Zoekresultaten 14451-14500 van de 47477 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:186 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.350 en c2019.368

    Klacht tegen psychiater. De aangeklaagde psychiater heeft op verzoek van het UWV een medisch psychiatrische expertise over klaagster opgesteld. De klacht betreft onzorgvuldige rapportage, het correctierecht, schending van klaagsters privacy en bedreiging en intimidatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard en de psychiater voor dat deel de maatregel van waarschuwing opgelegd. Beide partijen zijn in beroep gekomen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt in beide zaken het beroep. De maatregel van waarschuwing blijft gehandhaafd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/069

    Klager verwijt de GZ-psycholoog (verweerder) dat hij het verslag psychologisch onderzoek omtrent klager mede heeft ondertekend als supervisor zonder klager zelf gezien/gesproken te hebben. Daarnaast bevat het verslag een verkeerde (overgenomen) diagnose en is een belangrijk life event van klager ten onrechte niet opgenomen in het verslag. Tot slot had verweerder klager moeten doorverwijzen voor verder adequaat specialistisch onderzoek. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:24 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/373491 KL RK 20-90

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 223/2019

    Klacht tegen huisarts betreffende consult van klaagster en haar zoon. De klacht is dat hij de suicidale uitingen van patiënt tijdens het consult niet serieus heeft genomen en dat hij klaagster onvoldoende nazorg heeft geboden na de suïcide van haar zoon. Patiënt heeft zich zes weken na het consult gesuïcideerd. Klaagster is ontvankelijk in haar klacht Klacht betreffende serieus nemen en de inschatting suïcidaliteit is niet gegrond. De klacht over het niet nakomen van de afspraak om patiënt te bellen is wel gegrond. Beklaagde heeft maatregelen genomen om dergelijke afspraken niet te vergeten. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:187 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.275

    Klacht tegen neuroloog. Klaagster is door een orthopeed verwezen naar de afdeling neurologie van het ziekenhuis waar verweerder werkzaam is of was. Zij heeft daar contact gehad met verschillende neurologen. Tegen vijf van hen heeft zij een klacht ingediend. Zij verwijt verweerders in de kern dat zij de diagnose kortdurende infarcten hebben gemist en dat zij haar, vanwege afwijkende labwaarden, niet hebben doorverwezen naar een hematoloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:25 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/364616 KL RK 20-5

    Zonder rechtvaardigingsgrond aan te kunnen voeren heeft de kandidaat-notaris, klaagster als erfgenaam meer dan acht jaren in onwetendheid gelaten over het bestaan en de omvang van haar erfenis. Toen klaagster eenmaal op de hoogte was van de nalatenschap, was de kandidaat-notaris traag en/of onvolledig met het verstrekken van informatie. Door deze gang van zaken zijn fundamentele ambtsbeginselen ernstig verwaarloosd en is het aanzien van en het maatschappelijk vertrouwen in het notariaat ernstig beschadigd. De kamer is van oordeel dat de kandidaat-notaris het zelfstandig werken als kandidaat-notaris niet langer kan worden toevertrouwd en dat de maatregel van ontzegging van de waarnemingsbevoegdheid voor onbepaalde duur als bedoeld in artikel 103 lid 3 Wna passend en geboden is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:181 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.304

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klager is een huisarts die – net als de aangeklaagde bedrijfsarts – werkzaam is bij Defensie. De bedrijfsarts werkte al in een gezondheidscentrum van Defensie toen klager daar solliciteerde op de functie van huisarts en ook werd aangesteld. Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij zijn functie heeft misbruikt om klager van zijn werkplek te laten uitsluiten, en dat hij de grenzen van zijn functie heeft overschreden door zich met het aanstellingsbeleid van de organisatie te bemoeien. Ook verwijt klager verweerder dat hij negatieve verklaringen over hem heeft afgelegd aan derden zonder dat hij ooit met klager hierover in gesprek is gegaan. Het Regionaal Tuchtcollegecollege verklaart de klacht in zijn geheel gegrond en berispt verweerder. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat klager behoorde tot de verzorgingspopulatie van de bedrijfsarts, maar nooit een beroep heeft gedaan op de bedrijfsarts, zodat geen behandelrelatie is ontstaan. De eerste tuchtnorm is daarom niet van toepassing. De klacht kan wel worden getoetst aan de tweede tuchtnorm. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de bedrijfsarts niet heeft gehandeld in strijd met hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt en vernietigt de bestreden beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 013/2020

    Klacht over (onder meer) nazorg en verslaglegging na borstlift en borstvergroting, waarna complicaties (onder meer tepelnecrose) ontstonden. Het college oordeelt dat de verslaglegging geen volledige en waarheidsgetrouwe weergave van de gang van zaken geeft. Ook de nazorg was volstrekt onvoldoende. Overeenkomsten met een eerder tegen beklaagde ingediende klacht die heeft geleid tot een voorwaardelijke schorsing voor de duur van zes weken. Volgt onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van drie maanden. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.276

