We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TGZRZWO:2026:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9178

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2026:80
Datum uitspraak: 29-05-2026
Datum publicatie: 29-05-2026
Zaaknummer(s): Z2025/9178
Onderwerp: Grensoverschrijdend gedrag
Beslissingen: Ontzegging van het recht wederom in het register te worden opgenomen
Inhoudsindicatie: Klacht tegen een fysiotherapeut gegrond. De klacht gaat over seksueel grensoverschrijdend gedrag. De inspectie verwijt de fysiotherapeut dat hij de professionele grenzen heeft overschreden door seksuele handelingen te verrichten bij meerdere (jonge) patiënten gedurende de behandelrelatie. De fysiotherapeut is strafrechtelijk veroordeeld en heeft zich uit het BIG-register laten schrijven. Hij heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de klacht. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en ontzegt de fysiotherapeut het recht om weer in het BIG-register te worden ingeschreven. Ook wordt de fysiotherapeut met onmiddellijke ingang een algemeen beroepsverbod in de individuele gezondheidszorg opgelegd.  


REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

ZWOLLE

Beslissing van 29 mei 2026 op de klacht van:

Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ),

kantoorhoudende in Utrecht,

klaagster,

gemachtigden: drs. A. Wijma (senior inspecteur) en mr. Q.J.M.A. Amelink (senior juridisch adviseur),
hierna ook: de inspectie,

tegen

A,

fysiotherapeut,

destijds werkzaam in B,

verweerder, hierna ook: de fysiotherapeut.
 

1. De zaak in het kort
 

1.1     De klacht gaat over seksueel grensoverschrijdend gedrag. De inspectie verwijt de fysiotherapeut dat hij de professionele grenzen heeft overschreden door seksuele handelingen te verrichten bij meerdere (jonge) patiënten gedurende de behandelrelatie. De fysiotherapeut is strafrechtelijk veroordeeld en heeft zich uit het BIG-register laten schrijven. Hij heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de klacht.
 

1.2     Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en ontzegt de fysiotherapeut het recht om weer in het BIG-register te worden ingeschreven. Ook wordt de fysiotherapeut met onmiddellijke ingang een algemeen beroepsverbod in de individuele gezondheidszorg opgelegd. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.
 

2. De procedure
 

2.1     Het college heeft de volgende stukken ontvangen:

  • het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 29 oktober 2025;
  • het verzoek inlichtingen en verweer aan verweerder d.d. 13 november 2025, naar zijn verblijfplaats in C;
  • de herinnering verzoek verweerschrift van 23 december 2025 aan verweerder;
  • het laatste verzoek verweerschrift aan verweerder van 23 januari 2026;
  • nogmaals het laatste verzoek verweerschrift aan verweerder, nu naar zijn verblijfplaats in D d.d. 2 februari 2026
     

2.2     De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.
 

2.3     De zaak is behandeld op de openbare zitting van 17 april 2026. De inspectie is verschenen. Verweerder was afwezig zonder bericht van verhindering. De inspectie heeft haar standpunten mondeling toegelicht.
 

3. Wat is er gebeurd?
 

3.1     De fysiotherapeut was sinds 2013 ingeschreven als fysiotherapeut in het BIG-register. Na een anonieme melding over een lopend strafrechtelijk onderzoek vanwege seksueel grensoverschrijdend gedrag, werd de fysiotherapeut door zijn werkgever in maart 2023 op non-actief gesteld. Uit de melding bleek dat er door patiënten bij een eerdere werkgever aangifte was gedaan van seksuele handelingen tijdens de behandeling van de fysiotherapeut tussen maart 2017 en augustus 2018. De instelling waar de fysiotherapeut op dat moment werkte heeft toen een persbericht naar buiten gebracht met verwijzing naar een meldpunt. Dit meldpunt ontving vervolgens meerdere meldingen van (voormalig) patiënten over seksueel grensoverschrijdend gedrag door de fysiotherapeut in de periode van januari 2017 tot en met maart 2023. Die patiënten hebben ook aangifte gedaan bij de politie. Dit leidde tot meerdere strafrechtelijke onderzoeken vanaf 2021 tot en met 2023.
 

3.2     In de meeste gevallen ging het in eerste instantie om het (zonder medische noodzaak) betasten van billen, schaamstreek, borsten en vagina. Met een aantal patiënten had de fysiotherapeut seks in zijn behandelkamer of bij hen thuis. In twee afzonderlijke procedures is de fysiotherapeut strafrechtelijk veroordeeld voor ontuchtige handelingen met in totaal zes vrouwelijke patiënten, waarvan één destijds minderjarig was. De fysiotherapeut zit op dit moment de hiervoor opgelegde gevangenisstraf uit. Daarnaast kreeg hij een beroepsverbod van vijf jaar die geldt ten aanzien van één-op-één behandelingen met vrouwen.

