Zoekresultaten 1-50 van de 46611 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:45 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-660/AL/MN
- Datum publicatie: 10-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:45
Klaagster heeft zich erover beklaagd dat verweerder zich onnodig grievend heeft uitgelaten jegens haar in haar functie van politieambtenaar in bijzijn van derden en daarmee haar integriteit heeft aangetast tijdens een confrontatie in het cellenblok van een rechtbank. De raad heeft begrip voor enige boosheid en frustratie van de kant van verweerder omdat naar zijn idee de met klaagster gemaakte afspraken door haar niet waren nagekomen maar de manier waarop hij daarna klaagster in het cellenblok van de rechtbank heeft bejegend kan niet als functionele boosheid worden gezien. Naar het oordeel van de raad gaat het te ver en is het een advocaat onwaardig om in je woede, zoals verweerder die had, de betrouwbaarheid van een politieambtenaar in twijfel te trekken. Daarbij staat ook vast, zoals bevestigd door de collega, dat verweerder klaagster ook persoonlijk heeft aangevallen met volstrekt onbetamelijke uitlatingen en dat dit is gebeurd in bijzijn van derden. De raad rekent het verweerder aan dat hij na dit incident niets heeft gedaan om het met klaagster uit te praten. Van welgemeende excuses is de raad niet gebleken. Klacht gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:43 Hof van Discipline 's Gravenhage 260007
- Datum publicatie: 10-02-2026
- Datum uitspraak: 10-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:43
Afwijzing verzoek verwijzing klacht over deken (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Uit hetgeen klaagster (summier) heeft aangevoerd, lijkt de onvrede van klaagster verband te houden met het verloop van de behandeling van haar klacht over mr. P door de raad van discipline. Daarvoor kan verweerster niet verantwoordelijk worden gehouden omdat verweerster geen deel uitmaakt van de raad van discipline. Nu klaagster haar klacht over verweerster verder niet heeft toegelicht – waardoor het voor verweerster niet duidelijk is waartegen zij zich moet verweren – zal de voorzitter de klacht van klaagster niet verwijzen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:21 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-837/DB/LI
- Datum publicatie: 10-02-2026
- Datum uitspraak: 10-02-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:21
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. De klacht dat niet altijd urenspecificaties zijn verzonden mist feitelijke grondslag. Van excessief declareren is voorts niet gebleken. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:42 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-328/AL/NN
- Datum publicatie: 10-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:42
De raad heeft geoordeeld dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klager, haar cliënt, niet te laten weten welke stukken aan het hof zijn gestuurd. De raad acht hierbij van belang dat dit nalaten door verweerster van beperkte ernst is, mede gelet op de omstandigheid dat zij in deze zaak voor het overige goed met klager heeft gecommuniceerd en hem toereikend heeft geïnformeerd. Verder houdt de raad er rekening mee dat verweerster heeft erkend dat zij op dit punt onvolledig is geweest. Gelet op het voorgaande zal worden volstaan met de gegrondverklaring van dit klachtonderdeel en zal geen maatregel worden opgelegd
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:1 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE-2025-19
- Datum publicatie: 10-02-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:1
Klaagster en haar ex-echtgenoot zijn gescheiden. Tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap behoorde onder andere de voormalige echtelijke woning. In hoger beroep heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch geoordeeld dat de woning aan de ex-echtgenoot moet worden geleverd. De notaris heeft de akte van verdeling gepasseerd, waarbij de woning is geleverd aan de ex-echtgenoot. Klaagster verwijt de notaris in de kern dat hij onzorgvuldig en partijdig heeft gehandeld rondom de totstandkoming van die akte. Dat klachtonderdeel is ongegrond verklaard. Bij het tweede klachtonderdeel (over een fout in de hypotheekakte van de ex-echtgenoot) heeft klaagster geen redelijk belang. Dat klachtonderdeel is daarom niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:43 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-386/AL/NN
- Datum publicatie: 10-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:43
