ECLI:NL:TNORARL:2026:9 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/449356 KL RK 25-44

ECLI: ECLI:NL:TNORARL:2026:9
Datum uitspraak: 05-02-2026
Datum publicatie: 31-05-2026
Zaaknummer(s): C/05/449356 KL RK 25-44
Onderwerp: Ondernemingsrecht, subonderwerp: Overig
Beslissingen: Klacht gegrond met berisping
Inhoudsindicatie: Klacht deels gegrond. Aandelentransactie gebaseerd op een notariële volmacht die zag op de verkoop en het beheer van de aandelen, maar niet op de levering ervan. De notaris heeft nagelaten om contact met klager te leggen over deze aandelentransactie om te verifiëren of klager wist en begreep wat de overeenkomst inhield en wat de gevolgen voor hem waren hiervan.Door volledig te vertrouwen op de werkwijze van de hulppersonen en zelf niets te verifiëren heeft de notaris de leveringsakte van de aandelen gepasseerd zonder dat sprake was van een geldige titel voor deze overeenkomst. De kamer legt aan de notaris een berisping op voor zijn handelen.De klacht is deels niet-ontvankelijk, omdat aan de kamer is verzocht nader onderzoek te doen naar de aandelentransactie. Dit valt niet onder haar wettelijke bevoegdheden zodat de kamer dit onderdeel van de klacht niet-ontvankelijk moet verklaren.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN

Kenmerk:         C/05/449356 / KL RK 25-44

beslissing van de kamer voor het notariaat

op de klacht van

1. [Naam klager 1],

gevestigd te [plaats],

hierna ook: “klager 1”

2. [Naam klager 2],

gevestigd te [plaats],

hierna ook: “klager 2”

klagers

gemachtigde: mr. C.M. van der Veer

tegen

[Notaris]

notaris te [plaats]

gemachtigde: mr. S.F. Knijnenburg

Partijen worden hierna respectievelijk klagers en de notaris genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit

  • de klacht, met bijlagen, van 14 maart 2025;
  • het verweer van de notaris van 13 juni 2025;
  • de aanvullende stukken van klagers, van 20 oktober 2025.

1.2 De klachtzaak is ter zitting van 31 oktober 2025 behandeld, waarbij zijn verschenen klagers en de notaris.

2. De feiten

2.1 Sinds 1994 exploiteerde [klager 1] samen met zijn broer [naam broer] (hierna: A) een tentenverhuurbedrijf, te weten [naam rechtspersoon] (hierna: B). De aandelen van dit bedrijf worden gehouden door [naam rechtspersoon]. (hierna: C). 

2.2 [Klager 1] nam vanuit [klager 2] deel in [C] en [A] nam deel in [C] vanuit [naam rechtspersoon] (hierna: D). Beide vennootschappen hielden 50% van de aandelen in Tentenverhuur.

2.3 De heer [naam boekhouder] (hierna: E) was als boekhouder betrokken bij bovenstaande vennootschappen. 

2.4 [Klager 2] en [D] hebben op 15 mei 2020 een intentieovereenkomst opgesteld waarin is afgesproken dat de schuldenpositie van [B], [C] en [klager 2] overgaat op [A]. In de intentieovereenkomst is onder meer overeengekomen dat de aandelen van [klager 2] en al haar bevoegdheden overgaan naar [A] en dat beide partijen hun volledige medewerking verlenen bij de omzetting en het tekenen van de stukken.

De notaris was niet betrokken bij de totstandkoming van de intentieovereenkomst.

2.5 Op 5 februari 2021 ontving de notaris per e-mail het verzoek van [E] om een notariële volmacht op te stellen in verband met de overdracht van aandelen. Deze e-mail is ook aan [A] verzonden. Klagers hebben deze e-mail niet ontvangen. De intentieovereenkomst was aan deze e-mail gehecht.

2.6 Op 8 februari 2021 heeft de notaris aan [E] laten weten wat de kosten waren en heeft hij hem gevraagd of de opdracht daadwerkelijk werd verstrekt. [E] heeft hierop geantwoord dat het in orde gemaakt kon worden en dat hij zijn klant hiervoor geen akkoord hoefde te vragen. De volmacht is toen niet opgesteld.

