Zoekresultaten 2151-2200 van de 48471 resultaten

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:125 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/763581 / DW RK 25/31 HE/RH

    Gebleken is dat klaagster de vordering via Klarna zou voldoen. Klarna heeft niet betaald aan de schuldeiser. Het is en blijft echter de verantwoordelijkheid van klaagster dat de vordering van de schuldeiser wordt voldaan. De gerechtsdeurwaarder heeft op verzoek van de schuldeiser klaagster een aanmaning verstuurd om de vordering te voldoen. De gerechtsdeurwaarder mocht dit doen, want de vordering was immers niet betaald. Het geschil dat klaagster heeft is derhalve met Klarna. Niet gebleken is dus dat de gerechtsdeurwaarder tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld door de klaagster een aanmaning te versturen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:4 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-541/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over handelen in strijd met gedragsregel 15. Tegen verweerders optreden heeft klager bezwaren geuit en klagers bezwaren zijn ook redelijk. Vast staat dat er sprake is van een familierelatie tussen verweerder en de accountant, dat het advocatenkantoor en het accountantskantoor in hetzelfde pand zijn gevestigd en dat er sprake is van een doorlopende opdracht op grond waarvan verweerders kantoor juridisch advies en / of juridische bijstand verleend aan (klanten van) het accountantskantoor. Tevens staat als onweersproken vast dat verweerders broer heeft bemiddeld in het geschil tussen klager en de heer H, in welk verband zowel klager als de heer H gesprekken hebben gevoerd met verweerders broer, waarbij klager zijn standpunten over het geschil heeft kenbaar gemaakt aan verweerders broer. Vervolgens heeft inschakeling van verweerders kantoorgenoot mr. L plaatsgevonden in het kader van het geschil tussen klager en de heer H. Daarna is verweerder tegen klager geen optreden. De hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, maken naar het oordeel van de raad dat aan de zijde van klager redelijke bezwaren bestaan tegen het optreden van verweerder voor de heer H tegen de aan klager gelieerde vennootschap. Er is daarom niet voldaan aan de in gedragsregel 15 lid 3 genoemde voorwaarde (c) terwijl ook niet is gebleken dat aan voorwaarde (b) is voldaan, zodat het verweerder niet vrij stond om op te treden tegen klager. Gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:1 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2762 Herstelbeslissing

    De gz-psycholoog was de regiebehandelaar van klager bij een GGZ-praktijk. Klagers eigen behandelaar kreeg een andere functie en stopte haar werkzaamheden bij de praktijk. Klager bleef contact met haar zoeken, ook nadat de voormalig behandelaar zei dat ze dat niet wilde en ook de gz-psycholoog hem daarop had gewezen. Om die reden ging de praktijk over tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst en verwees klager terug naar de huisarts. Klager is van mening dat de gz-psycholoog geen dringende reden had voor de opzegging en dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de voortgang van de behandeling. Verder klaagt hij over schending van de geheimhoudingsplicht doordat de gz-psycholoog zonder goede grond informatie over klager met collega’s en met de office-manager heeft gedeeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:126 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/763932 / DW RK 25/40

    De gerechtsdeurwaarder heeft het dictum van het vonnis waarin duidelijk is opgenomen dat klager eerst aangeschreven moest worden ter zake van de betaling van de proceskosten, miskend. Nu klager tijdig na de aanschrijving daartoe de hoofdsom heeft voldaan, heeft klager voldaan aan het vonnis. Gelet op die tijdige betaling betekent dit dat het gelegde beslag ten onrechte is gelegd. Maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:5 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-433/DB/OB

    Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat het verzet slaagt. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht weliswaar de juiste maatstaf toegepast, maar gezien de motivering van de beslissing heeft de voorzitter naar het oordeel van de raad onvoldoende rekening gehouden met de door klager naar voren gebrachte feiten, die slechts in zeer beperkte mate door verweerder zijn weersproken. Verzet gegrond. De raad vernietigt de beslissing van de voorzitter van 29 augustus 2025, bepaalt dat partijen worden opgeroepen voor de mondelinge behandeling van de klacht en houdt iedere verdere beslissing aan.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8699

