Zoekresultaten 251-300 van de 48210 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:234 Hof van Discipline 's Gravenhage 260270
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 23-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:234
Verzoek om verwijzing klacht op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet afgewezen. De voorzitter constateert dat de klachten van klager betrekking hebben op procedurele voorschriften van de deken die bedoeld zijn om het klachtonderzoek door de deken op zorgvuldige wijze te laten verlopen. Het klachtrecht is niet bedoeld om dergelijke voorschriften/beslissingen van procedurele aard van de deken in het kader van een lopend klachtonderzoek ter discussie te stellen. Klager kan zijn klacht over bedoelde advocaten na afronding van het onderzoek door de deken, en na betaling van het griffierecht, door de deken ter kennis laten brengen van de Raad van Discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Binnen de kaders van die procedure kan klager desgewenst ook naar voren brengen waarom het onderzoek door de deken naar de mening van klager niet deugt. Daarom zal de voorzitter de klachten over de deken niet verwijzen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:152 Raad van Discipline Amsterdam 26-464/A/NH
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:152
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerster dat zij hem bij de rechtbank onterecht heeft beschuldigd van het uiten van bedreigingen richting haar cliënte. Klacht is kennelijk ongegrond. Alhoewel van een familierechtadvocaat een zekere terughoudendheid mag worden verwacht in het doen van uitlatingen, stond het verweerster in de omstandigheden van dit geval vrij om dit standpunt in het belang van haar cliënte naar voren te brengen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:165 Raad van Discipline Amsterdam 25-848/A/NH
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:165
Beslissing op verzet. Klaagster is lid van een VvE. Verweerster staat de VvE bij, maar ook de twee andere leden van de VvE. Klaagster heeft erover geklaagd dat dat niet kan. De voorzitter heeft de klacht gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en gedeeltelijk kennelijk ongegrond. De raad acht het verzet gegrond. Uit de beslissing van de voorzitter blijkt niet dat hij heeft getoetst aan het kader dat door het hof van discipline is gegeven in ECLI:NL:TAHVD:2022:16. De raad verwijst de zaak naar een zitting voor de verdere behandeling van de klacht.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:156 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3263
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:156
.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:159 Raad van Discipline Amsterdam 26-114/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:159
Raadbeslissing; gegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klager rechtstreeks te benaderen, terwijl zij wist dat hij werd bijgestaan door een advocaat. Daarnaast heeft zij zich in haar sommatiebrief ongepast en dreigend uitgelaten. Bij de bepaling van de maatregel heeft de raad meegewogen dat verweerster haar fout ten aanzien van het rechtstreeks aanschrijven van klager zelf heeft ingezien en na ontdekking heeft rechtgezet. Gelet daarop en mede in aanmerking nemend dat verweerster niet eerder met de tuchtrechter in aanraking is gekomen, acht de raad de maatregel van een waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:235 Hof van Discipline 's Gravenhage 260257 260258
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 23-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:235
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens het klachtonderzoek neemt (zoals het toelaten van stukken). Klager kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, zijn klacht over mr. S laten toetsen door de raad van discipline. Binnen de kaders van die procedure kan klager al zijn bezwaren over het klachtonderzoek door de deken en de daarin door de deken genomen procedurele beslissingen onder de aandacht van de raad van discipline brengen. Daarom zal de voorzitter de klacht over de deken niet verwijzen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:153 Raad van Discipline Amsterdam 26-459/A/A 26-462/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:153
