Zoekresultaten 43201-43250 van de 47494 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1054 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.150

    "Klacht tegen tandarts. Het Regionaal Tuchtcollege constateert dat de tandheelkundige handelingen die door de tandarts zijn uitgevoerd verdedigbaar zijn. Het trekken van een kies in de onderhavige situatie is niet verwijtbaar, zeker niet nu is gebleken dat de tandarts van tevoren de gevolgen van de extractie met klaagster heeft besproken en de extractie op uitdrukkelijk verzoek van klaagster heeft plaatsgevonden. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster."

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1067 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.107

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1061 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.251

    Klager verwijt verweerder : 1. het ontbreken van een diagnose, het nalaten een goede therapie te bieden en het niet doorverwijzen naar een therapeut toen dat noodzakelijk was; 2. schending van het beroepsgeheim door zonder toestemming van klager informatie uit te wisselen; 3. het niet laten opnemen van klager toen deze in een crisissituatie verkeerde; 4. het niet informeren van klager over de bijwerkingen van een geneesmiddel, het aanpassen van de dosering van een geneesmiddel en het weigeren een bepaald geneesmiddel voor te schrijven. Het Regionaal College heeft geoordeeld dat de psychiater op afdoende wijze een diagnose heeft gesteld, dat de psychiater het beroepsgeheim niet heeft geschonden, dat geen indicatie bestond voor gedwongen opname en dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld met betrekking tot de medicatie van klager. Het Centraal College stelt voorop dat een psychiater dient te wijzen op mogelijke bijwerkingen van een geneesmiddel. De psychiater mocht er niet op vertrouwen dat klager hierover voldoende werd voorgelicht door de sticker op het medicijn. Het feit dat klager ook bekend was met (eventuele bijwerkingen van) andere medicatie doet evenmin af aan de wenselijkheid dat een psychiater zijn patiënt wijst op mogelijke bijwerkingen van een geneesmiddel. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is echter geen sprake geweest. Het Centraal College verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1055 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.240

    "Klacht tegen tandarts. In de declaraties brengt de tandarts tweemaal een toeslag voor het instrumentarium in rekening voor een bedrag van € 15,-, terwijl in de begroting daarvoor een bedrag was opgenomen van € 10,-. In een brief aan klager heeft de tandarts het verschil verklaard. Naar het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege is de klacht van onvoldoende gewicht, zodat deze dient te worden afgewezen. Daarbij heeft het Regionaal Tuchtcollege ten overvloede aangetekend dat zij geen uitspraken kan doen terzake geldvorderingen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager."

  • ECLI:NL:TNOKDOR:2011:YC0599 Kamer van toezicht Dordrecht 01/11

    Bft heeft onderzoek gedaan naar de financiële situatie bij de notaris. Gebleken is dat er gedurende een langere periode een negatieve bewaringspositie heeft bestaan. Gelet op de omstandigheden van het geval (ontvlechting twee notariskantoren en implementatieproblemen nieuwe software) wordt aanleiding gezien de notaris de maatregel van berisping op te leggen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1562 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3545/10.175

    Verzet ongegrond. Onderwerp van verzet is enkel de klacht waarop de voorzittersbeslissing waartegen verzet is ingesteld, ziet (en waarop het dekenonderzoek zag). Geen gronden aangevoerd anders dan een uitwerking en een herhaling van de eerdere klacht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1556 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3461/10.91

    Een advocaat dient steeds zijn cliënt te informeren over belangrijke zaken. Waar nodig ter voorkoming van geschil of misverstand, dienen informatie en afspraken schriftelijk te worden bevestigd. Dat nalaten is onzorgvuldig en de gevolgen daarvan komen voor risico van de advocaat. Raad ziet af van oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0160 Accountantskamer Zwolle 10/2150 Wtra AK

    Niet betalen contributie Nivra. Definitieve doorhaling, echter voor beperkte duur, zodat accountant bij het Nivra na betaling achterstand om herinschrijving kan verzoeken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1569 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3492/10.122

