Zoekresultaten 14451-14500 van de 48197 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:13 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-662/DH/RO
- Datum publicatie: 15-01-2021
- Datum uitspraak: 04-01-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:13
Raadsbeslissing. Klacht over het in strijd met gedragsregel 15 opgetreden tegen klaagster gegrond. Waarschuwing. Klachtonderdelen over niet onafhankelijk en integer handelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:7 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.360
- Datum publicatie: 15-01-2021
- Datum uitspraak: 15-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:7
Klacht tegen kinderarts. Er is klinisch-genetisch onderzoek gedaan naar een mogelijke genetische afwijking bij klager. Klager verwijt de aangeklaagde kinderarts dat hij: 1. valsheid in geschrifte heeft gepleegd door een medisch-wetenschappelijk onderzoek te laten plaatsvinden middels een consent van een studie waar klager niet aan heeft deelgenomen en ook niet had mogen en kunnen deelnemen gezien de opzet van die studie en de inclusiecriteria; 2. toestaat dat de studie niet getoetst en gecontroleerd werd door een Medisch Ethische Toetsing Commissie (METC); 3. de toestemmingsformulieren pas heeft opgestuurd nadat al lichaamsmateriaal was afgenomen; 4. de Wet Medisch-wetenschappelijk Onderzoek bij Mensen (WMO) op diverse punten heeft overtreden; 5. een niet onderbouwde en zeer waarschijnlijk foutieve diagnose “ribosomopathie” heeft gesteld en daarmee heeft gesteld dat de - deels niet geverifieerde - klinische kenmerken daardoor worden veroorzaakt; 6. heeft toegestaan dat via een wetenschappelijke publicatie deze “vermeende ziekte” zonder enig voorbehoud in de conclusies wereldkundig werd gemaakt en vervolgens geregistreerd is in een database; 7. het medisch beroepsgeheim en de privacywetgeving heeft geschonden door zonder toestemming van klager en zijn ouders herleidbare medische en klinische gegevens te laten opnemen in een wetenschappelijke publicatie; 8. nagelaten heeft de klinische kenmerken te valideren en te verifiëren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:3 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-418/DH/DH
- Datum publicatie: 15-01-2021
- Datum uitspraak: 11-01-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:3
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:4 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-635
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 04-01-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:4
Voorzittersbeslissing. Deel klachten niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop. Niet gebleken dat de werkzaamheden van verweerder in het geschil van klagers met de Belastingdienst niet aan de kwaliteitseisen hebben voldaan. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:273 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-597
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 30-11-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:273
Voorzittersbeslissing over klacht tegen deken. Klager werd in bestuursrechtelijke procedures bijgestaan door twee advocaten van verschillende kantoren. Één van de advocaten heeft tijdig voor een zitting aangegeven door ziekte die zitting niet te kunnen doen. Niet is komen vast te staan dat voor haar twee kantoorgenoten de verplichting bestond, of anderszins afspraken daarover zijn gemaakt, dat de kantoorgenoten de zaak van hun zieke kantoorgenoot zouden overnemen. Geen (wettelijke) grondslag op grond waarvan de deken die kantoorgenoten kon verplichten om de zaak van klager over te nemen terwijl klager bovendien nog rechtsbijstand van zijn andere advocaat had. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2021:1 Kamer voor het notariaat Amsterdam 677568/NT 19-64
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 07-01-2021
- ECLI:NL:TNORAMS:2021:1
De kamer verklaart de klacht deels gegrond. De notaris heeft erkend dat hij bij de overdracht van de woning van klaagster (verkoper) een recherchefout heeft gemaakt: in zijn verweerschrift heeft de notaris daarvoor als verklaring gegeven - kort gezegd - dat het door hem gecontroleerde perceel (dat diende voor de onderzetting van de koper) onbezwaard bleek, maar dat hij ten onrechte het tweede perceel, met de woning, waarop wel beslag was gelegd, niet heeft opgemerkt. Dat dit handelen van de notaris niet tot benadeling van klaagster heeft geleid, omdat klaagster hoe dan ook € 25.000 aan de beslaglegger verschuldigd was, zoals de notaris als verweer heeft aangevoerd, is op zich juist, maar doet aan de gegrondheid van het verwijt niet af. Klaagster handelde immers in strijd met de koopovereenkomst door de woning niet onbezwaard te leveren. Ook acht de kamer de klacht gegrond waar het gaat om het schenden van de geheimhoudingsplicht van de notaris, omdat hij persoonlijke informatie van klaagster heeft doorgezonden aan de advocaat van de beslaglegger. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:269 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-551
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 16-11-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:269