Voorzittersbeslissing; Twee opvolgende klachten over de advocaat wederpartij (van klagers ex-partner) in een familierechtszaak kennelijk ongegrond met waarschuwing misbruik van recht. Klager heeft inmiddels drie klachten ingediend over verweerder. De klachten betreffen stuk voor stuk de bijstand van verweerder aan de ex-partner van klager. De voorzitter is er ambtshalve mee bekend dat klager over de voormalig advocaat van zijn ex-partner ook vier klachten heeft ingediend. Klager is erop gewezen dat het tuchtrecht er niet voor is bedoeld om onbeperkt ruimte te geven aan klagers om hun onvrede over advocaten telkens opnieuw, in iets andere vorm, maar met op hoofdlijnen dezelfde soort klachten, aan de orde te stellen. Klager moet er daarom ernstig rekening mee houden dat een volgende klacht die op enigerlei wijze samenhangt met de eerder ingediende klachten, niet meer (inhoudelijk) in behandeling wordt genomen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:157 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2935
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:157
Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:160 Raad van Discipline Amsterdam 25-898/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:160
Raadsbeslissing; zeer uitgebreide klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:154 Raad van Discipline Amsterdam 26-088/A/A 26-103/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:154
Raadsbeslissing. De raad is van oordeel dat verweerders in ieder geval tot en met 30 april 2025 feitelijk de advocaten waren van meerdere vennootschappen. Er bestond een risico op een belangenconflict. De raad is in deze zaak van oordeel dat klaagsters voldoende rechtstreeks belang hebben bij hun klacht en dat verweerders bij het verlenen van hun rechtsbijstand duidelijker hadden moeten zijn over de positie van de onderlinge vennootschappen en de gevolgen van een eventueel tegenstrijdig belang tussen de partijen. Toen dat tegenstrijdig belang zich eenmaal had geopenbaard hadden verweerders dit op tafel moeten leggen en hierover in openheid met L. B.V. en de vennootschappen moeten overleggen. Door daar onvoldoende oog voor te hebben, hebben verweerders gehandeld op een wijze die botst met de kernwaardes van de advocatuur. De klacht is daarom gegrond. De raad legt de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:158 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2933
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:158
Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:161 Raad van Discipline Amsterdam 26-074/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:161
Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerder heeft klager bijgestaan bij een familierechtelijke kwestie. Verweerder heeft afgewacht met het indienen van een verzoek tot een voorlopige voorziening met toewijzing van de woning aan klager als doel. Verweerder heeft de reden van het afwachten gedeeld met klager, maar niet schriftelijk vastgelegd. Verweerder is daarmee tekortgeschoten. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:155 Raad van Discipline Amsterdam 26-030/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:155
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:159 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2904
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:159
Klacht tegen een internist. De echtgenote van klager is gedurende negen dagen opgenomen geweest op de afdeling interne geneeskunde van een ziekenhuis. Daar is een neusmaagsonde geplaatst. Klager verwijt de internist dat zij bij het ontslag uit het ziekenhuis onzorgvuldig heeft gehandeld, omdat zij (a) de patiënte en klager twee uur heeft laten wachten op een ontslaggesprek, (b) de patiënte en klager niet of onvoldoende heeft geïnformeerd over het gebruik van de sonde en de daarmee samenhangende risico’s bij het gebruik, alsmede de voorgeschreven medicatie, en (c) in de zorgoverdracht en een brief aan de huisarts geen of onvoldoende instructie heeft gegeven over het gebruik van de voorgeschreven medicatie. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel (b) gegrond en legt aan de internist een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager over klachtonderdeel (c) en het incidenteel beroep van de internist over klachtonderdeel (b).
