We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 40201-40250 van de 47651 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA2893 Raad van Discipline Arnhem 12-38

    Niet op tijd voor antwoord concluderen. Niet met klager gecommuniceerd over de gevolgen van het daarop gewezen veroordelend vonnis. Zonder overleg en afstemming appel ingesteld. Kosten van appel aan klager doorberekend. Kosten bijstand laten oplopen tot ver voorbij bij aanvang bijstand gegeven prognose zonder daarover te overleggen. Bijstand beëindigd op grond van vertrouwensbreuk, zonder het redelijke verzoek van klager om veroordeling in de kosten voor eigen rekening te nemen serieus in overweging te nemen. Enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2166 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.004

    Klager verwijt arts dat zonder zijn toestemming bij zijn meerderjarige dochter een trachestoma is geplaatst. RTG oordeelt dat ter uitvoering van de behandelingsovereenkomst toestemming van een patiënt nodig is (art.7:450 lid 1 BW) tenzij sprake is van wilsonbekwaamheid (art. 7:465 BW) of noodsituatie (art.7:466 BW). Patiënte was in coma, moest beschouwd worden als niet in staat tot redelijke waardering van haar belangen althans wilsonbekwaam. In die situatie moet behandelend arts bepalen jegens wie verplichtingen jegens patiënt moeten worden nagekomen. Nakoming moet voor alles verenigbaar zijn met zorg van goed hulpverlener. Dit kan in uitzonderingsgevallen er toe leiden dat wilsuiting van vertegenwoordiger niet hoeft te worden gevolgd, indien kennelijk niet in het belang van patiënt. Voorzover arts is betrokken bij besluit tot plaatsing van een tracheostoma acht RTG dit besluit gerechtvaardigd. Arts is bij feitelijke uitvoering niet betrokken geweest. RTG wijst de klacht af. In beroep bevestigt CTG het oordeel van RTG. Beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2173 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.079

    Klager is de vader van patiënte. Patiënte was in een vegetatief laagbewuste toestand tengevolge van een meningococcensepsis opgenomen in het revalidatiecentrum waar de aangeklaagde als revalidatiearts/medisch manager werkzaam is. Patiënte is op uit het centrum ontslagen en overgeplaatst naar een instelling voor mensen met een verstandelijke handicap. De klacht houdt in dat patiënte doorverwezen had moeten worden naar een reguliere revalidatie-instelling. Onder meer de arts, die verantwoordelijk is voor de behandelend artsen, heeft dit tegengehouden. Verder is patiënte aan haar lot overgelaten in de instelling waarheen ze werd overgeplaatst; ze wordt daar onvoldoende behandeld. Verweerder heeft (aldus klager) medische informatie aan de rechter verdraaid en heeft ten onrechte kennis gehad van het medische dossier van patiënte. Het RTG wijst de klacht als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2167 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.005

    Klager verwijt arts dat zonder zijn toestemming is besloten om zijn meerderjarige dochter over te plaatsen naar een ander ziekenhuis. RTG oordeelt dat ter uitvoering van de behandelingsovereenkomst toestemming van een patiënt nodig is (art.7:450 lid 1 BW) tenzij er sprake is van wilsonbekwaamheid (art.7:465 BW) of van een noodsituatie (art.7:466 BW). Patiënte was in coma en moest beschouwd worden als niet in staat tot redelijke waardering van haar belangen althans wilsonbekwaam. In die situatie moet behandelend arts bepalen jegens welke persoon de verplichtingen jegens patiënt moeten worden nagekomen. Nakoming dient voor alles verenigbaar te zijn met zorg van goed hulpverlener. Gezien ernstige verstoring in vertrouwensband met ouders was overplaatsing van patiënte zonder toestemming van klager gerechtvaardigd. Klacht wordt afgewezen. In beroep bevestigt het CTG het oordeel van het RTG. Beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2174 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.103