Voorzittersbeslissing over klacht tegen de kantoorgenoot van de eerdere advocaat van klager, mr. S. Klager heeft zelf besloten om geen gebruik meer te maken van de dienstverlening van mr. S en haar laten weten op zoek te gaan naar een andere advocaat. Na vertrek van mr. S van kantoor heeft verweerster op zorgvuldige wijze vanwege archivering bij klager geïnformeerd of de openstaande oude zaak van mr. S al door een andere advocaat was overgenomen. Pas na de hoorzitting in die zaak heeft klager gereageerd dat verweerster in die kwestie geen werkzaamheden hoefde te doen. Het stond verweerster daarna vrij om klager te informeren geen zaken voor hem te zullen doen vanwege een vertrouwensbreuk. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2020:6 Kamer voor het notariaat Amsterdam 687093/NT 20-31
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 27-10-2020
- ECLI:NL:TNORAMS:2020:6
Notarieel medewerker of kandidaat-notaris? Klacht: Niet voldoen aan vereisten van permanente educatie (PE). Op grond van de Wna is iemand kandidaat-notaris als diegene voldoet aan de opleidingsvereisten, vermeld in de Wna en onder verantwoordelijkheid van een notaris of een waarnemer notariële werkzaamheden verricht. Vast staat dat mr. [X] aan de opleidingsvereisten voldoet. Ook staat vast dat zij werkzaamheden verricht onder verantwoordelijkheid van een notaris. De kamer is van oordeel dat mag worden verwacht en aangenomen dat werkzaamheden die notarieel medewerkers in het algemeen en dus ook op het notariskantoor van de notaris verrichten notariële werkzaamheden zijn. De kamer stelt dan ook vast dat mr. [X] onder de definitie van kandidaat-notaris valt. Gelet op de bijzondere omstandigheden en het feit dat met de KNB gesprekken zullen plaatsvinden over de PE-verplichting van mr. [X], kan worden volstaan met gegrondverklaring van de klacht zonder oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2021:2 Kamer voor het notariaat Amsterdam 682261/NT 20-12
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 07-01-2021
- ECLI:NL:TNORAMS:2021:2
De klacht ziet op de onwelwillende, onheuse bejegening door de notaris van klaagster, gegeven haar gerechtvaardigde belang, als nabestaande en als degene die de uitvaart moest organiseren, om de uitvaartwensen van haar oudste broer te achterhalen. Dat was de vraag die zij aan de notaris had gesteld, maar waarop zij geen antwoord kreeg, omdat de notaris zich beriep op zijn geheimhoudingsplicht. In deze zaak is echter niet aan de orde of de notaris zich al dan niet terecht op zijn geheimhoudingsplicht heeft beroepen. Ook klaagster respecteert de notariële geheimhoudingsplicht, die tot de notariële kernwaarden behoort. De kamer is echter van oordeel dat de notaris zonder zijn geheimhoudingsplicht te schenden, klaagster op weg had kunnen en moeten helpen. Klacht gegrond, geen maatregel.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:276 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-371
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 13-07-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:276
Voorzittersbeslissing over klacht tegen deken. Verweerder heeft voorafgaand aan de eerste aanwijzing van een ervaren strafpleiter als advocaat aan klager op grond van art. 13 Aw een kennismakingsgesprek tussen klager en die advocaat geregeld. Naar het oordeel van de voorzitter had het toen op de weg van klager gelegen om zijn eventuele twijfels over de deskundigheid over die advocaat kenbaar te maken bij verweerder, maar dat klager dat heeft gedaan is gesteld noch gebleken. Na onttrekking van die advocaat mocht verweerder afwijzend beschikken op het tweede verzoek van klager tot aanwijzing van weer een advocaat in diezelfde zaak. Ruime beleidsvrijheid deken. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2020:34 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/29
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 21-12-2020
- ECLI:NL:TNORSHE:2020:34
Klager verwijt de notaris (kort gezegd) dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het opstellen en uitvoeren van de depotovereenkomst. Klager stelt dat de notaris de depotovereenkomst niet conform het door de meeste notarissen gehanteerde model heeft opgesteld, maar hij heeft deze stelling niet gemotiveerd en/of onderbouwd. Zo heeft klager niet concreet gemaakt op welke model-depotovereenkomst hij doelt. Los hiervan is de kamer van oordeel dat een notaris niet verplicht is om bij het opstellen van een depotovereenkomst een eventueel door veel andere notarissen gehanteerde model-depotovereenkomst te volgen. De stellingen van klager, inhoudende dat de depotovereenkomst niet voldoende duidelijk is en dat de notaris in strijd heeft gehandeld met de depotovereenkomst, houden evenmin stand. De klacht wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2020:7 Kamer voor het notariaat Amsterdam 684218/NT20-21
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 10-12-2020
- ECLI:NL:TNORAMS:2020:7
De kamer stelt vast dat de inschrijving van de vennootschap van klager in het handelsregister als bestuurder van [G] op zichzelf in overeenstemming was met de (toentertijd) daartoe geuite wens van klager. Echter, door het klakkeloos uitvoeren van die wens (na het opvragen van bewijzen van volstorting van de aandelen), zonder te informeren naar de onderliggende besluitvorming, heeft de kandidaat-notaris zichzelf de kans ontnomen zich te verdiepen in de achtergronden en beweegredenen en aldus de mogelijkheid om klager eventueel te adviseren over de inhoud van het statutair bestuurderschap, de nadelen die daaraan kunnen zijn verbonden en over welke alternatieven voorhanden waren ter bereiking van het door klager gewenste doel. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:270 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-557
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 23-11-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:270
