ECLI:NL:TGZRAMS:2026:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8691
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2026:122 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 26-05-2026 |
| Datum publicatie: | 26-05-2026 |
| Zaaknummer(s): | A2025/8691 |
| Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
| Beslissingen: |
|
| Inhoudsindicatie: | Klaagster is deels kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht en de klacht is voor het overige kennelijk ongegrond. Klaagster vindt dat de behandelend psychiater van haar ex-partner door ernstig en herhaaldelijk onprofessioneel handelen haar veiligheid en welzijn en dat van haar 6-jarige dochter in gevaar heeft gebracht. Voor zover klaagster klaagt over handelingen in het kader van de behandeling van haar ex-partner, is zij niet-ontvankelijk. In de klachtonderdelen over het handelen van de psychiater jegens klaagster als naaste, is zij wel ontvankelijk. Die klachtonderdelen verklaart het college kennelijk ongegrond.Zie ook: A2025/8994 (verweerder in hoedanigheid van psychotherapeut). |
A2025/8691
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 26 mei 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B, klaagster,
tegen
C,
psychiater,
werkzaam in B,
verweerder, hierna ook: de psychiater, gemachtigde: mr. E.A. Kadijk, werkzaam te
Utrecht.
1. Waar gaat de zaak over?
1.1 Klaagster heeft een klacht ingediend tegen de behandelend psychiater van haar
ex-partner
(hierna: patiënt). Zij meent dat de psychiater door ernstig en herhaaldelijk onprofessioneel
handelen haar veiligheid en welzijn en dat van haar 6-jarige dochter in gevaar heeft
gebracht.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat klaagster deels kennelijk niet-ontvankelijk
is en dat de
klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet
nodig is om nog
vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond
kan worden
verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna
licht het college
de beslissing toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 1 juli 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, met als bijlage de pleitnota
van klaagster
en aanvullende stukken, gehouden op 10 december 2025;
- de brief van de gemachtigde van de psychiater van 12 januari 2026, binnengekomen
op 13 januari
2026, met als bijlage WhatsAppverkeer tussen de psychiater en klaagster.
2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de
zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 Patiënt is in 2022 bij de psychiater onder behandeling gekomen. Klaagster
en patiënt hadden
voor november dat jaar een camperreis naar D gepland, waarbij zij hun minderjarige
dochter zouden
meenemen. Ondanks hun relatieproblemen besloten zij de reis te laten doorgaan. De
psychiater heeft
in verband hiermee drie systeemgesprekken met hen gevoerd en daarin onder meer de
onderliggende
patronen binnen hun huwelijk besproken en hen praktische adviezen gegeven voor het
hanteren van
eventueel oplopende spanningen. In verband met spanningen hebben klaagster en patiënt
tijdens de
reis een aantal maal contact met de psychiater gezocht.
3.2 Na terugkeer van de reis, eind januari 2023, heeft de psychiater de behandeling
van patiënt
weer vervolgd. In april 2023 vertelde patiënt dat klaagster het huwelijk wilde beëindigen
en dat er
een conflict was ontstaan over de omgangsregeling met hun dochter. Op verzoek van
patiënt heeft de
psychiater op 14 mei 2023 schriftelijk informatie aan diens advocaat verstrekt.
In juni 2023 heeft
de psychiater op verzoek van Veilig Thuis informatie verstrekt over de behandeling
van patiënt en
deels over klaagster.
3.3 De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft naar aanleiding van
beschuldigingen
van klaagster over patiënt een onderzoek ingesteld en de psychiater op 14 april
2025 om informatie
verzocht, waaraan de psychiater op 25 april 2025 voldeed. Klaagster heeft op 12
juni 2025 contact
met de psychiater opgenomen. Zij had zijn informatie aan de Raad gezien en kon zich
daarin niet
vinden. De psychiater heeft diezelfde dag een gecorrigeerde versie van zijn brief,
onder intrekking
van zijn eerdere brief, aan de Raad gestuurd.
4. De klacht en de reactie van de psychiater
4.1 Klaagster verwijt de psychiater dat hij:
a) niet zorgvuldig, objectief en onafhankelijk verklaringen heeft opgesteld die
in gerechtelijke
procedures worden gebruikt;
b) heeft gehandeld zonder professionele distantie, dit is ten koste gegaan van de
veiligheid van de
dochter van klaagster en de veiligheid van haarzelf
c) diagnostische beoordelingen (borderline, narcistische persoonlijkheidsstoornis)
van andere
erkende instellingen (E) heeft ondermijnd;
d) de veiligheid van de dochter van klaagster en van klaagster niet heeft gewaarborgd,
dit ondanks
directe signalen van onveiligheid.