    Klacht tegen neuroloog. Klaagster is door een orthopeed verwezen naar de afdeling neurologie van het ziekenhuis waar verweerder werkzaam is of was. Zij heeft daar contact gehad met verschillende neurologen. Tegen vijf van hen heeft zij een klacht ingediend. Zij verwijt verweerders in de kern dat zij de diagnose kortdurende infarcten hebben gemist en dat zij haar, vanwege afwijkende labwaarden, niet hebben doorverwezen naar een hematoloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:19 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/8

    Klager is door de rechtbank veroordeeld om zijn medewerking te verlenen aan de levering van een registergoed, waarbij een onzijdig persoon is benoemd. Nog voordat de notaris een conceptakte aan klager had toegestuurd en voordat duidelijk was of klager zijn medewerking zou verlenen aan de levering, beschikte de notaris al over een volmacht tot passeren van de onzijdig persoon. Het had op de weg van de notaris gelegen om eerst duidelijkheid te krijgen over de vraag of klager zou meewerken aan de levering. Nu niet vaststaat dat klager zijn medewerking niet wilde verlenen, heeft hij terecht geklaagd over het feit dat hem niet was toegestaan (kosteloos) een reactie te geven op de conceptakte en dat, door hem uit te sluiten bij het passeren van de akte van levering, hem de mogelijkheid is ontnomen vragen te stellen over de onderliggende koopakte. Ook is de kamer (onder meer) van oordeel dat een termijn van twee dagen om te reageren op de conceptakte, voordat de akte zou worden gepasseerd, te kort was. De klacht wordt gedeeltelijk gegrond verklaard, waarbij de kamer heeft overwogen dat enkele klachtonderdelen wegens gebrek aan informatie van de zijde van de notaris ongegrond worden verklaard. Gelet op het tuchtrechtelijke verleden van de notaris en zijn daarna onveranderde (proces)houding ziet de kamer reden voor het opleggen van de maatregel van twee weken schorsing in de uitoefening van het ambt. De eerder aan de notaris opgelegde maatregelen, waaronder twee keer een week schorsing, hebben kennelijk (nog steeds) niet geleid tot het inzicht dat door een klager geuite bezwaren serieus moeten worden genomen. Ook de onveranderde opstelling van de notaris in de klachtprocedure vervult de kamer aanhoudend met zorg. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:20 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/67

    Voorafgaand aan hun huwelijk hebben klaagster en haar aanstaande echtgenoot de notaris advies gevraagd over de noodzaak tot het maken van huwelijksvoorwaarden. De notaris heeft hen erop gewezen dat de woning van klaagster op grond van het vanaf 1 januari 2018 geldende wettelijke huwelijksvermogensrecht buiten de (beperkte) gemeenschap zou vallen en huwelijkse voorwaarden ten aanzien van de woning dus niet nodig waren. Zij zijn eind 2018 zonder het aangaan van huwelijkse voorwaarden gehuwd. Daarna heeft een schuldeiser van de echtgenoot ten laste van klaagster loonbeslag gelegd op haar uitkering. De notaris had hen er tijdens het gesprek niet op gewezen dat een (eventuele) schuldeiser van de echtgenoot op grond van het wettelijke huwelijksvermogensrecht wél de mogelijkheid zou hebben om derdenbeslag te leggen op het inkomen van klaagster voor een schuld van de echtgenoot. Vast staat immers dat (onder meer) hetgeen iemand aan privévermogen bij het aangaan van het huwelijk heeft (zoals de woning van klaagster) op grond van het sinds 1 januari 2018 geldende wettelijke huwelijksvermogensrecht weliswaar niet meer in de gemeenschap van goederen valt, maar op grond van diezelfde wettelijke regeling gaan (onder meer) inkomsten die de echtgenoten tijdens het huwelijk verkrijgen wél tot de gemeenschap behoren. Indien toekomstige echtgenoten deze beperkte gemeenschap niet wensen, moeten zij huwelijkse voorwaarden aangaan. De notaris had de aanstaande echtgenoten beter moeten adviseren. Klacht gegrond, berisping, kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:218 Raad van Discipline Amsterdam 20-648/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over bejegening van klaagster door verweerster onvoldoende onderbouwd. Voorts staat het een advocaat vrij de werkzaamheden te beëindigen. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:83 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-473/DB/LI

    Advocaat heeft in beslagrekest standpunt van zijn cliënt verwoord. Dat dit klaagster niet welgevallig was, betekent niet dat de advocaat de rechter heeft misleid. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:219 Raad van Discipline Amsterdam 20-650/A/NH