Voorzittersbeslissing. In de opdrachtbevestiging is vermeld dat verweerster, na afwijzing van de toevoeging, een voorschotfactuur voor haar eerste werkzaamheden in de letselschadezaak aan klager zal sturen. Klager heeft uitdrukkelijk ermee ingestemd dat zij die kosten alleen bij erkenning van de aansprakelijkheid later bij de wederpartij kan neerleggen en heeft de voorschotfactuur betaald. Klager heeft later zelf een vaststellingsovereenkomst met de verzekeraar van de wederpartij gesloten zonder dat daarbij de aansprakelijkheid is erkend. De overeenkomst die klager heeft gesloten met de verzekeraar wijst er niet op dat er ruimte is om het aan klager in rekening gebrachte voorschot nog neer te leggen bij de verzekeraar, waarna het aan klager zou kunnen worden terugbetaald. In zoverre klager nog bedoelt dat verweerster een met hem gesloten betalingsafspraak niet is nagekomen dan kan, wat daar verder ook van zij, daarvan aan verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Dat is immers een juridisch geschil dat ter beoordeling voorligt aan de civiele rechter; niet aan de tuchtrechter. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2021:3 Kamer voor het notariaat Amsterdam 684135/NT 20-20
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 07-01-2021
- ECLI:NL:TNORAMS:2021:3
Onzorgvuldig handelen van de notaris. De gegeven omstandigheden hadden voor de notaris aanleiding moeten zijn om te twijfelen aan het verlenen van zijn diensten. De notaris heeft onvoldoende oog gehad voor de belangen van klaagster. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:2 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-567
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 04-01-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:2
Voorzittersbeslissing. Verweerster mocht namens haar cliënte de voorwaarde blijven stellen dat na het onuitvoerbare vonnis in kort geding eerst een aanvullende regeling voor een veilige overdracht van de kinderen met klager zou worden afgesproken voordat hij de kinderen bij zich zou kunnen hebben. Met deze handelwijze heeft verweerster dan ook geenszins de kortgedinguitspraak gesaboteerd of de belangen van klager onnodig of evenredig geschaad, zonder doel. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2020:35 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/56
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 21-12-2020
- ECLI:NL:TNORSHE:2020:35
Klaagster maakt de notaris een aantal verwijten ten aanzien van het testament van vader en ten aanzien van de afwikkeling van vaders nalatenschap. De klacht wordt gegrond verklaard voor zover klaagster de notaris verwijt dat hij zich in de brief van 15 april 2019 niet neutraal heeft opgesteld. In die brief heeft de notaris het handelen van de executeur positief gewaardeerd. De notaris had er - zeker nu hij bekend was met de slechte verstandhouding tussen klaagster en de zus en hij niet heeft weersproken dat de executeur een vriend is van de zus - bedacht op moeten zijn dat zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid gevaar liepen. Door in de brief uit te spreken dat de executeur naar beste eer en geweten probeert uitvoering te geven aan het legaat van de woning en de executeur daarbij zeer zorgvuldig te werk is gegaan, heeft de notaris bij klaagster de indruk gewekt dat hij aan de kant van de executeur en de zus stond en heeft hij dus de schijn van partijdigheid gewekt. De klacht wordt voor het overige ongegrond verklaard. Aan de notaris wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2020:8 Kamer voor het notariaat Amsterdam 686508/NT20-28
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 22-12-2020
- ECLI:NL:TNORAMS:2020:8
De bewindvoerder van [A] heeft namens [A] een klacht ingediend. Hij verwijt de toegevoegd notaris – kort gezegd – dat hij niet heeft voldaan aan zijn onderzoeksplicht. De toegevoegd notaris had volgens hem dienen te onderzoeken of [A] ‘capabel’ was om een vennootschap op te richten. Daarbij had hij dienen te verifiëren of de vennootschap niet werd opgericht voor malafide doeleinden en of [A] als katvanger werd gebruikt. De kamer is van oordeel dat, hoezeer te betreuren is dat derden misbruik hebben gemaakt van de desbetreffende vennootschap, de toegevoegd notaris ter zake de oprichting van die vennootschap geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat de signalen bij het passeren van de akte van oprichting zodanig waren dat de toegevoegd notaris binnen de context van het instrumentarium dat hem ten dienste stond meer en verder onderzoek had moeten en kunnen doen. Daarbij neemt de kamer in aanmerking dat [A] op de zitting van de kamer actief en adequaat heeft gereageerd op wat er is gezegd en gevraagd. De conclusie moet zijn dat [A] kennelijk in staat is geweest om zich bij de toegevoegd notaris te presenteren als een geloofwaardig ondernemer. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:271 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-558
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:271
Voorzittersbeslissing. Verweerder heeft als partijdige belangenbehartiger van zijn cliënte haar belangen behartigd in haar geschil met klager en mocht in dat kader klager en de mogelijke uitgever erop wijzen dat het betreffende boek over zijn cliënte niet zonder haar instemming uitgegeven mocht worden. Dat verweerder daarbij zijn gezag als advocaat heeft misbruikt en de uitgever (telefonisch) juridisch zou hebben geïntimideerd, is de voorzitter niet gebleken. Verweerder mocht de uitgever benaderen zoals hij heeft gedaan, terwijl klager voldoende mogelijkheden heeft gekregen en ook heeft genomen om ook zijn standpunten kenbaar te maken. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:3 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-631