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in zijn sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts dat zijn sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een medische rapportage. Ook verwijt zij de arts dat hij haar tijdens het spreekuur onheus heeft bejegend.Het college komt tot het oordeel dat klaagster voor een deel van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:2 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2763 Herstelbeslissing

    De psychotherapeut was de regiebehandelaar van klager bij een GGZ-praktijk. Klagers eigen behandelaar kreeg een andere functie en stopte haar werkzaamheden bij de praktijk. Klager bleef contact met haar zoeken, ook nadat de voormalig behandelaar zei dat ze dat niet wilde en ook de psychotherapeut hem daarop had gewezen. Om die reden ging de praktijk over tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst en verwees klager terug naar de huisarts. Klager is van mening dat de psychotherapeut geen dringende reden had voor de opzegging en dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de voortgang van de behandeling. Verder klaagt hij over schending van de geheimhoudingsplicht doordat de psychotherapeut zonder goede grond informatie over klager met collega’s en met de office-manager heeft gedeeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:1 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-038/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Niet is komen vast te staan dan verweerster niet (tijdig) communiceerde, de opdracht onzorgvuldig zou hebben uitgevoerd, de belangen van klaagster onvoldoende zou hebben behartigd of zich onnodig grievend zou hebben uitgelaten jegens klaagster. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8700

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in haar sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts haar sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een rapportage.Het college komt tot het oordeel dat klaagster voor een deel van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:121 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/755596 / DW RK 24/299

    Vanwege het gezag dat een gerechtsdeurwaarder uitstraalt is het belangrijk dat als de gerechtsdeurwaarder een sommatie exploot stuurt in een fase waarin nog geen executoriale titel voorhanden is, hij duidelijk maakt dat de vordering betwist kan worden. Dit om te voorkomen dat de schuldenaar uit het optreden van de gerechtsdeurwaarder afleidt dat het niet een enkele aanspraak van een schuldeiser is, maar dat hij verplicht is de vordering te betalen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:276 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-723/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk omdat deze klachten al in eerdere procedures naar voren gebracht konden worden. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Misbruik van recht-bepaling.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:282 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-405/AL/GLD

    De raad heeft geoordeeld dat verweerder zijn cliënte over zijn kosten en over een aspect van processtrategie onvoldoende heeft geïnformeerd. Dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Gelet op de ernst en aard van dit handelen en gezien de omstandigheid dat verweerder niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, is de oplegging van een waarschuwing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:257 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-302/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht van vereffenaars van de nalatenschap over de advocaat van vader. Klagers hebben geen rechtstreeks belang bij de klacht die ziet op gedragsregel 15. De klacht is voor dat deel niet-ontvankelijk. De klachten zijn voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:1 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-589/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in de e-mailberichten van 16 februari en 29 maart 2025 aan klaagsters advocaat mede te delen dat, als klaagsters advocaat niet binnen één dag zou reageren, verweerder rechtstreeks contact zou opnemen met klaagster. Vast staat dat verweerder klaagster tweemaal rechtstreeks heeft aangeschreven, terwijl hij wist dat klaagster werd bijgestaan door een advocaat. Verweerder had kunnen volstaan met verzending van een e-mail aan mr. VdW. Naar het oordeel van de raad valt, bij gebreke van een nadere onderbouwing, die niet is gegeven, namelijk niet in te zien dat het beoogde rechtsgevolg niet zou kunnen worden bereikt door de e-mail alleen aan mr. VdW te zenden. Aan de in gedragsregel 25 lid 2 genoemde voorwaarden is kortom niet voldaan, zodat het verweerder niet vrijstond om klaagster rechtstreeks aan te schrijven. Door dit wel te doen heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:41 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/445564 / KL RK 24-181