    Voorzittersbeslissing, Klacht over de eigen advocaat deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en deels kennelijk ongegrond. Verweerster heeft gemotiveerd betwist dat zij stukken uit het dossier van klager heeft achtergehouden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:220 Raad van Discipline Amsterdam 20-652/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Klager heeft erkend dat hij met verweerder had afgesproken dat verweerder zijn werkzaamheden bij klager zou declareren zodra klager de beschikking zou hebben over zijn erfdeel en als gevolg daarvan de aan klager verleende toevoeging zou worden ingetrokken. Dat verweerder klager niet heeft teruggebeld, heeft klager niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:221 Raad van Discipline Amsterdam 20-653/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht van nabestaande slachtoffer moordzaak over advocaat dader kennelijk van onvoldoende gewicht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/103

    Klager verwijt verweerder dat hij - tijdens het verblijf van klager in het arrestantenverblijf - 1) klager ten onrechte medicatie heeft onthouden, 2) niet in contact is getreden met klager toen deze erom vroeg, 3) zijn naam niet kenbaar heeft gemaakt aan klager toen hij daarom vroeg en dat 4) hij niet heeft gereageerd op een brief van klager. Verweerder heeft de klacht bestreden. Hij heeft wel erkend dat hij niet direct zijn naam kenbaar heeft gemaakt aan klager, maar toen hij via een jurist vernam dat hij daartoe verplicht is, heeft hij alsnog zijn persoonsgegevens aan klager bekend gemaakt en zijn excuses aan klager aangeboden voor het feit dat hij dit aanvankelijk hem had onthouden. Verweerder heeft verder aangevoerd dat hij niet op de brief van klager heeft gereageerd omdat uit de brief al bleek dat er een tuchtklacht door klager was ingediend. Het college heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:58 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/672486 / DW RK 19/507

    De gerechtsdeurwaarder heeft onder meer een (aanzienlijke) negatieve bewaringspositie laten ontstaan. Gelet op de gegrondheid van alle klachtonderdelen, meer in het bijzonder de klachtonderdelen die zien op de bewaringstekort(en), ziet de kamer, in lijn met vaste jurisprudentie op dit punt, aanleiding de maatregel van ontzetting uit het ambt op te leggen

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/050

    Klacht tegen huisarts in verband met voorschrijven pijnstilling in derde trimester zwangerschap, terwijl deze medicatie alsdan gecontraindiceerd is. Gegrond, geen maatregel

  • ECLI:NL:TDIVBC:2020:7 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2019/08

    Het Veterinair Beroepscollege volgt de dierenartsen in zoverre dat van een radioloog in zijn algemeenheid niet kan worden gevergd dat, indien hij een diagnose stelt die ingrijpende gevolgen heeft voor het betrokken dier, hij nader onderzoek dient te verrichten, dan wel daartoe dient te adviseren. Dit laat evenwel onverlet dat het Veterinair Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat op basis van het deskundigenverslag in redelijkheid moet worden geconcludeerd dat op de CT‑beelden geen aanwijzingen te zien zijn voor een tumor van de n. ischiadicus. De dierenartsen betwisten dit deskundigenoordeel ook niet en erkennen dat zij tot een onjuiste diagnose zijn gekomen. Daarmee heeft het Veterinair Tuchtcollege de klachten terecht gegrond verklaard. Het beroep is ongegrond en zal worden verworpen

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2020:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2019/91

    Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klacht deels gegrond omdat de beklaagde onzorgvuldig en verwijtbaar heeft gehandeld door eerder ingezet beleid ten aanzien van antistollingsmedicatie voort te zetten, zonder dit zelf zorgvuldig te (her)beoordelen, te bespreken met betrokkenen en vast te leggen in het medisch dossier van patiënte. Maatregel: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2020:61 Accountantskamer Zwolle 20/907 Wtra AK

    Klager is een jeugdzorginstelling en moet jaarlijks een financiële productieverantwoording afleggen met daarbij een controleverklaring aan een aantal gemeenten. Klager heeft voor 2019 een opdracht aan betrokkene verstrekt. De opdracht is uitgevoerd met toepassing van het Algemeen Accountantsprotocol, de financiële productieverantwoording WMO en Jeugdwet 2018 (en 2019). De klacht gaat over onzorgvuldig factureren en niet willen minderen van de factuur. De klacht is ongegrond. Over declaraties kan (tuchtrechtelijk) slechts met succes worden geklaagd, indien de betrokken accountant bij het opstellen en indienen van de declaraties in strijd met de van hem te verlangen zorgvuldigheid, integriteit of professionaliteit heeft gehandeld. Uit wat klager heeft aangevoerd over het onzorgvuldig factureren door betrokkene blijkt niet dat betrokkene met het opstellen en indienen van de factuur deze norm heeft overtreden. Ook is met de wijze van specificeren de norm ‘dat van een accountant verwacht mag worden dat hij zijn facturen desgevraagd specificeert en aldus aan zijn opdrachtgever inzichtelijk maakt welke werkzaamheden hij heeft verricht en in rekening brengt’ niet door betrokkene overschreden. Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is dat betrokkene de kwestie niet in der minne heeft willen regelen. Het laatste woord over de declaratie is aan de Raad voor Geschillen of eventueel de burgerlijke rechter.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:176 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.252