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 04-01-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:3
Voorzittersbeslissing advocaat wederpartij. Blijkens het vonnis heeft de rechtbank beslist dat klaagster een bedrag diende te storten op de derdengeldrekening van de Stichting derdengelden waarvan verweerster medebestuurder is. Klaagster heeft tegen de vordering door verweerster namens haar cliënte tot overmaking van de gevorderde gelden op die derdengeldrekening verweer gevoerd, maar dat verweer is, zo blijkt uit het vonnis, door de rechtbank gepasseerd. Dat klaagster door de beslissing van de rechtbank tot storting op de derdengeldrekening stelt in een afhankelijke positie jegens verweerster te zijn terechtgekomen kan, wat daar ook van zij, verweerster tuchtrechtelijk dan ook niet worden aangerekend. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2020:36 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/2
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 21-12-2020
- ECLI:NL:TNORSHE:2020:36
Klagers verwijten de oud-notaris - kort gezegd - dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de afwikkeling van de nalatenschappen van erflater en erflaatster. De klacht valt uiteen in zeven onderdelen. Uit het door de oud-notaris gemotiveerde verweer en de door partijen overgelegde stukken blijkt dat klagers op 13 december 2016 al geruime tijd bekend waren met de feiten ter zake waarvan zij de oud-notaris nu verwijten maken. De klacht is op 16 januari 2020 bij de kamer ingediend, dus (ruim) na het verstrijken van de vervaltermijn van drie jaren. Klagers worden daarom niet-ontvankelijk verklaard in de klachtonderdelen 1 tot en met 7. De kamer komt daarmee niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de door klagers aan het adres van de oud-notaris gemaakte verwijten. Voor zover klagers de kamer verzoeken om van de oud-notaris “te vorderen” dat hij volledige openheid van zaken geeft met betrekking tot de nalatenschappen van erflater en erflaatster, heeft de kamer overwogen dat de Wna niet in deze mogelijkheid voorziet. Klagers worden dan ook niet-ontvankelijk verklaard in dit verzoek
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:9 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-292/DB/ZWB
- Datum publicatie: 13-01-2021
- Datum uitspraak: 11-01-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:9
Klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit van de dienstverlening. Klachtonderdelen 1, 2 en 3 niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet. Klachtonderdeel 4 is eveneens deels niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet en voor het overige ongegrond omdat niet van onvoldoende voortvarend optreden is gebleken. Klachtonderdeel 5 is ongegrond omdat niet is gebleken dat hij in zijn bejegening van klager belerend en badinerend was. De raad is van oordeel dat de procesvoering zoals geschetst, niet getuigt van een kwaliteit van dienstverlening die onder de maat blijft van wat van een redelijk handelend en redelijk bekwaam advocaat mag worden verwacht. Van onvoldoende dossierkennis is de raad evenmin gebleken. Klachtonderdeel 6 is derhalve eveneens ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:123 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-673/DB/ZWB
- Datum publicatie: 13-01-2021
- Datum uitspraak: 17-12-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:123
Klacht over gedragingen van advocaat in zijn hoedanigheid van deken. Klacht gaat gedeeltelijk over over gedragingen van de voorgaande deken. Dit onderdeel is niet ingediend binnen de termijn zoals bepaald in artikel 46g lid 1 sub a en daarom niet-ontvankelijk. Verweerder heeft in de procedure bij de tuchtrechter zijn standpunt steeds in zakelijke bewoordingen ingenomen. Dat klager zich niet kan vinden in het door verweerder ingenomen standpunt betekent niet dat het standpunt van verweerder daarmee beledigend en leugenachtig is. Voor zover klager van mening is dat aan het verzoek van verweerder tot schrapping van klager gebreken kleven en zo niet had mogen worden ingediend, had hij dit in zijn verweer tegen het verzoek van verweerder naar voren dienen te brengen. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TGDKG:2020:75 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/672501 / DW RK 19/510
- Datum publicatie: 13-01-2021
- Datum uitspraak: 29-12-2020
- ECLI:NL:TGDKG:2020:75
De gerechtsdeurwaarder heeft door onzorgvuldig handelen nagelaten het beslag op de woning van klager door te halen. Klacht is gegrond, maatregel van berisping opgelegd en veroordeling in proceskosten.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:10 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-199/DB/OB
- Datum publicatie: 13-01-2021
- Datum uitspraak: 11-01-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:10
Klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit van de dienstverlening. Klachtonderdelen 1, 2 en 3 niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet. Het vierde klachtonderdeel is wel ontvankelijk, maar ongegrond. Dat ten gevolge van een misverstand over het adres van de heer C de deurwaarder in eerste instantie aan een onjuist adres heeft betekend is ongelukkig, maar de raad heeft niet kunnen vaststellen dat deze fout het gevolg is geweest van onzorgvuldig handelen of een onjuiste instructie van verweerder. Klacht deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2084a
