ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2164 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.002

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2164
Datum uitspraak: 26-06-2012
Datum publicatie: 27-06-2012
Zaaknummer(s): c2011.002
Onderwerp: Niet of te laat komen
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klagers dochter kreeg hoofdpijn, had koorts en kon niet meer op haar benen staan. Er werd gebeld met de huisartsenpraktijk met het verzoek om een visite. De huisarts verscheen binnen de tijdspanne van een uur bij patiënte. Zij was toen nog aanspreekbaar maar raakte kort daarop in coma. In het ziekenhuis werd geconstateerd dat er sprake was van een meningococcen sepsis. Klager verwijt de huisarts o.m. dat zij niet binnen 15 minuten na het telefonisch verzoek een visite heeft afgelegd. In dat geval had direct antibiotica kunnen worden toegediend, zodat patiënte een betere prognose zou hebben gehad. Het RTG wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E

vo or de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2011.002 van:

A., wonende te B. (C.), appellant, klager in eerste aanleg,

gemachtigde: D., wonende te E.,

tegen

F., huisarts, wonende te G., verweerster in beide instanties,

gemachtigde : mr. E.J.C. de Jong, advocaat te Utrecht.

1. Verloop van de procedure

A. - hierna klager - heeft op 15 oktober 2008 bij het Regionaal Tuchtcollege te

‘s-Gravenhage tegen huisarts F. - hierna de arts - een klacht ingediend. Bij beslissing van 26 oktober 2010, onder nummer 2008 H 178a heeft dat College de klacht als ongegrond afgewezen. Klager is van die beslissing tijdig in hoger beroep gekomen. De arts heeft een verweerschrift in hoger beroep ingediend.

De zaak is in hoger beroep behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege van 8 mei 2012, waar is verschenen de arts, bijgestaan door

mr. E.J.C. de Jong voornoemd. Van de zijde van klager is, hoewel behoorlijk daartoe opgeroepen, niemand verschenen.

2. Beslissing in eerste aanleg

2.1 De in eerste aanleg vastgestelde feiten.

“2. De feiten

Op 27 mei 2008 kreeg klagers dochter, H. geboren op 17 april 1987, verder te noemen patiënte, hevige hoofdpijn en koude rillingen. In de loop van de volgende ochtend kon zij plotseling niet meer lopen en kreeg zij moeite met ademhalen. Klagers echtgenote belde omstreeks 11.00 uur de huisartsenpraktijk en vroeg om een visite. De doktersassistente bood een consult aan, maar volgens klagers echtgenote was patiënte te slap om naar de praktijk te komen. Daarop vroeg de doktersassistente patiënte zelf aan de telefoon en zij zegde na het uitvragen van de klachten een visite toe. De arts verscheen omstreeks 12.00 uur bij patiënte. Patiënte bleek nog aanspreekbaar, maar raakte kort daarop in coma. De huisarts regelde met spoed een ambulance, waarop patiënte die intussen na een hartstilstand was gereanimeerd met een traumahelikopter naar het ziekenhuis werd gebracht. In het ziekenhuis werd geconstateerd dat er sprake was van een meningokokkensepsis.”

2.2 De in eerste aanleg ingediende klacht en het daartegen gevoerde verweer houden het volgende in.

“3. De klacht

Klager verwijt de arts dat zij niet binnen 15 minuten na het telefonisch verzoek een visite heeft afgelegd. In dat geval had direct antibiotica kunnen worden toegediend, zodat patiënte betere overlevingskansen althans een betere prognose zou hebben gehad. Klager meent dat de arts in dit verband het zekere voor het onzekere had moeten nemen.

4. Het standpunt van de arts

De assistente heeft naar aanleiding van het telefoongesprek met klagers echtgenote en patiënte de urgentieklasse zorgvuldig bepaald. Op basis van de informatie die de arts vervolgens via de assistente verkreeg, had de arts geen aanleiding te twijfelen aan deze inschatting. Deze informatie was als volgt: volgens de assistente lag patiënte ziek in bed, had zij de dag ervoor koorts gehad met spierpijn en hoofdpijn en vond klagers echtgenote patiënte te slap om naar de praktijk te komen. Er was geen sprake van alarmsymptomen die aanleiding gaven om direct in te grijpen. Patiënte zelf was volgens de assistente goed aanspreekbaar en omschreef op adequate wijze dezelfde klachten als klagers echtgenote had medegedeeld. Toen de arts bij patiënte arriveerde constateerde zij direct dat er op dat moment wel sprake was van een ernstige en acute situatie. Patiënte gaf aan dat zij in bad wilde en bleek daarna niet meer aanspreekbaar met wijde lichtstijve pupillen en een snelle ademhaling. Daarop heeft de arts met de grootste spoed een ambulance laten komen, en voor een tweede keer de ambulance gebeld, toen de situatie nog meer bleek te verslechteren. De differentiaal diagnose van de arts was voornamelijk gebaseerd op de sufheid van patiënte. Er was geen sprake van nekstijfheid of petechieën. Meningitis stond bovenaan, maar een intoxicatie was niet uit te sluiten. De situatie gaf reden voor een zo snel mogelijke opname in het ziekenhuis. Er was op dat moment geen aanleiding voor het toedienen van antibiotica, die de arts niet standaard in haar visitetas heeft en waarbij adequate monitoring noodzakelijk is, waar nog geen duidelijkheid bestond over de oorzaak van de klachten van patiënte. De arts is van oordeel dat haar geen verwijt kan worden gemaakt. Dit neemt niet weg dat de arts zich kan voorstellen dat het dramatisch beloop voor klager achteraf bezien moeilijk te begrijpen valt en dat zij had gewild dat dit leed de familie bespaard was gebleven.”