    Klaagster verwijt de gz-psycholoog dat zij: 1. ten onrechte de diagnose Borderline heeft vastgesteld en een onjuist behandeladvies heeft gegeven, namelijk Vaardigheden emotie-regulatie stoornis (VERS) behandeling; 2. ten onrechte weigert de diagnose in te trekken; 3. door de onjuiste behandeling klaagsters klachten heeft verergerd; 4. klaagster fysieke en emotionele schade heeft berokkend door haar niet serieus te nemen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart het eerste en het tweede klachtonderdeel kennelijk ongegrond en de klacht voor het overige kennelijk niet-ontvankelijk. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:177 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.297

    Klacht tegen gz-psycholoog. Verweerster is als regie-behandelaar betrokken bij de behandeling van de dochter van klager. Klager heeft verweerster per brief vertrouwelijk om een gesprek verzocht. Verweerster heeft dit verzoek met de dochter en haar moeder gedeeld. Klager verwijt verweerster dat zij hiermee haar beroepsgeheim heeft geschonden en dat zij een interventie heeft gepleegd ten aanzien van de dochter en haar gezinsrelaties. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing in eerste aanleg, verklaart het eerste klachtonderdeel alsnog geheel en het tweede klachtonderdeel gedeeltelijk gegrond, legt aan verweerster een waarschuwing op en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:178 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.031

    Klacht tegen verpleegkundige. Klager is lange tijd onder behandeling geweest bij een expertisecentrum voor persoonlijkheidsproblematiek en heeft tegen een groot aantal behandelaren een klacht ingediend. Verweerster heeft in het kader van de behandeling gedurende circa drie maanden contact met klager gehad. Daarna heeft klager per e-mail het vertrouwen in verweerster opgezegd. Klager verwijt verweerster – kort gezegd – dat zijn vertrouwen in de gezondheidszorg kapot is gemaakt. Meer specifiek verwijt klager verweerster dat zij heeft gefraudeerd door, ook nadat de behandelrelatie door klager was opgezegd, in zijn dossier tijd te schrijven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen en publicatie van beslissing gelast. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:179 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.032

    Klacht tegen verpleegkundige. Klager is lange tijd onder behandeling geweest bij een expertisecentrum voor persoonlijkheidsproblematiek en heeft tegen een groot aantal behandelaren een klacht ingediend. Verweerder heeft in het kader van de behandeling gedurende circa drie maanden contact met klager gehad. Daarna heeft klager het vertrouwen in verweerder opgezegd. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – dat zijn vertrouwen in de gezondheidszorg kapot is gemaakt. Meer specifiek verwijt klager verweerder onder andere dat hij heeft gefraudeerd door, ook nadat klager de behandelrelatie had opgezegd, in zijn dossier tijd te schrijven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen en publicatie van de beslissing gelast. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en gelast de publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:180 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.047

    Klacht tegen een huisarts. De klacht betreft de behandeling van de inmiddels door suïcide overleden echtgenoot van klaagster (patiënt). Patiënt was bij de huisarts onder behandeling voor huidklachten. De vorige huisarts heeft de diagnose actinische keratose gesteld. De beklaagde huisarts heeft (ook) Aldara crème voorgeschreven. Klaagster verwijt de huisarts in algemene zin dat patiënt en zij zich niet gehoord en gezien hebben gevoeld. Ten aanzien van de behandeling verwijt klaagster de huisarts 1. dat zij op meerdere momenten tijdens de behandeling medisch onzorgvuldig heeft gehandeld, 2. dat er geen ‘informed consent’ voor de behandeling met de crème Aldara was, 3. dat de huisarts onvoldoende dossier heeft gevoerd en 4. dat de huisarts na het overlijden van patiënt onzorgvuldig en nalatig heeft gehandeld in de nazorg. Het Regionaal Tuchtcollege verklaard de klachten ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TACAKN:2020:60 Accountantskamer Zwolle 20/155 Wtra AK