- Datum publicatie: 13-01-2021
- Datum uitspraak: 13-01-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:2
Klacht tegen chirurg en supervisor aios in zaak met nummer 2084b. Bij een laparoscopische galblaasverwijdering, waarbij gebruik is gemaakt van een Veress-naald, is na aanvang van de operatie bij klaagster een ernstige bloeding ontstaan. Daarop heeft de aios de operatie geconverteerd naar een laparotomie en is om assistentie van verweerder gevraagd, terwijl de bloeding werd getamponneerd. Verweerder is onmiddellijk gekomen en heeft de bloeding weten te stelpen. Klaagster verwijt de chirurg onder meer dat hij onvoldoende adequaat op de ontstane bloeding heeft gereageerd, dat hij het ontstane vaatletsel heeft gemist en dat door hem ten onrechte geen vaatchirurg in consult is geroepen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:11 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-336/DB/OB
- Datum publicatie: 13-01-2021
- Datum uitspraak: 11-01-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:11
Klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit van de dienstverlening. Klachtonderdeel 1 is ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerder tegen klaagster heeft gezegd dat zij de zaak niet kon verliezen. Uit de aan de raad overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht blijkt dat verweerder zowel in eerste aanleg als hoger beroep als verweer naar voren heeft gebracht dat klaagster een slimme meter had en dat was uitgegaan van onjuiste meterstanden. Ook de feitelijke grondslag van klachtonderdeel 2 ontbreekt dan ook naar het oordeel van de raad. De raad stelt vast dat verweerder geen schriftelijk advies aan klaagster heeft uitgebracht over de kansen en risico’s in hoger beroep. Dat niet kan worden vastgesteld wat is besproken over de te volgen strategie, de kans van slagen en de te verwachten kosten moet dan ook voor verweerders rekening komen. Dit onderdeel van de klacht is derhalve gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/204
- Datum publicatie: 13-01-2021
- Datum uitspraak: 13-01-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:12
Klager verwijt verweerder onder meer dat hij 1) geen onafhankelijk en adequaat onderzoek heeft verricht tijdens de CBR-keuring, 2) geen zorgvuldig rapport heeft opgesteld, 3) volhardt in zijn conclusie, ondanks dat uit onafhankelijk onderzoek elders blijkt dat klager niets mankeert en 4) onzorgvuldig is omgesprongen met de medische gegevens van klager. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht (iBewerkenn al haar onderdelen) kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2084b
- Datum publicatie: 13-01-2021
- Datum uitspraak: 13-01-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:3
Klacht tegen arts-assistent in opleiding tot chirurg. Bij een laparoscopische galblaasverwijdering, waarbij gebruik is gemaakt van een Veress-naald, is na aanvang van de operatie bij klaagster een ernstige bloeding ontstaan. Daarop heeft verweerder de operatie geconverteerd naar een laparotomie en is om assistentie van zijn supervisor gevraagd, terwijl de bloeding werd getamponneerd. De supervisor is onmiddellijk gekomen en heeft de bloeding weten te stelpen. Klaagster verwijt de aios onder meer dat voor de operatie een ongebruikelijke operatietechniek is gebruikt die in strijd was met hetgeen in het ziekenhuis gangbaar was en in strijd was met de geldende richtlijn, dat onvoldoende rekening is gehouden met het feit dat klaagster een zeer magere patiënt was, dat hij onvoldoende voorzichtigheid heeft betracht bij de primaire entree, terwijl expliciet in de richtlijn staat dat bij magere patiënten als klaagster grotere risico’s op vaatletsel bestaan en dat hij teveel druk heeft uitgeoefend op de trocar, dan wel de Veress-naald, waardoor een ernstige bloeding is ontstaan; Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:12 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-345/DB/ZWB
- Datum publicatie: 13-01-2021
- Datum uitspraak: 11-01-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:12
Klacht van AG tegen advocaat van de verdachte. De klacht heeft betrekking op de toon van en de uitlatingen in de door verweerder voorgedragen pleitnota. Klaagster verwijt verweerder dat deze zich op onnodig grievende wijze heeft uitgelaten over het slachtoffer. Klaagster heeft desgevraagd ter zitting van de raad verklaard dat zij in haar hoedanigheid van advocaat-generaal een van de bewakers van de orde en de naleving van de fatsoenregels in de rechtszaal is en dat zij als procesdeelnemer verontwaardigd was over verweerders uitlatingen. Ook heeft klaagster betoogd dat het slachtoffer niet mag worden belast met het indienen van een tuchtklacht tegen verweerder, dat klaagster voor het slachtoffer mag opstaan en het handelen van verweerder aan de orde mag stellen. Naar het oordeel van de raad heeft klaagster daarmee niet voldoende gemotiveerd gesteld in welk belang zij rechtstreeks is of kan worden getroffen bij de gedragingen van verweerder ter zitting van het hof d.d. 24 januari 2019. Dat is ook niet gebleken. De kern van de klacht betreft de uitlatingen van verweerder over het slachtoffer. Aldus is het slachtoffer, en niet klaagster, degene die rechtstreeks in haar belang kan zijn getroffen. De raad overweegt voorts dat het mede tot de taak van Openbaar Ministerie behoort om een behoorlijke strafrechtspleging en een eerlijk proces in strafzaken te bevorderen. Dat een behoorlijke strafrechtspleging en een eerlijk proces door verweerders optreden in het geding waren is evenwel gesteld noch gebleken. Klaagster is niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2084c
