ECLI:NL:TADRSHE:2026:77 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-041/DB/OB

ECLI: ECLI:NL:TADRSHE:2026:77
Datum uitspraak: 22-06-2026
Datum publicatie: 22-06-2026
Zaaknummer(s): 26-041/DB/OB
Onderwerp:
  • Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Kwaliteit van de dienstverlening
  • Ontvankelijkheid van de klacht, subonderwerp: Tijdverloop tussen gewraakte gedraging en indienen van de klacht
Beslissingen: Beslissing op verzet
Inhoudsindicatie: Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch
van 22 juni 2026

in de zaak 26-041/DB/OB

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 17 maart 2026 op de klacht van:

klager

gemachtigde:


over:

verweerder

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1 Op 21 juli 2025 heeft klager tegen verweerder een klacht ingediend. Op 19 januari 2026 heeft de raad het dossier met kenmerk 48|25|126K van de deken ontvangen.

1.2 Bij beslissing van 17 maart 2026 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad de klacht deels niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard.

1.3 Bij e-mail van 17 maart 2026 heeft klagers gemachtigde verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.

1.4 Partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzet tijdens de zitting van de raad op 11 mei 2026. Verschenen zijn klagers gemachtigde en verweerder. Klager is niet verschenen.

1.5 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de beslissing van de voorzitter is gebaseerd, van het verzetschrift en van het e-mailbericht met bijlagen van klagers gemachtigde van 12 januari 2026.


2 FEITEN EN KLACHT

2.1     Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.

3 VERZET

3.1 De gronden van het verzet houden het volgende in:

De klacht is niet tardief: de ernst en impact van verweerders handelen zijn pas in de loop van de procedure en in samenhang met latere ontwikkelingen volledig duidelijk geworden. Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat de klacht niet tijdig is ingediend. Verweerder heeft gehandeld in strijd met de voor hem geldende professionele normen en kernwaarden van de advocatuur, in het bijzonder ten aanzien van zorgvuldigheid, onafhankelijkheid en de behartiging van de belangen van zijn cliënt.

4 BEOORDELING


4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.

4.2 De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.

4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.

BESLISSING

De raad van discipline:

verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. E. Loesberg, voorzitter, mrs. M.M.C. van de Ven en M. de Maaré, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber-van de Langenberg als griffier, en uitgesproken op 22 juni 2026.

Griffier                                                           Voorzitter

Verzonden op: 22 juni 2026