ECLI:NL:TGZRAMS:2026:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9218

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:125
Datum uitspraak: 26-05-2026
Datum publicatie: 28-05-2026
Zaaknummer(s): A2025/9218
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Bij klaagster is voor de tweede keer een zwelling in de borst ontdekt. Klaagster verwijt de chirurg dat zij een onnodige en overbodige medische interventie heeft verricht, en dat er een operatie zou zijn gepland. Er lijkt hier sprake te zijn van een misverstand, de chirurgische opties moesten nog verkend en besproken worden. Een gesprek hierover stond gepland, geen operatie. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Voorzittersbeslissing van 26 mei 2026 naar aanleiding van de klacht van:

A,

wonende te B,

klaagster,

tegen

C,

chirurg,

werkzaam te D,

verweerster,

gemachtigde: mr. D. Benamari, werkzaam te Utrecht.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 13 november 2025;
  • het aanvullende klaagschrift, ontvangen op 23 december 2025
  • de aanvullende bijlagen behorend bij de klacht, ontvangen op 3 februari 2025;
  • het verweerschrift met de bijlage;
  • het aanvullende verweerschrift met de bijlagen;
  • het proces-verbaal van het op 9 april 2026 gehouden mondelinge vooronderzoek.

2. Wat is er gebeurd?

1. Klaagster is begin juli 2025 door de internist-oncoloog naar de chirurg (verweerster) verwezen in verband met een nieuw ontdekte zwelling in de linkerborst van klaagster. Klaagster had in 2014 al eerder borstkanker en kreeg hiervoor medicatie. Op 3 juli 2025 hebben klaagster en de chirurg elkaar gezien tijdens een poliklinisch consult. Er is besproken welke behandelmogelijkheden er waren, te weten een borstsparende operatie of een borstamputatie. Die dag zijn er na het consult ook een echo door de radioloog en een biopt afgenomen. Er werd een afspraak gemaakt voor 9 juli 2025 om de verdere behandeling te bespreken.

2. Op het consult van 9 juli 2025 is klaagster niet verschenen. Na telefonisch overleg door verweerster met de huisarts van klaagster is gebleken dat klaagster in de veronderstelling was dat zij op 9 juli 2025 aan de zwellingen in de borst zou worden geopereerd. Zij heeft hierover ook een klacht bij de klachtencommissie van het ziekenhuis ingediend.

3. In de klacht aan het Tuchtcollege staat beschreven dat klaagster erover klaagt dat de chirurg een onnodige en overbodige medische interventie heeft verricht, en dat er op 9 juli 2025 een reeds vastgestelde operatie gepland stond waarbij de borst geamputeerd zou worden. Verweerster benadrukt dat er geen operatie is opgelegd en dat er geen chirurgische ingreep heeft plaatsgevonden.

3. De overwegingen

3.1       De voorzitter is van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet inhoudelijk behoeft te worden besproken. Voor die beslissing is het volgende van belang.

3.2       Het is de voorzitter duidelijk geworden dat er bij klaagster geen chirurgische ingreep heeft plaatsgevonden. Er was nog geen behandeling gestart, klaagster was enkel bij verweerster geweest in het kader van het onderzoeken naar de behandelingmogelijkheden. Er zijn aanvullende onderzoeken verricht teneinde het behandelplan te bepalen, maar er zijn geen ingrepen verricht. Dat een chirurgische ingreep (een borstsparende operatie of borstamputatie) één van de mogelijkheden was van het behandelplan klopt, maar dat stond nog niet vast. De chirurgische opties moesten nog verkend en besproken worden. Dat gesprek stond aldus gepland op 9 juli 2025.

3.3       Er lijkt hier sprake te zijn van een misverstand. Uit het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek is gebleken dat dit daar niet is kunnen worden uitgezocht, omdat klaagster vroegtijdig is vertrokken toen bleek dat de persoon die zij had meegenomen als toehoorder (niet zijnde een gemachtigde) niet namens haar het woord mocht voeren. Het mondelinge vooronderzoek is bij uitstek de gelegenheid om de klacht toe te lichten en om op het verweerschrift te reageren. Ook kunnen er misverstanden de lucht uit worden geholpen en kan worden onderzocht of partijen nader tot elkaar kunnen komen. Het is spijtig dat er tijdens het mondelinge voorondrzoek geen gesprek plaats heeft kunnen vinden.

3.4       De voorzitter concludeert dat niet kan worden vastgesteld dat de chirurg een onnodige en overbodige medische interventie heeft verricht, ook niet dat een operatie voor 9 juli 2025 reeds gepland stond. Voor zover klaagster heeft bedoeld dat de aanvullende onderzoeken (het maken van een echo en het afnemen van een biopt) medisch gezien onnodig en overbodig waren, heeft zij dit onvoldoende onderbouwd. De klacht is kennelijk ongegrond.

4. De beslissing

De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 26 mei 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter, bijgestaan door T.C. Brand, secretaris.