Klaagster beklaagt haar eigen advocaat. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder op zorgvuldige en tijdige wijze zijn opdracht voor klaagster neergelegd. Ten aanzien van de niet tijdige melding door verweerder van de scheiding van klaagster aan de pensioenfondsen is de raad van oordeel dat verweerder daarin in de door hem geschetste omstandigheden heeft gedaan wat hij kon. Klaagster heeft ook geen schade geleden. Ook verder heeft verweerder zorgvuldig gehandeld en de belangen van klaagster naar behoren behartigd. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:2 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE-2025-32
- Datum publicatie: 10-02-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:2
Klagers hebben een geschil met hun buren over de inhoud en omvang van een erfdienstbaarheid van weg. Klagers verwijten de notaris dat hij een situatietekening heeft opgemaakt, waarop hij heeft aangegeven wat de omvang van de erfdienstbaarheid volgens de buren zou moeten zijn. Volgens klagers heeft die situatietekening de uitstraling van een notarieel document dat de juiste inhoud van de bestaande erfdienstbaarheid van weg weergeeft, terwijl die weergave onjuist is.De klacht is gegrond verklaard. Door de situatietekening - die niet overeenkomt met de juridische werkelijkheid - van een onduidelijke verklaring, zijn handtekening en ambtsstempel te voorzien, heeft de notaris de tekening een zekere schijn van legitimiteit gegeven. Gelet op de waarde die aan documenten van een notaris wordt gehecht, mag van een notaris worden verwacht dat hij bedacht is op een mogelijk ongeoorloofd gebruik dat daarvan zou kunnen worden gemaakt. De notaris had moeten voorzien dat de buren van de situatietekening misbruik zouden kunnen maken. Dat risico heeft zich ook verwezenlijkt. Aan de notaris wordt een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:44 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-471/AL/NN
- Datum publicatie: 10-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:44
Verweerder heeft een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming ingediend in twee procedures waarin klaagster geen partij was. De raad heeft geoordeeld dat verweerder hiermee de belangen van klaagster heeft geschonden en daarom tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Gelet op de ernst van dit verwijt is in beginsel de oplegging van een berisping gerechtvaardigd. In het voordeel van verweerder houdt de raad er echter ook rekening mee dat verweerder, hoewel te laat, het stuk wel heeft ingetrokken. Ook heeft verweerder - kort na het indienen van het rapport en op de zitting van de raad - erkend dat hij anders had moeten handelen en heeft hij zijn excuses aan klaagster aanboden. Verder neemt de raad in aanmerking dat verweerder niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld. Gelet op deze omstandigheden is de raad van oordeel dat kan worden volstaan met de oplegging van een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:41 Hof van Discipline 's Gravenhage 240314
- Datum publicatie: 09-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:41
De zaak betreft een verzoek ex artikel 60ab Advocatenwet. De Raad van Discipline heeft verweerder met onmiddellijke ingang geschorst omdat een ernstig vermoeden bestaat van een handelen of nalaten door verweerder waardoor enig door artikel 46 Advocatenwet beschermd belang ernstig geschaad is of dreigt te worden geschaad en wel zodanig dat het doorlopen van een reguliere tuchtrechtprocedure niet kan worden afgewacht. Verweerder heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de raad. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:39 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-346/AL/GLD
- Datum publicatie: 09-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:39
Naar het oordeel van de raad is sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding en heeft klager tijdig geklaagd over het optreden van verweerder. Verweerder heeft door zijn handelen de kernwaarden deskundigheid, vertrouwelijkheid en (financiële) integriteit geschonden. De raad acht de handelwijze van verweerder ernstig laakbaar. Verweerder heeft meerdere keren nagelaten om in alle openheid te vertellen dat hij een beroepsfout heeft gemaakt. Hij had dat in 2019 moeten doen, waartoe hij door de cassatieadvocaat ook geadviseerd was en ook op het moment dat klager bij hem op de lijn kwam omdat hij niet bekend was met het arrest van het hof dat volgde op zijn beroepsfout. Hij heeft niet alleen nagelaten zijn client deugdelijk te adviseren maar heeft zijn fout actief toegedekt door daarover verhullend te communiceren. Van verweerder mag bovendien bij de afhandeling van zijn aansprakelijkstelling door zijn verzekeraar de nodige regie worden verwacht. Ook daarin neemt verweerder een afwachtende houding aan. Alhoewel zijn gemachtigde tijdens de zitting excuses voor de gang van zaken heeft aangeboden, heeft verweerder zelf geen oprecht inzicht in het verwijtbare van zijn handelen getoond. Dat is zorgelijk. Daarnaast heeft verweerder zich niet gehouden aan de bepalingen van de AVG en de relatie met klager financieel niet netjes afgewikkeld. De raad legt aan verweerder een deels voorwaardelijke (2 weken) en deels onvoorwaardelijke (2 weken) schorsing in de praktijkuitoefening op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:42 Hof van Discipline 's Gravenhage 250123