    De advocaat is verplicht zich bij aanvaarding van de opdracht te vergewissen van de identiteit van de cliënt en in voorkomend geval tevens van de identiteit van de tussenpersoon die de opdracht heeft verstrekt, tenzij de aard of omstandigheden dit onmogelijk maken. Het niet voldoen aan deze verplichting is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Eveneens verwijtbaar is het zich er niet van vergewissen dat een voorgelegd en reeds ondertekend convenant de uitdrukkelijke wil van beide daarbij betrokken partijen weergeeft. Tot het legaliseren van een handtekening mag een advocaat pas overgaan als hij ervoor kan instaan dat die handtekening ook afkomstig is van degene die in het betreffende stuk wordt genoemd. Waar nodig ter voorkoming van geschil of misverstand, dienen informatie en afspraken schriftelijk te worden bevestigd. Dat nalaten is onzorgvuldig en de gevolgen daarvan komen voor risico van de advocaat. Berisping. Klacht in alle onderdelen gegrond. Enkele waarschuwing

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2011:YG1047 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2010/41

    Klacht over het gebruik van onrechtmatig verkregen rapportages door een medisch adviseur. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2011:YG1050 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 09182

    Klager verwijt chirurg dat hij, gelet op het medisch verleden van klager (suikerziekte en eerdere amputatie van de tenen), de voet van klager beter had moeten onderzoeken en eerder actie had moeten ondernemen, zodat amputatie van het onderbeen had kunnen worden voorkomen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1550 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3486/10.116

    Optreden tegen voormalige cliënt. De advocaat is in 2008 min of meer tegen klager opgetreden, echter in een andere kwestie dan waarvoor de advocaat klager tot 2004 had bijgestaan. Er is geen gebruik gemaakt van vertrouwelijke informatie betreffende de persoon van klager danwel zaaks gebonden aan het informatie. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1563 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3402/10.32

    Tenzij een advocaat goede gronden heeft om aan te nemen dat zijn cliënt niet in aanmerking kan komen voor door de overheid gefinancierde rechtshulp, is hij verplicht met zijn cliënt bij het begin van de zaak en verder telkens wanneer daartoe aanleiding bestaat, te overleggen of er termen aanwezig zijn om te trachten door de overheid gefinancierde rechtshulp te krijgen. Niet gebleken is dat de mogelijkheid van het aanvragen van een toevoeging ter sprake is gekomen en/of dat het kantoor van verweerder in het geheel geen toevoegingszaken doet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1557 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3478/10.115

    Verzet ongegrond. Optreden van een advocaat in hoedanigheid van lid van het Hof van Discipline staat als zodanig niet onder tuchtrechtelijke controle. Geen concrete feiten of omstandigheden gesteld die onderbouwen dat verweerder geacht moet worden zich schuldig te hebben gemaakt aan handelen of nalaten in strijd met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt.

  • ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0161 Accountantskamer Zwolle 10/2016 Wtra AK

    Niet betalen contributie Nivra. Definitieve doorhaling, echter voor beperkte duur, zodat accountant bij het Nivra na betaling achterstand om herinschrijving kan verzoeken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1570 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3500/10.130

    Bij de behandeling van een zaak heeft de advocaat de leiding en dient hij vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid te bepalen met welke aanpak de belangen van zijn cliënt het beste zijn gediend. In het algemeen kan een tuchtrechtelijke maatregel pas geïndiceerd zijn, indien en voorzover de advocaat bij de behandeling van de zaak kennelijk onjuist optreedt en adviseert en de belangen van de cliënt daardoor worden of kunnen worden geschaad. Daarvan is voor wat betreft de gestelde onjuiste bejegening van klaagster niet gebleken. Wel ten aanzien van het door verweerder namens klaagster ingediende verweerschrift. Dat verweerschrift is maar een pagina lang, terwijl daarin zes taal- en/of andere fouten voorkomen. Dat is teveel om zorgvuldig te kunnen zijn. Klacht in zoverre ongegrond. Enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1551 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3483/10.113

    Klacht oorspronkelijk ingediend in 2003. Klager heeft lange tijd bericht van de Raad van Toezicht afgewacht. Na hervatting van de behandeling heeft de advocaat van klager in de klachtzaak meerdere brieven van de Raad van Toezicht onbeantwoord gelaten. Klager verzocht nog weer later, in juni 2009, hervatting van de klachtbehandeling. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1564 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3447/10.77

    Klacht ongegrond. Klager heeft door verweerder betwiste feitelijke stellingen niet aannemelijk gemaakt. Nu voorts niet de hoogte van de declaratie ter discussie staat, maar de wijze waarop de zaak door verweerder is behandeld, bestond er geen aanleiding voor een begrotingsprocedure. Verweerder had klager wel op die mogelijkheid moeten wijzen maar onder de gegeven omstandigheden is het nalaten daarvan niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1558 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3499/10.129