3.3     De inspectie stelde in april 2023 een onderzoek in en sprak met een deel van de

patiënten. Deze patiënten verklaarden gedetailleerd hoe de behandelingen met de fysiotherapeut waren verlopen. Drie van de zes patiënten gingen niet in op het aanbod van de inspectie om in gesprek te gaan. In juni 2024 sprak de inspectie met de fysiotherapeut. Het inspectieonderzoek werd afgerond in de zomer van 2025.

4. De klacht en de reactie van de fysiotherapeut
 

4.1     De inspectie verwijt de fysiotherapeut dat er sprake is geweest van seksueel grensoverschrijdend gedrag door hem jegens zes patiënten gedurende hun behandelrelatie, en dat hij daarmee gehandeld heeft in strijd met hetgeen verwacht mag worden van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsbeoefenaar. De inspectie verzoekt het college om een ontzegging van het recht om wederom in het BIG-register te worden ingeschreven evenals een beroepsverbod met onmiddellijke ingang en publicatie op te leggen.
 

4.2     De fysiotherapeut heeft geen reactie gegeven op de klacht, ondanks meerdere verzoeken daartoe.
Tijdens het onderzoek van de inspectie verklaarde de fysiotherapeut dat hij zich niet herkent in de verklaringen van patiënten en dat hij geen geslachtsgemeenschap met hen heeft gehad. In het gesprek met de inspectie op 17 juni 2024 verklaarde hij dat hij heeft geleerd van de gebeurtenissen en dat hij inschattingsfouten heeft gemaakt. Ook gaf hij aan dat hij zijn grenzen niet genoeg heeft bewaakt en zich professioneler had moeten opstellen. Op dat moment kreeg de fysiotherapeut geen psychologische hulp maar hij vindt wel dat hij dat nodig heeft omdat alles veel impact op hem heeft gehad.
 

4.3     Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college


De criteria voor de beoordeling

5.1     De vraag is of de fysiotherapeut de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende fysiotherapeut. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Het college is, ondanks de uitschrijving uit het BIG-register van de fysiotherapeut, bevoegd de klacht te beoordelen omdat de fysiotherapeut ten tijde van het handelen waarop de klacht betrekking heeft nog wel was ingeschreven in het BIG-register (artikel 47, lid 4, Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg).

5.2     Binnen een behandelrelatie bevindt de patiënt zich in een afhankelijke positie ten opzichte van de zorgverlener. Daarom mag van een intieme relatie tussen beiden geen sprake zijn. In deze zaak waren een aantal patiënten ook nog extra kwetsbaar vanwege hun jonge leeftijd, lage intelligentieprofiel dan wel belaste voorgeschiedenis/verleden. Het college constateert dat er sprake is van een patroon in het handelen van de fysiotherapeut waarin hij herhaaldelijk de grenzen van het toelaatbare opzoekt en daar vervolgens overheen gaat. Het is aan de zorgverlener om de grenzen van de behandelrelatie te bewaken. Dit uitgangspunt vloeit voort uit artikel 7:453 Burgerlijk Wetboek (goed hulpverlenerschap). Voor fysiotherapeuten is deze norm verder uitgewerkt in de ’’Beroepsethieken Gedragsregels voor de Fysiotherapeut’’ uit 2012, later vervangen door de ’’Beroepscode voor de Fysiotherapeut’’ van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie in 2019 (hierna: de beroepscode). In de beroepscode is onder meer opgenomen dat de fysiotherapeut niet verder doordringt in de persoonlijke levenssfeer van de patiënt dan noodzakelijk is voor de beantwoording van de hulpvraag en de behandeling. Ook is daarin opgenomen dat de fysiotherapeut zich onthoudt van verbale en fysieke intimiteiten. In de beroepscode is ook opgenomen dat een fysiotherapeut die vermoedt dat bij de patiënt affectieve of seksuele gevoelens een rol spelen, de patiënt er tactvol op dient te attenderen dat deze gevoelens niet kunnen worden beantwoord. In dat geval wordt het noodzakelijk geacht de behandeling over te dragen. Vergelijkbare regels waren opgenomen in de in 2012 opgestelde “Beroepsethiek en Gedragsregels voor de Fysiotherapeut”. Daarnaast waren ten tijde van de behandelrelaties toepasselijke beroepsnormen opgenomen in de brochure van de IGJ “Het mag niet, het mag nooit: seksueel grensoverschrijdend gedrag” uit 2016 (hierna vernieuwd in 2023).