    Klacht over accountant die een rapportage heeft opgesteld ten behoeve van een gerechtelijke procedure. De Accountantskamer heeft al eerder geoordeeld over een andere rapportage van deze accountant. Omdat het hier gaat om een andere opdracht is geen sprake van een klacht over eenzelfde gedraging. Niet gebleken van misbruik van tuchtprocesrecht. Klacht gegrond nu accountant geen hoor en wederhoor heeft toegepast, niet alleen niet ten aanzien van klager, maar ook niet ten aanzien van de accountant over wiens rapport hij conclusies trekt. Ook wist betrokkene dat hij niet over alle documenten beschikte, of kon dat vermoeden. Klacht voor het overige ongegrond. Maatregel: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 256/2019

    Klacht tegen GZ-psycholoog ongegrond. Beklaagde heeft zorgvuldig gehandeld bij de aanvullende rapportages aan het gerechtshof. Beklaagde mocht de werkdiagnose overnemen. Beklaagde is niet verantwoordelijk voor de na de regelovertreding opgelegde ordemaatregelen. Er is geen persoonlijk handelen gebleken wat betreft het ochtendbulletin en de kliniekraad.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 218/2019

    Klacht tegen nefroloog. Beklaagde wordt verweten dat hij niet de zorgvuldigheid in acht heeft genomen die van hem mocht worden verwacht. Hij heeft verwarrende c.q. onjuiste informatie verstrekt met betrekking tot het zoutgehalte; er zijn geen juiste bloedanalyses gedaan waardoor een S-Aureus bacterie is opgelopen c.q. die bacterie is teruggekomen; beklaagde heeft geen aandacht geschonken aan ernstige buikpijnen gedurende de tweede opname waardoor er obstipatie en een darmperforatie is ontstaan; tijdens of na de stoma operatie hebben zich twee CVA’s voorgedaan die voorkomen hadden kunnen worden; het beschermkapje van een stomazakje was niet verwijderd waardoor klaagster helse pijnen heeft doorstaan; er zitten leemtes in het medisch dossier; klaagster zou onder druk zou zijn gezet om de klacht in te trekken. Het college heeft vastgesteld dat beklaagde geen onjuiste informatie heeft verstrekt. Beklaagde heeft veel aandacht heeft besteed aan het vinden van de bron van de bacteriemie. De juiste diagnostiek is uitgevoerd en klaagster is op de juiste wijze behandeld. Meer of andere bloedanalyses waren medisch gezien niet noodzakelijk. Beklaagde heeft onderzoek gedaan naar aanleiding van de buikklachten en heeft adequaat gehandeld. . Dat zich CVA’s hebben voorgedaan valt beklaagde niet tuchtrechtelijk te verwijten. Het verzorgen van een stoma betreft verpleegkundig handelen hetgeen beklaagde niet valt te verwijten. Er zijn geen leemtes in het dossier aangetoond. Het laatste klachtonderdeel is ingetrokken. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/071

    Klaagster dient een klacht in tegen een psychiater en een arts, beiden werkzaam bij de crisisdienst. Klaagster is bekend met een schizo-affectieve stoornis, die al jaren stabiel is. Vlak na de bevalling van haar eerste kind raakt zij psychotisch ontregeld. Zij verwijt de artsen - kort gezegd - in gebreke te zijn gebleven ten aanzien van het leveren van goede medische zorg in een crisissituatie met betrekking tot een acute psychotische ontregeling. Dit betreft met name het herhaaldelijk weigeren van een psychiatrische beoordeling ondanks herhaalde verzoeken vanuit de familie, terwijl er duidelijke concrete signalen waren van ontregeling en het een onveilige situatie betrof voor klaagster zelf en haar pasgeboren baby. De artsen voeren verweer. Deels gegrond, berisping

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/072

    Klaagster dient een klacht in tegen een psychiater en een arts, beiden werkzaam bij de crisisdienst. Klaagster is bekend met een schizo-affectieve stoornis, die al jaren stabiel is. Vlak na de bevalling van haar eerste kind raakt zij psychotisch ontregeld. Zij verwijt de artsen - kort gezegd - in gebreke te zijn gebleven ten aanzien van het leveren van goede medische zorg in een crisissituatie met betrekking tot een acute psychotische ontregeling. Dit betreft met name het herhaaldelijk weigeren van een psychiatrische beoordeling ondanks herhaalde verzoeken vanuit de familie, terwijl er duidelijke concrete signalen waren van ontregeling en het een onveilige situatie betrof voor klaagster zelf en haar pasgeboren baby. De artsen voeren verweer. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/073

    Klaagster dient een klacht in tegen een verpleegkundige; zij verwijt hem (onder meer) dat hij niet heeft erkend dat zij psychotisch aan het ontregelen was, dat hij haar niet in persoon heeft beoordeeld maar zijn argumentatie baseerde op een eerdere schriftelijke verslaglegging van zijn collega's, onjuiste en gebrekke dossiervoering, beleid en signalen vanuit het signaleringsplan niet bekend waren en niet erkend werden en dat hij geen nazorg heeft geboden. De verpleegkundige voert verweer. Naar het oordeel van het college is de klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:80 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-429/DB/ZWB