- Datum publicatie: 09-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:42
Dekenbezwaar over het handelen van verweerder. De deken verwijt verweerder dat hij in een poging om te bemiddelen voor een verdachte, die werd bijgestaan door een andere advocaat, contact heeft opgenomen met de advocaat van het slachtoffer (tevens getuige) zonder de behandelend advocaat van de verdachte in te lichten en dat hij ongeoorloofde druk op het slachtoffer heeft uitgeoefend om de verklaring die zij als getuige heeft afgelegd in te trekken. De raad heeft geoordeeld dat verweerder geen contact heeft opgenomen met de behandelend advocaat van de verdachte voordat hij gehoor gaf aan het verzoek van de verdachte om contact op te nemen met de advocaat van het slachtoffer en daarmee niet heeft gehandeld zoal het een behoorlijk handelend advocaat betaamt. De raad heeft het overige dekenbezwaar ongegrond verklaard. Aan verweerder is de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het betreft een hoger beroep van de deken tegen het ongegrond verklaarde klachtonderdeel. In hoger beroep oordeelt het hof dat verweerder in een lopende zedenzaak gehoor heeft gegeven aan het verzoek van de verdachte om contact op te nemen met de advocaat van een van de getuigen, die tevens slachtoffer was. Verweerder heeft met het telefoongesprek willen bereiken dat de getuige, tevens slachtoffer, in een zedenzaak haar belastende verklaring in zou trekken onder de mededeling dat de verdachte een sterke zaak zou hebben en dat er door de verdachte nare dingen over de getuige/slachtoffer op de strafzitting in de openbaarheid zouden worden gebracht als haar verklaring niet zou worden ingetrokken. Verweerder heeft op verzoek van de verdachte op intimiderende wijze de druk op getuige/slachtoffer opgevoerd en de uitkomst van de strafzaak van de verdachte willen beïnvloeden. Het betrof bovendien een zedenzaak, waarin zowel de verdachte als de getuige/slachtoffer bekende Nederlanders zijn en die veel media aandacht trok. Het lag dan ook voor de hand dat de negatieve verklaringen van de verdachte zouden zien op intieme zaken waarvan brede openbaring extra pijnlijk zou zijn. Het benaderen van een getuige in een zedenzaak zoals verweerder heeft gedaan om deze onder druk te zetten en zo te ontmoedigen te verklaren is voor een advocaat volstrekt ontoelaatbaar. Met in achtneming van het door de raad gegrond verklaarde bezwaar van de deken en het in hoger beroep alsnog gegrond verklaarde bezwaar acht het hof een maatregel van een schorsing van 4 (vier) weken passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:40 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-839/AL/GLD
- Datum publicatie: 09-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:40
De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij deels kennelijk niet-ontvankelijk (wegens misbruik van klachtrecht) en deels kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:41 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-868/AL/MN
- Datum publicatie: 09-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:41
Voorzittersbeslissing. Uit de stukken is niet gebleken dat verweerster voor klager als advocaat is opgetreden. Een advocaat-stagiaire heeft alle contacten met klager gehad en werkzaamheden verricht onder het patronaat van verweerster. Dat op de toevoegingsaanvraag de naam van verweerster stond was omdat de advocaat-stagiaire daartoe toen nog niet bevoegd was. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:5 Accountantskamer Zwolle 24/3458 Wtra AK
- Datum publicatie: 09-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:5
Vanwege een relatiebreuk heeft klaagster zich voor advies tot (de dochter van) betrokkene gewend. Klaagster verwijt betrokkene onder meer dat hij (zonder opdracht) zich als advocaat heeft voorgedaan, terwijl hij van het tableau is geschrapt, dat hij mondelinge afspraken niet is nagekomen en dat hij een contante betaling van € 20.000 heeft aangenomen waarvoor hij geen kwitantie wilde verstrekken. De klacht wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en deels ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:40 Hof van Discipline 's Gravenhage 250136D
- Datum publicatie: 09-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:40
