ECLI:NL:TADRAMS:2026:107 Raad van Discipline Amsterdam 25-710/A/A

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2026:107
Datum uitspraak: 01-06-2026
Datum publicatie: 01-06-2026
Zaaknummer(s): 25-710/A/A
Onderwerp:
  • Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Financiën
  • Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Financiën
  • Maatregelen
Beslissingen: Regulier
Inhoudsindicatie: Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerster heeft ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door excessief te declareren, vooraf geen kosteninschatting te geven, geen transparante opdrachtbevestiging en declaraties te verstrekken en door geen maandelijkse overzichten te verstrekken. Dit raakt aan de kernwaarde (financiële) integriteit. De aard en ernst daarvan rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. Daarbij weegt de raad mee dat excessief is gedeclareerd in een relatief eenvoudig strafdossier van beperkte omvang. Ook weegt de raad mee dat verweerster voorafgaand aan de werkzaamheden geen inschatting heeft gegeven van de werkzaamheden en bijbehorende totale kosten en dat er door de onoverzichtelijke en niet transparante opdrachtbevestiging en declaraties ook ter zitting onduidelijkheid bestond over wat er in totaal is gedeclareerd en welke declaraties klager heeft betaald. Tot slot weegt de raad mee dat verweerster ter zitting heeft erkend dat er geen maandelijkse urenoverzichten zijn gestuurd, dat verweerster feitelijk niet de behandelend advocaat in de strafzaak van klager is geweest en dat aan verweerster niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Berisping.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 1 juni 2026 in zaak 25-710/A/A
naar aanleiding van de klacht van:

klager 
gemachtigde: mr. B.C. Swier, advocaat te Amsterdam, en mr. A.C. Huisman,
advocaat te Deventer

over

verweerster
gemachtigden: mr. W.F. Hendriksen en G. Spong, advocaten te Amsterdam.

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1    Op 17 januari 2025 is namens klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster.
1.2    Het onderzoek naar de klacht over verweerster is, op verzoek van de deken, verricht door de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Gelderland, omdat een van de gemachtigden van klager lid is van de Raad van de Amsterdamse Orde van Advocaten en daar de portefeuillehouder strafrecht is.
1.3    Op 20 oktober 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2443457/JHS/FS van de deken ontvangen. 
1.4    De klacht is gelijktijdig behandeld met de klacht in zaak 25-709/A/A op de zitting van de raad van 23 maart 2026. Daar waren klager en verweerster met hun gemachtigden aanwezig. Van de gecombineerde behandeling is proces-verbaal opgemaakt.
1.5    De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 00 tot en met 04. Verder heeft de raad kennisgenomen van de e-mail met bijlage van de gemachtigden van klager van 29 januari 2026 en van de e-mail met bijlagen van de gemachtigden van verweerster van 8 maart 2026.