    Klaagster heeft na een eerdere gedeeltelijke borstamputatie wegens borstkanker en vervolgens diverse hersteloperaties ondergaan i.v.m. asymmetrie van de borsten. Klaagster verwijt verweerder, plastisch chirurg, dat hij haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de risico’s van de hersteloperatie en dat hij, gelet op het door hem bespreken van haar casus tijdens het regionaal overleg met andere plastisch chirurgen, kennelijk onvoldoende ervaren of deskundig was om de operaties uit te voeren. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af en het hoger beroep van klaagster wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.006

    Klager verwijt arts dat zonder zijn toestemming is besloten om zijn meerderjarige dochter bij complicaties niet meer te reanimeren. RTG oordeelt dat ter uitvoering van de behandelingsovereenkomst toestemming van een patiënt nodig is (art.7:450 lid 1 BW) tenzij er sprake is van wilsonbekwaamheid (art.7:465 BW) of van een noodsituatie (art.7:466 BW). Patiënte was in coma, moest beschouwd worden als niet in staat tot redelijke waardering van haar belangen althans wilsonbekwaam. In die situatie moet behandelend arts bepalen jegens welke persoon de verplichtingen jegens patiënt moeten worden nagekomen. Nakoming dient voor alles verenigbaar te zijn met zorg van goed hulpverlener. In de situatie waarin patiënte verkeerde kon de arts in redelijkheid tot dit besluit komen. Klacht wordt afgewezen. In beroep bevestigt het CTG grotendeels het oordeel van het RTG. Beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2012:YG2179 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2011/139

    Het College oordeelt dat het opstellen en het ten behoeve van een juridische procedure ter beschikking stellen aan de ex-partner van klager van de in de uitspraak geciteerde verklaring in strijd is met het belang van een goede uitoefening van de gezondheidszorg. Het college baseert dit oordeel op de vakinhoudelijke onbekwaamheid van verweerder, het ontbreken van een waarborgen biedende procedurele context, de onmogelijkheid van het geven van een juiste duiding en de onterechte vereenzelviging van statistische conclusies en individueel geval. Het college legt de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG2189 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 11129b

    Klaagster verwijt arts dat hij niet onmiddellijk heeft ingegrepen door haar echtgenoot te laten opnemen of een andere gepaste maatregel te treffen ter bescherming van de echtgenoot na de recente zelfmoord van hun zoon en gelet op de psychiatrische voorgeschiedenis van de echtgenoot. Geen signalen voor mogelijke suïcide. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2175 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.229

    Klacht tegen neuroloog. Klaagster heeft een operatieve ingreep ondergaan waarbij een schroef uit haar knie is verwijderd. Na de operatie kreeg klaagster een klapvoet waarbij verweerder in consult werd gevraagd. Klaagster verwijt verweerder dat hij fouten heeft gemaakt, deze heeft verdoezeld en dat hij bewust twijfel heeft gezaaid in het dossier over het ontstaan van haar uitval. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege bevestigd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2169 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.007

    Klager verwijt neuroloog positie als hoofd afdeling Neurologie misbruikt te hebben om klager onder druk te zetten om in te stemmen met het plaatsen van een PEG sonde bij klagers meerderjarige dochter. RTG is van oordeel dat de arts tuchtrechtelijk geen verwijt valt te maken en wijst de klacht af. In beroep bevestigt het CTG de beslissing van het RTG.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2012:YG2180 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2011/108

    Klacht tegen een bij een huisartsenpost dienstdoende huisarts wegens onvoldoende diagnostiek, het ten onrechte uitsluitend telefonisch afdoen van de klachten en het nalaten zelfstandig en lichamelijk onderzoek te doen, het niet (desgevraagd) verwijzen naar een ziekenhuis en het onvoldoende luisteren naar patiënte. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2163 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.360

    Klacht tbs-gedetineerde tegen psychiater. Regionaal College oordeelt dat klager niet kan worden ontvangen in zijn klacht. Beroep van klager verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2176 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.230