    klacht over afwikkeling van een nalatenschap door de notaris. Erfgenamen (waaronder klaagster) hebben de notaris een volledige en onherroepelijke boedelvolmacht gegeven. Daarmee mocht de notaris naar eigen inzicht afwikkelen. Niettemin heeft de notaris klaagster wel hierbij betrokken. De notaris heeft niet de uitbetaling van het erfdeel afhankelijk gesteld van de goedkeuring van klaagster op de rekening en verantwoording van de notaris. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:270 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-652/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een geschil over de hoogte van kinderalimentatie. Dat verweerder niet heeft gereageerd op een bericht van de zijde van klaagster, is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar omdat hij als advocaat in beginsel niet gehouden is om inhoudelijk te reageren op brieven van de wederpartij. Bovendien was zijn opdracht op dat moment al beëindigd. Niet gebleken is dat verweerder onjuist heeft geadviseerd over de te betalen kinderalimentatie. Verweerder mocht zijn cliënt om informatie vragen, zodat hij zich kon verdedigen tegen de tuchtklacht. Voor zover hierdoor al sprake zou zijn van een schending van klaagsters privacy, geldt dat er in dit geval zwaarder getild kan worden aan verweerder recht om zich te verdedigen tegen een tuchtklacht. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:264 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-703/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klacht is gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk vanwege een gebrek aan rechtstreeks eigen belang. De door verweerder namens zijn cliënte opgestelde conceptdagvaarding is niet aan klagers betekend en dus ook niet uitgebracht. Van (oneigenlijk) procederen is geen sprake. Het stond verweerder vrij om klagers te benaderen over de vordering van zijn cliënte. De omstandigheid dat klagers het niet met die vordering eens zijn en de vordering kansloos vinden, betekent niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Een inhoudelijke beoordeling van de vordering is voorbehouden aan de civiele rechter. De klacht is in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:277 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-746/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een letselschadekwestie in alle onderdelen ongegrond. Verweerder kan niet worden verweten dat hij niet eerder een voorschot heeft gevraagd, omdat klager geen inzicht heeft gegeven in zijn schadeposten. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen op het gebied van bereikbaarheid, communicatie en overdracht van het dossier is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:258 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-690/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft gezien de overeengekomen hoofdelijke aansprakelijkheid zowel klaagster als haar cliënt mogen aanspreken voor de betaling van het volledige bedrag. Klaagster is geen advocaat/advocatenkantoor zodat verweerder de cliënt rechtstreeks mocht aanschrijven. Niet gebleken dat verweerder de belangen van klaagster onevenredig heeft geschaad. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2025:21 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/66

    De kamer heeft de uitoefening door de kandidaat-notaris van haar drie nevenbetrekkingen, die allemaal samenhangen met haar belegging in de 13 bedrijfspanden, ongewenst verklaard (artikel 11 lid 2 Wna).

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:42 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/449370 / KL RK 25-45

    Klager is belanghebbende, ondanks dat niet uit stukken blijkt dat hij erfgenaam is twijfelt de kamer daar niet aan en gaat zij hier vanuit.Klachtonderdeel I is feitelijk onjuist en dus ongegrond.Klachtonderdeel II notaris had geen reden te twijfelen aan handelingsbevoegdheid vader van klager, immers is hij in zijn hoedanigheid van (indirect) bestuurder altijd bevoegd gebleven om de verkopende vennootschap te vertegenwoordigen. Ook dit klachtonderdeel is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:271 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-225/DH/DH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:265 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-706/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een procedure over de vaststelling van het vaderschap. Niet gebleken dat verweerster onvoldoende heeft gecommuniceerd of onjuist heeft geadviseerd. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:278 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-750/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat wederpartij. Klacht over misbruik van toevoeging kennelijk niet-ontvankelijk vanwege een gebrek aan rechtstreeks belang. Klacht over misbruik van procesrecht kennelijk ongegrond. Er is geen sprake van rauwelijks dagvaarden. Niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een evident kansloze processtrategie of dat onjuistheden zijn opgenomen in de dagvaarding.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:259 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-696/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over het neerleggen van de opdracht door de eigen advocaat. Duidelijk is dat klager en verweerder een andere visie hadden over de aanpak en het vervolg van klagers zaak. Klager heeft vervolgens een klacht ingediend bij het kantoor. Verschil van inzicht dat uiteindelijk onoverbrugbaar is gebleken. Verweerder kon zich dan ook terugtrekken. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:272 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-239/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:266 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-708/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over het handelen c.q. nalaten van verweerder als bewindvoerder in een schuldsaneringstraject. Het traject is in december 2024 beëindigd. Klacht is buiten de termijn van drie jaar ingediend. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. Klacht niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:279 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-780/DH/RO 25-781/DH/RO

