We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TGZRZWO:2026:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9008

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2026:81
Datum uitspraak: 29-05-2026
Datum publicatie: 29-05-2026
Zaaknummer(s): Z2025/9008
Onderwerp: Grensoverschrijdend gedrag
Beslissingen: Ontzegging van het recht wederom in het register te worden opgenomen
Inhoudsindicatie: Klacht tegen een fysiotherapeut gegrond. De klacht gaat over seksueel grensoverschrijdend gedrag. De inspectie verwijt de fysiotherapeut dat hij de professionele grenzen heeft overschreden door tweemaal seksueel contact te hebben met een patiënte gedurende de behandelrelatie in 2015. De fysiotherapeut erkent dat en heeft aangegeven niet meer werkzaam te willen zijn in de zorg. Hij heeft zich uit het BIG-register laten schrijven. De fysiotherapeut is gedurende een lange periode niet open en transparant geweest door geen melding te doen van de gebeurtenissen. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en ontzegt de fysiotherapeut het recht om weer in het BIG-register te worden ingeschreven.  


REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

ZWOLLE

Beslissing van 29 mei 2026 op de klacht van:

Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ),

kantoorhoudende in Utrecht,

klaagster,

gemachtigden: M. Schagen, R. Jansen (senior inspecteurs) en mr. drs. L.J. Huntelaar (senior juridisch adviseur),
hierna ook: de inspectie,

tegen

A,

fysiotherapeut,

destijds werkzaam in B,

verweerder, hierna ook: de fysiotherapeut,

gemachtigde: mr. T.A.M. van Oosterhout, werkzaam in Utrecht.

1. De zaak in het kort
 

1.1     De klacht gaat over seksueel grensoverschrijdend gedrag. De inspectie verwijt de fysiotherapeut dat hij de professionele grenzen heeft overschreden door seksueel contact te hebben met een patiënte gedurende de behandelrelatie. De fysiotherapeut erkent dat en heeft aangegeven niet meer werkzaam te willen zijn in de zorg. Hij heeft zich uit het BIG-register laten schrijven.
 

1.2     Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en ontzegt de fysiotherapeut het recht om weer in het BIG-register te worden ingeschreven. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.
 

2. De procedure
 

2.1     Het college heeft de volgende stukken ontvangen:

  • het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 9 september 2025;
  • het verweerschrift met de bijlage, ontvangen op 26 november 2025;
  • de brief van (de gemachtigde van) verweerder van 19 maart 2026, ontvangen op

23 maart 2026, met als bijlage het verslag van de huisarts van patiënte.
 

2.2     De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.
 

2.3     De zaak is behandeld op de openbare zitting van 17 april 2026. De partijen zijn verschenen. Zij werden bijgestaan door hun gemachtigden. De partijen en hun gemachtigden hebben hun standpunten mondeling toegelicht.
 

3. De feiten
 

3.1     In september 2015 kwam patiënte in behandeling bij de fysiotherapeut voor haptonomiebehandelingen om meer in contact te komen met haar gevoel. De fysiotherapeut was toen mede-eigenaar en bestuurder van de praktijk. Patiënte heeft tien tot twaalf behandelingen gehad in de periode september 2015 tot en met begin februari 2016.

Op 21 januari 2016 vond in de behandelkamer het eerste seksueel contact plaats tussen patiënte en de fysiotherapeut. Ongeveer één of twee weken later gebeurde dit nogmaals. Daarna werd de behandelrelatie beëindigd.