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerster heeft ten onrechte gesteld dat zij klaagster niet meer kon bijstaan op basis van de toevoeging, aangezien deze was beëindigd. De raad overweegt dat in beginsel voor hetzelfde rechtsbelang niet tweemaal een toevoeging kan worden verleend. Mocht de Raad voor Rechtsbijstand in een dergelijk geval toch een toevoeging hebben verleend, dan kan de Raad voor Rechtsbijstand die toevoeging weer intrekken, zodra blijkt dat het dossier ziet op hetzelfde rechtsbelang. Een reeds afgesloten toevoeging kan onder bijzondere omstandigheden wel heropend worden. Van die laatste nuancering blijkt niet uit verweersters brief en in zoverre is verweersters mededeling ook niet juist. De raad is evenwel van oordeel dat verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt van haar mededeling, nu niet is gebleken dat klaagster enig nadeel heeft ondervonden van die mededeling. Klaagster wordt thans immers naar eigen zeggen door een andere advocaat bijgestaan op basis van een toevoeging in dezelfde zaak. Klacht ook voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/034

    Klaagster verwijt de fysiotherapeut dat hij na summier onderzoek een verkeerde diagnos heeft gesteld en - daardoor - een verkeerde behandeling (kraken van de nek) heeft uitgevoerd. Verweerder heeft voorts (de klachten van) klaagster niet serieus genomen. Tot slot verwijt klaagster de fysiotherapeut dat hij, vlak voordat ze haar dossier ophaalde, zaken heeft gewijzigd in het dossier van klaagster. De fysiotherapeut heeft verweer gevoerd. Het college heeft de klacht in haar geheel ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:81 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-016/DB/ZWB

    Klacht tegen eigen advocaat over gegeven advies. Verweerder heeft geen schriftelijk advies aan klager uitgebracht over de kansen en risico’s in klagers zaak. Daardoor kan niet kan worden vastgesteld wat is besproken over de te volgen strategie en de kans van slagen. Dat moet voor verweerders rekening komen. Verweerder heeft desgevraagd ter zitting van de raad verklaard dat zijn advies aan klager over de kans van slagen was vervat in zijn brief aan de wederpartij. In die brief heeft verweerder op stellige wijze naar voren gebracht dat de vordering van klagers wederpartij was verjaard. Bij gebreke van een andersluidend advies van verweerder aan klager, waarvan niet is gebleken, acht de raad goed voorstelbaar dat aldus bij klager de indruk is ontstaan dat verweerder positief was over klagers kans van slagen. Uit de overgelegde stukken blijkt weliswaar dat verweerder meerdere malen heeft voorgesteld om de situatie ter plekke te komen bekijken maar een uitdrukkelijk voorbehoud bij zijn advies blijkt hieruit niet. Het had op verweerders weg gelegen om, waar hij naar eigen zeggen van mening was dat hij eerst een definitief advies aan klager kon geven over diens positie nadat hij de situatie ter plaatse had bekeken, dit schriftelijk aan klager kenbaar te maken. Verweerder heeft dit nagelaten. De klacht is derhalve gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:82 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-550/DB/LI

    Advocaat heeft abusievelijk in verweerschrift vermeld dat klaagster had verzuimd een beschikking over te leggen: geen bewuste misleiding van de rechtbank. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2016

    Klacht tegen internist-oncoloog. De internist-oncoloog, behandelaar van de overleden vrouw van klager, wordt verweten: (1) na het bekend worden van de uitslag van de DPD-test de volledige dosering capecitabine te hebben toegediend in plaats van deze aan te passen of de toediening te stoppen. Bovendien is patiënte niet geïnformeerd over de uitslag van de test; (2) patiënte onvoldoende te hebben gemonitord tijdens de inname van de kuur; (3) onvoldoende en niet adequate te hebben gedaan aan dossiervorming in de periode vanaf de start van de capecitabine tot de stopdatum. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond terzake van klachtonderdeel 1, legt aan de internist-oncoloog een waarschuwing op en verklaart de klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19206a

    Klacht tegen internist-oncoloog, die wordt verweten dat a) hij ten onrechte als diagnose heeft gesteld dat er sprake was metastasen in de longen en geen nadere controles en onderzoek heeft uitgevoerd; b) hij klager ten onrechte heeft aangemerkt als ‘ongeneeslijk ziek en uitbehandeld’ en ten onrechte heeft afgezien van de aanvankelijk voorziene curatieve bestraling en heeft gekozen voor een palliatieve methode; c) hij ten onrechte heeft afgezien van iedere verdere behandeling; d) zijn attitude jegens klager beneden peil is; e) hij, nadat klager geen patiënt meer bij verweerder was, ten onrechte en ongevraagd informatie over klager met derden heeft gedeeld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:78 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-425/DB/ZWB

