ECLI:NL:TGZRAMS:2026:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9330

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:124
Datum uitspraak: 27-05-2026
Datum publicatie: 28-05-2026
Zaaknummer(s): A2025/9330
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een huisarts. De klachtonderdelen die gaan over het structureel weigeren van adequate zorg, een onjuist dossier en het weigeren het dossier te overleggen zijn onvoldoende onderbouwd. De voorzitter kan voorts niet vaststellen dat de huisarts de afspraken over een derde verwijzing die tijdens de zitting van de geschillencommissie zijn gemaakt, niet nakomt. Door eerst een gesprek met de klachtenfunctionaris te hebben, houdt de huisarts zich juist aan de gemaakte afspraak. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Voorzittersbeslissing van 26 mei 2026 naar aanleiding van de klacht van:

A,

wonende te B,

klager,

tegen

C,

huisarts,

werkzaam te B,

verweerster,

gemachtigde: mr. S. Dik, werkzaam te Amsterdam.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 27 november 2025;
  • het verweerschrift met de bijlagen;
  • het proces-verbaal van het op 26 maart 2026 gehouden mondelinge vooronderzoek.

2. Wat is er gebeurd?

1. Klager is patiënt bij de huisarts. Klager heeft eerder een klacht ingediend bij de Geschilleninstantie van D. Deze klacht ging erom dat klager vindt dat de huisarts ten onrechte geen nieuwe verwijzing naar de MDL-arts heeft aangemaakt. De huisarts heeft uitgelegd dat klager al twee maal eerder naar de MDL-arts is doorverwezen, dat hij zich telkens niet bij de diagnose kan neerleggen en dat dit dan een derde verwijzing voor dezelfde klachten zou zijn. Tijdens de zitting van deze geschilleninstantie zijn er afspraken gemaakt. Er is afgesproken dat er een gesprek zou plaatsvinden met klager, de huisarts en de klachtenfunctionaris, en dat klager dan een nieuwe verwijzing zou krijgen.

2. Klager heeft ook eerder een tuchtklacht tegen de huisarts ingediend, bekend onder A2023/6201. Die klacht ging onder andere om een derde verwijzing naar de MDL-arts, en is kennelijk ongegrond verklaard.

3. Onderhavige tuchtklacht van klager gaat om het structureel weigeren van zorg door klager niet door te verwijzen naar de dermatoloog en een universitair ziekenhuis, het niet nakomen van afspraken die tijdens de zitting van de geschilleninstantie zijn gemaakt, het niet correct opnemen van relevante medische informatie en het weigeren van correctie van onjuiste diagnoses. Klager meent ook dat zijn recht op volledige inzage in zijn medisch dossier wordt belemmerd.

4. Verweerster betwist alle klachtonderdelen.

3. De overwegingen

3.1 De voorzitter is van oordeel dat de klacht tegen verweerster kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat 
duidelijk is dat de klacht niet inhoudelijk behoeft te worden besproken. Voor die beslissing is het volgende van belang.

Klachtonderdeel a) structureel weigeren van adequate zorg

3.2 Er kan ten eerste niet worden vastgesteld dat sprake is geweest van het structureel weigeren van adequate zorg. Dit blijkt niet uit het dossier, en heeft klager niet voldoende onderbouwd. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdeel b) niet nakomen van gemaakte afspraken

3.3 Het tweede klachtonderdeel gaat om de afspraken die tijdens de zitting van de geschilleninstantie zijn gemaakt tussen klager en de huisarts. Tijdens die zitting is tot een compromis gekomen om uit de impasse te raken; mits er eerst een gesprek met klager, de huisarts en de klachtenfunctionaris zou plaatsvinden, zou worden onderzocht of er onder strikte voorwaarden toch een derde en laatste verwijzing naar de MDL-arts kan plaatsvinden. Een belangrijke voorwaarde daarbij zou zijn dat klager belooft zich neer te leggen bij de door de die MDL-arts gestelde diagnose. Dit gesprek met tussen klager, de huisarts en een klachtenfunctionaris heeft uiteindelijk niet meer plaatsgevonden en er is daarom door de huisarts ook nog geen nieuwe (derde) verwijzing naar de MDL-arts gemaakt.

3.4 De voorzitter stelt voorop dat het klager – zoals hij zelf overigens wel van mening is – niet vrijstaat om op verzoek en ongelimiteerd een verwijzing te krijgen. Het Nederlandse zorgsysteem is niet op een manier georganiseerd. De huisarts heeft een ‘poortwachtersfunctie’, waarbij die beoordeelt of de verwijzing medisch noodzakelijk is, maar ook of de verwijzing wel of niet zinvol is. Dat klager in het verleden met een andere huisarts wel heeft ervaren dat hij steeds op zijn verzoek kon worden doorverwezen, doet daar niet aan af.

3.5 De voorzitter oordeelt dat het spijtig is dat het gesprek met de klachtenfunctionaris nog niet heeft plaatsgevonden. Hierdoor heeft de afspraak die tijdens de zitting bij de geschilleninstantie is gemaakt, het maken van de verwijzing, vertraging opgelopen. Het is niet duidelijk geworden waarom het niet is gelukt een gesprek met de klachtenfunctionaris te plannen. De voorzitter oordeelt dat de huisarts zich juist aan de afspraak heeft willen houden door de verwijzing pas te bespreken tijdens het driegesprek. Er is dan ook geen sprake van het niet nakomen van afspraken. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdeel c en d) het medisch dossier

3.6 Voor wat betreft de klachtonderdelen die over het dossier gaan, oordeelt de voorzitter als volgt. Het komt niet vast te staan dat in het dossier onterecht een onjuiste episode staat opgenomen. Het is de voorzitter voorts niet gebleken welke andere onjuiste informatie er in het dossier zou staan. Ook is het de voorzitter niet gebleken dat het verzoek van klager om zijn dossier te verkrijgen is geweigerd. Deze klachtonderdelen zijn onvoldoende onderbouwd en kunnen daarom feitelijk niet worden vastgesteld. Deze klachtonderdelen zijn eveneens ongegrond.

4. De beslissing

De voorzitter verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 26 mei 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter, bijgestaan door T.C. Brand, secretaris.