2.7 Fiscaal jurist de heer [naam jurist] (hierna: F) was werkzaam op het kantoor van de notaris. Hij behandelde het dossier van klagers. Op 14 juni 2022 heeft [E] hem per e-mail laten weten dat de aandelen [C] over zouden gaan van [klager 2] naar [D]. [E] verzoekt in dit bericht [F] de akte in orde te maken.

2.8 Op 28 juni 2022 heeft [E] aan [F] per e-mail gevraagd een onvoorwaardelijke volmacht te maken voor [klager 1], zodat de aandelen van [klager 2] overgedragen zouden kunnen worden zonder zijn handtekening. [E] informeerde [F] ook over de waarde

(-bepaling) van de aandelen. [F] heeft deze e-mail doorgestuurd aan de notaris en deze heeft [E] op 29 juni 2022 een e-mail gestuurd, daarin stond:

‘We hebben hier al een lopend dossier van, te weten [dossiernummer]. Na wat mailwisselingen vorig jaar hebben we niets meer gehoord. Gaat het over [C]? Heb je daar ook aandeelhoudersregister, vorige akten en dergelijke bij? Want volgens mij weten wij verder helemaal niets van deze partijen.”

2.9 De notaris heeft vervolgens aan de hand van de informatie die hij van [E] heeft ontvangen de conceptvolmacht opgesteld en deze op 7 juli 2022 per e-mail aan [E] verzonden. De notaris heeft, in overleg met [E], [A] verzocht ervoor zorg te dragen dat de conceptvolmacht ook bij [klager 1] terecht zou komen. [klager 1] heeft de conceptvolmacht niet ontvangen.

2.10 Op 27 juli 2022 is telefonisch een afspraak gemaakt met [klager 1] voor het passeren van de notariële volmacht op 17 augustus 2022.

2.11 Op 17 augustus 2022 heeft [klager 1] zijn notariële volmacht ten overstaan van de notaris ondertekend. In deze volmacht staat onder meer het volgende.

verklaart onherroepelijk volmacht te geven aan:

alle medewerkers, werkzaam ten kantore van mij, notaris, en aan zijn broer: de heer [A], (…)dan wel aan vennootschappen waarvan hij eigenaar of bestuurder is

om diens aandelen in [C], te verkopen en te beheren en om als aandeelhouder alle besluiten te nemen namens hem als (middellijk) aandeelhouder en om pandrechten te vestigen en al datgene te doen dat de gevolmachtigde nuttig of wenselijk acht.’

Na ondertekening van de volmacht is een afschrift hiervan aan [klager 1], [A] en [E] verzonden.

2.12 De notaris heeft vervolgens een concept akte aandelenoverdracht opgesteld. In de periode van 7 februari 2023 en 28 februari 2023 wordt tussen [F] en [E] over de concept akte gecorrespondeerd, totdat [E] op 28 februari 2023 hierop akkoord geeft.

2.13 Op 14 maart 2023 heeft [F] de concept akte aandelenoverdracht per e-mail aan [klager 1] en [A] verzonden. In een later bericht van diezelfde datum aan [klager 1] en

[A] heeft hij aangegeven dat zij beiden al volmachten hebben afgegeven voor het passeren van deze akte. De notaris heeft niet geverifieerd of [klager 1] en [A] akkoord waren met de inhoud van de concept akte.

2.14 Op 11 april 2023 zijn de aandelen in [C] ten overstaan van de notaris door [klager 2] aan [D] overgedragen. [klager 1] werd hierbij vertegenwoordigd door [A] op grond van de afgegeven volmacht. In de leveringsakte is het volgende opgenomen:

KOOPOVEREENKOMST

Door de verkoper zijn verkocht aan koper, de hierna te vermelden aandelen voor een koopsom in totaal groot vierhonderdtachtigduizend euro (€ 480.000,00).

Partijen zijn aanvankelijk schriftelijk overeengekomen dat de aandelen in genoemde [klager 2] zouden worden geleverd en zijn later mondeling overeengekomen dat het bij nader inzien de voorkeur heeft de aandelen in genoemde besloten vennootschap (corr. KvN) [C] te leveren. De oorspronkelijke schriftelijke overeenkomst is aan deze akte gehecht.’