    Een advocaat dient steeds zijn cliënt te informeren over belangrijke zaken. Waar nodig ter voorkoming van geschil of misverstand, dienen informatie en afspraken schriftelijk te worden bevestigd. Dat nalaten is onzorgvuldig en de gevolgen daarvan komen voor risico van de advocaat. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1571 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3666/11.68

    Indien een opvolgend advocaat erin slaagt in hoger beroep een gunstig resultaat te behalen, leidt dit er niet toe dat de eerste advocaat fouten heeft gemaakt bij zijn behandeling van de zaak en dat hem daarvan een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Nu klager de eerste declaratie van de advocaat zonder protest heeft voldaan en eerder in aanraking was gekomen met advocaten, kan klager zich niet op het standpunt stellen dat hij niet op de hoogte was van het feit dat het uurtafierf van de advocaat wordt verhoogt met een percentage voor kantoorkosten en BTW. De tuchtrechter is niet bevoegd declaratiegeschillen te beslechten, tenzij sprake is van excessief declareren. Op bais van de stukken kan dit niet worden vastgesteld.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1552 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3455/10.85

    Verzet ongegrond. De door klager aangevoerde grond voor het verzet vindt geen steun in de beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1546 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3437/10.67

    Verwijt dat de advocaat de zaken voor klaagster niet voortvarend heeft aangepakt kennelijk ongegrond. Verwijt dat de advocaat geen toevoeging heeft aangevraagd kennelijk ongegrond, daar klaagster buitenlands inkomen had en onroerend goed. Klacht kennelijk ongegrond. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1559 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3407/10.37

    Bij de behandeling van een zaak heeft de advocaat de leiding en dient hij vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid te bepalen met welke aanpak de belangen van zijn cliënt het beste zijn gediend. In het algemeen kan een tuchtrechtelijke maatregel pas geïndiceerd zijn, indien en voorzover de advocaat bij de behandeling van de zaak kennelijk onjuist optreedt en adviseert en de belangen van de cliënt daardoor worden of kunnen worden geschaad. Daarvan is niet gebleken. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1572 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3660/11.62

    De gedragingen van een advocaat in de hoedanigheid van curator zijn alleen dan tuchtrechtelijk van belang , indien de advocaat zich in die hoedanigheid zou misdragen en daardoor het vertrouwen in de advocatuur zou schaden. Waar het gaat om handelingen die typisch tot de andere hoedanigheid behoren, zoals bijvoorbeeld die van een curator, gelden de normen die specifiek voor die andere hoedanigheid hebben te gelden. In het algemeen geldt dat een klager die wil klagen over de handelwijze van de advocaat in zijn hoedanigheid van curator zich tot de rechter-commissaris moet wenden. Het is niet aan de tuchtrechter een inhoudelijk oordeel te geven over een civielrechtelijk verschil.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1553 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3410/10.40

    De advocaat van een tussenpersoon die niet als advocaat is ingeschreven, mag een opdracht uitsluitend aanvaarden indien hij ervan overtuigd is dat de opdracht met instemming van de cliënt is gegeven en hij zich bovendien het recht heeft voorbehouden zich te allen tijde met de cliënt te verstaan. Enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1566 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3540/10.170

    Uitgangspunt in de relatie advocaat-wederpartij is steeds dat die advocaat een grote mate van vrijheid toekomt om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze die hem passend voorkomt. Deze vrijheid mat niet ten gunste van een (processuele) wederpartij worden beknot, tenzij de belangen van die wederpartij nodeloos en op ontoelaatbare wijze worden geschaad. Die situatie doet zich voor. Op het moment dat verweerder tot executie van een ontruimingsvonnis overging wist althans hoorde hij het weten dat het bedrijfspand in kwestie inmiddels verhuurd was aan een andere contractspartij. Tegen deze nieuwe contractspartij had verweerder een nieuw ontruimingsvonnis moeten vragen en hij had de bewoners/gebruikers van het bedrijfspand daarover moeten inlichten. Klacht gegrond. Enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1547 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3567/10.197

    De advocaat heeft geen opgave CCV gedaan en heeft in het kader van een tuchtrechtelijk onderzoek niet gereageerd op verzoeken van de deken. Klacht gegrond. Enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1560 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3525/10.155

