem kan bijstaan in de procedure waarvoor klager op grond van artikel 13 Advocatenwet bij de deken om aanwijzing van een advocaat heeft verzocht. Dat klager zelf een advocaat heeft gevonden maakt niet dat klager belang houdt bij de behandeling van zijn beklag, zoals klager heeft aangevoerd. Klager miskent dat de aanwijzingsbevoegdheid van de deken een vangnetvoorziening is, die pas in werking treedt als de rechtzoekende zelf geen advocaat kan vinden. Nu klager daar alsnog in is geslaagd, heeft klager geen belang meer bij zijn aanwijzingsverzoek.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8679

    Klacht tegen huisarts ongegrond. Klaagster is bij de waarnemend huisarts geweest met aanhoudende vaginale bloedingen bij een positieve zwangerschapstest. De vervolgens gemeten hCG-waarde zou kunnen passen bij een zwangerschapsduur van ongeveer vijf weken. Bij herhaling van de hCG-bepaling een week later bleek de waarde gedaald. Door deze daling werd vermoed dat sprake was van een miskraam. Op advies van verweerder werd klaagster door de assistente geadviseerd om een afspraak te maken voor een echo bij de verloskundige voor de week erna. Uiteindelijk heeft klaagster een aantal weken later op vakantie een spoedoperatie ondergaan vanwege een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Klaagster verwijt de huisarts – samengevat – dat hij onvoldoende alert is geweest, de zorgen van klaagster en haar partner over een mogelijke buitenbaarmoederlijke zwangerschap niet serieus heeft genomen en onjuiste informatie heeft laten verstrekken via de assistente. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts de zorgen van klaagster omtrent een buitenbaarmoederlijke zwangerschap wel degelijk serieus heeft genomen. Verder kan het college niet vaststellen dat de huisarts omtrent het verstrekken van informatie tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:182 Hof van Discipline 's Gravenhage 250422

    Gegronde klacht tegen de advocaat van de wederpartij met waarschuwing. Klaagster verwijt verweerder dat hij werkzaamheden voor twee aandeelhouders aan de vennootschap heeft gedeclareerd, waarmee hij niet heeft gezorgd voor een juiste tenaamstelling en volledige inrichting van de facturen. Klaagster is ontvankelijk. Verweerder had zich rekenschap moeten geven van de gerechtvaardigde belangen van klaagster en heeft dat niet gedaan. Als gevolg van de (mede) door verweerder bewust gekozen wijze van factureren betaalde klaagster daar als wederpartij en aandeelhouder aan mee. De klacht is gegrond voor zover het gaat om de procedure die alleen de aandeelhouders en hun belangen betreft en die slechts tot doel had een afwikkeling van de samenwerking tussen de aandeelhouders te forceren. Verweerder had zijn declaraties voor deze werkzaamheden niet (langer) aan de vennootschap in rekening mogen brengen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8660

    Klacht tegen verloskundige gegrond. Klaagster is door de verloskundige gezien omdat er een vermoeden bestond op een miskraam gezien eerder vaginaal bloedverlies en een positieve zwangerschapstest. De verloskundige heeft een echo verricht en de hCG-waarde bepaald en geconcludeerd dat sprake was van een miskraam. Enkele weken later, toen klaagster op vakantie was, bleek sprake te zijn van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, waarvoor klaagster een spoedoperatie heeft ondergaan. Klaagster verwijt de verloskundige dat zij bij de echoscopie geen onderzoek heeft verricht naar een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en dat zij een onjuiste diagnose heeft gesteld. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is. Naar het oordeel van het college boden de bevindingen van het echo-onderzoek en de uitslag van de hCG-bepaling onvoldoende zekerheid om te kunnen concluderen dat sprake was van een spontane miskraam en dat een buitenbaarmoederlijke zwangerschap kon worden uitgesloten. De verloskundige had zich hierover minder stellig dienen uit te laten richting klaagster. Aan de verloskundige wordt een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8930

    Kennelijk ongegronde klacht tegen twee cardiologen. Klager verwijt de cardiologen dat er een verkeerde diagnose is gesteld waar hij vijf jaar lang onnodig medicijnen voor heeft geslikt. Het college stelt op basis van het beschikbaar gestelde dossier college vast dat beide cardiologen hebben gehandeld volgens de geldende cardiovasculaire richtlijnen. Uit het onderzoek is gebleken dat sprake is geweest van een gepasseerd stolsel in de RCA waarbij de overige coronairen wandonregelmatigheden liet zien. Dit in combinatie met de aanwezige risicofactoren maakte dat medicamenteuze behandeling geïndiceerd was. De uitslag van een latere scan in een ander ziekenhuis zegt niets over eerdere problemen met hart-en bloedvaten.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8931

    Kennelijk ongegronde klacht tegen twee cardiologen. Klager verwijt de cardiologen dat er een verkeerde diagnose is gesteld waar hij vijf jaar lang onnodig medicijnen voor heeft geslikt. Het college stelt op basis van het beschikbaar gestelde dossier college vast dat beide cardiologen hebben gehandeld volgens de geldende cardiovasculaire richtlijnen. Uit het onderzoek is gebleken dat sprake is geweest van een gepasseerd stolsel in de RCA waarbij de overige coronairen wandonregelmatigheden liet zien. Dit in combinatie met de aanwezige risicofactoren maakte dat medicamenteuze behandeling geïndiceerd was. De uitslag van een latere scan in een ander ziekenhuis zegt niets over eerdere problemen met hart-en bloedvaten.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:144 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-355/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:145 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-365/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een deken. Klacht is kennelijk ongegrond. Misbruik van klachtrecht.