- Datum publicatie: 13-01-2021
- Datum uitspraak: 13-01-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:4
Klacht tegen chirurg, in het kader van zijn taak als door de rechtbank benoemde deskundige , die onder meer wordt verweten dat hij, ondanks diverse herinneringen van beide advocaten en de rechtbank, veel te lang over het opstellen van zijn concept- en definitieve rapport heeft gedaan, dat hij zijn nota niet tijdig naar de rechtbank heeft gestuurd, waardoor opnieuw vertraging is ontstaan en dat het door hem opgestelde deskundigenrapport niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet en onjuistheden bevat. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:1 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200286
- Datum publicatie: 13-01-2021
- Datum uitspraak: 12-01-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:1
Beklag tegen beslissing van de deken om geen advocaat aan te wijzen (art. 13 Advw). Het hof oordeelt dat de deken klager vaak genoeg in de gelegenheid heeft gesteld het aanwijzingsverzoek aan te vullen om voor aanwijzing in aanmerking te komen. De deken heeft het verzoek dan ook op gegronde reden afgewezen. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:7 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-891/DB/OB
- Datum publicatie: 13-01-2021
- Datum uitspraak: 08-01-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:7
Het staat de advocaat van de wederpartij vrij om het strandpunt van haar cliënte te verwoorden en de zorgen van haar cliënte over de opstelling van klager (waaronder het indienen van klachten over verweerster en een fraudemelding bij de Raad voor Rechtsbijstand) te vermelden. Klager heeft geen eigen belang bij zijn klacht over de inhoud van de toevoegingsaanvraag van zijn wederpartij.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:121 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-786/DB/LI
- Datum publicatie: 13-01-2021
- Datum uitspraak: 15-12-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:121
Nu niet is gebleken dat klager door de beslaglegging in zijn belangen is of kon worden geschaad kan klager niet als belanghebbende worden gekwalificeerd. Kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:8 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-602/DB/OB/D
- Datum publicatie: 13-01-2021
- Datum uitspraak: 11-01-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:8
Dekenbezwaar. Verweerder heeft erkend dat hij zonder voorafgaand overleg met de deken van cliënten V en K contante betalingen in ontvangst heeft genomen en dat hij deze gelden vervolgens “zwart” ter voldoening van de betaling van bonussen aan medewerkers van het advocatenkantoor heeft uitbetaald. Verweerder heeft erkend dat hij, zonder voorafgaand overleg met de deken, in strijd met gedragsregel 19 lid 2 heeft gehandeld door van twee cliënten een jacuzzi en zonnepanelen in ontvangst te nemen ter voldoening van declaraties, die vervolgens in de kantooradministratie werden gecrediteerd. Van bijzondere omstandigheden die deze handelwijze rechtvaardigden is de raad niet gebleken. Als uitdrukkelijk door verweerder erkend staat vast staat dat verweerder aan mrs. E en Van H bonnussen heeft uitbetaald. Deze uitbetalingen hebben plaatsgevonden door deze bedragen eerst van de holding van verweerder naar diens privé-rekening over te boeken en vervolgens van diens privé-rekening aan mrs. E en Van H. De loonheffing over deze bonussen is aldus niet betaald. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder hiermee in strijd met artikel 6.5 Voda gehandeld, hetgeen hem tuchtrechtelijk moet worden aangerekend. Op grond van de stukken, het verhandelde ter zitting en de vaststaande feiten is de raad van oordeel dat verweerder zich bij aanvaarding van opdrachten onvoldoende heeft vergewist van de identiteit van de cliënt. Dekenbezwaar deels gegrond, deels ongegrond. Schorsing van 8 weken, waarvan 4 weken voorwaardelijk. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:122 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-674/DB/ZWB
- Datum publicatie: 13-01-2021
- Datum uitspraak: 17-12-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:122
Klacht tegen voormalig deken is niet ingediend binnen de termijn zoals bepaald in artikel 46g lid 1 sub a en daarom in alle onderdelen niet-ontvankelijk Klacht niet-ontvankelijk
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:266 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-510
- Datum publicatie: 12-01-2021
- Datum uitspraak: 09-11-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:266
Voorzittersbeslissing tegen advocaat in hoedanigheid van de voorzitter van het bestuur van het advocatenkantoor waar mr. C als advocaat/partner heeft gewerkt. Klager heeft zich eerder beklaagd over handelen van mr. C waarover tuchtrechtelijk is geoordeeld. Onvoldoende gesteld door klager in welke zin verweerster een tuchtrechtelijk verwijt treft. Evenmin is de voorzitter gebleken dat verweerster in haar hoedanigheid van voorzitter van de kantoororganisatie onvoldoende (functionerende) controle heeft om overmatig declareren door een partner te voorkomen; ook daartoe is onvoldoende door klager gesteld. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:260 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-851
- Datum publicatie: 12-01-2021
- Datum uitspraak: 05-10-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:260