    Klacht tegen chirurg. Klaagster heeft een operatieve ingreep ondergaan waarbij een schroef uit haar knie is verwijderd. Na de operatie kreeg klaagster een klapvoet. Klaagster verwijt verweerder dat hij haar niet op het risico van een klapvoet heeft gewezen en dat hij fouten heeft gemaakt tijdens de operatie welke hij niet wil toegeven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege bevestigd.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG2178 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 11129a

    Klaagster verwijt verpleegkundige dat hij niet onmiddellijk heeft ingegrepen door haar echtgenoot te laten opnemen of een andere gepaste maatregel te treffen ter bescherming van de echtgenoot na de recente zelfmoord van hun zoon en gelet op de psychiatrische voorgeschiedenis van de echtgenoot. Geen signalen voor mogelijke suïcide. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2170 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.008

    Klacht tegen arts, werkzaam als directeur patiëntenzorg. RTG verklaart klager in de klacht niet ontvankelijk. CTG oordeelt dat directeur patiëntenzorg tuchtrechtelijk aansprakelijk kan zijn. Wel moet er sprake zijn van handelen op gebied deskundigheid van arts. In dit geval wordt dat aangenomen. Voorkomen moet worden dat arts aansprakelijk wordt gehouden voor keuzes in bedrijfsvoering waar hem beleidsvrijheid toekomt. Tav klacht oordeelt het CTG dat deze ongegrond is. Klacht wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2012:YG2181 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2011/109

    Klacht tegen een bij een huisartsenpost dienstdoende huisarts. Klager verwijt dat, bij het thuisconsult ’s nachts, onvolledige diagnostiek is verricht met mogelijk gemiste behandelopties tot gevolg, niet is verwezen naar een ziekenhuis terwijl daarop is aangedrongen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2164 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.002

    Klagers dochter kreeg hoofdpijn, had koorts en kon niet meer op haar benen staan. Er werd gebeld met de huisartsenpraktijk met het verzoek om een visite. De huisarts verscheen binnen de tijdspanne van een uur bij patiënte. Zij was toen nog aanspreekbaar maar raakte kort daarop in coma. In het ziekenhuis werd geconstateerd dat er sprake was van een meningococcen sepsis. Klager verwijt de huisarts o.m. dat zij niet binnen 15 minuten na het telefonisch verzoek een visite heeft afgelegd. In dat geval had direct antibiotica kunnen worden toegediend, zodat patiënte een betere prognose zou hebben gehad. Het RTG wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2177 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.290

    Klacht tegen psychiater met betrekking tot een door de psychiater als deskundige in een civiele procedure opgestelde rapportage over klager. Klacht door Regionaal College ongegrond verklaard. Klager komt in hoger beroep en wijst daarbij onder meer op een door hem in het geding gebracht rapport van een psycholoog. Naar het oordeel van de Centraal Tuchtcollege heeft het Regionaal College met juistheid geoordeeld dat het rapport van de psychiater voldoet aan de daaraan volgens vaste jurisprudentie te stellen eisen. Dat de door klager geraadpleegde psycholoog tot andere bevindingen komt dan de psychiater, leidt niet tot een ander oordeel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2171 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.077

    Klager is de vader van patiënte. Patiënte was in een vegetatief laagbewuste toestand tengevolge van een meningococcensepsis opgenomen in het revalidatiecentrum waar de aangeklaagde revalidatiearts werkzaam is geweest. Het doel was om met vroege intensieve neurorevalidatie een verbetering van haar neurologisch toestand te bereiken. Men besloot tot stopzetting van de behandeling, omdat men binnen de revalidatie-instelling van mening was dat patiënte minimale vooruitgang liet zien. Klager heeft zich daartegen verzet, maar uiteindelijk is patiënte met toestemming van de kortgeding rechter en met indicatie CIZ ontslagen. De klacht houdt in dat de arts er een aandeel in heeft gehad dat onder valse voorwendsels en valse medische opgaven bij de rechter een ontslag is geforceerd. Klager voert ook aan dat de arts patiënten laat behandelen door een niet BIG-geregistreerde psycholoog. Het RTG wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2012:YG2182 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2011/125

