ECLI:NL:TADRSHE:2026:79 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-394/DB/OB

ECLI: ECLI:NL:TADRSHE:2026:79
Datum uitspraak: 23-06-2026
Datum publicatie: 23-06-2026
Zaaknummer(s): 26-394/DB/OB
Onderwerp: Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartij, subonderwerp: Vrijheid van handelen
Beslissingen: Voorzittersbeslissing
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft mogen uitgaan van de juistheid van de informatie die zij via haar cliënt heeft gekregen. Dat geldt des te meer wanneer het gaat om informatie die van een (aan tuchtrecht onderworpen) accountant afkomstig is. Klacht kennelijk ongegrond.

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch
van 23 juni 2026

in de zaak 26-394/DB/OB


naar aanleiding van de klacht van:

klager


over:

verweerster

De voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Oost-Brabant (hierna: de deken) van 7 mei 2026 met kenmerk 48|25|131K en van de op de inventaris genoemde bijlagen 01 tot en met 06. Ook heeft de voorzitter kennisgenomen van de aanvullende stukken van klager gedateerd 14 mei 2026 en door de griffie ontvangen op 19 mei 2026.

1 FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.

1.1 Verweerster staat de broer van klager sinds 2020 bij in een procedure over de verdeling van de nalatenschap van hun moeder. Een twistpunt tussen de erfgenamen was of de overdracht van de agrarische onderneming aan een van de erfgenamen gezien kon worden als een schenking en wat de waarde van deze onderneming was. Accountant [naam] heeft een rapport opgesteld over de agrarische onderneming. Dit rapport is door verweerster ingebracht in de procedure.

1.2 Op 29 mei 2025 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster.

2 KLACHT

2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster het volgende.

a) Verweerster heeft bewust informatie verstrekt terwijl zij wist of had moeten weten dat deze onjuist was;

b) Verweerster heeft de accountant aangezet om bewust onjuistheden in zijn rapport op te nemen;

c) Verweerster heeft haar cliënt opgedragen om de boekhoudrapporten van 1981 en 1986 te ontvreemden;

d) Verweerster heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot oplichting en/of afpersing, doordat zij niet op de hoogte is van het toepasselijke erfrecht terwijl klager daarvoor verplicht is om een advocaat in te schakelen.

3 VERWEER

3.1 Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4 BEOORDELING

Toetsingskader

4.1 Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen.

Beoordeling

4.2 Niet gebleken is dat verweerster informatie heeft verstrekt waarvan zij wist of had moeten weten dat deze onjuist was. Zij heeft zich gebaseerd op informatie die door een accountant is aangeleverd. Verweerster mag in beginsel uitgaan van de juistheid van de informatie die zij via haar cliënt aangeleverd krijgt. Dat geldt des te meer wanneer het gaat om informatie die van een (aan tuchtrecht onderworpen) accountant afkomstig is. Als klager het niet eens is met de inhoud van die informatie, dan lag het op zijn weg om dit in de betreffende procedure te weerleggen.

4.3 De overige verwijten worden door klager niet onderbouwd. Het dossier bevat geen enkel aanknopingspunt dat verweerster zich schuldig heeft gemaakt aan deze (vergaande) verwijten. De voorzitter zal de klacht in het geheel kennelijk ongegrond verklaren.

BESLISSING

De voorzitter verklaart de klacht, met toepassing van artikel 46j van de Advocatenwet, kennelijk ongegrond.

Aldus beslist door mr. M.A. de Vlieger, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2026.

Griffier                                                            Voorzitter

Verzonden op: 23 juni 2026