Het betreft een dekenbezwaar na een eerdere schorsing van verweerder ex artikel 60ab Advocatenwet. De deken verwijt verweerder dat hij niet voldoet aan de kernwaarde deskundigheid en daarnaast niet meewerkt aan (tuchtrechtelijk) onderzoek en de toezichthoudende taak van de deken structureel ondermijnt. Het betreft een hoger beroep van verweerder. Het hof oordeelt dat de door verweerder aangevoerde beroepsgronden niet slagen en dat de oplegging van de maatregel tot schrapping van het tableau in stand blijft.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:27 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-21, 25-22 en 25-32
- Datum publicatie: 09-02-2026
- Datum uitspraak: 10-12-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:27
De klacht ziet op het handelen en/of nalaten van notaris [B] in verband met het opstellen van de volmacht van moeder in 2010 en op het handelen en/of nalaten van de notarissen in verband met het testament en volmacht van moeder in 2024. Bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van deze klacht overweegt de kamer dat zij klager niet aanmerkt als vertegenwoordiger van moeder. Klager heeft nagelaten om moeder in te lichten over deze klachtenprocedure, haar mee te brengen naar de zitting of om een volmacht te overleggen waarbij klager wordt gemachtigd namens haar te klagen. Vast staat dat moeder nog in leven is. Van een eigen belang van klager is niet gebleken. Klager zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De kamer komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:36 Hof van Discipline 's Gravenhage 250169
- Datum publicatie: 06-02-2026
- Datum uitspraak: 06-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:36
Klager komt in beroep van een verzetsbeslissing van de raad waarbij het verzet weliswaar gegrond is verklaard maar de klacht van klager (alsnog) niet-ontvankelijk is verklaard omdat de klacht te laat is ingediend. Het hof is het eens met de beslissing van de raad en bekrachtigt deze beslissing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:37 Hof van Discipline 's Gravenhage 240277
- Datum publicatie: 06-02-2026
- Datum uitspraak: 06-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:37
Klager heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van zijn ex-echtgenote met wie hij in een echtscheidings- en verdelingsprocedure is verwikkeld. Volgens klager heeft verweerster in haar processtukken ernstige beschuldigingen over klager geuit die lasterlijk en onnodig grievend zijn. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof is van oordeel dat verweerster in haar processtukken stevig stelling heeft genomen. De uitlatingen zijn echter, bezien in de context waarin die gedaan zijn, niet dermate kwetsend of onnodig grievend dat verweerster daarmee tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld. Het hof bekrachtigt daarom de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:4 Accountantskamer Zwolle 25/1345 Wtra AK 25/1346 Wtra AK 25/1347 Wtra AK
- Datum publicatie: 06-02-2026
- Datum uitspraak: 06-02-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:4
Ongegronde klacht. Twee accountants waren betrokken bij de controle van twee jaarrekeningen van klaagster. Tussen klaagster en de accountantsorganisatie loopt een civielrechtelijk geschil dat primair gaat over daarvoor uitgebrachte declaraties. Klaagster is van mening dat deze declaraties buitensporig hoog zijn in relatie tot de gemaakte afspraken en verlangt de terugbetaling van een bedrag van € 300.000. Klaagster heeft een tuchtklacht ingediend die, naast de hoogte van de declaraties, tevens gaat over volgens klaagster ontijdige communicatie, ontoereikende advisering en onjuiste uitingen rondom een interne herstructurering door de accountants. De Accountantskamer overweegt dat in het kader van de tuchtprocedure niet kan worden geklaagd over een declaratie tenzij sprake is van een situaties waarin de betrokken accountant bij haar cliënt bewust en te kwader trouw onjuiste of misleidende declaraties indient. Daarvan is hier geen sprake. Declaraties zijn gespecificeerd en er is deugdelijk over gecommuniceerd waarbij overschrijdingen zijn besproken en betalingsafspraken zijn gemaakt. De Accountantskamer is ook van oordeel dat betrokkenen voor de controle van de jaarrekening 2022/2023 van de gang van zaken en de communicatie omtrent het waarderingsrapport voor de herstructurering geen verwijt valt te maken. De klacht tegen een derde accountant is op de zitting ingetrokken. De Accountantskamer heeft de behandeling van deze accountant gestaakt.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:38 Hof van Discipline 's Gravenhage 250085
- Datum publicatie: 06-02-2026
- Datum uitspraak: 06-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:38
Verweerster heeft klager en de (voormalige) onderneming van klaagster bijgestaan in een strafrechtelijke procedure. Klager verwijt verweerster dat zij zowel voor hem als voor de onderneming heeft opgetreden, terwijl sprake was van een tegengesteld belang. Verder verwijt klager verweerster dat zij zijn zaak niet zorgvuldig heeft behandeld. Het hof is met de raad van oordeel dat in dit geval van een tegenstrijdig belang geen sprake is geweest en dat verweerster niet onzorgvuldig heeft gehandeld. De klachten zijn daarom terecht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:39 Hof van Discipline 's Gravenhage 250063 250064 250065