    Klacht tegen advocaat wederpartij over onnodig grievende uitlatingen over klaagster in een brief aan de rechtbank. Verweerder heeft naar voren gebracht dat in de gewraakte passage volstrekt niet wordt vermeld of wordt gesteld dat de genoemde eigenschappen, eigenschappen zijn van klaagster. Er zijn dan ook geen onnodig grievende uitlatingen in de richting van klaagster geformuleerd, aldus verweerder. De raad volgt verweerder niet in dit verweer. Naar het oordeel van de raad kan de passage uit verweerders brief, de inhoud en strekking van die brief mede in aanmerking genomen, niet anders worden begrepen dan dat de door verweerder genoemde eigenschappen onbetrouwbaarheid, leugenachtigheid, labiliteit en verraad wel degelijk een verwijzing zijn naar klaagster. Verweerder heeft voorts niet gesteld - en naar het oordeel van de raad is dat ook niet gebleken – dat de man bij het bezigen van deze bewoordingen een functioneel belang had en naar het oordeel van de raad is daarvan ook niet gebleken. Het bezigen van dergelijke kwalificaties zonder dat deze een redelijk doel dienen passen een behoorlijk handelend advocaat niet. Dat verweerder de bewuste passage heeft ingetrokken en zijn verontschuldigingen aan klaagster heeft aangeboden maken dit niet anders. Gegrond. Berisping. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/067

    Klager verwijt verweerder, psychiater, onder meer onjuistheden in zijn dossier te hebben opgenomen, zonder toestemming informatie aan zijn huisarts te hebben verstrekt (waaronder een diagnose die niet met klager zelf is besproken), geen verwijzing voor een second opinion te hebben gegeven, niet te hebben gezorgd voor een adequate overdracht en niet integer te handelen in de communicatie. Klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:79 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-442/DB/OB

    Klacht tegen eigen advocaat. Vast staat dat verweerster klaagsters zaak op 25 april 2016 in behandeling heeft genomen. Tevens staat vast dat verweerster zich eerst in mei 2018 heeft gezet tot het opstellen van de conceptdagvaarding en dat zij kort daarna haar procesadvies aan klaagster heeft toegelicht. De door verweerster naar voren gebrachte omstandigheden, dat zij uit een stroom van e-mails van klaagsters zoon de relevante informatie moest destilleren en dat zij met zwangerschapsverlof is geweest, vormen naar het oordeel van de raad onvoldoende rechtvaardiging voor het gedurende lange tijd ontbreken van concrete actie in klaagsters zaak. Van een behoorlijk handelend advocaat mag worden verwacht dat deze in staat is om op basis van de cliënt verkregen informatie op voortvarende wijze de relevante feiten en omstandigheden vast te stellen. Dat klaagster ermee heeft ingestemd dat de behandeling van haar zaak zou worden opgeschort gedurende verweersters afwezigheid vanwege zwangerschapsverlof is voorts niet gebleken. Naar het oordeel van de raad klaagt klaagster terecht over het feit dat de zaak lang stil heeft gelegen. In zoverre is de klacht gegrond. Klaagster verwijt verweerster voorts dat zij uiteindelijk het dossier heeft gesloten. Het is begrijpelijk dat klaagster teleurgesteld is over dat negatieve procesadvies, maar daarvan kan verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Indien klaagster zich niet met de aanpak van verweerster kon verenigen, lag het op haar weg om zich tot een andere advocaat te wenden. Van het feit dat verweerster klaagsters dossier heeft gesloten, kan verweerster naar het oordeel van de raad kortom geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klacht deels gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19206b

    Klacht tegen radiotherapeut. De radiotherapeut wordt verweten dat zij: a) ten onrechte als diagnose heeft gesteld dat er sprake was metastasen in de longen en geen nadere controles en onderzoek heeft uitgevoerd; b) klager ten onrechte heeft aangemerkt als ‘ongeneeslijk ziek en uitbehandeld’ en ten onrechte heeft afgezien van de aanvankelijk voorziene curatieve bestraling en heeft gekozen voor een palliatieve methode; c) ten onrechte heeft afgezien van iedere verdere behandeling. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2020:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2019/95

