ECLI:NL:TGZCTG:2026:110 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2944

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2026:110
Datum uitspraak: 01-06-2026
Datum publicatie: 01-06-2026
Zaaknummer(s): C2025/2944
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: .

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2944 van:


A.,
wonende in B.,
appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager,

tegen

C.,
destijds gz-psycholoog,
destijds werkzaam als waarnemend directeur van D.,
verweerder in beide instanties, 
hierna: de gz-psycholoog,
gemachtigde: mr. A.W. Hielkema, werkzaam te Utrecht.


1.    Kern van de zaak
1.1    Klager verbleef in 2015 in het D. (hierna: D.). Hij verwijt de 
gz-psycholoog dat hij in zijn hoedanigheid van waarnemend directeur van het D. de dagrapportages die tijdens het verblijf van klager in de inrichting door de groepsleiders van de groepsobservatie zijn opgemaakt ten onrechte heeft laten vernietigen.  

1.2    De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de ongegrondverklaring van de klacht en verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

2.    Verloop van de procedure
2.1    Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle van 11 juli 2025, met nummer Z2025/8332 (ECLI:NL:TGZRZWO:2025:82). De beslissing van de voorzitter is als bijlage toegevoegd aan deze beslissing.

2.2    Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van het procesdossier van eerste aanleg, het beroepschrift, het verweerschrift en een aanvullend stuk van klager.

2.3    De zaak is op de zitting van 13 april 2026 behandeld. Klager en de gz-psycholoog waren beiden aanwezig. De gz-psycholoog werd bijgestaan door zijn gemachtigde mr. A.W. Hielkema. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van het college beantwoord. De spreekaantekeningen van klager en van de gemachtigde van de gz-psycholoog zijn aan het dossier toegevoegd.    

3.    Feiten
3.1    Het Centraal Tuchtcollege gaat uit van de volgende feiten.

3.2    Klager is van 21 april 2015 tot 2 juni 2015 opgenomen geweest in het D. en is daar onderzocht.

3.3    De gz-psycholoog was indertijd waarnemend directeur van het D.
3.4    Onderdeel van elk onderzoek in het D. is dat alle gedragingen van degenen die onderzocht worden, worden geobserveerd door medewerkers van de groepsobservatie. Deze observaties worden dagelijks door de groepsleiding gerapporteerd in de zogenoemde dagrapportages. Per observandus maakt een groepsleider het eindobservatieverslag over de observandus en dit eindverslag wordt beschikbaar gesteld aan de benoemde deskundigen.

3.5     Klager heeft in 2018 verzocht om kopieën van alle dagrapportages die tijdens zijn verblijf in het D. in 2015 door de groepsleiders van de groepsobservatie zijn opgemaakt. Deze dagrapportages zijn na het verblijf van klager in het D. echter vernietigd, waardoor die niet aan klager verstrekt konden worden.   

4.    Beoordeling van het beroep
Waar gaat het in beroep over
4.1    Klager verwijt de gz-psycholoog dat de dagrapportages onder zijn verantwoordelijkheid ten onrechte zijn vernietigd.  

4.2    Klager is het niet eens met de beslissing van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege. Hij vraagt het Centraal Tuchtcollege om de klacht alsnog gegrond te verklaren en de 
gz-psycholoog een passende maatregel op te leggen. 

4.3    De gz-psycholoog heeft in beroep gemotiveerd verweer gevoerd. Hij vraagt het Centraal Tuchtcollege het beroep te verwerpen. 

4.4     Dit betekent dat de oorspronkelijke klacht in volle omvang ter beoordeling van het Centraal Tuchtcollege voorligt.

de ontvankelijkheid van klager in de klacht
4.5    Het verwijt van klager richt tegen het handelen van de gz-psycholoog in zijn rol van bestuurder. In beroep zijn partijen het erover eens dat het verweten handelen valt onder de zogenoemde tweede tuchtnorm, neergelegd in artikel 47, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg en dat klager ontvankelijk is in de klacht. Het Centraal Tuchtcollege kan zich hier in vinden.

Inhoudelijke beoordeling
4.6    Het Centraal Tuchtcollege stelt voorop dat niet ter discussie staat dat de groepsleiders van het D. klager gedurende zijn verblijf observeerden, dat zij hun observaties vastlegden in dagrapportages en dat deze na afloop van het verblijf van klager in het D. op basis van het destijds geldende beleid onder verantwoordelijkheid van de gz-psycholoog zijn vernietigd. De vraag die het college moet beantwoorden, is of deze handelwijze in strijd is met de dossierplicht zoals die vermeld is in artikel 7:454 BW.
 