- Datum publicatie: 06-02-2026
- Datum uitspraak: 06-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:39
Klager heeft klachten ingediend tegen zijn voormalig advocaten, die klager hebben bijgestaan in (onder andere) een procedure tegen de voormalig zakenpartner van klager. De raad heeft de klachten niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 46g, eerste lid en onder a van de Advocatenwet. Het hof onderschrijft dit oordeel van de raad; het tijdsverloop tussen de dag waarop klager redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het volgens hem verwijtbaar handelen van verweerders en het indienen van de klacht bedraagt meer dan drie jaar, waardoor het recht van klager om een klacht in te dienen is komen te vervallen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:35 Hof van Discipline 's Gravenhage 260003
- Datum publicatie: 05-02-2026
- Datum uitspraak: 05-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:35
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46aa lid 5 Advocatenwet (gezamenlijke behandeling van klachten over advocaten in verschillende ressorten om redenen van doelmatigheid). Twee zaken zijn reeds op zitting geweest bij verschillende raden waardoor het niet meer mogelijk is om alle klachten door één en dezelfde raad van discipline te laten behandelen. In de nog plaats te vinden zaken kunnen klagers de afgegeven beslissingen als nagekomen stukken inbrengen.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:17 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/63 2022/65 2022/66 2022/98
- Datum publicatie: 05-02-2026
- Datum uitspraak: 19-06-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:17
Hond. Dierenartsen wordt allen verweten dat zij met betrekking tot de hond van klaagster onvoldoende hebben geluisterd – in het bijzonder toen klaagster haar vermoeden uitte dat de klachten van haar hond het gevolg waren van de door een van de dierenartsen verkeerd uitgevoerde operatie –, en in plaats daarvan hun eigen plan hebben getrokken, dat te lang heeft geduurd en waarbij onnodig veel medicijnen zijn voorgeschreven, wat tot de dood van de hond heeft geleid. [Klachten ongegrond dan wel niet-ontvankelijk.]
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:18 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/70
- Datum publicatie: 05-02-2026
- Datum uitspraak: 19-06-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:18
Kat. Dierenarts wordt verweten te zijn tekortgeschoten bij de behandeling van een kat, de urgentie van de gezondheidsklachten niet te hebben onderkend en niet tijdig in actie te zijn gekomen toen klager zich met zijn kat op de praktijk had gemeld. [Klacht niet-ontvankelijk c.q. ongegrond.]
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:19 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/77
- Datum publicatie: 05-02-2026
- Datum uitspraak: 19-06-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:19
Paard. Dierenarts wordt verweten dat zij tekort is geschoten in de diagnosestelling en behandeling van een paard, dat is komen te overlijden. [Gegrond met waarschuwing.]
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8471
- Datum publicatie: 05-02-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:26
Klacht tegen een sportarts kennelijk ongegrond. Klaagster werd in 2024 door haar huisarts verwezen naar het ziekenhuis in verband met aanhoudende knieklachten. Daar werd zij gezien door de sportarts. Hierna werd beleid afgesproken en volgden nog twee telefonische consulten. Klaagster is niet tevreden over de behandeling die zij heeft gekregen en verwijt de sportarts dat zij op verschillende punten onzorgvuldig heeft gehandeld. Afgaande op de verslaglegging heeft het college geen aanleiding te twijfelen aan de door de sportarts gevolgde handelswijze en haar beoordeling. Ook is niet gebleken dat er in de (online) verslaglegging tuchtrechtelijk verwijtbaar fouten zijn gemaakt of zaken onvolledig zijn weergegeven.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:20 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/3
- Datum publicatie: 05-02-2026
- Datum uitspraak: 19-06-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:20
Hond. Dierenarts wordt verweten dat hij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij het opereren van een hond, dat hij is tekortgeschoten in het verstrekken van informatie en in de verleende nazorg, hetgeen uiteindelijk heeft geresulteerd in de euthanasie van de hond. [Klacht op meerdere onderdelen gegrond. Volgt voorwaardelijke schorsing van drie maanden met een proeftijd van drie jaar.]