2    FEITEN
2.1    Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2    Klager is verdachte in een strafzaak, waarbij hij wordt verdacht van een in Frankrijk gepleegd strafbaar feit (een zedendelict). Tijdens twee verhoren door de Franse politie is klager bijgestaan door een Franse advocaat. Deze verhoren zijn opgenomen en er was een tolk aanwezig. De verklaring van klager, de vertaling van de tolk, de verhoorsituatie en detentie in Frankrijk spelen een rol bij de verdediging van klager in de strafzaak.
2.3    Nadat de strafzaak was overgedragen aan de Nederlandse autoriteiten heeft (het kantoor van) verweerster klager bijgestaan in de periode van juli 2019 tot juli 2021. Vanaf juli 2021 is klager bijgestaan door een andere advocaat. In de periode van 19 augustus 2022 tot  
15 februari 2024 heeft het kantoor van verweerster klager opnieuw bijgestaan.
2.4    Op 19 augustus 2022 heeft verweerster een opdrachtbevestiging aan klager gestuurd. Klager heeft deze ondertekend. In de opdrachtbevestiging is opgenomen:
‘(…)
Werkwijze kantoor
[…] advocaten werkt – teneinde de kwaliteit de waarborgen en de cliënten optimaal van dienst te kunnen zijn – in veel gevallen in teamverband aan de verschillende zaken. Concreet kan dit betekenen dat het mogelijk is dat naast uw behandelend advocaat/advocaten tevens een andere advocaat (of juridisch of wetenschappelijk medewerker) in uw zaak werkzaam zal zijn. Het voordeel daarvan is onder andere dat u te allen tijde een aanspreekpunt heeft voor nader overleg en er indien mogelijk voor een lager uurtarief gewerkt wordt.
Rechtsbijstand op betalende basis
Met u is besproken dat u mogelijk in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand Wij zijn evenwel met u overeengekomen dat wij onze werkzaamheden zullen verrichten op betalende basis. 
Tarieven van de advocaten van mijn kantoor variëren al naar gelang hun ervaring en specialistische kennis tussen de € 250,- en € 650,- (exclusief 8% kantoorkosten en exclusief 21% BTW) Daarnaast zal […] advocaten regelmatig haar juridisch en wetenschappelijk medewerkers inzetten. Hun uurtarief bedraagt € 175,- (exclusief 8% kantoorkosten en exclusief 21% BTW).
Graag deel ik hierdoor mede dat mijn kantoor werkt op basis van voorschotnota’s (…). Met u is een eerste voorschotbedrag van € 50.000,- (exclusief 8% kantoorkosten en exclusief 21% BTW) afgesproken. (…) Ik verzoek u voornoemd bedrag, zijnde € 65.340,- inclusief 8% kantoorkosten en 21% BTW, aan mijn kantoor te voldoen. 
Indien de werkzaamheden het voorschot zullen overstijgen, zullen wij u een nieuwe voorschotnota doen toekomen met de daarbij horende specificatie van de gewerkte uren. (…)
Voor het geval u niet bij machte zult zijn te zijner tijd een volgend voorschotnota te kunnen voldoen, verzoeken wij u voorafgaand aan de start van onze werkzaamheden, een borg (…) te voldoen ten bedrage van € 50.000,- (excl. 8% kantoorkosten en 21% BTW) zijnde € 65.340,- inclusief 8% kantoorkosten en 21% BTW
2.5    Op 23 augustus 2022 heeft klager verweerster gemaild:
‘Gelet op de inhoudt van de overeenkomst de hoge bevoorschotting en de eveneens genoemde     borg van hetzelfde bedrag en met referte naar ons telefoongesprek nog even als volgt:
(…)
- wie gaat mijn dossier behandelen binnen u kantoor, voor mij is het van uiterst belang dat er zelf bemoeienis is van [verweerder] en u alsmede dat [verweerder] en u zelf de zittingen doen. Gelet op de totaal vooraf te betalen som van € 130.680 euro lijkt mij dat we daarop op voorhand goede afspraken over dienen te maken en deze ook als zodanig vast te leggen.
- ten aanzien van het totaal vooraf te factureren bedrag van ad € 130.680 euro hebben we het telefonisch ook kort gehad over de totaal kosten voor het dossier. Ik heb bij u aangegeven dat koste wat kost alles uit dit dossier (ook in 1e aanleg) moet worden gehaald omdat dit alles is waar ik voor sta en er enorme belangen zijn voor mij en onze bedrijven en ook bij een negatieve uitspraak voor mij in 1e aanleg dit enorme gevolgen kan hebben. Kosten nog moeite wil ik dus hierop besparen dat moge duidelijk zijn. Wel zal ik ook naar mijn compagnon ongeveer iets moeten aangeven nu het voorschot bedrag al ad € 130.680 euro zou ik graag willen weten of dit dan het totaal bedrag behelst of dat u op voorhand al weet dat gelet op de omvang van het dossier en de belangen deze kosten overschreden zullen worden. In ons telefoongesprek gaf u aan dat u daar nog op terug zou komen maar dat mogelijk deze kosten nog overschreden zouden worden. Als dat in mijn belang is en als het zinvol is laat het dan duidelijk zijn dat wij kosten nog moeite zullen sparen, maar zou u mij een richting kunnen geven op het totaal voor de zittingen in 1e aanleg etc? Dat het een grove inschatting is of een richting is voor mij afdoende overigens.
Ik wil vooraf gelet op mijn belangen en gelet op al het geld welke vooraf al betaal moet worden aan u kantoor goede afspraken maken en ook enigszins enige inzicht in de totaal kosten, hetgeen mij ook overeenkomstig de bedragen niet vreemd voorkomt. (…)’
Dezelfde dag heeft verweerster klager geantwoord:
‘1. Indien wij met de werkzaamheden aanvangen, zullen drie mensen op uw zaak werken, [mr. K.], [mr. V.] en ondergetekende. Er zal een verdeling van werkzaamheden plaatsvinden en van overlap zal nauwelijks sprake zijn (bijv. intern overleg over de strategie of over de bevindingen van deskundigen).
2. Alle werkzaamheden zullen vooraf met u worden besproken en ook het eventueel inschakelen van deskundigen. Let wel: dit valt buiten het voorschot dat voor onze werkzaamheden zal worden voldaan.
3. De afspraken worden altijd na overleg schriftelijk vastgelegd. Dit geldt voor alle clientèle van het kantoor. Aangezien u eerder client bent geweest van ons kantoor, kunt u dit verifiëren.
4. Vooraf is het niet in te schatten welke werkzaamheden dienen te worden verricht, hetgeen mede afhankelijk is van de onderzoeksvragen en eigen onderzoeken die zouden moeten leiden tot een mogelijke vrijspraak, alsmede van de tussentijds met u te maken keuzes.
5. Iedere maand krijgt u een overzicht van de gewerkte uren. Zo houdt u het overzicht.
6. U betaalt voor de werkzaamheden een voorschot van € 50.000 ex kantoorkosten en btw.
7. U betaalt separaat een borg. Die wordt niet benut indien daartoe geen aanleiding is.’ 