De aandelenlevering vond met terugwerkende kracht – tot 1 januari 2022 – plaats.

3. De klacht en het verweer

3.1 Klagers verwijten de notaris dat hij niet heeft voldaan aan zijn informatie- en belehrungsplicht en dus niet aan zijn notariële zorgplicht. De klacht valt uiteen in de volgende onderdelen:

a) de notaris heeft geen vragen gesteld en geen informatie gegeven aan klagers. Hij heeft volledig vertrouwd op een onherroepelijke en in algemene bewoordingen opgestelde acht maanden oude notariële volmacht. Enige verificatie van de benodigde wilsovereenstemming tussen koper en verkoper en van de totstandkoming van de koopsom van de aandelen heeft niet plaatsgevonden;

b) het is niet duidelijk wat zich tussen de notaris, [F] en [E] heeft afgespeeld. Hierdoor kon de aandelentransactie zonder geldige titel plaatsvinden. De notaris is verantwoordelijk voor de door hem ingeschakelde hulppersonen en de door hen gemaakte fouten;

c) de kamer moet onderzoek doen naar hoe de aandelentransactie zonder geldige titel heeft kunnen plaatsvinden, althans waaruit een mondelinge koopovereenkomst blijkt, althans ten minste de notaris te bevelen om inzichtelijk te maken op welke wijze de mondelinge koopovereenkomst tot stand is gekomen en wat de inhoud van de gesloten mondelinge overeenkomst was.

3.2 Klagers hebben het volgende aangevoerd.

De notaris heeft via [F] volledig vertrouwd op [E], zonder op enig moment na te gaan of de beoogde transactie niet bijzonder nadelig was voor [klager 1] en zich ervan te vergewissen of hij achter de transactie stond. De volmacht in algemene bewoordingen verplichtte de notaris tot extra oplettendheid en waakzaamheid. De notaris heeft na de afgegeven volmacht geen contact gehad met [klager 1]. De aandelenlevering met terugwerkende kracht was nadelig voor [klager 1], omdat eventuele waardestijgingen na de datum van overdacht hierin niet zijn verdisconteerd. Extra oplettendheid en waakzaamheid waren bovendien vereist omdat blijkens de akte van levering initieel sprake was van een schriftelijke overeenkomst, die later is gewijzigd in een mondelinge overeenkomst. De notaris had moeten (laten) verifiëren of de – klaarblijkelijk – op latere datum gesloten overeenkomst beantwoordde aan de wens van [klager 1] om de aandelen over te dragen op de wijze en tegen de voorwaarden en condities zoals dit op 11 april 2023 is gebeurd. Deze extra voorzichtigheid is niet door de notaris betracht. Tenslotte heeft de notaris een onherroepelijke volmacht opgesteld die in zodanig ruime bewoordingen beschreven was, dat hij de vrijheid had om de aandelen van [klager 2] te leveren aan [A]. De notaris heeft hierbij de vraag of [klager 1] wel voldoende was geïnformeerd en begreep wat de consequenties waren van de aandelenlevering volledig over het hoofd gezien. De notaris was ervan op de hoogte dat [klager 1] volledig op zijn broer vertrouwde en dit had hem aanleiding moeten geven tot het stellen van vragen aan [klager 1] over de voor hem nadelige aandelentransactie. Klagers vragen zich dan ook af hoe de notaris een eventuele mondelinge overeenkomst heeft gecontroleerd en wat de inhoud van deze overeenkomst was. Door het handelen van de notaris zijn de aandelen van klagers aan [A] geleverd zonder dat hiervoor een geldige titel bestond.

3.3 Op het verweer van de notaris zal de kamer hierna, voor zover het verweer van belang is voor de beoordeling, nader ingaan.

4. De beoordeling

4.1 Op grond van artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. De tuchtrechter toetst of hun handelen of nalaten in strijd is met het bepaalde in de Wna en de andere toepasselijke bepalingen. Ook kan de tuchtrechter toetsen of zij voldoende zorg in acht hebben genomen ten opzichte van de (rechts)personen voor wie zij optreden en of zij daarbij hebben gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar behoort te doen.