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:21 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2023/67
- Datum publicatie: 05-02-2026
- Datum uitspraak: 19-06-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:21
Kat. Dierenarts wordt verweten nalatig te hebben gehandeld bij het euthanaseren van een kat door het euthanasiemiddel intraperitoneaal (in de buikholte) toe te dienen. [Gegrond. Volgt waarschuwing.]
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:23 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2921
- Datum publicatie: 04-02-2026
- Datum uitspraak: 04-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:23
Klacht tegen een orthopedisch chirurg. Ongegrond. De orthopedisch chirurg heeft klager geopereerd aan zijn schouder. Klager verwijt de orthopedisch chirurg dat hij deze operatie ten onrechte en zonder informed consent heeft uitgevoerd. Verder verwijt klager de orthopedisch chirurg dat hij geen rekening heeft gehouden met zijn angstklachten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7560
- Datum publicatie: 04-02-2026
- Datum uitspraak: 04-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:22
Ongegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg. Klaagster is door verweerder behandeld in verband met knieklachten en een ontwrichting van de linkerknieschijf.Klaagster verwijt verweerder dat hij haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de voorgenomen operatie, de operatie niet lege artis heeft verricht en niet heeft gezorgd voor een zorgvuldige overdracht. Het college oordeelt dat de orthopedisch chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:24 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2943
- Datum publicatie: 04-02-2026
- Datum uitspraak: 04-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:24
Klacht tegen een orthopedisch chirurg. Ongegrond. Bij klager is in 2017 door de orthopedisch chirurg een heupprothese geplaatst. De operatie verliep voorspoedig en er waren geen complicaties. Wel kreeg klager na enige tijd (ernstige) rugklachten, waarvoor hij meerdere keren bij de orthopedisch chirurg op consult kwam. De orthopedisch chirurg heeft klager onderzocht en naar diverse specialisten verwezen. Klager verwijt de orthopedisch chirurg, samengevat, dat hij de operatie onzorgvuldig heeft uitgevoerd en niet adequaat heeft gereageerd op zijn klachten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8591
- Datum publicatie: 04-02-2026
- Datum uitspraak: 04-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:23
Ongegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg. Tijdens het uitvoeren van een totale knieprothese is door de orthopedisch chirurg een fausse route gemaakt (een zeldzame complicatie). Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij tijdens de operatie een fout heeft gemaakt door op een verkeerde plek en te ver door het bot te boren. Daarnaast verwijt klaagster hem dat hij de operatie niet met een robotarm.College: . De orthopedisch chirurg heeft adequaat gereageerd, nadat hij ontdekte een fausse route te hebben gemaakt, door direct een collega te consulteren, een nieuwe route te maken en dezelfde dag nog aanvullend onderzoek uit te voeren. Het gebruik van een robotarm is niet voorgeschreven in de richtlijnen en het staat de orthopedisch chirurg vrij te kiezen voor traditioneel instrumentarium.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:25 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2755
- Datum publicatie: 04-02-2026
- Datum uitspraak: 04-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:25
Klacht tegen anesthesioloog. De anesthesioloog verzorgde de inleiding van de algehele anesthesie bij de operatie van klager. Na de inleiding vertrok zij uit de operatiekamer. Ongeveer twee uur later, ruim een uur na de operatie, bezocht zij klager weer. Klager was op dat moment nog niet wakker uit de algehele anesthesie en was niet goed wekbaar. Toen klager wakker werd, had hij afasie en een rechter hemiparese. Na 40 minuten werd er een ambulance opgeroepen. Klager verwijt de anesthesioloog dat: a) zij niet heeft gehandeld volgens de professionele standaard door niet direct betrokken te zijn bij klager gedurende een periode van 120 minuten, startend direct na een problematische inleiding tot en met 65 minuten postoperatief; b) er sprake is van gebrekkige en/of foutieve dossiervoering; c) zij niet efficiënt heeft gehandeld nadat zij opmerkte dat er bij klager sprake was van een sterk afwijkend neurologisch beeld met duidelijke tekenen van een hemiparese, met als gevolg onnodig veel vertraging in een acute situatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft t klachtonderdeel c) gegrond verklaard, de anesthesioloog de maatregel op van waarschuwing opgelegd en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege passeert in beroep het ontvankelijkheidsverweer van de anesthesioloog. Niet gebleken dat klager uitsluitend procedeert om de anesthesioloog te schaden, dus geen misbruik van recht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt verder het beroep van klager dat ziet op de klachtonderdelen a) en b).