2.6    Vervolgens hebben klager en (kantoorgenoten van) verweerster contact met elkaar gehad, in persoon, via e-mail en via WhatsApp.
2.7    In het dossier van klager zijn werkzaamheden verricht door verweerster, mr. K., mrs. V. en Kx en juridisch medewerkers van het kantoor van verweerster. Ook zijn in het dossier van klager deskundigen ingeschakeld.
2.8    Op 9 december 2022 heeft een pro forma-zitting plaatsgevonden. Klager is daarbij bijgestaan door mr. V.
2.9    Op 12 april 2023 heeft de rechter-commissaris klager verhoord. Tijdens dit verhoor is klager bijgestaan door mrs. V. en Kx. Op dezelfde dag heeft de rechter-commissaris de aangeefster verhoord. 
2.10    Op 20 juli 2023 heeft verweerster klager gemaild:
‘Gelieve bijgaand aan te treffen de tussentijdse afrekening van het eerste betaalde voorschotbedrag ten bedrage van € 50.000 excl. K.k. en btw.
Tevens doen wij u een nieuwe voorschotnota toekomen met het vriendelijk verzoek beide nota’s spoedig te voldoen, waarvoor onze hartelijke dank.’
2.11    Op 29 september 2023 heeft de rechtbank Gelderland de strafzaak van klager inhoudelijk op zitting behandeld. Klager is op deze zitting bijgestaan door mr. K. en mr. Kx. Voor deze zitting is gebruikgemaakt van pleitnotities van mr. K., Kx en verweerster. 
2.12    Op 13 oktober 2023 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland klager veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden voor de verkrachting van de aangeefster. 
2.13    Klager heeft tegen het vonnis van 13 oktober 2023 hoger beroep ingesteld. Op 15 februari 2024 heeft een van de gemachtigden van klager de behandeling van de zaak van klager overgenomen.
2.14    Op 18 oktober 2023 heeft verweerster aan klager gemaild:
‘Gelieve bijgaand, op verzoek van [klager], aan te treffen een tussentijds overzicht van de gewerkte uren die zien op de periode na 19 juli 2023 tot heden. De bespreking van vandaag is daarbij nog niet opgenomen in het overzicht (zie bijlage 1).
Graag verzoek ik u vriendelijk om alsnog de tweede voorschotnota van 19 juli jl. te voldoen (zie bijlage 2), waarvan reeds voor een bedrag van € 44.178,44 is gewerkt.
Graag bevestig ik u nogmaals voor de goede orde dat de betaalde borg primair niet bedoeld is om daaruit de gewerkte uren gedurende de looptijd van de zaak te voldoen, maar als buffer is betaald, dat ziet op de financiële perikelen uit het verleden. Zolang [klager] in staat is om onze nota’s te voldoen zal de borg in reserve blijven staan tot het einde van de zaak. Daarna zal de borg worden gerestitueerd.’
2.15    Op 15 februari 2024 heeft verweerster klager gemaild:
‘In verband met de overdracht van uw dossier aan Mr [S.] doe ik u bijgaand toekomen de eindafrekening ten behoeve van het dossier OM ll - 2153.
We hebben de nieuwe voorschotnota - die niet was voldaan - gecrediteerd en het honorarium met de borg verrekend. Graag verneem ik op welke rekening wij het totaal door u te ontvangen bedrag kunnen overmaken.