    Huisarts. Klager verwijt huisarts zijn inmiddels overleden echtgenote te laat te hebben doorverwezen en niet eerder tot spoedopname te zijn overgegaan. Ook wordt huisarts verweten onnodig kwetsende tekst in verwijsbrief te hebben opgenomen. Alle klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2165 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.003

    Klager verwijt arts dat zonder zijn toestemming bij zijn meerderjarige dochter een trachestoma is geplaatst. RTG oordeelt dat ter uitvoering van de behandelingsovereenkomst toestemming van een patiënt nodig is (art.7:450 lid 1 BW) tenzij er sprake is van wilsonbekwaamheid (art.7:465 BW) of van een noodsituatie (art.7:466 BW). Patiënte was in coma en niet in staat tot redelijke waardering van haar belangen althans wilsonbekwaam. Dan moet behandelend arts bepalen jegens wie de verplichtingen jegens de patiënt moeten worden nagekomen. De nakoming dient voor alles verenigbaar te zijn met de zorg van een goed hulpverlener. Dit kan in uitzonderingsgevallen er toe leiden dat de wilsuiting van vertegenwoordiger indien kennelijk niet in het belang van de patiënt niet hoeft te worden gevolgd. In dit geval was arts met een beroep op goed hulpverlenerschap gerechtigd en mogelijk zelf gehouden om de uitdrukkelijke wens van klager niet over te gaan tot het plaatsen van een tracheostoma niet te volgen. RTG wijst de klacht af. In beroep bevestigt het CTG het oordeel van het RTG. Beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2172 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.078

    Klager is de vader van patiënte. Patiënte was in een vegetatief laagbewuste toestand tengevolge van een meningococcensepsis opgenomen in het revalidatiecentrum waar de aangeklaagde als revalidatiearts werkzaam is. Het doel was om met vroege intensieve neurorevalidatie een verbetering van haar neurologisch toestand te bereiken. Men besloot tot stopzetting van de behandeling, omdat men binnen de revalidatie-instelling van mening was dat patiënte minimale vooruitgang liet zien. Klager heeft zich daartegen verzet, maar uiteindelijk is patiënte met toestemming van de kortgeding rechter en met indicatie CIZ ontslagen. Klager is van mening dat patiënte doorverwezen had moeten worden naar een regulier revalidatiecentrum, hetgeen (onder anderen) de arts opzettelijk heeft tegengehouden. Patiënte had niet opgenomen moeten worden in de instelling waarheen zij is overgeplaatst. Dat is niet de juiste plek. Zij wordt daar aan haar lot overgelaten. Het RTG wijst de klacht als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2883 Raad van Discipline Amsterdam 12-038A

    Verzetzaak. Klacht over advocaat wederpartij. Klager stelt dat advocaat feiten als juist heeft gepresenteerd terwijl hij wist dat ze onjuist waren en bewijsstukken zou hebben gefabriceerd. Verzet gegrond , klacht ongegrond .

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2884 Raad van Discipline Amsterdam 11-325A

    Klacht over eigen advocaat. Vrijheid om zich terug te trekken. Verweerster kon zich niet verenigen met de keuze van haar cliënt om een wrakingsverzoek in te dienen en heeft de zaak daarom neergelegd. Klager is van mening dat zijn advocaat hem had moeten bijstaan en desgewenst een vervanger had moeten regelen, alsmede dat haar dienstverlening onder de maat was en dat zij op zijn geld uit was. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2885 Raad van Discipline Amsterdam 11-326A