    Klacht tegen huisarts. Klager werd door de huisarts gezien in 2013 toen hij diverse lichamelijk klachten had, waaronder een loopoor en koorts. Een paar dagen eerder was klager al door een collega gezien. De klachten waren verergerd. De huisarts dacht aan een influenza en een middenoorsteking en stelde voor om voor de zekerheid ook een bloedonderzoek te laten verrichten de volgende dag. Later die dag verwees de huisarts klager, op dringend verzoek van diens zus, met spoed naar het ziekenhuis waar bleek dat hij een bacteriële hersenvliesontsteking had. De huisarts wordt – kort samengevat – verweten dat hij onvoldoende adequaat heeft gehandeld door aanvankelijk te volstaan met het inplannen van een bloedonderzoek de volgende dag en niet te vragen of de pijnmedicatie voldoende was. Ook heeft hij onvoldoende onderzoek gedaan en zou hij klager onheus bejegend hebben tijdens een nagesprek. Het college acht de verwijten die zien op het medisch handelen van verweerder gegrond en het verwijt omtrent de bejegening ongegrond. De huisarts krijgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-054

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Het College ziet geen aanleiding om de deskundigheid van beklaagde als verzekeringsarts in het kader van de keuring in twijfel te trekken. Beklaagde heeft op basis van de beschikbare medische gegevens en zijn eigen onderzoek een zelfstandig oordeel gevormd over de loopbeperking van klager. Het College heeft verder geen aanknopingspunten om vast te kunnen stellen dat het rapport van beklaagde ten aanzien van de inzichtelijkheid en objectiviteit niet aan de eisen voldoet. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/010

    Klagers dienen een klacht in jegens een kinderoncoloog over de behandeling van hun inmiddels overleden minderjarige dochter. Zij verwijten de kinderoncoloog onder meer hun dochter ten onrechte te hebben behandeld met een experimentele behandeling, dat zij tekort is geschoten in haar informatieplicht met betrekking tot de experimentele behandeling en dat zij tijdens de behandeling in strijd heeft gehandeld met het studie-protocol door een medicijn voor chemotherapie toe te dienen. Verweerster voert verweer. deels gegrond

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-261

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Beklaagde heeft niet voldaan aan de eisen van vakkundigheid en deskundigheid inzake het verrichten van een onderzoek dat aan een deskundigenrapport ten grondslag ligt. Het deskundigenrapport van beklaagde voldoet niet aan de eisen van vakkundigheid en deskundigheid, zoals geformuleerd door het CTG. Het College voegt daaraan toe dat een deskundige niet verplicht is alternatieve oorzaken aan te geven voor beperkingen, als hij meent het oneens te zijn met door anderen gestelde causaal verband tussen een ongeval en beperkingen. Vermeldt de deskundige wel alternatieve oorzaken, zoals in dit geval de echtscheiding en persoonlijkheidsfactoren, dan dient hij die vermoedens nader te onderbouwen, hetgeen hier niet afdoende is gebeurd. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:204 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200065

    Klacht betreft de kwaliteit van de werkzaamheden van de eigen advocaat. Verweerder zou onnodig juridische verweerschriften hebben opgesteld in een 2e en 3e ontslagprocedure bij het UWV terwijl reeds eerder een 1ste ontslagaanvraag was ingediend, waarop positief was beslist. Niet gebleken is dat de het schriftelijke verweer op de 2e en 3e ontslagaanvraag zinloos was. Evenmin kan worden vastgesteld dat de telefonische contacten die verweerder heeft gehad met de wederpartij en het UWV onnodig waren en dat verweerder niet over voldoende dossierkennis beschikte dan wel anderszins de belangen van klaagster onvoldoende heeft behartigd. Van excessief declareren is ook niet gebleken. Alle klachtonderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/035

    Klacht tegen kinder- en jeugdpsychiater over onder meer het zonder toestemming van de ouders doorgeven van informatie aan derden en overleg plegen met andere hulpverleners. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-028

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Beklaagde heeft in opdracht van de advocaat van de werkgever van klager een huisbezoek bij klager afgelegd in het kader van een second opinion. Beklaagde is tijdens het gesprek onduidelijk geweest en heeft klager niet volledig ingelicht over het doel van zijn bezoek en de te beantwoorden vragen. Beklaagde heeft verzuimd om een concept van het advies aan klager voor te leggen dan wel de inhoud van dat advies met klager te bespreken. Hierdoor heeft klager zijn correctie- en blokkeringsrecht niet kunnen uitoefenen. Voorts had beklaagde zonder kennisneming van relevante medische informatie en zonder een deugdelijke anamnese geen advies mogen uitbrengen over de werkhervattingsmogelijkheden van klager. Het College vindt bekendmaking van de beslissing van belang, omdat het vragen heeft bij de wenselijkheid van dit soort onderzoeken, waartegen de richtlijnen van de NVAB zich op zichzelf niet verzetten, naast de bestaande mogelijkheden die een werkgever heeft wanneer hij zich niet kan vinden in het oordeel van zijn bedrijfsarts. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Berisping en publicatie van de beslissing.