3.2     In 2018 zocht patiënte nog een keer contact met de fysiotherapeut, omdat zij last had van wat er destijds tussen hen was gebeurd. Op 2 juli 2018 vond een gesprek plaats tussen patiënte en de fysiotherapeut. De fysiotherapeut bood tijdens het gesprek zijn excuses aan en gaf aan dat het seksueel contact nooit had mogen gebeuren. Hierna schreef patiënte hem een brief waarin zij aangaf haar geld terug te willen hebben voor de bij de fysiotherapeut gevolgde behandelingen. De fysiotherapeut gaf hieraan gehoor en maakte aan patiënte een bedrag over. Omdat patiënte last bleef houden van de gebeurtenissen, stelde zij begin januari 2024 haar huisarts hiervan op de hoogte. Vervolgens deden zowel de huisarts als patiënte een melding bij de inspectie. De fysiotherapeut deed vervolgens zelf ook een melding bij de inspectie. In maart 2024 startte de inspectie een onderzoek.

De fysiotherapeut erkende tijdens het onderzoek van de inspectie dat het hiervoor beschreven seksueel contact had plaatsgevonden. Daarnaast werden binnen de praktijk gesprekken gevoerd en mondelinge afspraken gemaakt om herhaling te voorkomen. Ook zocht de fysiotherapeut psychologische hulp en was hij in de periode van 2022 tot en met 2024 onder behandeling bij een GZ-psycholoog. De fysiotherapeut is inmiddels niet meer werkzaam in de zorg en heeft zich uitgeschreven uit het BIG-register.

4. De klacht en de reactie van de fysiotherapeut
 

4.1     De inspectie verwijt de fysiotherapeut dat er sprake is geweest van seksueel grensoverschrijdend gedrag door hem jegens een patiënte gedurende hun behandelrelatie, en dat hij daarmee gehandeld heeft in strijd met hetgeen verwacht mag worden van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsbeoefenaar. De inspectie verzoekt het college een passende maatregel op te leggen en de beslissing te publiceren.

4.2     De fysiotherapeut erkent dat hij gedurende de behandelrelatie in januari 2016 tweemaal seksueel contact met patiënte heeft gehad. In zijn reactie op het klaagschrift heeft hij geschreven dat dit nooit had mogen gebeuren en dat hij als zorgverlener tekort is geschoten. Hij ziet in tegenstelling tot de inspectie geen risico op herhaling. Hij heeft zijn praktijk verkocht en is niet meer werkzaam in de zorg. Verder heeft de fysiotherapeut aangegeven lering uit de situatie te hebben getrokken en zijn verantwoordelijkheid te nemen.

4.3     Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
 

5. De overwegingen van het college
 

De criteria voor de beoordeling

5.1     De vraag is of de fysiotherapeut de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende fysiotherapeut. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Het college is, ondanks de uitschrijving uit het BIG-register van de fysiotherapeut, bevoegd de klacht te beoordelen omdat de fysiotherapeut ten tijde van het handelen waarop de klacht betrekking heeft nog wel was ingeschreven in het BIG-register (artikel 47, lid 4, Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, hierna Wet BIG).

5.2     Binnen een behandelrelatie bevindt de patiënt zich in een afhankelijke positie ten opzichte van de zorgverlener. Daarom mag van een intieme relatie tussen beiden geen sprake zijn. In deze zaak was patiënte ook nog extra kwetsbaar als gevolg van de klachten waarvoor zij bij de fysiotherapeut kwam. Het is aan de zorgverlener om de grenzen van de behandelrelatie te bewaken. Dit uitgangspunt vloeit voort uit artikel 7:453 Burgerlijk Wetboek (goed hulpverlenerschap). Voor fysiotherapeuten is deze norm verder uitgewerkt in de ’’Beroepsethieken Gedragsregels voor de Fysiotherapeut’’ uit 2012 (hierna: de beroepscode). In de beroepscode is onder meer opgenomen dat de fysiotherapeut zich onthoudt van ongewenste verbale en/of lichamelijke intimiteiten. In de beroepscode is ook opgenomen dat een fysiotherapeut die vermoedt dat bij de patiënt andere dan zakelijke gevoelens een rol spelen, de patiënt er tactvol op dient te attenderen dat deze gevoelens niet kunnen worden beantwoord. In dat geval wordt het noodzakelijk geacht de behandeling over te dragen. Daarnaast waren ten tijde van de behandelrelatie toepasselijke beroepsnormen opgenomen in de brochure van de IGJ “Het mag niet, het mag nooit: seksueel grensoverschrijdend gedrag” uit 2004 (hierna vernieuwd in 2016).