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder zou, samengevat, onjuist hebben geadviseerd over te volgen procedure en slecht bereikbaar zijn geweest. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2886 Raad van Discipline Amsterdam 11-301A

    Klacht over advocaat wederpartij. Vermeend handelen in strijd met Gedragsregel 7 lid 4 door op te treden voor cliënt die voorheen deel uitmaakte van een maatschap waarvoor verweerder eerder zou hebben opgetreden. Niet feitelijk is komen vast te staan dat dat het geval geweest is. Echter er is ook sprake van de uitzonderingssituatie van Gedragsregel 7 lid 5 zodat optreden ook in dat geval geoorloofd was. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2887 Raad van Discipline Amsterdam 12-167A

    Voorzittersbeslissing. Klacht 10 jaar na verlening rechtsbijstand kennelijk niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2881 Raad van Discipline Amsterdam 12-172A

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Geen sprake van onnodig dreigende, dan wel intimiderende bewoordingen in de sommatiebrief van verweerster aan klagers. Klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2888 Raad van Discipline Amsterdam 12-168A

    Klacht tegen advocaat wederpartij over onnodig grievende uitlatingen in de pers kennelijk ongegrond, omdat de uitlatingen, hoewel ferm, niet onnodig grievend zijn. Ook klager heeft bijgedragen aan het verharden van de communicatie tussen partijen, hetgeen heeft geleid tot een tegen hem uitgevaardigd rechterlijk verbod.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2882 Raad van Discipline Amsterdam 11-342H

    Verzetzaak. Klacht over advocaat wederpartij. Klager stelt dat advocaat laster over hem heeft verspreid in een door de advocaat geconcipieerd processtuk. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2011:YA2880 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 5915

    Schending van gedragsregel 15 in deze zaak niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het betrof concat met de griffie over een foutief rolbricht waarna verweerder ongevraagd werd doorvebonden met de rolraadsheer. Omdat herstel utibleef stuurde verweerder daarna een brief met een afschrift aan klager. Ook het niet antwoorden van brieven met verzoek om opheldering was in deze omstandigheden ( communicatie tussen klager en verweerder liep al stroef en er werd op scherpst van de snede geprocedeerd) niet verwijtbaar. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 210/2011w-1 en 2

    Wraking leden. Geen schijn van partijdigheid. Verzoek afgewezen.

  • ECLI:NL:TACAKN:2012:YH0275 Accountantskamer Zwolle 12/222 Wtra AK

    Fysiek dreigend gedrag in zijn zakelijke relaties past een accountant nimmer.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2012:YG2161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen 1172

    Psychiater wordt verweten dat hij tijdens de gedwongen opname van klager, zonder dat er sprake was van een tijdelijke noodsituatie die ingrijpen noodzakelijk maakte, beslissingen heeft genomen aangaande dwangmedicatie, separatie en beperking van telefoonverkeer. Gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing

  • ECLI:NL:TACAKN:2012:YH0276 Accountantskamer Zwolle 11/2040 Wtra AK

    Conflict tussen 2 samenwerkende accountants. Het door een accountant in zijn zakelijke betrekkingen, al dan niet in rechte, innemen van een civielrechtelijk standpunt kan, behoudens bijzondere omstandigheden in het kader van de door hem in acht te nemen fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit niet tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt leiden.

  • ECLI:NL:TACAKN:2012:YH0277 Accountantskamer Zwolle 11/1832 Wtra AK

    Geen misbruik van tuchtprocesrecht, ook al heeft klaagster in de connexe civiele procedure tegengestelde standpunten, dan in onderhavige klachtprocedure betrokken. Rapportage voldoet niet aan art. 11 GBR-1994 en ontbeert dus deugdelijke grondslag: Het gebruik van het woord "valideren" als aanwijzing voor de werkzaamheden creeert onduidelijkheid over de status en/of aard van het rapport; de te "valideren" informatie wordt in het rapport onvoldoende geidentificeerd; de uitgevoerde werkzaamheden zijn onvoldoende vermeld.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG2160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 11150