    Voorzittersbeslissing; klachten over de advocaten van de wederpartij in een incassozaak. Niet gebleken is dat klager onder druk is gezet om documenten te ondertekenen. Evenmin is gebleken dat het leggen van beslag en het entameren van een juridische procedure (dagvaarden) niet proportioneel en onzorgvuldig was gelet op de omstandigheden waarin klager verkeerde. De klachten hierover zijn kennelijk ongegrond. Voor zover klager heeft gesteld dat verweerders met hun handelen zijn ex-partner hebben benadeeld, zijn de klachten kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:260 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-702/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een echtscheiding. Niet gebleken van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerster bij de overdracht van de tas of anderszins. Zij mocht de kwestie van de echtelijke woning aankaarten, in het belang van haar cliënte.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:273 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-289/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de advocaat van de wederpartij in een geschil tussen ex-partners. Klager is de broer van de vrouw en heeft als haar gemachtigde opgetreden. Hij heeft om die reden geen rechtstreeks belang bij de klacht over het door verweerder opwerpen van een exceptie van onbevoegdheid. Klacht voor dat deel niet-ontvankelijk. Klager is wel ontvankelijk waar het gaat om verweerders stelling dat klager is veroordeeld voor (zware) mishandeling. Verweerder heeft dat mogen omschrijven zoals hij gedaan heeft. Klacht voor dat deel ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:267 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-711/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk omdat klager daarbij geen belang heeft of daarover al eerder heeft geklaagd. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Het innemen van een andersluidend juridisch standpunt is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerder heeft geen onpleitbaar standpunt ingenomen. Niet gebleken dat verweerder de tuchtrechter onjuist heeft voorgelicht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:261 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-121/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:274 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-349/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft klaagster op betalende basis bijgestaan, terwijl er al een toevoeging was verstrekt. De toevoeging betreft uitsluitend adviserende werkzaamheden. Op het moment dat er een procedure gestart zou worden, en te voorzien viel dat er financieel resultaat zou zijn, heeft verweerder dit met klaagster besproken en vastgesteld dat vervolgwerkzaamheden niet meer onder de toevoeging vallen en dat verweerder verder op betalende basis zou optreden. Klaagster is hierdoor niet benadeeld. Verweerster heeft juist voorkomen dat klaagster ook de advieswerkzaamheden zelf moest betalen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:268 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-714/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Klager heeft geen eigen rechtstreeks belang. De klacht voor zover mede ingediend namens klager is kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster had redelijkerwijs op de hoogte kunnen zijn van de beëindiging van het geschil door de gemaakte afspraken in plaats van door een vonnis. Van het toesturen van een vonnis aan klaagster door verweerder kon dan ook geen sprake zijn. Van enig klachtwaardig handelen van verweerder is niet gebleken. De klacht is in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:3 Hof van Discipline 's Gravenhage 250444