4.7    Klager heeft naar voren gebracht dat de groepsleiding binnen het D. deel uitmaakt van het multidisciplinair onderzoeksteam van de benoemde deskundigen. De door hen opgemaakte dagrapportages behoren volgens hem tot de bij de observatie verzamelde gegevens van de onderzochte die deel uitmaken van het medisch dossier. De door de groepsleiders opgemaakte dagrapportages zijn immers dienstig aan de kerntaak van de groepsleiding, namelijk het door middel van participerende observatie onderzoeken van de onderzochte. Klager wijst er daarbij op dat tijdens zijn verblijf in het D. observatieplannen en observatiedoelen werden opgesteld en dat volgens een vast stramien minimaal drie observatieplanbesprekingen plaatsvonden. De groepsleiders namen in hun hoedanigheid van lid van het onderzoeksteam deel aan deze besprekingen, waarin de observaties van het onderzoeksteam aan elkaar werden teruggekoppeld. De benoemde deskundigen werden derhalve gedurende verschillende fasen van het onderzoek geïnformeerd over de (algemene) inhoud van de dagrapportages, en droegen bij aan de richting hiervan, aldus klager. Dit betekent in zijn ogen dat de dagrapportages twintig jaar bewaard moeten worden.  
4.8    De gz-psycholoog heeft naar voren gebracht dat de dagrapportages niet aan het multidisciplinair onderzoeksteam worden verstrekt en daarmee geen onderdeel zijn van het onderzoeksdossier. De hiervoor bedoelde bewaarplicht is hier dan ook niet van toepassing, aldus de gz-psycholoog. Van zijn zijde is tijdens de zitting verklaard dat de dagrapportages primair zijn bedoeld als middel voor informatieoverdracht aan de collega-groepsleiders. Daarin worden veelal praktische zaken genoteerd, met het oog op een goed verloop van de gang van zaken op de groep. Daarbij moet volgens de gz-psycholoog bijvoorbeeld worden gedacht aan informatie over de vraag wie die dag mag telefoneren. Ook worden in de dagrapportages zaken genoteerd ten behoeve van de orde en de veiligheid op de afdeling. Daarnaast bevatten de rapportages observaties over het gedrag van de observandus gedurende de dag. De dagrapportages maken dus geen deel uit van het medisch dossier, aldus nog steeds de gz-psycholoog.

4.9    Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat het onderzoek Pro Justitia wordt uitgevoerd in een multidisciplinair team. Het onderzoeksteam bestaat onder meer uit de benoemde deskundigen, te weten een psychiater en een psycholoog, die na afronding van het onderzoek de pro Justitia-rapportage(s) opstellen. Ook maakt een rapporterend groepsleider deel uit van het onderzoeksteam. De groepsleiders hebben een tweeledige functie in het onderzoek. Zij houden de groep waar de verdachte op verblijft van dag tot dag draaiende en zijn daarnaast onderdeel van het onderzoeksteam. Zij doen onderzoek door middel van participerende observatie en nemen deel aan het groepsproces. Door de groepsleiders wordt dagelijks gerapporteerd in de zogenoemde dagrapportages. Per onderzochte persoon maakt één groepsleider het eindobservatieverslag over de onderzochte. De benoemde deskundigen krijgen ten behoeve van hun rapport(en) alleen de beschikking over het eindobservatieverslag van de rapporterende groepsleider. Zij ontvangen geen kopieën van de dagrapportages. Zoals ook het Regionaal Tuchtcollege heeft opgemerkt, liggen deze dagrapportages niet rechtstreeks ten grondslag aan de door de genoemde deskundigen opgemaakte rapportages. De dagrapportages bevatten gegevens waarvan het beheer en de bewaartermijn zijn vastgelegd in de Penitentiaire Maatregel. 

4.10    Het Centraal Tuchtcollege sluit dus aan bij de beslissing en de daaraan ten grondslag liggende onderbouwing van het Regionaal Tuchtcollege en neemt deze over. Dit betekent dat het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is dat de dagrapportages na het ontslag van klager uit het D.  vernietigd zijn. 

Conclusie 
4.11    De conclusie is dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht terecht ongegrond heeft verklaard. Het Centraal Tuchtcollege zal daarom het beroep van klager tegen deze beslissing verwerpen. 

Publicatie
4.12    Om redenen ontleend aan het algemeen belang zal het Centraal Tuchtcollege bepalen dat onderhavige beslissing op na te noemen wijze wordt bekend gemaakt.

5.    Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

verwerpt het beroep;

bepaalt dat deze beslissing op de voet van artikel 71 Wet BIG zal worden bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant, en zal worden aan-geboden aan het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie  en Medisch Contact en opnemen welke tijdschriften met het verzoek tot plaatsing.

Deze beslissing is genomen door Z.J. Oosting, voorzitter, 
M.W. Zandbergen en H.K.N. Vos, leden-juristen, en A. de Keijser en M. Verkade, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door E.D. Boer, secretaris.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juni 2026.
Voorzitter  w.g.         Secretaris  w.g.