De raad oordeelt het verzet ongegrond. Geen aanleiding voor getuigenverhoor.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/165
- Datum publicatie: 12-01-2021
- Datum uitspraak: 12-01-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:10
Klager verwijt verweerster, psychiater, onder meer dat zij hem de juiste behandeling heeft onthouden, niet adequaat heeft gereageerd op zijn hulpvraag en hem niet goed heeft geinformeed over de moelijke behandelingen. Klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:254 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-462
- Datum publicatie: 12-01-2021
- Datum uitspraak: 21-09-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:254
Raadsbeslissing. Klaagster verwijt verweerster dat zij, in haar hoedanigheid van advocaat, klaagster heeft benaderd in de echtscheidingskwestie waarin klaagster was verwikkeld met haar ex-partner (de broer van verweerster), terwijl haar ex-partner werd bijgestaan door een andere advocaat. Ook verwijt verweerster dat verweerster zich onnodig grievend heeft uitgelaten. De raad is van oordeel dat het in beginsel niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is om namens iemand op te treden die al een (andere) advocaat heeft. De raad is voorts van oordeel dat niet is gebleken dat de door verweerster gebruikte woorden onnodig grievend zijn. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-104
- Datum publicatie: 12-01-2021
- Datum uitspraak: 12-01-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:7
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster heeft op 22 november 2019 aangegeven dat zij, gezien de opspelende emoties, niet toe was aan de EMDR behandeling. Deze EMDR-behandeling is daarom op 22 november 2019 (tijdelijk) gestopt. Uit het behandeldossier is niet gebleken dat dit klaagster wordt aangerekend als een uitvlucht om de behandeling niet door te hoeven zetten. Voorts is tijdens de consulten regelmatig geïnformeerd naar het cannabis gebruik van klaagster. Op 31 januari 2020 wordt in het dossier voor de eerste maal melding gemaakt van het feit dat klaagster pijnklachten heeft en daardoor het stoppen met blowen uitstelt. Uit het behandeldossier blijkt niet dat beklaagde deze klachten heeft weggewuifd. Zij heeft de gevolgen van het blijven blowen benoemd en klaagster op haar eigen keuzes gewezen. De overige klachtonderdelen zijn ook kennelijk ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:267 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-512
- Datum publicatie: 12-01-2021
- Datum uitspraak: 09-11-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:267
Voorzittersbeslissing over advocaat wederpartij. Verweerder heeft niet gehandeld in strijd met een verdelingsvonnis waarin een notaris is benoemd tot vereffenaar van een nalatenschap. Verweerder diende gelet op dat vonnis als partijdige belangenbehartiger in het belang van de rechten van zijn cliënten executoriaal beslag onder klager te leggen. Gebleken is dat verweerder pas na de beslaglegging op de hoogte is gekomen van de eerder door klager aan de notaris toegezegde medewerking aan het vonnis, terwijl verweerder daarna meteen het beslag onder klager heeft laten opheffen. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/208
- Datum publicatie: 12-01-2021
- Datum uitspraak: 12-01-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:6
Klaagster dient een klacht in tegen een verzekeringsarts met het verwijt dat hij ondeugdelijk onderzoek heeft gedaan, ook door te overleggen met de bedrijfsarts, een ondeugdelijke rapportage heeft gemaakt, de lichamelijke pijnklachten van klaagster heeft gebagatelliseerd, niet onafhankelijk is overgekomen tijdens het controleren van een SMO (sociaal-medisch onderzoek) bij een UWV collega-arts door opnieuw zijn eigen oordeel weer te accorderen etc. Verweerder voert verweer. Naar het oordeel van het college kan overleg tussen bedrijfsarts en verzekeringsarts aangewezen zijn om tot een juist en afgewogen oordeel tek omen. Het college is niet gebleken dat verweerder steken heeft laten vallen bij zijn onderzoek. Daarnaast is het college van oordeel dat verweerder de raportage die in het kader van de WIA-beoordeling door een collega is opgesteld, mocht contraseigneren. Van het constraseigneren van een eigen oordeel is, anders dan klaagster meent, geen sprake. De kaders waarbinnen een deksundigenonderzoek en een beoordeling van een aanvraag om een WIA-uitkering plaatsvinden zijn verschillend. Het collge verklaart de klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:261 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-004
- Datum publicatie: 12-01-2021
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:261
De raad oordeelt het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:274 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-605
- Datum publicatie: 12-01-2021
- Datum uitspraak: 14-12-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:274
Voorzittersbeslissing over kwaliteit dienstverlening eigen advocaat. Met klager gemaakte financiële afspraken schriftelijk duidelijk vastgelegd en vragen van klager daarover snel en duidelijk beantwoord (Regel 16). Verweerster heeft de door klager betaalde voorschotnota op de eindnota in mindering gebracht. Het stond haar vrij om wegens wanbetaling een incassoprocedure tegen klager te starten. Niet gebleken dat de door verweerster verrichte werkzaamheden niet aan de kwaliteitseisen hebben voldaan. Klager heeft met concept-stukken niet ingestemd en die werkzaamheden, na onttrekking door verweerster, bij zijn opvolgend advocaat neergelegd. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/168