Het dossier ligt gereed voor verzending aan mr. [S]. Hij heeft ons nog niet aangegeven op welke wijze hij het dossier wenst te ontvangen.

Wij danken u van harte voor het in ons kantoor gestelde vertrouwen tot nu toe, en hopen van harte dat het Hof tot een betere beslissing zal komen en zal inzien dat de rechtbank een onjuiste beoordeling heeft gegeven.’

2.16    Het kantoor van verweerster heeft over de periode van augustus 2022 tot 15 februari 2024 de volgende declaraties aan klager gestuurd. Het gaat daarbij in ieder geval om een voorschot van € 65.340, een borg van in totaal € 65.340, een honorarium van  
€ 19.872,75 en een eindafrekening van -/- € 14.546,65.
2.17    Op 25 juli 2024 heeft klager verweerster civielrechtelijk aansprakelijk gesteld op grond van onrechtmatig handelen en terugbetaling van de door hem betaalde bedragen gevorderd. In deze civiele procedure heeft de rechtbank Amsterdam vonnis gewezen op 8 april 2026.  Ten tijde van de mondelinge behandeling van de klacht over verweerster was het vonnis in de civiele procedure nog niet gewezen.
      
3    KLACHT
3.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster het volgende: 
a)    verweerster heeft klager in strijd met artikel 7.5 van de Voda niet of onvoldoende geïnformeerd over de advocaten/betrokkenen die hem, naast verweerster, bijstand verleenden. Het dossier is grotendeels niet behandeld door mr. K., maar door mr. Kx, een advocaat-stagiaire van het kantoor van verweerster;
b)    verweerster heeft in strijd gehandeld met de kernwaarde (financiële) integriteit:
- verweerster heeft buitenproportioneel gedeclareerd:
- verweerster heeft klager vooraf niet schriftelijk geïnformeerd over de redelijkerwijs te verwachten kosten in zijn strafzaak; 
- verweerster heeft niet periodiek gedeclareerd, ondanks de daarover gedane toezegging;
- verweerster heeft declaraties aan klager gestuurd die in strijd zijn met gedragsregel 17 lid 4. Op de declaraties is niet vermeld hoeveel uren is gewerkt, door welke advocaat/juridisch medewerker en voor welk uurtarief;
- verweerster heeft tijdens de behandeling van de strafzaak het uurtarief van mr. K. gewijzigd van € 450 naar € 650 zonder voorafgaande kennisgeving of akkoord van klager;
- verweerster heeft klager vooraf geen inzicht geboden welke advocaat tegen welk tarief zou werken;
- verweerster heeft geen duidelijkheid gegeven over de doorbelasting van (kantoor)kosten;
- verweerster heeft vele werkzaamheden gedeclareerd die als excessief moeten worden gekwalificeerd;
- verweerster heeft niet declarabele tijd bij klager in rekening gebracht;
- onder de verantwoordelijkheid van verweerster zijn onbegrijpelijke posten gedeclareerd;
- verweerster heeft in strijd met gedragsregel 19 naast het voorschot van € 65.340 zekerheid bedongen van een borg van € 65.340;
- verweerster heeft een ongekend aantal uren dossierstudie voor een proces-verbaal;
- onder verantwoordelijkheid van verweerster is de totale tijdsbesteding aan de zaak van klager exorbitant;
- verweerster heeft tweemaal een bedrag van € 694,94 gedeclareerd waarover geen enkele verantwoording is afgelegd;
- verweerster heeft € 24.787,40 in rekening gebracht voor deskundigenrapportages en werkzaamheden van de Franse advocaat;
c)    verweerster heeft in strijd gehandeld met gedragsregel 2 lid 2 waarin is bepaald dat het belang van de cliënt, geen enkel ander belang, de wijze bepaalt waarop de advocaat haar zaken behandelt:
- verweerster heeft misbruik gemaakt van de kwetsbare positie waarin klager zich bevond door afspraken niet na te komen, klager onkundig te houden van de buitensporige tijdsbesteding, door werk uit te besteden aan onervaren advocaten, door in het zicht van de zitting te laten weten dat het voorschot opgesoupeerd was waardoor klager met zijn rug tegen de muur stond en aanvullend een nieuw voorschot moest betalen.
Er is sprake van strijd met gedragsregels 1 lid 1, 6 lid 1, 12, 16 lid 1, 16 lid 3, 17 lid 1, 17 lid 2, 17 lid 3, 17 lid 4. Verweerster is niet integer geweest tijdens de bijstand aan klager, zij heeft gehandeld in strijd met de zorg die zij als advocaat behoort te betrachten.
3.2    De raad zal hierna op de klachtonderdelen ingaan. 