Klachtonderdeel a: de notaris heeft niet geverifieerd of sprake was van wilsovereenstemming tussen koper en klagers bij de aandelentransactie

4.2 De kamer overweegt dat een notaris op grond van artikel 43 lid 1 Wna voordat hij overgaat tot het passeren van een akte aan de verschijnende personen mededeling moet doen van de zakelijke inhoud daarvan en daarop een toelichting moet geven. Zo nodig wijst hij daarbij ook op de gevolgen die voor partijen of één of meer van hen uit de inhoud van de akte voortvloeien. Hierbij mag van een notaris een actieve rol worden verwacht. Volgens de wetsgeschiedenis van artikel 43 lid 1 Wna (Kamerstukken II 1995-1996, 23706, nr. 6, p. 50) mag een notaris aannemen dat hij op juiste wijze aan zijn voorlichtingsplicht heeft voldaan indien hij ervan overtuigd is dat de verschijnende personen hebben begrepen wat de inhoud van de akte is. Het vervullen van de voorlichtingsplicht behoort volgens vaste rechtspraak tot de essentie van het notariële ambt en dient als integraal onderdeel van het passeren van de akte te worden beschouwd.

4.3 In de toelichting bij deze bepaling wordt bovendien aandacht besteed aan de informatieplicht van de notaris als het gaat om een akte die bij volmacht wordt gepasseerd, zoals de leveringsakte van de aandelen van klagers. In een dergelijk geval doet de notaris er goed aan, voordat hij de akte passeert, partijen schriftelijk (bij toezending van de conceptakte) of mondeling bij een bespreking een toelichting op de akte te geven en hen zo nodig te wijzen op de gevolgen die uit de akte voortvloeien, aldus deze toelichting.

4.4 De notaris stelt dat hij destijds geen enkele aanleiding had om te vermoeden dat de informatieverstrekking aan [klager 1], die grotendeels via [E] verliep, onvoldoende was. De notaris had de intentieovereenkomst van [E] ontvangen en hij mocht er op vertrouwen dat de conceptvolmacht door [E] of [A] aan [klager 1] was verzonden. De notaris heeft de inhoud van de volmacht met [klager 1] besproken, waarna [klager 1] deze ook heeft ondertekend. De notaris heeft zijn inlichtingenplicht afgestemd op wat partijen onderling – via [E] – hadden afgesproken en hij meent dat hij daaraan in voldoende mate uitvoering heeft gegeven. Volgens de notaris was de aandelentransactie niet bijzonder nadelig voor [klager 1], omdat [klager 1] uit het bedrijf wilde stappen en dit was bij de notaris bekend.

4.5 Verder stelt de notaris dat hij de belangen van alle partijen heeft behartigd op een onpartijdige wijze. De notaris had goede grond om te vertrouwen op dat zij op de hoogte waren of werden gesteld door [E], van de verplichtingen die zij aangingen en van de rechtsgevolgen daarvan. [E] trad immers ook op als boekhouder van [klager 1]. Hij onderhield ook in die hoedanigheid contact met het notariskantoor. [klager 1] heeft de notaris telkens de indruk gegeven dat hij alles begreep en dat hij blij was met de gemaakte afspraken.

4.6 De kamer overweegt het volgende.

De inhoud van de leveringsakte is ingegeven door een schriftelijke overeenkomst die later mondeling zou zijn gewijzigd. De gemachtigde van klagers heeft de notaris verzocht om verduidelijking van de gang van zaken rondom het opstellen van de volmacht en de leveringsakte en de notaris schrijft in een e-mail van 12 september 2024 hierover onder meer het volgende.

‘Natuurlijk heeft uw cliënt zelf de notariële volmacht dienaangaande getekend. Daarin staat dat hij volmacht geeft om deze specifieke aandelen te leveren!  

Ik heb hem gewezen op de gevolgen ik kreeg de indruk dat hij het allemaal in vertrouwen heeft getekend en het wel goed vond en prettig vond dat het voor hem geregeld werd en dat hij daar niet teveel zelf over na hoefde te denken.