- Datum publicatie: 12-01-2021
- Datum uitspraak: 12-01-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:11
Klager verwijt verweerster, verpleegkundige in de spoedeisende psychiatrie, dat zij - toen hij de crisisdienst belde - hem acute psychiatische zorg heeft ontnomen en onverantwoord heeft gehandeld, door het telefoongesprek te beeindigen. Klager verwijt haar een gebrek aan vakbekwaamheid en het onvermogen om om te gaan met crisissituaties. Verweerster voert verweer. Ongegrond
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:255 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-463
- Datum publicatie: 12-01-2021
- Datum uitspraak: 19-10-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:255
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder wordt verweten dat hij een aansprakelijkstelling en andere stukken direct (in kopie) naar de beroepsaansprakelijkheidsverzekering van klager - de wederpartij - heeft gestuurd. De raad is van oordeel dat verweerder de aansprakelijkstelling eerst (alleen) naar klager had moeten sturen. Het is vervolgens aan klager om deze al dan niet aan zijn verzekeraar door te sturen. Door de aansprakelijkstelling direct naar klagers verzekeraar te sturen, heeft verweerder deze keuzevrijheid beperkt. Klacht gegrond. Waarschuwing. Kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-106
- Datum publicatie: 12-01-2021
- Datum uitspraak: 12-01-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:8
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. De klacht van klaagster ziet op grensoverschrijdend gedrag door beklaagde. Het betreft voornamelijk een overschrijding van de grenzen van klaagster. Hoewel het invoelbaar is dat het voor klaagster teleurstellend was te horen dat er gekeken werd naar mogelijkheden om het aantal zorgmomenten voor haar echtgenoot in aantal of duur te beperken, is dit niet als grensoverschrijdend gedrag te kwalificeren. Omdat Klaagster en beklaagde ten aanzien van verscheidene klachtonderdelen uiteenlopende standpunten hebben, kunnen de feiten niet worden vastgesteld. Voorts is klaagster in een aantal klachtonderdelen niet ontvankelijk verklaard. Klacht deels kennelijk ongegrond en deels niet ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:268 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-543
- Datum publicatie: 12-01-2021
- Datum uitspraak: 16-11-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:268
Voorzittersbeslissing over eigen advocaat. Dat was afgesproken dat verweerder zelf met klaagster naar de hoorzitting zou gaan en dat hij zonder overleg met klaagster een kantoorgenoot onvoorbereid naar die zitting heeft gestuurd, is tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door verweerder niet komen vast te staan. De toevoegingsaanvraag voor klaagster is op naam van de kantoorgenoot aangevraagd en niet is gebleken dat klaagster voorafgaand aan de zitting dan wel erna verweerder of de kantoorgenoot op vermeend tekortschieten heeft aangesproken. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/209
- Datum publicatie: 12-01-2021
- Datum uitspraak: 12-01-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:7
Klaagster dient een klacht in tegen een (basis-)arts met onder meer het verwijt dat hij ondeugdelijk onderzoek heeft gedaan, een ondeugdelijke rapportage heeft gemaakt, niet onafhankelijk is door dezelfde deskundigenoordeel-arts te raadplegen om zijn sociaal-medisch oordeel (SMO) te laten toetsen en te accorderen etc. Verweerder voert verweer. Naar het ooordeel van het college volgt uit het opgestelde rapport dat hij bij zijn beoordeling alle relevante gegevens heeft betrokken en voldoende heeft toegelicht waarom hij het verslag van de orthomanueel therapeut niet heeft gebruikt. Verweerder heeft terecht en overeenkomstig de voorschriften van het UWV zijn advies voor contraseign aangeboden. Er bestat geen wettelijk letsel om een raportage door dezelfde verzekeringsarts te laten contrasigneren die eerder het deskundigenoordeel heeft uitgebracht. Een contraseign door een verzekeringsarts die goed op de hoogte is van de situatie, is een voordeel en ook verder overeenkomstig het door het UWV ter zake gevoerde beleid. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:262 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-233
- Datum publicatie: 12-01-2021
- Datum uitspraak: 24-08-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:262
De voorzitter is van oordeel dat in het geschil tussen klagers en een bouwbedrijf over de oplevering van de woning en vermeende financiële toezeggingen aan klagers de door verweerder gekozen bewoordingen in de bedoelde processtukken en correspondentie wel scherp zijn geweest, maar niet als tuchtrechtelijk verwijtbaar kunnen worden aangemerkt. Verweerder heeft zijn uitlatingen in de processtukken en ook in correspondentie over mogelijke vervalsing door klagers van de voor zijn cliënt essentiële stukken niet lichtvaardig want na gedegen onderzoek gedaan. Na terugtrekking van hun advocaat mocht verweerder rechtstreeks met klagers communiceren. Uit niets is de voorzitter verder gebleken dat verweerder persoonsgegevens van klagers voor oneigenlijke doeleinden in strijd met de AVG heeft gebruikt, verwerkt of verspreid. In de gegeven omstandigheden hoefde verweerder de aansprakelijkheidsstelling door klagers niet door te sturen naar zijn verzekeraar. Alle klachten kennelijk ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 289
- Pagina: 290
- Pagina: 291
- ...
- Pagina: 964
- Volgende pagina zoekresultaten