ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2171 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.077

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2171
Datum uitspraak: 26-06-2012
Datum publicatie: 27-06-2012
Zaaknummer(s): c2011.077
Onderwerp: Geen of onvoldoende zorg
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klager is de vader van patiënte. Patiënte was in een vegetatief laagbewuste toestand tengevolge van een meningococcensepsis opgenomen in het revalidatiecentrum waar de aangeklaagde revalidatiearts werkzaam is geweest. Het doel was om met vroege intensieve neurorevalidatie een verbetering van haar neurologisch toestand te bereiken. Men besloot tot stopzetting van de behandeling, omdat men binnen de revalidatie-instelling van mening was dat patiënte minimale vooruitgang liet zien. Klager heeft zich daartegen verzet, maar uiteindelijk is patiënte met toestemming van de kortgeding rechter en met indicatie CIZ ontslagen. De klacht houdt in dat de arts er een aandeel in heeft gehad dat onder valse voorwendsels en valse medische opgaven bij de rechter een ontslag is geforceerd. Klager voert ook aan dat de arts patiënten laat behandelen door een niet BIG-geregistreerde psycholoog. Het RTG wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E

vo or de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2011.077 van:

A., wonende te B. (C.), appellant, klager in eerste aanleg,

gemachtigde: D., wonende te E.,

tegen

F., revalidatiearts, destijds werkzaam te G., wonende te H.,

verweerder in beide instanties.

1. Verloop van de procedure

A. - hierna klager - heeft op 15 december 2009 bij het Regionaal Tuchtcollege te Eindhoven tegen revalidatiearts F. - hierna de arts - een klacht ingediend. Bij beslissing van 20 december 2010, onder nummer 09235a heeft dat College de klacht afgewezen. Klager is van die beslissing tijdig in hoger beroep gekomen. De arts heeft een verweerschrift in hoger beroep ingediend.

De zaak is in hoger beroep tegelijkertijd maar niet gevoegd met de zaken A. / I., revalidatiearts (C2011.078) en A. / J., revalidatiearts (C2011.079) behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege van 8 mei 2012, waar alleen D. als gemachtigde van klager is verschenen. De arts heeft bij e-mail van 29 maart 2012 laten weten geen gebruik te zullen maken van de mogelijkheid om bij de terechtzitting aanwezig te zijn.

De zaak is door de gemachtigde van klager bepleit aan de hand van een pleitnota die aan het Centraal Tuchtcollege is overgelegd.

2. Beslissing in eerste aanleg

2.1 De in eerste aanleg vastgestelde feiten.

“2. De feiten

Het gaat in deze zaak om het volgende:

Klager is de vader van K., hierna te noemen: patiëntje. In een vegetatief laagbewuste toestand tengevolge van een meningococcensepsis was zij opgenomen in het revalidatiecentrum waar verweerder tot 9 april 2009 werkzaam is geweest.”

2.2 De in eerste aanleg ingediende klacht en het daartegen gevoerde verweer houden het volgende in.

“3. Het standpunt van klager en de klacht

Het is verweerder geweest die, juist in de periode vanaf 14 maart 2009, er een aandeel in heeft gehad dat onder valse voorwendsels en valse medische opgaven bij de rechter een ontslag is geforceerd. Bij repliek voert klager aan dat verweerder patiënten laat behandelen door een niet BIG-geregistreerde psycholoog.

4. Het standpunt van verweerder

Verweerder werkt vanaf 9 april 2009 niet meer in de instelling. Klager heeft op 14 maart 2009 een eerdere klacht ingediend en de huidige klacht bevat geen feiten in de periode 14 maart 2009 tot 9 april 2009 waarover verweerder zich moet verantwoorden. De betrokken psycholoog was volledig bekwaam voor haar werkzaamheden.”

2.3 Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn voormelde beslissing de volgende overwegingen ten grondslag gelegd.

“5. De overwegingen van het college

Het gaat erom of aan verweerder enig individueel verwijt valt te maken over de wijze waarop hij ten opzichte van patientje heeft gehandeld.

Voor zover klager heeft bedoeld te klagen over feiten van voor 14 maart 2009 moet de klacht niet-ontvankelijk worden verklaard, nu daarover reeds onherroepelijk is beslist.

Het college is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder in de periode van 14 maart tot 9 april 2009 heeft gehandeld in strijd met de zorg die hij had behoren te betrachten ten opzichte van patiëntje. Dat de rechter door verweerder misleid zou zijn, is in het geheel niet gebleken.

Dat een psycholoog niet BIG-geregistreerd is, wil nog niet zeggen dat hij niet bekwaam of bevoegd is. Immers dienen enkel gezondheidszorgpsychologen BIG-geregistreerd te zijn.

De klacht is daarom niet-ontvankelijk c.q. kennelijk ongegrond.”

3. Vaststaande feiten en omstandigheden

Het Centraal Tuchtcollege gaat voor de beoordeling van het hoger beroep uit van de feiten en de omstandigheden zoals zijn vastgesteld door het Regionaal Tuchtcollege en hierboven onder 2.1 staan weergegeven. Dit echter met dien verstande dat in de bestreden beslissing ”patientje” moet worden vervangen door “patiënte”. Het gaat in de onderhavige zaak namelijk om een jonge vrouw.

4. Beoordeling van het hoger beroep

Procedure

4.1 Klager beoogt de zaak in volle omvang aan het Centraal Tuchtcollege ter beoordeling voor te leggen. Hetgeen hij daartoe heeft aangevoerd komt in essentie neer op een herhaling van de stellingen die hij reeds in eerste aanleg heeft geuit. Hij concludeert (impliciet) tot vernietiging van de bestreden beslissing en tot oplegging van een maatregel.

4.2 De arts heeft in hoger beroep gemotiveerd verweer gevoerd. Hij concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van klager in zijn beroep op grond van artikel 51 van de Wet BIG.

Beoordeling van het hoger beroep.

4.3 De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege zodat het beroep moet worden verworpen.

.ager is de vader van S 5. Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

verwerpt het beroep.

Deze beslissing is gegeven door: mr. E.J. van Sandick, voorzitter, mr. J.P. Balkema en

mr. M.M.A. Gerritzen-Gunst, leden-juristen en dr. M.M. Veering en dr. T.J.M. Tobé, leden-beroepsgenoten en mr. H.J. Lutgert, secretaris, en uitgesproken ter openbare zitting van

26 juni 2012. Voorzitter w.g. Secretaris w.g.