4    VERWEER 
4.1    Verweerster voert verweer tegen de klacht en betwist dat zij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. In dat verband heeft verweerster, samengevat, aangevoerd:
a)    klager was ervan op de hoogte dat mr. Kx, destijds advocaat-stagiaire, de assisterende werkzaamheden van mr. V. zou overnemen, heeft hier toestemming voor gegeven en mailde bijna dagelijks rechtstreeks met mr. Kx. Klager was steeds op de hoogte van alle handelingen die zijn verricht door de advocaten en de advocaat-stagiaire;
b)    er is geen sprake van handelen in strijd met de kernwaarde financiële integriteit. Alle werkzaamheden zijn vooraf en met instemming van klager uitgevoerd, alles ten bewijze van zijn overtuiging dat hij ten onrechte in rechte was betrokken. Klager wist ook wat hij kon verwachten aan facturen, omdat hij vanaf 2019 eerder door het kantoor van verweerster is bijgestaan. Klager is regelmatig op de hoogte gehouden van de werkzaamheden en de daaraan bestede uren en klager is er steeds op gewezen als het voorschotbedrag werd overschreden;
c)    er is uitsluitend in het belang van klager gehandeld. Klager wilde koste wat het kost zijn onschuld bewijzen. Veel gewerkte uren zijn niet bij klager in rekening gebracht. Klager was bekend met de werkwijze en financiering van het kantoor van verweerster. Het kantoor van verweerster heeft zich juist intensief ingezet voor klager om het onderste voor hem uit de kan te halen.
4.2    De raad zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan. 