(…)’

In een later op die dag verzonden e-mail schrijft de notaris onder meer:

En ja, ik denk dat de heer [klager 1] wist wat hij tekende toen hij hier was. Zo ingewikkeld was die akte niet en dat de cijfers zouden kloppen, daar vertrouwde hij wel op.

Daarna is er denk ik dus niet veel contact meer geweest met de heer [klager 1] en heeft mijn collega alleen nog een concept gezonden, waar hij niet op heeft gereageerd.’

4.7 Vaststaat dat [klager 1] geen conceptakte heeft ontvangen van de volmacht. De notaris geeft aan te denken dat [klager 1] wel begreep wat de volmacht inhield. De notaris heeft dit zelf dus niet geverifieerd. Na het tekenen van deze volmacht is er bovendien geen contact meer geweest met [klager 1]. De notaris heeft [klager 1] zelf ook niet gesproken of aangeschreven over de leveringsakte. De akte is gebaseerd op een schriftelijke afspraak die later mondeling zou zijn gewijzigd. Het dossier bevat verder geen nadere gegevens over de exacte invulling van die afspraak.

4.8 De kamer overweegt dat het in deze situatie op de weg van de notaris had gelegen om, voordat hij de leveringsakte passeerde, beide partijen – dus ook klagers – schriftelijk of mondeling bij een bespreking een toelichting op de akte te geven en hen zo nodig te wijzen op de gevolgen die uit de akte voortvloeien. Het staat vast dat de notaris enkel contact heeft onderhouden met [E] en dat hij klagers in dit kader niet heeft gesproken noch heeft aangeschreven. Enige verificatie van de benodigde wilsovereenstemming tussen koper en klagers heeft dus niet plaatsgevonden.

4.9 De kamer overweegt op grond van het voorgaande dat de notaris zijn informatie- en belehrungsplicht heeft geschonden door geen contact op te nemen met klagers. De kamer oordeelt dan ook dat klachtonderdeel a gegrond is.

Klachtonderdeel b: overdracht van de aandelen zonder geldige titel

4.10 De notaris stelt dat hij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op wat [E] hem vertelde en op het feit dat [E] zowel [A] als klagers op de hoogte stelde van de conceptakten en de aandelentransactie. Bovendien ziet de door [klager 1] afgegeven notariële volmacht specifiek op de verkoop van de aandelen die zijn geleverd aan zijn broer.

Alle overige afspraken in het kader van de overdracht van de aandelen en de voorwaarden waaronder die zou geschieden (zoals de koopprijs) zijn door [E] – namens [klager 1]

en [A] – met [F] en de notaris gedeeld. De volmacht van [klager 1] was hiervoor toereikend.

4.11 De kamer overweegt dat vaststaat dat de aandelen zijn geleverd met de volmacht die [klager 1] heeft afgegeven. In deze volmacht staat enkel dat deze wordt afgegeven ten aanzien van het beheer en de verkoop van de aandelen van klagers. De aandelen hadden op grond van deze volmacht dus niet geleverd mogen worden. Hier komt bij dat eerst sprake was van een schriftelijke intentieovereenkomst tussen partijen die later mondeling zou zijn gewijzigd. De notaris heeft in dit kader volledig vertrouwd op wat [E] en [F] met elkaar hebben besproken, zonder hierover zelf te informeren bij partijen.

De kamer komt tot de conclusie dat geen sprake is geweest van een geldige titel voor de overdracht.

4.12 De notaris dient er – conform artikel 14 Verordening beroeps- en gedragsregels – voor zorg te dragen dat de inrichting en organisatie van zijn kantoor voldoen aan de eisen van een goede praktijkuitoefening en dat de kwaliteit van de door hem en zijn medewerkers verrichte diensten optimaal is. De notaris draagt er zorg voor dat hij en zijn medewerkers over de bekwaamheid beschikken die vereist is voor het op het juiste niveau verrichten van de aan hen opgedragen werkzaamheden. De kamer overweegt dat de notaris op grond hiervan verantwoordelijk is voor de door hem ingeschakelde hulppersonen en de door hen gemaakte fouten. Het is de verantwoordelijkheid van de notaris om te verifiëren of sprake was van een geldige titel voor de overdracht van de aandelen, maar de notaris heeft dit hier nagelaten.