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8705
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:132
Kennelijk ongegronde klacht tegen een GZ-psycholoog. Klager, de echtgenoot van een patiënte met Alzheimer, verwijt de GZ-psycholoog onder meer dat zij een voorgenomen verhuizing van patiënte heeft geïnitieerd en verzwegen, de familie niet heeft betrokken bij de besluitvorming, buiten het multidisciplinair overleg om heeft gehandeld, onvoldoende uitleg heeft gegeven over de verhuizing en niet in het belang van patiënte heeft gehandeld. Het college oordeelt dat verweerster niet verantwoordelijk was voor de communicatie met de familie of het initiëren van de verhuizing, dat zij heeft gehandeld in samenspraak met de betrokken zorgverleners en dat de overwegingen voor de voorgenomen verhuizing voldoende waren gemotiveerd. Ook is niet gebleken dat zij buiten haar professionele rol is getreden of de belangen van patiënte heeft veronachtzaamd. De klacht wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:157 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-746/DH/DH
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:157
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8622
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:133
Verwijten aan huisarts dat zij klager niet naar een oogarts maar naar een optometrist heeft gestuurd, dat zij klager niet zelf heeft uitgenodigd op haar spreekuur, dat zij zijn klachten niet serieus heeft genomen, dat zij onvoldoende heeft gedaan om ervoor te zorgen dat klager eerder bij de oogarts terecht kon en dat zij achteraf haar fout niet heeft erkend. De klacht is in zoverre gegrond, dat de huisarts in de door klager in een herhaald e-consult geuite klachten aanleiding had moeten zien om contact met klager op te nemen, hetzij telefonisch hetzij door hem uit te nodigen op het spreekuur, om die klachten uit te vragen en deugdelijk te kunnen beoordelen of een verwijzing met spoed alsnog in de rede lag. De klacht is voor het overige ongegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:158 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-624/DH/DH
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:158
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder de raad en het hof van discipline in zijn schriftelijke stukken die hij in de eerdere klachtprocedure bij de raad en/of het hof heeft ingediend, heeft misleid met zijn standpunten over de adviesaanvraag en (de inhoud van) het advies aan het OM met als doel om de tuchtrechtelijke toetsing van zijn handelen te frustreren. De mededelingen over de adviesaanvraag en het advies die verweerder in deze procedure worden verweten zijn gedaan in de periode dat verweerder nog aan zijn geheimhoudingsplicht gebonden was en dat dit van invloed was op welke mededelingen verweerder daarover wel en niet kon doen. Klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:21 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/03
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:21
Spoedtestament. De notaris bezoekt een testateur met spoed thuis en spreekt af dat zij de volgende ochtend zal terugkomen voor de wijziging van het testament. ’s-Nachts overlijdt de testateur. Omdat hij zijn testament kort daarvoor ook al twee keer had gewijzigd, het om een ingrijpende wijziging ging en degene die daardoor begunstigd zou worden het initiatief tot dienstverlening had genomen, was de notaris alert op de mogelijkheid van beïnvloeding en heeft zij bewust enige bedenktijd ingebouwd. In de gegeven omstandigheden vindt de kamer dat niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Wel had de communicatie met de klaagster over het moment waarop de notaris zou terugkomen beter gekund, maar dat is onvoldoende voor een tuchtrechtelijk verwijt. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:159 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-574/DH/DH
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:159
Verzet
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9186
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:129
Klaagster verwijt huisarts dat hij heeft geweigerd haar zoontje van acht jaar naar de oogarts te verwijzen en dat hij klaagster (in aanwezigheid van haar kinderen) respectloos en intimiderend heeft benaderd en hen zonder reden naar buiten heeft geduwd. De juistheid van het medisch dossier geldt voor het college in beginsel als uitgangspunt voor de beoordeling van een klacht. Klaagster heeft geen feiten of omstandigheden aangedragen op basis waarvan het college kan concluderen dat hetgeen de huisarts over het consult en de (wijze van) communicatie in het medisch dossier heeft genoteerd, onjuist is. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:17 Kamer voor het notariaat Den Haag 26-18
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 15-07-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:17
De notaris was verzocht om de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster in behandeling te nemen. Klaagster verwijt de notaris onder andere onvoldoende duidelijkheid over haar rol, structureel negeren van correspondentie en schijn van partijdigheid. De klacht is op alle onderdelen ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7425
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:130