4.2 De psychiater heeft het college verzocht klaagster niet-ontvankelijk te verklaren
en de
klacht dus niet inhoudelijk te behandelen. Voor het geval het college de klacht
wel inhoudelijk
gaat beoordelen, heeft de psychiater het college verzocht de klacht ongegrond te
verklaren.
4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
Ontvankelijkheid
5.1 De psychiater heeft naar voren gebracht dat klaagster niet-ontvankelijk is
in de klacht,
omdat er geen behandelrelatie bestond tussen de psychiater en klaagster. Het college
komt tot het
oordeel dat klaagster in de klachtonderdelen b en c kennelijk niet-ontvankelijk
is. In de overige
klachtonderdelen is zij wel ontvankelijk.
5.2 De psychiater is op grond van artikel 47 eerste lid 1 aanhef en onder a van
de Wet op de
beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) onderworpen aan tuchtrechtspraak
ten aanzien
van enig handelen in strijd met de zorg die hij in zijn hoedanigheid van beroepsbeoefenaar
behoort
te betrachten ten opzichte van:
1° degene, met betrekking tot wiens gezondheidstoestand hij bijstand verleent of
zijn bijstand is ingeroepen;
2° (…)
3° de naaste betrekkingen van de onder 1° en 2° bedoelde personen.
5.3 Ten tijde van de verweten gedragingen was klaagster als de partner van patiënt
een naaste
betrekking. De klachtonderdelen b en c hebben beide betrekking op handelingen in
het kader van de
medische behandeling van patiënt en niet op handelen jegens klaagster als naaste
betrekking. Ten
aanzien van die klachtonderdelen kan klaagster daarom niet worden ontvangen in haar
klacht.
5.4 De klachtonderdelen a en d hebben betrekking op het handelen van de psychiater
jegens
klaagster als naaste. Zij is in die klachtonderdelen ontvankelijk.
5.5 Het college zal de klachtonderdelen a en d daarom verder inhoudelijk bespreken.
Welke criteria gelden bij de beoordeling van de overige klachtonderdelen?
5.6 De vraag is of de psychiater de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De
norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende psychiater. Bij de
beoordeling wordt
rekening gehouden met de voor de psychiater geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd
genoeg voor een
tuchtrechtelijk verwijt.
5.7 Het college oordeelt dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Klachtonderdeel a: niet zorgvuldig, niet objectief en niet onafhankelijk opstellen
van verklaringen
die gebruikt worden in gerechtelijke procedures
5.8 Dit klachtonderdeel ziet op de verklaringen die de psychiater heeft opgesteld
voor de
advocaat van patiënt, Veilig Thuis en de eerste en herstelde brief aan de Raad.
5.9 In de eerste brief aan de Raad heeft de psychiater uitspraken gedaan die als
niet volledig
zakelijk kunnen worden aangemerkt. Na de reactie van klaagster daarop heeft de psychiater
deze
brief direct ingetrokken en een herstelde brief ervoor in de plaats gesteld, waarin
deze uitspraken
zorgvuldig zijn verwijderd. Het college is, gelet op deze gang van zaken, van oordeel
dat hem van
de eerste brief geen tuchtrechtelijk verwijt te maken is.
5.10 Uit de aan het college beschikbaar gestelde informatie blijkt voor het overige
niet dat de
verklaringen van de psychiater onjuist of onzorgvuldig zijn.
Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Klachtonderdeel d: het niet waarborgen van de veiligheid van klaagster en haar dochter
5.11 Voor zover klaagster hiermee doelt op de veiligheid in zijn algemeenheid en
angst voor
patiënt, merkt het college op dat niet duidelijk is geworden hoe het medisch handelen
van de
psychiater van invloed is geweest op het gevoel van onveiligheid. Voor zover het
klachtonderdeel
specifiek ziet op een onveilig gevoel tijdens de vakantiereis in D, merkt het college
het volgende
op. Uit de overgelegde berichten blijkt dat de psychiater zich heeft ingespannen
om escalaties te
voorkomen. Dit heeft hij gedaan door daaraan voorafgaand gesprekken met hen te hebben
over
onderliggende patronen in de relatie en hen praktische adviezen te geven over het
omgaan met
onverwacht oplopende spanningen. Ook tijdens de betreffende reis is hij voor hen
beschikbaar
geweest en heeft hij ondersteuning via videobellen aangeboden. Niet is gebleken
dat hij
onzorgvuldig of onprofessioneel heeft gehandeld. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Slotsom
5.12 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat klaagster niet-ontvankelijk is in de
klachtonderdelen
b en c en dat klachtonderdelen a en d ongegrond zijn.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk wat betreft klachtonderdelen
b en c;
- verklaart de klacht voor het overige kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 26 mei 2026 door J.F. Aalders, voorzitter, H.J. de Boer
en H.J.
Kolthof, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door Y.M.C. Bouman, secretaris.