5    BEOORDELING
Opmerking vooraf
5.1    De raad stelt voorop dat uit de klacht met onderliggende stukken duidelijk blijkt dat klager verweerster verwijten maakt over haar bijstand in de periode van 19 augustus 2022 tot  
15 februari 2024. Voor zover partijen in hun stukken ook (tegengestelde) standpunten hebben ingenomen over de eerdere periode waarin verweerster klager heeft bijgestaan, laat de raad die voor het oordeel over de klacht buiten beschouwing. 
Toetsingskader
5.2    Deze klacht gaat over de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat. Er is pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit duidelijk onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij een zaak behandelt. Ook houdt de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als algemene professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht.
5.3    Bij de beoordeling van een over een advocaat ingediende klacht toetst de tuchtrechter het aan de advocaat verweten handelen of nalaten aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen, waaronder de kernwaarde (financiële) integriteit zoals omschreven in artikel 10a Advocatenwet. De tuchtrechter is niet gebonden aan de gedragsregels, maar die regels kunnen wel van belang zijn, gezien ook het open karakter van de behoorlijkheidsnorm in artikel 46 Advocatenwet. Of sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen hangt af van de feitelijke omstandigheden en wordt door de tuchtrechter per geval beoordeeld.
5.4    In deze zaak is gedragsregel 16 van belang waarin in lid 1 is bepaald dat de advocaat belangrijke informatie en afspraken schriftelijk aan zijn cliënt dient te bevestigen ter voorkoming van misverstand, onzekerheid of geschil. In de toelichting hierop is vermeld dat juist ook in financiële aangelegenheden voor advocaten een zorgplicht geldt en dat de financiële integriteit een integraal onderdeel is van de kernwaarde integriteit.
5.5    Tot slot is gedragsregel 17 van belang waarin in lid 1 is bepaald dat de advocaat bij het vaststellen van zijn declaratie, alle omstandigheden in aanmerking genomen, een redelijk honorarium in rekening behoort te brengen. In lid 2 is bepaald dat de advocaat er zorg voor draagt dat bij het aanvaarden van de opdracht duidelijke afspraken zijn gemaakt over zijn honorarium, de doorbelasting van kosten en de wijze van declareren. In lid 4 is bepaald dat de advocaat zijn honorarium in beginsel periodiek en deugdelijk gespecificeerd declareert onder opgave van tarief en tijdsbesteding of een andere overeengekomen grondslag. 
Klachtonderdeel a) – verantwoordelijkheid voor uitvoering opdracht
5.6    De raad oordeelt dat verweerster de grenzen van het tuchtrechtelijk betamelijke niet heeft overschreden ten aanzien van de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de opdracht van klager en het informeren daarover van klager. Uit de overgelegde stukken en urenspecificaties blijkt dat verweerster feitelijk niet de behandelend advocaat in de strafzaak van klager was, maar dat zij vrijwel alle werkzaamheden, ook belangrijke proceshandelingen zoals de verhoren van klager en de aangeefster bij de rechter-commissaris, heeft overgelaten aan haar kantoorgenoten mrs. K., V. en Kx. Uit de overgelegde e-mailcorrespondentie blijkt ook dat klager daarvan steeds op de hoogte was of redelijkerwijs had kunnen zijn. In de opdrachtbevestiging van 19 augustus 2022 (zie 2.4) is immers vermeld dat op het kantoor van verweerster in veel gevallen in teamverband wordt gewerkt en dat ‘het mogelijk is dat naast uw behandelend advocaat/advocaten tevens een andere advocaat (of juridisch of wetenschappelijk medewerker) in uw zaak werkzaam zal zijn.’ Klager had op grond hiervan redelijkerwijs kunnen weten dat meerdere advocaten aan zijn zaak zouden werken. Daarna is in de e-mail van 23 augustus 2022 vermeld dat mr. K., mr. V. en verweerster werkzaamheden zouden verrichten, en dat is, weliswaar in veel mindere mate door verweerster, ook gebeurd tot het vertrek van mr. V. bij het kantoor van verweerster in juli 2023. Vervolgens is mr. Kx, destijds nog advocaat-stagiaire, met mr. K. aan de zaak van klager gaan werken. Uit de overgelegde e-mails blijkt dat klager ook daarvan voldoende op de hoogte was, aangezien hij regelmatig met mr. Kx heeft gemaild over bijvoorbeeld in te schakelen deskundigen. Klachtonderdeel a) is daarom ongegrond.
Klachtonderdeel b) – financiële integriteit
5.7    De raad stelt voorop dat de tuchtrechter niet bevoegd is om declaratiegeschillen tussen cliënten en hun advocaten te beslechten. Daar is deze klachtprocedure ook niet voor bedoeld. De tuchtrechter waakt wel voor excessief declareren. Of daarvan sprake is hangt af van de omstandigheden van het geval. Daarbij wegen alle omstandigheden mee, zoals de aard en complexiteit van de zaak, de (financiële) hoedanigheid van de cliënt, de met de zaak gepaard gaande (financiële) belangen en de verhouding tussen het in rekening gebrachte bedrag en de verrichte werkzaamheden. Of elk onderdeel van die specificatie – civielrechtelijk gezien – voor toewijzing in aanmerking komt staat niet ter beoordeling van de tuchtrechter. Waar het op aankomt is of het totaal van de declaraties als tuchtrechtelijk verwijtbaar excessief aangemerkt kan worden.