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8674
- Datum publicatie: 04-02-2026
- Datum uitspraak: 04-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:24
Kennelijk ongegronde klacht tegen chirurg die supervisor was van een arts in opleiding tot orthopedisch chirurg (hierna: de AIOS), bij wie klager op het spreekuur is geweest. De chirurg was niet aanwezig bij dit spreekuur. Klager verwijt de chirurg onder meer dat geen voorafgaande toestemming is gevraagd voor onderzoek en behandeling door de AIOS en dat de chirurg onvoldoende toezicht heeft gehouden op het handelen van de AIOS.College: klacht ongegrond, want niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat supervisor die niet aanwezig was niet heeft gevraagd om uitdrukkelijke toestemming van klager voor onderzoek en behandeling door de AIOS. Chirurg is ook niet tekort geschoten door het spreekuur en de behandeling aan de AIOS over te laten.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8672
- Datum publicatie: 04-02-2026
- Datum uitspraak: 04-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:25
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts in opleiding tot orthopedisch chirurg (hierna: AIOS). Niet gebleken dat verweerder zich niet kenbaar heeft gemaakt als AIOS, een verzoek om behandeling door de supervisor heeft genegeerd of zonder overleg een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd. Evenmin is gebleken dat sprake was van het ontbreken van informed consent, onjuistheden in het medisch dossier of een onjuiste weergave van de feiten door verweerder. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.Bovenkant formulier
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8276
- Datum publicatie: 04-02-2026
- Datum uitspraak: 04-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:26
Kennelijk ongegronde klacht tegen een chirurg. Klager heeft een consult bij de chirurg gehad in verband met een liesbreuk.Klager verwijt de chirurg onder meer dat zij veiligheidsmaatregelen tegen hem heeft laten inzetten, de deur van de spreekkamer heeft geopend waardoor de geheimhouding zou zijn geschonden, zijn vragen onvoldoende heeft beantwoord en te snel en te stellig een diagnose heeft gesteld. Daarnaast verwijt klager de chirurg het afleggen van een valse verklaring, het stellen van irrelevante vragen en een respectloze, emotionele en arrogante houding toen het gesprek escaleerde. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8375
- Datum publicatie: 04-02-2026
- Datum uitspraak: 04-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:27
Klager kreeg in februari 2025 stents geplaatst in een buitenlands ziekenhuis en werd een maand later met spoed opgenomen in Nederland vanwege een complicatie. De cardioloog plaatste toen nieuwe stents. Klager klaagt erover dat de cardioloog hem voorafgaand aan de ingreep onheus heeft bejegend. Het tuchtcollege kan niet vaststellen wat er precies is gezegd en klager zijn klacht niet nader heeft onderbouwd. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:22 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2842
- Datum publicatie: 04-02-2026
- Datum uitspraak: 04-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:22
Klacht tegen een orthopedisch chirurg. Ongegrond. De orthopedisch chirurg heeft bij klaagster een totale knieprothese (TKP) geplaatst. Nadien is geconstateerd dat er een beschadiging was van de dijbeenzenuw. Klaagster stelt dat dit door de operatie is ontstaan, mogelijk door het gebruik van de bloedleegteband. Klaagster maakt de orthopedisch chirurg hiervan een verwijt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9011
- Datum publicatie: 04-02-2026
- Datum uitspraak: 04-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:21
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen kno-arts. Klager verwijt de kno-arts dat hij een chip in zijn neus heeft geplaatst. Dat op de overlegde röntgenfoto’s de geplaatste chip te zien is heeft klager niet nader onderbouwd, bijvoorbeeld door een verklaring van een onafhankelijk arts. Zonder zo’n verklaring kan niet worden vastgesteld dat op de röntgenfoto’s daadwerkelijk de chip te zien is. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:32 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-491/AL/MN
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:32
Raadbeslissing. Klacht tegen verweerder in hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerder heeft zonder een goede reden pas na een half jaar opvolging gegeven aan de klacht van klaagster. Klacht in zoverre gegrond, voor het overige ongegrond. Geen maatregel. Tijdens de zitting van de raad heeft verweerder erkend dat de rol van klachtenfunctionaris niet bij hem past een aangegeven dat hij naar aanleiding van de onderhavige klacht deze taak heeft neergelegd. Vanwege dit inzicht in zijn functioneren en het feit dat hij de consequenties daarvan heeft aanvaard, in combinatie met de geringe overtreding van de tuchtrechtelijke norm, voert het te ver om verweerder een maatregel op te leggen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:33 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-492/AL/MN