2.3 Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn voormelde beslissing de volgende overwegingen ten grondslag gelegd.

“5. De beoordeling

5.1 De klacht van klager behelst in de kern dat de arts meer actie had moeten ondernemen althans eerder een visite had moeten afleggen en antibiotica had moeten toedienen.

5.2 Het College is van oordeel dat de arts geen tuchtrechtelijk verwijt gemaakt kan worden. Op basis van de informatie die de arts in de ochtend op 28 mei 2008 via haar assistente vernam, was er voor de arts geen aanleiding om acuut althans eerder een visite af te leggen. De aard van de klachten van patiënte gaf hiertoe geen reden, waarbij patiënte op dat moment bovendien goed aanspreekbaar bleek en niet suf was. De arts heeft zorgvuldig gehandeld door na het overleg met haar assistente alsnog de toegezegde visite af te leggen. De arts heeft verklaard dat een visite niet zozeer vanwege de klachten aangewezen leek, maar mede omdat uit het verleden bekend was dat klager en zijn familie niet zonder reden een arts zouden benaderen reden waarom de arts meer dan de gewoonlijk te besteden aandacht aan patiënte wilde besteden.

5.3 In het geval van een meningokokkensepsis kan binnen slechts enige uren een niet voorzienbare zeer snel verslechterende toestand ontstaan. Blijkbaar was van een dergelijke verslechtering van de situatie van patiënte tussen het telefoongesprek met de assistente en de visite van de arts sprake, aangezien patiënte toen niet meer aanspreekbaar was. De arts heeft juist gehandeld door op basis van de tijdens haar visite geconstateerde toestand van patiënte geen antibiotica toe te dienen, maar met spoed een ambulance te regelen. Het toedienen van antibiotica is niet gebruikelijk zonder uitsluiting van de oorzaak van de klachten. De bevindingen van de arts gaven geen zekerheid over de diagnose. De handelwijze van de arts tijdens de visite sluit aan bij de Richtlijn Bacteriële Meningitis. Primair was stabilisatie van patiënte vereist en stond de zorg voor overbrenging naar het ziekenhuis en een juiste behandeling aldaar op de voorgrond. De arts heeft in dat verband zeer adequaat gehandeld en de nodige actie ondernomen.

5.4 Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de klacht van klager als ongegrond zal worden afgewezen.”

3. Vaststaande feiten en omstandigheden

Het Centraal Tuchtcollege gaat voor de beoordeling van het hoger beroep uit van de feiten en de omstandigheden zoals zijn vastgesteld door het Regionaal Tuchtcollege en hierboven onder 2.1 staan weergegeven. Dit echter met dien verstande dat anders dan de feiten wellicht suggereren de echtgenote van klager op 28 mei 2008 aan de assistente (blijkens haar verklaring die overeenkomt met de verklaring van de arts) slechts heeft doorgegeven dat patiënte last had van hoofdpijn, waarschijnlijk koorts had en niet op haar benen kon staan. Over hevige hoofdpijn, koude rillingen, het plotseling niet meer kunnen lopen en moeite met ademhalen is toen niet gesproken.

4. Beoordeling van het hoger beroep

Procedure

4.1 Klager beoogt de zaak in volle omvang aan het Centraal Tuchtcollege ter beoordeling voor te leggen. Hetgeen hij daartoe heeft aangevoerd komt in essentie neer op een herhaling van de stellingen die hij reeds in eerste aanleg heeft geuit. Hij concludeert impliciet tot vernietiging van de bestreden beslissing en tot oplegging van een maatregel.

4.2 De arts heeft in hoger beroep gemotiveerd verweer gevoerd. Zij concludeert tot verwerping van het beroep en tot bevestiging van de bestreden beslissing zonodig met verbetering en aanvulling van de gronden.

Beoordeling van het hoger beroep.

4.3 De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg. Dit echter met dien verstande dat de zin: “De handelwijze van de arts tijdens de visite sluit aan bij de Richtlijn Bacteriële Meningitis” komt te vervallen nu de patiënte leed aan een meningococcen sepsis. Deze zin is niet dragend voor de beslissing.

4.4 Gelet op het bovenstaande moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

verwerpt het beroep.

Deze beslissing is gegeven door: mr. E.J. van Sandick, voorzitter, mr. J.P. Balkema en

mr. M.M.A. Gerritzen-Gunst, leden-juristen en M.G.M. Smid-Oostendorp en

M.A.P.E. Bulder-van Beers, leden-beroepsgenoten en mr. H.J. Lutgert, secretaris, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 juni 2012.

Voorzitter w.g. Secretaris w.g.