5.3     Uit de onherroepelijke strafrechtelijke uitspraken blijkt dat de fysiotherapeut is veroordeeld vanwege het plegen van ontuchtige handelingen met in totaal zes patiënten. De fysiotherapeut is veroordeeld tot een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf en een beroepsverbod voor de duur van vijf jaren. Tegen deze achtergrond is het college van oordeel dat de aan de fysiotherapeut verweten gedragingen jegens de zes patiënten, zoals door de inspectie gesteld, vaststaan.

Slotsom
5.4     Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht gegrond is.

Maatregel
5.5     Nu de klacht gegrond is moet het college oordelen welke maatregel in deze
omstandigheden en gelet op de aard en de ernst van het handelen passend is. Dat de fysiotherapeut zich in deze zaak op eigen initiatief heeft uitgeschreven uit het BIG-register, verhindert namelijk niet dat alsnog een maatregel kan worden opgelegd. De fysiotherapeut heeft door zijn handelen misbruik gemaakt van patiënten, die zich in een kwetsbare positie bevonden. Ook heeft hij het vertrouwen van de beroepsgroep en in de individuele gezondheidszorg ernstig geschaad. Omdat sprake is van ernstig grensoverschrijdend gedrag gedurende langere tijd, en de fysiotherapeut met zijn handelen is doorgegaan zelfs nadat hij in juni 2021 door de politie was gehoord in het kader van het eerste strafrechtelijke onderzoek, is het college van oordeel dat de maatregel van een verbod op herinschrijving in het BIG-register op zijn plaats is. Het enkele gegeven dat de fysiotherapeut nu niet in het BIG-register staat ingeschreven, biedt namelijk geen bescherming voor het geval de fysiotherapeut in de toekomst toch weer in de zorg zou gaan werken.

5.6     Het belang van de bescherming van de patiëntveiligheid maakt het voorts noodzakelijk dat de fysiotherapeut met onmiddellijke ingang niet meer in de individuele gezondheidszorg kan werken. Dit vanwege de omstandigheid dat bij werk binnen de individuele gezondheidszorg het aangaan van contact met (vrouwelijke) patiënten nooit is uit te sluiten. Het college heeft bovendien onvoldoende zekerheid dat met de maatregel van een verbod op herinschrijving het risico op herhaling voldoende is weggenomen. Zo heeft de fysiotherapeut zich niet open en toetsbaar opgesteld in deze tuchtprocedure en heeft de verklaring van de fysiotherapeut tijdens het inspectieonderzoek er weinig blijk van gegeven dat hij zich bewust is van de ernstige gevolgen van zijn handelen voor de veiligheid van patiënten, of dat hij in staat is om te reflecteren op het gebeurde. Daarom zal het college aan de fysiotherapeut een algeheel beroepsverbod opleggen als bedoeld in artikel 48, tweede lid, van de Wet BIG. Om te voorkomen dat er tot aan het onherroepelijk worden van deze beslissing voor de fysiotherapeut geen wettelijke belemmeringen zijn om als zorgverlener in de individuele gezondheidszorg te werken, zal het college bepalen dat deze maatregel (het beroepsverbod) onmiddellijk van kracht wordt (artikel 48, lid 8, Wet BIG).

5.7     Bij het bepalen van de op te leggen maatregelen heeft het tuchtcollege in aanmerking genomen dat verweerder reeds strafrechtelijk is veroordeeld op basis van hetzelfde feitencomplex. De onderhavige maatregelen vinden echter hun grondslag in de Wet BIG en strekken tot bescherming van de kwaliteit en veiligheid van de beroepsuitoefening, en dienen daarmee een ander doel dan strafrechtelijke sancties. Gelet op dit specifieke, op de beroepsuitoefening gerichte doel, alsook de ernst en aard van de gedraging, acht het tuchtcollege de maatregelen in dit geval proportioneel.

Publicatie
5.8     In het algemeen belang zal deze beslissing zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens worden gepubliceerd.

6. De beslissing

Het college:

  • verklaart de klacht gegrond;
  • ontzegt de fysiotherapeut het recht om weer in het BIG-register te worden ingeschreven;
  • legt aan de fysiotherapeut de beperking op dat hij in geen enkele functie of activiteit op het gebied van de individuele gezondheidszorg beroepsmatig mag handelen en bepaalt dat dit beroepsverbod onmiddellijk van kracht wordt;
  • bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt.

Deze beslissing is gegeven door P.E.M. Messer-Dinnissen, voorzitter, M. Mostert, lid-jurist, W. Langoor, K.C. van Beek en J.M. Uijen, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door

M.C. Sijtsema, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026.

secretaris                                                                                           voorzitter


 

Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

  1. Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
  • het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
  • als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
  • het college kennelijk onbevoegd is, of
  • voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
     

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

  1. Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
  1. Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.


U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.
 

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.