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:33
Raadbeslissing. Klacht over eigen advocaat. De raad is op grond van de overgelegde stuken niet gebleken dat tussen klaagster en verweerder een maximumbedrag of een maximum aantal uren is afgesproken. Ook heeft de raad op grond van de stukken niet kunnen vaststellen dat sprake is van excessief declareren. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:34 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-498/AL/OV
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:34
Al met al is de raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde verzetsgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:35 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-499/AL/OV
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:35
Al met al is de raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde verzetsgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:29 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-340/AL/NN
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:29
De raad is van oordeel dat de voorzitter in de voorzittersbeslissing de juiste maatstaf heeft gehanteerd. Verder heeft de voorzitter naar het oordeel van de raad rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Dat de voorzitter bij de weging daarvan tot een ander oordeel is gekomen dan klager zou wensen maakt dat niet anders. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Het verzetschrift laat zich voor het overige lezen als een herhaling van de klacht en een betoog dat de voorzitter tot een ander oordeel had moeten komen. Het standpunt van klager dat relevante jurisprudentie daarbij is genegeerd is daarbij te weinig onderbouwd. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:36 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-581/AL/NN
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:36
Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:30 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-361/AL/OV
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:30
Niet valt in te zien dat het al dan niet klachtwaardig handelen van verweerder afhankelijk zou zijn van het inhoudelijk oordeel van de rechter in hoger beroep in de onderliggende gerechtelijke procedure over een al dan niet terecht gelegd beslag of de aansprakelijkstelling van klager in zijn rol als bestuurder. Kennelijk wilde klager de uitkomst van die procedure afwachten om zijn klacht wat extra gewicht mee te kunnen geven indien de uitspraak een bepaalde kant op zou gaan. Verder is de driejaarstermijn uit artikel 46g van de Advocatenwet is een harde termijn. Enkel voor die gevallen als genoemd in het betreffende wetsartikel kan sprake zijn van een verschoonbare termijnoverschrijding. De overweging om de klachtprocedure te starten op een voor klager geschikt moment vanwege efficiency overwegingen levert geen verschoonbare termijnoverschrijding op. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:37 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-597/AL/OV
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:37
Raadsbeslissing. Verweerder heeft niet alleen verzuimd om de beschikking betreffende de scheiding van tafel en bed in te schrijven in de daartoe bestemde registers, maar de werkwijze van verweerder was daar ook niet op ingericht. Hij droeg zelf niet de zorg voor de inschrijving en controleerde ook niet of iemand anders de beschikking had ingeschreven. Ook de houding van verweerder richting klaagster toen zij zich bij hem meldde omdat zij zich door dit verzuim geconfronteerd zag met een mogelijke claim van de Belastingdienst merkt de raad aan als een strafverzwarende omstandigheid. Verweerder liet klaagster in de kou staan door haar naar de mediator te verwijzen in plaats van met alle mogelijke middelen zijn fout ongedaan te maken. Ook op de onderhavige klacht heeft verweerder niet adequaat gereageerd. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:31 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-466/AL/MN
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:31
Klaagster beklaagt zich over de met verweerder gemaakte (financiële) afspraken en zijn weigering om met haar Amerikaanse advocaat te overleggen en haar dossier aan haar opvolgend advocaat af te geven. Naar het oordeel van de raad treft verweerder geen enkel tuchtrechtelijk verwijt.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:38 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-843/AL/MN
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 03-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:38
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:27 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-850/AL/GLD
- Datum publicatie: 02-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:27
Voorzittersbeslissing over advocaat wederpartij. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster bij haar optreden voor haar cliënte voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster. Klacht kennelijk ongegrond.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 933
- Volgende pagina zoekresultaten