    Bij de behandeling van een zaak heeft de advocaat de leiding en dient hij vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid te bepalen met welke aanpak de belangen van zijn cliënt het beste zijn gediend. In het algemeen kan een tuchtrechtelijke maatregel pas geïndiceerd zijn, indien en voorzover de advocaat bij de behandeling van de zaak kennelijk onjuist optreedt en adviseert en de belangen van de cliënt daardoor worden of kunnen worden geschaad. Een dergelijke uitzondering doet zich hier voor. Voor alle klachtonderdelen geldt dat in redelijkheid niet valt in te zien hoe de door verweerder gevolgde werkwijze, c.q. het nalaten werkzaamheden te verrichten, tot een voor klaagster gunstig resultaat zou hebben kunnen leiden. Ambtshalve toepassing artikel 48 lid 7 Advocatenwet. Schorsing voor de duur van drie maanden waarvan twee voorwaardelijk. Bevel tot publicatie.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2011:YG1048 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 09154a

    Klagers verwijten chirurg dat na de eerste operatie te lang gewacht is alvorens opnieuw te opereren, als gevolg waarvan patiënte is komen te overlijden. Daarnaast heeft hij niet adequaat op pijnklachten gereageerd en is hij te laat begonnen met toediening van een antistollingsmiddel. Voorts is hij tekort geschoten in de communicatie. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1554 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3442/10.72

    Overname behandeling zaak in verband met vertrek kantoorgenoot. Advocaat verantwoordelijk voor een goede praktijkvoering en kantoororganisatie. Indien in dat verband problemen ontstaan ligt het op de weg van de advocaat de Deken in te schakelen. Nalaten daarvan is onzorgvuldig. Voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee weken.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2011:YG1051 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2010/30

    -

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1567 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3458/10.88a+b

    Verzet. Klager niet ontvankelijk vanwege onverschoonbare termijnoverschrijding.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1548 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3462/10.92

    Verwijt dat de advocaat voor zijn cliënte ten laste van klager beslag heeft gelegd voor een alimentatieachterstand. Beslag is gelegd onder de notaris bij de toescheiding van de voormalige echtelijke woning aan de cliënte van de advocaat. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1561 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3478/10.108a+b

    Verzet ongegrond. Geen gronden aangevoerd anders dan een uitwerking en een herhaling van de eerdere klacht. Of de deken zijn onderzoek al dan niet juist heeft verricht, is in de verzetprocedure niet aan de orde.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2011:YG1049 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 09154b

    Klagers verwijten chirurg dat na de eerste operatie te lang gewacht is alvorens opnieuw te opereren, als gevolg waarvan patiënte is komen te overlijden. Daarnaast heeft hij niet adequaat op pijnklachten gereageerd en is hij te laat begonnen met toediening van een antistollingsmiddel. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1555 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3353/10.83

    Tenzij een advocaat goede gronden heeft om aan te nemen dat zijn cliënt niet voor gefinancierde rechtsbijstand in aanmerking komt, is hij verplicht daarover steeds bij het begin van de zaak en steeds wanneer daartoe aanleiding bestaat, met zijn cliënt te overleggen. Een advocaat dient bovendien steeds zijn cliënt te informeren over belangrijke zaken. Waar nodig ter voorkoming van geschil of misverstand, dienen informatie en afspraken schriftelijk te worden bevestigd. Dat nalaten is onzorgvuldig en de gevolgen daarvan komen voor risico van de advocaat. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1568 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3511/10.141

    Optreden van een advocaat in hoedanigheid van waarnemend deken staat als zodanig niet onder tuchtrechtelijke controle. Geen concrete feiten of omstandigheden gesteld die onderbouwen dat verweerder geacht moet worden zich schuldig te hebben gemaakt aan handelen of nalaten in strijd met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1549 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3531/10.161

    Verwijt dat de advocaat een declaratie voor telefonisch advies heeft gezonden, terwijl klager meende dat hij geen opdracht voor betaalde werkzaamheden had verleend. Voorts verwijt dat klager als privépersoon is gedagvaard tot betaling van de declaratie naast zijn besloten vennootschap. Hoewel de opdracht beter meteen had kunnen worden bevestigd, is het handelen gezien korte tijdsverloop tussen verkrijgen informatie en advies niet klachtwaardig. Het dagvaarden van klager, terwijl de declaratie aan zijn besloten vennootschap was gericht, is onzorgvuldig. Klacht gedeeltelijk gegrond. Enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1565 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3482/10.112

