ECLI:NL:TADRSGR:2026:144 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-625/DH/DH
| ECLI: | ECLI:NL:TADRSGR:2026:144 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 22-06-2026 |
| Datum publicatie: | 24-06-2026 |
| Zaaknummer(s): | 25-625/DH/DH |
| Onderwerp: | Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk |
| Beslissingen: | Beslissing op verzet |
| Inhoudsindicatie: | Verzet ongegrond. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 22 juni 2026
in de zaak 25-625/DH/DH
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter
van de raad van discipline van 19 november 2025 op de klacht van:
klager
over:
verweerster
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 17 april 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het
arrondissement Den Haag (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster.
1.2 Op 16 september 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K091 2025
van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 19 november 2025] heeft de plaatsvervangend voorzitter
van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
1.4 Op 16 december 2025 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van
de voorzitter.
1.5 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 11 mei 2026. Daarbij
waren klager en verweerster aanwezig.
1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen
het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd
en van het verzetschrift. Ook heeft de raad kennisgenomen van de e-mails met bijlagen
van klager van 28 april 2026.
2 VERZET
2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, in dat klager zich
met de beslissing van de voorzitter en de gronden waarop deze berust niet kan verenigen.
Klager stelt dat hij wel een rechtstreeks belang heeft bij de klacht. Doordat verweerster
onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt bij verschillende aanvragen voor
toevoegingen, heeft zij op onrechtmatige wijze gefinancierde rechtsbijstand gekregen
voor procedures die tegen klager worden gevoerd. Hierdoor wordt er herhaaldelijk tegen
klager geprocedeerd, wat leidt tot onder meer aanzienlijke juridische kosten en psychische
en emotionele belasting. Zonder de foutieve aanvragen zouden deze procedures niet,
of niet op deze wijze, tegen klager kunnen worden gevoerd.
2.2 Klager dient in verzet een uitgebreide formele klacht in tegen verweerder
wegens ernstige vermoedens van misbruik van toevoegingen, structureel en onnodig procederen,
juridische intimidatie, schending van de gedragsregels voor advocaten en het niet
naleven van de meldplicht richting de Raad voor Rechtsbijstand.
2.3 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet
niet op.
3 FEITEN EN KLACHT
3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad
naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van
een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld
of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als
de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing
heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet
slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft
rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. De raad
is met de voorzitter van oordeel dat klager geen eigen, rechtstreeks belang heeft
bij de klacht. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing
van de voorzitter juist is.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe
gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De
raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. S.M. Krans, voorzitter, mrs. E.A.L. van Emden en M.M. van Wijk, leden, bijgestaan door mr. C.M. van de Kamp als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 22 juni 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 22 juni 2026