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Met de deken is het hof van oordeel dat uit het cassatieadvies – dat voldoet aan de daaraan te stellen (zorgvuldigheids)eisen – volgt dat een cassatieprocedure geen redelijke kans van slagen heeft. Op deze grond mocht de deken het aanwijzingsverzoek van klager afwijzen (ECLI:NL:TAHVD:2018:44). Artikel 13 Advocatenwet is niet bedoeld voor de situatie dat klager reeds beschikt over een (negatief) cassatieadvies. Een aanwijzingsverzoek op grond van artikel 13 Advocatenwet leidt er ook niet automatisch toe dat een aangewezen advocaat zijn werkzaamheden verricht op basis van een toevoeging, zoals klager lijkt te veronderstellen. Als klager dat wil, kan hij op eigen kosten een advocaat zoeken die een second opinion wil geven.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:262 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-389/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerder is ingeschakeld voor het hoger beroep in de alimentatiezaak. Ook een andere advocaat heeft in deze zaak bijstand aan klaagster verleend. Hoewel de gemaakte afspraak bijzonder te nomen is, is het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klaagster was hiermee bekend en heeft bovendien zelf met verweerder gecorrespondeerd en hem verzoeken gedaan. Geen sprake van dat verweerder zonder overleg met klaagster is ingeschakeld. Verweerder heeft de opdrachtbevestiging per abuis niet aan klaagster gestuurd. Daarvan kan hem in de gegeven omstandigheden geen verwijt worden gemaakt. Ook andere verwijten zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:275 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-705/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat-gemachtigde van een advocaat in een tuchtprocedure. De eerdere klacht is ongegrond bevonden door het hof van discipline. Daarom bestaat geen aanleiding om in het geval van verweerder tot een andere uitkomst te komen over materieel gezien dezelfde kwestie. Klacht kennelijk ongegrond. Misbruik van recht-bepaling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:269 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-717/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk omdat deze te laat is ingediend en deels kennelijk niet-ontvankelijk omdat klager daarbij geen eigen, rechtstreeks betrokken belang heeft.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:263 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-391/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familiezaak. De kwaliteit van verweersters bijstand aan klaagster is onvoldoende geweest. Niet vast te stellen is dat zij klaagster op de relevante momenten heeft geïnformeerd en geadviseerd, bijvoorbeeld voorafgaand aan het vertrek uit de echtelijke woning door klaagster en na ontvangst van het (voor klaagster negatieve) vonnis in kort geding. De processtukken van verweerster voldoen niet aan de professionele standaard, doordat zij op diverse punten veel (te) weinig informatie en/of onderbouwing bevatten. Niet blijkt verder dat er enig besef is geweest van de gevolgen van het voor klaagster negatieve vonnis in kort geding voor het verzoek voorlopige voorzieningen, dat kort daarna werd behandeld en op dezelfde onderwerpen (waaronder de woning) zag. Verweerster heeft op meerdere momenten en meerdere punten onzorgvuldig en in strijd met de kernwaarde deskundigheid gehandeld. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:1 Hof van Discipline 's Gravenhage 250103

    Klaagster overlijdt enkele dagen voor de mondelinge behandeling bij het hof. Anders dan in eerdere beslissingen (onder meer ECLI:NL:TAHVD:2016:49) ziet het hof geen aanleiding om voor de processuele gevolgen van het overlijden van klaagster aansluiting te zoeken bij art. 47a Advocatenwet. Het hof beslist op grond van wat over en weer in hoger beroep is aangevoerd. Beide partijen zijn in beroep niet-ontvankelijk: klaagster heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de raad om verweerster geen maatregel op te leggen en zij heeft daarnaast nieuwe klachten aangevoerd. Verweerster heeft in het verweerschrift (na afloop van de appeltermijn van 30 dagen) beroepsgronden gericht tegen het gegrond verklaarde klachtonderdeel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:2 Hof van Discipline 's Gravenhage 250128

    Artikel 13 beklag ongegrond. Ook als de vordering die klager wil instellen niet is verjaard, heeft deze onvoldoende kans van slagen. Bovendien kan klager daarmee niet bereiken wat hij eigenlijk wil.

  • Novitaris-arrest In een ABCD transactie heeft klaagster (B) geklaagd over de wijze waarop de (oud-)notarissen zijn omgegaan met de betaling van de verschuldigde geldbedragen aan pandhouders/beleggers. Klaagster meent dat de (oud-)notarissen tot betaling over moesten gaan zodra er betaald was door A.De kamer heeft geoordeeld dat klaagster een belang heeft bij haar klacht, nu zij gehouden is de kosten koper te dragen op het moment dat het tot betaling van de beleggers komt.Klaagster is niet-ontvankelijk in haar klacht tegen de oud-notaris, omdat haar klacht tegen hem te laat is ingediend. De uitzonderingstermijn is niet van toepassing.Het gevestigde pandrecht ten behoeve van de beleggers, is ondeelbaar. Bovendien was niet duidelijk wie van de beleggers gerechtigd was tot een gestort geldbedrag op de derdengeldenrekening van het notariskantoor. De notarissen mochten besluiten hun ministerie op te schorten om nader onderzoek te verrichten, dan wel om te wachten tot het volledige geldbedrag ten behoeve van alle beleggers was voldaan. De kamer oordeelt dat de notarissen in de rechten en belangen van derden een gegronde reden mochten zien om hun dienst te weigeren dan wel op te schorten.Ten aanzien van de klacht over de gevorderde kosten door de notarissen, oordeelt de kamer dat deze onvoldoende is onderbouwd en dat de door de notarissen geschetste gang van zaken redelijk voorkomt.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:40 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/446965 KL RK 25-14