5.8    De raad stelt vast dat partijen verschillende totaalbedragen noemen die door klager voor de werkzaamheden van (het kantoor van) verweerster zou hebben betaald. Verweerster noemt een bedrag van afgerond € 136.000, terwijl het volgens klager gaat om een bedrag van afgerond € 191.000 dan wel € 219.000. Ook ter zitting is hier uiteindelijk onvoldoende duidelijkheid over gekomen. Waar partijen het in ieder geval wel over eens zijn, is dat klager twee keer een bedrag van € 65.340 aan verweerster heeft betaald (voorschot en borg), een keer een bedrag van € 19.872,75 en dat de eindafrekening -/- € 14.546,65 bedraagt. Gelet op deze bedragen gaat de raad uit van een totaalbedrag aan declaraties van € 136.006,10 dat klager aan (het kantoor van) verweerster heeft betaald.  
5.9    De raad oordeelt dat (het kantoor van) verweerster in de strafzaak van klager excessief heeft gedeclareerd. Uit de overgelegde urenspecificaties blijkt dat in totaal 339 uren zijn geschreven voor werkzaamheden in een relatief eenvoudig strafdossier van beperkte omvang, te weten 225 pagina’s. Ook het aantal proceshandelingen in de strafrechtelijke procedure is beperkt gebleven en bestond uit de verhoren bij de rechter-commissaris, een pro forma-zitting en een inhoudelijke zitting. Verweerster heeft het totaal van 339 uren niet weersproken. In tegenstelling tot wat verweerster ter zitting heeft aangevoerd, zijn deze uren niet allemaal te relateren aan het gedrag van klager. Het gedeclareerde bedrag van  
€ 136.006,10 staat niet in verhouding tot de verrichte werkzaamheden in een strafdossier van een dergelijk beperkte omvang.  
5.10    Verder stelt de raad vast dat in de opdrachtbevestiging (zie 2.4) geen kosteninschatting is opgenomen. Daarmee is verweerster onvoldoende transparant geweest over de kosten bij aanvang van de opdracht. Daartoe was zij wel gehouden op grond van gedragsregel 17 lid 2 en het arrest van het Hof van Justitie van 12 januari 2023, ECLI:EU:C:2023:14. Ook staat vast dat verweerster in de opdrachtbevestiging niet heeft vermeld wie van de betrokken advocaten tegen welk uurtarief zou gaan werken. In de opdrachtbevestiging is slechts vermeld dat de tarieven variëren tussen € 250 en € 650 euro al naar gelang de ervaring en specialistische kennis van de advocaten. Ook in de declaraties is niet terug te vinden welke advocaat tegen welk uurtarief werkzaamheden heeft verricht. Daar komt nog bij dat het uurtarief van mr. K. op enig moment is verhoogd van € 450 naar € 650 zonder dat klager hierover vooraf schriftelijk is geïnformeerd. In het dossier is daarover geen communicatie van verweerster met klager te vinden, behalve dan de urenspecificatie van 18 oktober 2023 waaruit het verhoogde uurtarief blijkt. Het had op de weg van verweerster gelegen om hier vooraf duidelijkheid over te geven aan klager en dat is niet, althans onvoldoende, gebeurd.
5.11    Daarnaast stelt de raad vast dat (het kantoor van) verweerster geen maandelijkse overzichten van de gewerkte uren aan klager heeft gestuurd. Dit is niet alleen in strijd met de verplichting van advocaten om periodiek en deugdelijk gespecificeerd te declareren, maar ook met de toezegging om iedere maand een overzicht van de gewerkte uren aan klager te geven. Zoals ter zitting door verweerster is bevestigd, is dat niet gebeurd. 
5.12    Tot slot stelt de raad vast dat verweerster naast een voorschot van ruim € 65.000 ook een borg van € 65.000 bij klager in rekening heeft gebracht. Het vragen van een voorschot aan een cliënt is toegestaan en is in de advocatuur zelfs gebruikelijk, maar het vragen van een borg naast een voorschot is in ieder geval niet gebruikelijk. In dit geval is het vragen van een voorschot en een borg, wat feitelijk neerkomt op een voorschot van in totaal € 130.000, van een dergelijke omvang aan een particuliere cliënt in een strafzaak van beperkte omvang, niet betamelijk. In de advocaat-cliëntrelatie heeft de advocaat ten opzichte van zijn cliënt immers al een zekere  machtspositie en door het vragen van een borg naast een voorschot wordt daardoor een aanvullende financiële machtspositie gecreëerd. Van bijzondere omstandigheden om naast een voorschot ook een borg in rekening te brengen, is de raad uit het dossier niet gebleken. Ook is het niet gebleken dat verweerster hierover contact met de deken heeft opgenomen. 
5.13    Door het excessief declareren, het niet vooraf geven van een kosteninschatting, de onduidelijke opdrachtbevestiging en declaraties, het niet verstrekken van maandelijkse overzichten van gewerkte uren en het vragen van een borg naast een voorschot heeft verweerster gehandeld in strijd met de kernwaarde (financiële) integriteit. Dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klachtonderdeel b) is gegrond.
Klachtonderdeel c) – belang cliënt 
5.14    De raad oordeelt dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld ten aanzien van het belang van klager. Uit de stukken komt het beeld naar voren dat verweerster het belang van klager in de strafzaak steeds voorop heeft gesteld. Klager wilde kosten noch moeite sparen om zijn onschuld te bewijzen en dat is ook gebeurd door onder meer de inschakeling van deskundigen. De omstandigheid dat dit niet is gelukt en klager door de rechtbank is veroordeeld, betekent niet dat verweerster zich onvoldoende voor klager heeft ingezet of dat verweerster, zoals klager heeft gesteld, misbruik heeft gemaakt van de kwetsbare positie waarin klager zich bevond. Het is uiteindelijk de rechtbank die in de strafzaak van klager het (steun)bewijs heeft beoordeeld en op grond daarvan tot een veroordeling is gekomen. Klachtonderdeel c) is ongegrond.
Overig
5.15    De feiten en omstandigheden die partijen in hun uitvoerige stukken voor het overige nog naar voren hebben gebracht ten aanzien van de verwijten die klager verweerster maakt, leiden niet tot een ander oordeel.