    Psychiater wordt verweten dat hij vertrouwelijke gegevens over klaagster heeft doorgegeven aan derden, dat hij haar en haar baby zonder gegronde reden in een tehuis heeft willen plaatsen en klaagster niet naar een andere psychiater heeft willen doorverwijzen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:RBAMS:2011:YB0766 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam GDW225.2011

    Berekenen verkeerd tarief bij berekenen verschot. De Kamer is van mening dat het verschot niet meer zou moeten zijn dat een vergoeding voor de directe kosten voor het opvragen van informatie. Klacht gegrond. Geen maatregel omdat de gerechtsdeurwaarder onverplicht alle kosten van de door hem verrichte ambtshandelingen heeft terugbetaald.heeft

  • ECLI:NL:RBAMS:2011:YB0767 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam GDW280.2011

    Afdragen geïnde gelden. In rekening brengen afwikkelingskosten. De termijn tussen ontvangst en afdracht is niet zo lang dat de gerechtsdeurwaarder zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan tuchtrechtelijk laakbaar handelen. Het betrof hier een opbrengst uit executie. De gerechtsdeurwaarder was als eerste beslaglegger belast met de verdeling van de gelden. In dat geval kan de innende gerechtsdeurwaarder aan de rechthebbende executant geen afwikkelingkosten in rekening brengen nu art. 3 van het Besluit Tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders in een vergoeding voor zijn werkzaamheden voorziet. Klacht deels gegrond. Geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:RBAMS:2011:YB0768 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam GDW284.2011

    Schenden privacy. een medewerkster van de gerechtsdeurwaarders heeft de naamgenoemd van een werknemer van klaagster tegen een winkeldame in verband met het gelegde loonbeslag. Anders dan klaagster meent, kan dat niet als een zodanige inbreuk op klagers privacy worden aangemerkt dat daardoor tuchtrechtelijk laakbaar is gehandeld. Het betrof bovendien en vergissing van een medewerkster welke vergissing door de gerechtsdeurwaarders is erkend en waarvoor verontschuldigingen zijn aangeboden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:RBAMS:2011:YB0769 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam GDW310.2011

    Klacht over slordigheden en niet serieus ingaan op brief van klaagster. De Kamer is van oordeel dat er geen sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2011:YB0770 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam GDW314.2011

    Wijze van uitbrengen dagvaarding. Gelet op de ter zitting gegeven toelichting en op de overgelegde foto’s is de situatie ter plaatse verwarrend. De deur waarnaar de deurwaarder zich heeft begeven was feitelijk de achterdeur van het pand, maar dat is gezien de situatie ter plaatse niet direct duidelijk, terwijl enige aanduiding dat de brievenbus zich aan de andere zijde van het pand bevond, ontbrak. Onder die omstandigheden is het niet onbegrijpelijk dat de gerechtsdeurwaarder meende dat hij zich op het juiste adres, maar zonder brievenbus bevond. Omdat het daarvan uitgaande niet mogelijk was om het afschrift in gesloten envelop achter te laten, heeft de gerechtsdeurwaarder juist gehandeld door de dagvaarding ter post te bezorgen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.271

    Klacht tegen internist-nefroloog. Bij de echtgenote van klager is na een niertransplantatie via een cross-over programma een lymfoom in de hersenen ontstaan, als gevolg waarvan zij is overleden. Klager verwijt de internist, verweerder, onvoldoende informatie voorafgaand aan de transplantatie en onzorgvuldig handelen voor en na de transplantatie. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het handelen van de arts voorafgaand aan de transplantatie valt onder het bereik van de eerste tuchtnorm en dat het handelen van de arts na de transplantatie, vanwege de leidinggevende functie van de arts, mogelijk zou kunnen vallen onder het bereik van de tweede tuchtnorm. Nu het Centraal Tuchtcollege ook in hoger beroep oordeelt dat er geen sprake is van onzorgvuldig handelen, noch voorafgaand aan noch in het traject na de transplantatie, komt het Centraal Tuchtcollege niet toe aan de vraag of het handelen van de arts na de operatie in het onderhavige geval daadwerkelijk onder het bereik van de tweede tuchtnorm valt. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 165/2011