    Uitgangspunt in de relatie advocaat-wederpartij is steeds dat die advocaat een grote mate van vrijheid toekomt om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze die hem passend voorkomt. Deze vrijheid mat niet ten gunste van een (processuele) wederpartij worden beknot, tenzij de belangen van die wederpartij nodeloos en op ontoelaatbare wijze worden geschaad. Daarvan is niet gebleken. Evenmin is gebleken dat verweerder bij het optreden namens zijn cliënt over de schreef is gegaan. Wel staat vast dat verweerder de deken niet juist heeft geïnformeerd in het kader van het onderzoek naar een tegen hem ingediende klacht. Dat acht de Raad tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht deels gegrond. Enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1536 Raad van Discipline Amsterdam 10-267A

    Klachten tegen advocaat wederpartij, waarvan een klachtonderdeel gegrond. Verweerster heeft wetende van de inhoud van de brief, waarin klaagster zich verweert, niettemin in de dagvaarding volstaan met de vermelding dat haar cliënten niet op de hoogte zijn van enig inhoudelijk verweer van klaagster. Enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0124 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2411

    Verweten wordt het niet schoonhouden van de stallen 1 en 2 op het bedrijf van betrokkene. Het schoonhouden van de bedrijfsruimten is een basisvoorwaarde voor een goede hygiëne op het pluimveebedrijf. De staat waarin de controleur van het CPE de twee bedrijfsruimten op het bedrijf van betrokkene aantrof, is zonder meer ernstig te noemen. De bij het berechtingsrapport gevoegde foto’s laten duidelijk zien dat sprake was van een onaanvaardbare toestand. Het Tuchtgerecht heeft ter zitting niet de indruk gekregen dat betrokkene zich werkelijk bewust is van de ernst van de situatie. Hij bagatelliseert de omstandigheden die door de controleur zijn gerapporteerd. De overtreding is zeer ernstig naar oordeel van het Tuchtgerecht. Niet alleen vormen deze omstandigheden een verhoging van het mogelijke risico met betrekking tot de volksgezondheid, ook zijn de beelden schadelijk voor het imago van de pluimveesector. De geldboete is deels voorwaardelijk omdat niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1043 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2010/063Vp

    De klacht is gericht tegen twee specialisten ouderengeneeskunde en een verpleegkundige en betreft de behandeling van de moeder van klaagster, verder patiënte te noemen, tijdens haar opname in het verzorgingshuis. Klaagster verwijt de beide specialisten ouderengeneeskunde en de verpleegkundige dat zij –kort samengevat- onzorgvuldig jegens patiënte hebben gehandeld door haar tijdens haar opname niet die zorg te verlenen die zij van hen mocht verwachten. Patiënte is overleden. De klachten werden gezamenlijk ter terechtzitting behandeld. In de zaken 10/061 en 10/063Vp heeft het college de klacht afgewezen. In de zaak 10/062 is de klacht gegrond verklaard en is de maatregel van een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0118 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1911

    Voor de pluimveesector is een Actieplan Salmonella en Campylobacter opgesteld om besmettingen van pluimvee terug te dringen. Dit om de consument een betere bescherming te bieden tegen mogelijke gezondheidsproblemen. Om het met dit plan beoogde doel te bereiken, is het van het grootste belang dat iedereen zich houdt aan het totale pakket van de geldende maatregelen. Zaak betreft het nalaten van salmonellaonderzoek door een HOSOWO-instantie na constatering van een salmonellabesmetting, na reiniging en ontsmetting van de stal, voor de opzet van een nieuw koppel pluimvee. Het Tuchtgerecht heeft begrip voor de situatie, gezien de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan: een salmonellabesmetting bij het eerste koppel op een nieuw bedrijf. Voorts heeft het Tuchtgerecht ter zitting de indruk gekregen dat betrokkene een consciëntieus ondernemer is met een serieuze en zorgvuldige bedrijfsvoering. Gelet daarop en de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan, legt het Tuchtgerecht de geldboete deels voorwaardelijk op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1543 Raad van Discipline Amsterdam 10-334A

    Klacht over onvoldoende voorbereiding en bijstand ter zitting in een procedure met betrekking tot de verblijfplaats van en omgangsregeling met kinderen van klager. Verweerster heeft de werkzaamheden in het dossier van klager echter grotendeels laten uitvoeren door haar juridisch medewerker. Verweerster heeft als advocaat echter de verantwoordelijkheid om helderheid te verschaffen met betrekking tot de procedure en de gevolgen daarvan. Verweerster heeft dat ten onrechte grotendeels aan de juridische medewerker overgelaten..