    Klacht is niet-ontvankelijk vanwege het ne bis in idem-beginsel.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:313 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8108

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. Onder de destijds geldende richtlijn heeft de verpleegkundig specialist terecht een re-excisie geadviseerd na de verwijdering van een verdacht plekje op het voorhoofd van klager door de plastisch chirurg. Dat de verpleegkundig specialist over de bevindingen van de patholoog en/of over de re-excisie onjuiste informatie zou hebben verstrekt aan klager is niet gebleken, noch dat zij de klachtencommissie van het ziekenhuis onjuist zou hebben geïnformeerd. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:307 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8063

    Gegronde klacht tegen een gynaecoloog. De gynaecoloog is ten onrechte uitgegaan van een miskraam. Er was sprake van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap bij klaagster. De gynaecoloog had tijdens het consult meer onderzoek moeten doen door de hCG-waarde te laten bepalen. Hierin is de gynaecoloog tekort geschoten. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:233 Raad van Discipline Amsterdam 25-365/A/A 25-366/A/A

    Raadsbeslissing. Klachten van advocaten over advocaten (over en weer) zijn deels niet-ontvankelijk wegens gebrek aan rechtstreeks belang en deels ongegrond. Uitgangspunt is dat ook in tuchtrechtelijke aangelegenheden waarheidsvinding prevaleert en daardoor relevante informatie niet snel buiten beschouwing zal worden gelaten. De raad ziet geen aanleiding of bijzondere omstandigheden op grond waarvan anders zou moeten worden geoordeeld. Dat mr. DW zich toegang heeft verschaft tot de WhatsAppconversatie van mr. K, en deze informatie vervolgens heeft ingebracht in de procedures, wordt naar het oordeel van de raad gerechtvaardigd door de (uit deze informatie volgende) handelswijze van mr. K en de inhoud van de aangetroffen WhatsAppgesprekken. Dat mr. DW hiermee het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad, is de raad niet gebleken. Daarnaast is naar het oordeel van de raad geen sprake van het door mr. K doen van uitlatingen die het vertrouwen in de advocatuur hebben geschaad. De raad weegt hier met name in mee dat mr. K de betreffende uitlatingen in besloten kring en daarmee niet in de openbaarheid heeft gedaan en dat het nooit de bedoeling (van mr. K) is geweest om de uitlatingen op enige wijze in de openbaarheid te laten komen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:308 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8062

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. De arts is werkzaam als fertiliteitsarts en heeft klaagster gezien bij klachten bij een vroege zwangerschap. De arts mocht stellen dat er mogelijk sprake was van een miskraam en heeft voldoende onderzoek verricht. Uiteindelijk is gebleken dat klaagster een buitenbaarmoederlijke zwangerschap had. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:234 Raad van Discipline Amsterdam 25-447/A/A

    Raadsbeslissing. Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:309 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8536

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster is bij de tandarts onder behandeling geweest en zij stelt dat de tandarts te veel heeft gedeclareerd bij de verzekering. De tandarts heeft dit niet betwist, maar heeft toegelicht dat er sprake is van een vergissing en dat hij hiervoor verantwoordelijkheid neemt. Het college is van oordeel dat het gaat om een vergissing van de tandarts die hij heeft willen goedmaken. Dat de tandarts het door hem te veel gedeclareerde heeft teruggestort aan de verzekeraar, is daarvan de bevestiging. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:174 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-811/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde. Niet gebleken dat verweerster haar cliënte heeft geadviseerd om een privédetective in te schakelen. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door het rapport in het geding te brengen. Kennelijk ongegrond.