5.3     Het college is van oordeel dat de klacht gegrond is. De fysiotherapeut heeft gehandeld in strijd met de beroepsnormen en daarmee ook in strijd met de zorg die hij ingevolge artikel 47 lid 1 van de Wet BIG had behoren te betrachten. Het college benadrukt dat het aangaan van een intieme relatie met een patiënt niet is toegestaan omdat in een dergelijke relatie sprake is van een ongelijkwaardige verhouding, waarbij de patiënt zich in een afhankelijke, kwetsbare positie bevindt. De fysiotherapeut heeft met zijn handelen de behandelrelatie met patiënte ernstig geschaad en de professionele grenzen ver overschreden. Bovendien is de fysiotherapeut gedurende een lange periode niet open en transparant geweest door geen melding te doen van de gebeurtenissen in 2015 of 2018. Pas toen patiënte bij de huisarts kwam en zij begin 2024 meldingen deden van het seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft de fysiotherapeut zelf ook een melding gemaakt.

Slotsom
5.4     Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht gegrond is.

Maatregel
5.5     Nu de klacht gegrond is, moet het college oordelen welke maatregel in deze
omstandigheden en gelet op de aard en de ernst van het handelen passend is. Volgens vaste rechtspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (bijvoorbeeld de uitspraak van 11 oktober 2018, geregistreerd onder ECLI:NL:TGZCTG:2018:270) is in een geval als dit in beginsel ten minste een schorsing van de inschrijving van de zorgverlener in het BIG-register passend en geboden. Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat de fysiotherapeut doordrongen is geraakt van het verwijtbare karakter van zijn gedrag en dat hij daarvoor ook hulp heeft gezocht in de vorm van psychologische behandeling, mede gericht op deze gebeurtenis. Hij is in therapie geweest van februari 2022 tot september 2024. In tegenstelling tot de inspectie ziet het college wel dat de fysiotherapeut een zekere mate van zelfreflectie en inzicht toont. Maar het college vindt ook dat hij tussentijds al had moeten inzien dat hij een meldplicht had en daarnaar had moeten handelen. Omdat verweerder niet langer werkzaam wenst te zijn als fysiotherapeut en zich in deze zaak op eigen initiatief recentelijk heeft uitgeschreven uit het BIG-register, is een al dan niet voorwaardelijke schorsing niet aan de orde en zal het college de maatregel opleggen van een verbod tot herinschrijving. Een uitschrijving uit het register verhindert namelijk niet dat alsnog een maatregel kan worden opgelegd. Bovendien bestaat het risico dat de fysiotherapeut na herinschrijving “gewoon” weer aan de slag kan, met een BIG-inschrijving die naar buiten toe een bepaald vertrouwen oproept. Het college vindt dat onwenselijk.

Publicatie
5.6     In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen belang is erin gelegen dat andere zorgverleners mogelijk iets van deze zaak kunnen leren, onder meer over de meldplicht in het geval van grensoverschrijdend gedrag. De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of instanties herleidbare gegevens.

6. De beslissing


Het college:

  • verklaart de klacht gegrond;
  • ontzegt de fysiotherapeut het recht om weer in het BIG-register te worden ingeschreven;
  • bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift FysioPraxis.
     

Deze beslissing is gegeven door P.E.M. Messer-Dinnissen, voorzitter, M. Mostert, lid-jurist, W. Langoor, K.C. van Beek en J.M. Uijen, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door

M.C. Sijtsema, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026.

secretaris                                                                                           voorzitter


 

Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

  1. Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
  • het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
  • als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
  • het college kennelijk onbevoegd is, of
  • voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
     

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

  1. Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
  1. Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.


U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.
 

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.