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1537 Raad van Discipline Amsterdam 10-285A

    Diverse klachten van advocaat tegen advocaat wederpartij ongegrond. Een goede beroepsuitoefening binnen de advocatuur is gediend met een onderlinge verhouding tussen advocaten die berust op vertrouwen en welwillendheid. Verzoek om toezending van verstekvonnis door verweerder is gemeten naar deze maatstaf niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dreigen met tuchtklacht door verweerder in casu evenmin. Opmerkingen van verweerder over klager in processtuk functioneel, tuchtrechtelijke grens niet overschreden. Weigering van verweerder om het woonadres van zijn cliënte aan klager te verstrekken valt binnen de vrijheid die hem toekomt bij de behartiging van de belangen van zijn cliënte.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1044 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2010/033Vp

    Klager verwijt de sociaal psychiatrisch verpleegkundige dat hij zijn lichamelijke klachten en tandheelkundige problemen onvoldoende serieus heeft genomen. De klacht heeft voorts betrekking op de diagnostiek, het behandelplan en de dossierplicht. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0119 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2011

    Voor de pluimveesector is een Actieplan Salmonella en Campylobacter opgesteld om besmettingen van pluimvee terug te dringen. Dit om de consument een betere bescherming te bieden tegen mogelijke gezondheidsproblemen. Om het met dit plan beoogde doel te bereiken, is het van het grootste belang dat iedereen zich houdt aan het totale pakket van de geldende maatregelen. In deze zaak worden drie (deels voorwaardelijke) boetes opgelegd. Op het pluimveebedrijf is sprake geweest van het nalaten van een hygiënogram in 2009 en van het twee keer nalaten van campylobacteronderzoek in 2009. Beide feiten zijn ter zitting onbetwist gebleven. Wel heeft betrokkene in 2010 in zowel het tweede als derde kwartaal een campylobacteronderzoek laten uitvoeren. Daarom hanteert het Tuchtgerecht bij het opleggen van de geldboete voor dit feit de maatstaf van een enkele geldboete. Voorts stelt Tuchtgerecht vast dat de geldigheidstermijn van de Salmonella-uitslag voor de afvoer van vleeskuikens naar de slachterij in 2010 twee keer is overschreden. Namens betrokkene is aangevoerd dat het afvoermoment wat fluctueert in verband met het gewenste gewicht van de kuikens. De geldigheidsduur van drie weken is naar het oordeel van het Tuchtgerecht echter voldoende om een goede planning op te baseren. Ter zitting is niet duidelijk geworden of de geldigheidstermijn na de wijziging van de regelgeving ingaat op het moment van monstername of op het moment van de uitslag.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1544 Raad van Discipline Amsterdam 10-214A

    Klacht over kwaliteit dienstverlening in diverse procedures met betrekking tot een omgangsregeling. Onvoldoende uitleg over consequenties vonnis en onjuiste formulering van vordering in kort geding. De klacht is gegrond. De raad legt de maatregel schorsing gedurende een maand op en spreekt uit dat verweerster niet de zorgvuldigheid heeft betracht die bij een behoorlijke rechtshulpverlening betaamt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1538 Raad van Discipline Amsterdam 10-288A

    Klachten tegen advocaat wederpartij ongegrond. Verweerder heeft niet in strijd gehandeld met gedragsregels 12 (overleggen van confraternele correspondentie) en 30. Verweerder mocht ter weerlegging van het standpunt dat klager met een beroep op verweerders brief inneemt verwijzen naar de reeds bij de deken gevoerde discussie over de betekenis van die brief voor het geschil dat partijen verdeeld houdt.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0126 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2111

    Verweten worden: het nalaten van een campylobacteronderzoek in 2009 en het niet tijdig doorgeven van de uitslag van campylobacteronderzoek aan de slachterij. Dat het onderzoek wel is uitgevoerd, maar dat de uitslag daarvan niet aan betrokkene is toegestuurd, neemt de verwijtbaarheid niet weg. Betrokkene blijft verantwoordelijk voor het uitvoeren van het halfjaarlijkse campylobacteronderzoek en hij had bij het laboratorium kunnen informeren naar de uitslag. Er wordt een boete opgelegd, deels voorwaardelijk. De uitslag van het campylobacteronderzoek is ingevolge artikel 5, vierde lid, van het Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2007 veertien dagen geldig. Het Tuchtgerecht stelt vast dat betrokkene in oktober 2009 heeft verzuimd tijdig de uitslag van het campylobacteronderzoek aan de slachterij door te geven, maar legt daarvoor geen maatregel op, nu ter zitting niet is gebleken dat daardoor een verhoogd risico met betrekking tot dier- of volksgezondheid is gecreëerd.