6    MAATREGEL
6.1    Verweerster heeft ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door excessief te declareren, vooraf geen kosteninschatting te geven, geen transparante opdrachtbevestiging en declaraties te verstrekken en door geen maandelijkse overzichten te verstrekken. Dit raakt aan de kernwaarde (financiële) integriteit. De aard en ernst daarvan rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. Daarbij weegt de raad mee dat excessief is gedeclareerd in een relatief eenvoudig strafdossier van beperkte omvang. Ook weegt de raad mee dat verweerster voorafgaand aan de werkzaamheden geen inschatting heeft gegeven van de werkzaamheden en bijbehorende totale kosten en dat er door de onoverzichtelijke en niet transparante opdrachtbevestiging en declaraties ook ter zitting onduidelijkheid bestond over wat er in totaal is gedeclareerd en welke declaraties klager heeft betaald. Tot slot weegt de raad mee dat verweerster ter zitting heeft erkend dat er geen maandelijkse urenoverzichten zijn gestuurd, dat verweerster feitelijk niet de behandelend advocaat in de strafzaak van klager is geweest en dat aan verweerster niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Op grond van alle omstandigheden van deze zaak ziet de raad aanleiding om aan verweerster de maatregel van een berisping op te leggen.

7    GRIFFIERECHT EN KOSTENVEROORDELING
7.1    Omdat de raad de klacht gedeeltelijk gegrond verklaart, moet verweerster op grond van artikel 46e lid 5 Advocatenwet het door klager betaalde griffierecht van € 50 aan hem vergoeden binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden. Klager dient binnen twee weken na de datum van deze beslissing zijn rekeningnummer schriftelijk aan verweerster door te geven.
7.2    Nu de raad een maatregel oplegt, zal de raad verweerster daarnaast op grond van artikel 48ac lid 1 Advocatenwet veroordelen in de volgende proceskosten:
a) € 750 kosten van de Nederlandse Orde van Advocaten en
b) € 500 kosten van de Staat.
7.3    Omdat de raad de klacht over verweerster op de zitting van 23 maart 2026 gelijktijdig heeft behandeld met de klacht over haar kantoorgenoot mr. K. en mr. K. in een aparte beslissing van dezelfde datum (zaaknummer 25-709/A/A) al is veroordeeld tot betaling van de  reiskosten van klager zal de raad verweerster niet nog afzonderlijk veroordelen tot betaling van de reiskosten aan klager.   
7.4    Verweerster moet het bedrag van € 1.250 (het totaal van de in 7.2 onder a en b genoemde kosten) binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, overmaken naar rekeningnummer lBAN: NL85 lNGB 0000 079000, BIC: INGBNL2A, Nederlandse Orde van Advocaten, Den Haag, onder vermelding van “kostenveroordeling raad van discipline" en het zaaknummer.

BESLISSING
De raad van discipline:
-    verklaart klachtonderdeel b) gegrond;
- verklaart klachtonderdeel a) en c) ongegrond;
-    legt aan verweerster de maatregel op van een berisping;
-    veroordeelt verweerster tot betaling van het griffierecht van € 50 aan klager;
-    veroordeelt verweerster tot betaling van de proceskosten van € 1.250 aan de Nederlandse Orde van Advocaten, op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 7.4.
Aldus beslist door mr. M.V. Ulrici, voorzitter, mrs. K.C. van Hoogmoed, D. Horeman,  
I.J. de Laat en R. Vos, leden, bijgestaan door mr. A.E. van Oost als griffier en uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2026.

Griffier     Voorzitter

Verzonden: 1 juni 2026