ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2163 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.360

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2163
Datum uitspraak: 26-06-2012
Datum publicatie: 27-06-2012
Zaaknummer(s): c2010.360
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klacht tbs-gedetineerde tegen psychiater. Regionaal College oordeelt dat klager niet kan worden ontvangen in zijn klacht. Beroep van klager verworpen.

C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E

voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2010.360 van:

A., verblijvende te B., appellant, klager in eerste aanleg,

gemachtigde: mr. J.A.P.F. Hoens te Utrecht,

tegen

C., psychiater, werkzaam te D., verweerster in beide instanties,

gemachtigde: mr. E.J.C. de Jong te Utrecht.

1. Verloop van de procedure

A. - hierna: klager - heeft op 7 april 2010 bij het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam tegen C. - hierna: de psychiater - een klacht ingediend. Bij beslissing van 28 september 2010, onder nummer 10/109 heeft dat College klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Klager is van die beslissing tijdig in hoger beroep gekomen. De psychiater heeft een verweerschrift in hoger beroep ingediend.

De zaak is in hoger beroep behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tucht­college van 15 mei 2012, waar zijn verschenen de gemachtigde van klager, alsmede de psychiater, bijgestaan door haar gemachtigde.

2. Beslissing in eerste aanleg

Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn voormelde beslissing de volgende overwegingen ten grondslag gelegd:

“2. Het standpunt van klager en de klacht.

De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerster:

1. ten onrechte tot het toedienen van dwangmedicatie heeft besloten waardoor hij onder meer impotent en slechtziend is geworden;

2. geen neusoperatie heeft mogen ondergaan;

3. klager ten onrechte een half jaar in een isoleercel heeft opgesloten.

4. € 700,- van klager heeft afgeperst;

5. een pornoverbod heeft opgelegd.

3. Het standpunt van verweerster.

Verweerster heeft primair gesteld dat klager niet kan worden ontvangen in zijn klacht. Subsidiair heeft zij de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

4. De overwegingen van het college.

Ad 1:

Klager heeft ook in 2005 over het handelen van verweerster een klacht bij het college ingediend, geregistreerd onder nummer 05/322. Deze klacht is bij beslissing van

23 augustus 2006 zonder nader onderzoek afgewezen als kennelijk ongegrond.

De beslissing is op 27 februari 2007 door het Centraal Tuchtcollege bevestigd.

Uit de stukken blijkt dat de thans door klager ingediende klacht is gebaseerd op dezelfde feiten en gronden als in de eerdere klachtzaak, waar­in on­herroe­pe­lijk is beslist. Klager heeft geen nieuwe feiten en/of omstandigheden aan­gevoerd die een nieuwe behandeling zouden kunnen rechtvaardi­gen. In­gevol­ge arti­kel 51 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg kan hij dan ook niet in zijn klacht worden ontvangen.

Ad 2 t/m Ad 5:

Met betrekking tot de overige klachtonderdelen ontbreken de gronden en de feiten waarop de klacht berust en derhalve voldoet het klaag­schrift niet aan de eisen van artikel 65, lid 2 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG), juncto arti­kel 5, lid 1 van het Tuchtrecht­besluit BIG, zodat klager inge­volge ar­tikel 66, lid 4, van de Wet BIG niet in zijn klacht kan worden ontvan­gen.

De conclusie van het voorgaande is dat klager niet kan worden ontvangen in zijn klacht.

3. Beoordeling van het hoger beroep

4.1 Klager heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat hij ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard in zijn klacht. Hij verzoekt het Centraal Tuchtcollege de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege te vernietigen en de zaak terug te wijzen.

4.2 De psychiater heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

4.3 De behandeling in hoger beroep heeft het Centraal Tuchtcollege niet geleid tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen.

5. Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

verwerpt het beroep.

Deze beslissing is gegeven in raadkamer door: mr. C.H.M. Van Altena, voorzitter,

mr. P.M. Brilman en mr. R. Veldhuisen, leden-juristen en drs. A.C.L. Allertz en

mr.drs. R.H. Zuiderhoudt, leden-beroepsgenoten en mr. M.H. van Gool, secretaris en uitgesproken ter openbare zitting van 26 juni 2012.

Voorzitter w.g. Secretaris w.g.