4.13 De kamer oordeelt op grond van het voorgaande dat klachtonderdeel b gegrond is.

Klachtonderdeel c: de kamer moet onderzoek doen naar hoe de aandelentransactie zonder geldige titel heeft kunnen plaatsvinden.

4.14 De kamer overweegt dat zij een tuchtrechtelijke instantie is die gehouden is te beoordelen of een notaris al dan niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Indien zulks het geval is kan de kamer een maatregel opleggen zoals genoemd in artikel 103 Wna. Het doen van onderzoek naar hoe een aandelentransactie heeft plaatsgevonden of het geven van een bevel aan de notaris om de mondelinge overeenkomst inzichtelijk te maken vallen dan ook niet onder de wettelijke bevoegdheden van de kamer. De kamer oordeelt klachtonderdeel c daarom niet ontvankelijk. 

Conclusie en maatregel

4.15 De kamer is van oordeel dat de notaris met zijn handelswijze zijn kerntaken als notaris heeft veronachtzaamd. De notaris heeft niet gehandeld zoals een zorgvuldig notaris betaamt. Vooral het blindelings vertrouwen op hulppersonen zonder een en ander zelf te verifiëren waardoor een aandelentransactie zonder geldige titel kon plaatsvinden valt de notaris tuchtrechtelijk zwaar aan te rekenen. De notaris heeft hierbij geen oog gehad voor de positie van klagers, waarvan niet is vast te stellen of zij dusdanig goed op de hoogte waren dat zij de gevolgen van de aandelentransactie voldoende begrepen. De notaris heeft door zo te handelen de belangen van klagers ernstig veronachtzaamd. De kamer zal aan de notaris de maatregel van een berisping opleggen, nu zij dit de enige passende en geboden maatregel vindt.

4.16 Omdat de kamer de klacht gedeeltelijk gegrond verklaart, moet de notaris het door klagers betaalde griffierecht van € 50,00 op grond van artikel 99 lid 5 Wna aan hen vergoeden.

4.17 Omdat de kamer de klacht tegen de notaris gedeeltelijk gegrond verklaart en de notaris tevens een maatregel oplegt, zal de kamer de notaris op grond van artikel 103b lid 1 Wna en de (tijdelijke) richtlijn kostenveroordeling kamers voor het notariaat (Staatscourant 2020, nr. 67893), veroordelen in de kosten van klager, forfaitair vastgesteld op € 50,00 en het gemachtigdensalaris ad 2 punten forfaitair vastgesteld op € 525,00 per punt.

4.18 De kamer bepaalt dat de notaris voornoemde bedragen binnen vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing aan klager moet betalen. Klager moet daarvoor tijdig schriftelijk zijn rekeningnummer aan de notaris door geven.

4.19 Verder ziet de kamer aanleiding om de notaris, op grond van artikel 103b lid 1 Wna jo. de richtlijn kostenveroordeling kamers voor het notariaat 2021 (Staatscourant 2020, nr. 67893), te veroordelen in de kosten die in verband met de behandeling van de zaak door de kamer zijn gemaakt. Deze kosten worden vastgesteld op € 2.000,00 (wegingsfactor 1). De kamer bepaalt dat deze kosten binnen vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing aan de kamer moeten worden betaald. De notaris ontvangt hiervoor nota van het LDCR te Utrecht.

5. De beslissing

De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden

- verklaart de klacht deels gegrond;

- verklaart de klacht deels niet ontvankelijk;

- legt de notaris de maatregel van berisping op;

- veroordeelt de notaris tot betaling aan klager van € 50,00 griffierecht en € 1.100,00 aan andere kosten, op de wijze en binnen de termijn als onder 4.18 bepaald;

- veroordeelt de notaris tot betaling van € 2.000,00 in de kosten van behandeling van de klacht door de kamer, op de wijze en binnen de termijn als onder 4.19 bepaald.

Deze beslissing is gegeven door mrs. I.C.J.I.M. van Dorp, voorzitter, M.J.C. van Leeuwen, M.M.M. Oors, C. Zijerveld en V. Oostra, leden, en in tegenwoordigheid van mr. E.W.A. Nabbe, secretaris, door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026.

De secretaris

 

De voorzitter

     
 

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.