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde betreffende zorg en de communicatie. Klacht betreffende communicatie gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.343

    Klager is na verwijzing door zijn huisarts gezien op de SEH, aanvankelijk door een arts-assistent en in een later stadium door verweerster, neuroloog. Na een aanvankelijke verdenking van CVA is, op basis van de uitkomst van een CT-scan de differentiaal diagnose metastase of hooggradig glioom gesteld. Later bleek dat sprake was van een hersenabces waaraan klager is geopereerd. Klager verwijt verweerster -kort gezegd- een verkeerde diagnose gesteld te hebben. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht deels gegrond in de zin dat verweerster naar het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege een meer proactieve houding had moeten aannemen bij het beschikbaar krijgen van de resultaten van een MRI en legt verweerster de maatregel van waarschuwing op onder gelasting van publicatie van de uitspraak. Zowel verweerster als klager komen in beroep; beide beroepen worden door het Centraal Tuchtcollege verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.272

    Klager heeft zich wegens onvrede over de behandeling van zijn cardiologische klachten door zijn cardioloog gewend tot verweerder, voorheen hartchirurg thans basisarts, voor chelatietherapie, een alternatieve behandelmethode. Klager verwijt verweerder: 1) dat hij klager onvoldoende en onjuist heeft geïnformeerd over de toegepaste behandeling, 2) dat hij onvoldoende aandacht heeft geschonken aan de klachten van klager en hem heeft ontmoedigd naar het ziekenhuis te gaan en 3) dat hij verzuimd heeft de huisarts van klager te informeren over zijn bevindingen en de door hem toegepaste behandeling. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart alle drie de klachtonderdelen gegrond en legt een schorsing op voor de duur van een jaar waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en publicatie van de beslissing. Het beroep van de arts slaagt ten aanzien van het eerste en derde klachtonderdeel, maar niet ten aanzien van het tweede klachtonderdeel. Het Centraal Tuchtcollege acht het tweede klachtonderdeel ten dele gegrond, omdat de arts in ernstige mate is tekortgeschoten in de zorgplicht die hij jegens klager had behoren te betrachten. Hierdoor is het leven van klager bedreigd geweest en heeft hij gedurende enige tijd met een levensbedreigend risico rondgelopen. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en legt de maatregel van berisping op en bekendmaking van de beslissing in de Nederlandse Staatscourant.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 182/2011

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde betreffende zorg en de communicatie. Klacht betreffende communicatie gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2149 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.307

    Klager is van Afghaanse afkomst en is via Griekenland naar Nederland gevlucht. Hij heeft in Nederland een vergunning voor verblijf vanwege medische redenen aangevraagd. Klager verwijt de verzekeringsarts (in dienst bij het Bureau Medische Advisering (BMA) die adviseert ten behoeve van de Immigratie- en Naturalisatiedienst( IND) dat hij geen zelfstandig onderzoek heeft verricht naar de behandelmogelijkheden in Griekenland. Het RTG waarschuwt de arts en gelast de publicatie. De arts komt in hoger beroep en beroept zich o.m. op het interstatelijk vertrouwensbeginsel (Verdrag van Dublin). Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de bestreden beslissing, verklaart de klacht alsnog ongegrond en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 120/2011

    Klacht tegen orthopedisch chirurg inzake missen collumfractuur en ontslag patiënte met een fractuur. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 121/2011

    Klacht tegen radioloog inzake het missen van een collumfractuur op een röntgenopname. Klacht ongegrond.