Huisarts heeft klager eenmalig op consult gezien in de Penitentiaire Inrichting wegens knieklachten. De huisarts heeft klager verwezen naar de fysiotherapeut. Klacht over nalatig handelen, te weten onvoldoende informatie over de behandeling, risico’s en eventuele andere mogelijkheden, en ten onrechte geen verwijzing naar het ziekenhuis, kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:155 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-368/DH/RO
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:155
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijk geschil over de verblijfplaats van het kind. Verweerster heeft zich in haar processtuk polariserend en onnodig grievend uitgelaten door te stellen dat klaagster de meest vreselijke dingen verzint, waarbij zij doelt op huiselijk geweld en een gewelddadige relatie. Verweerster had deze vergaande stelling niet op deze manier, zonder enig voorbehoud of nuance, mogen innemen. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:161 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-344/AL/OV
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:161
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de curator kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9389
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:131
Klacht van IGJ over huisarts over langdurig, structureel en ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens patiënte tijdens behandelrelatie van 25 jaar. Huisarts erkent dat tussen hem en de 22 jaar jongere - kwetsbare - patiënte een vriendschappelijke relatie is ontstaan, die is overgegaan in een ruim drie jaar durende seksuele relatie. De huisarts heeft met deze relatie de professionele grenzen ernstig overschreden. Hij heeft zich door de bijzondere kwetsbaarheid van patiënte niet laten weerhouden. Hij was zich bewust van de ongeoorloofdheid van deze relatie, maar heeft de relatie jarenlang laten voortduren en steeds intensiever laten worden, totdat hij zelfs bewust heeft afgezien van anticonceptie en patiënte zwanger van hem is geworden. De huisarts heeft de behandelrelatie laten voortbestaan, totdat patiënte vijf jaar na het einde van de relatie zelf naar een andere huisarts is overgestapt. Het college beschouwt de handelwijze van de huisarts als bijzonder kwalijk. De kans op herhaling lijkt klein, nu de huisarts de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en zijn praktijk inmiddels heeft beëindigd. Ondanks dat hij stelt dat hij niet meer als arts werkzaam wil zijn, heeft de huisarts zich echter niet uit het BIG-register laten uitschrijven. De door de huisarts aangevoerde omstandigheden zijn onvoldoende om met een lichtere maatregel dan de maatregel van doorhaling te volstaan. Het college ziet verder aanleiding om bij wijze van voorlopige voorziening de bevoegdheid van de huisarts te schorsen om de aan de inschrijving in het register verbonden bevoegdheden uit te oefenen en om de huisarts, voor het geval hij op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing niet is ingeschreven in het BIG-register, het recht te ontzeggen om opnieuw in het BIG-register te worden ingeschreven.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:156 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-750/DH/DH
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:156
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:162 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-409/AL/OV
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:162
Voorzittersbeslissing. Klacht over een curator is deels niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9315
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:114
Klacht van patiënt tegen radioloog kennelijk ongegrond. Verwijt dat de radioloog een MRI-scan van de prostaat van klager in 2017 niet zorgvuldig heeft beoordeeld. De radioloog heeft aangevoerd dat hij de beelden zorgvuldig heeft beoordeeld waarbij de kans op klinische prostaatkanker onwaarschijnlijk was, aan de hand van PI-RADS versie 2 (uit 2015).
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:180 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9292
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 21-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:180
Ongegronde klacht tegen een anesthesioloog. De anesthesioloog was betrokken bij de anesthesie tijdens de totale heup prothese operatie van klaagster. Klaagster kreeg een ruggenrpik en aansluitend sedatie met propofol. Het is niet gebleken dat vooraf is gesproken over een minimale of lagere dosering, zoals klaagster stelt. Er zijn geen aanknopingspunten voor het verwijt dat klaagster een te hoge dosering sedatie is toegediend of anderszins onzorgvuldig handelen. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:88 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 240355W3
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 21-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:88
Verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de door verzoeker gestelde voorwaarde niet is vervuld.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:14 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-67
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 17-06-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:14
Uit het feitencomplex blijkt het belang van een zorgvuldige belehrung en een controle door de notaris van de wil van de bij de rechtshandeling betrokken partijen. Het had de notaris duidelijk moeten zijn dat een strikt onpartijdige en terughoudende opstelling was vereist. De kamer rekent het de notaris aan dat hij die norm niet voldoende in acht heeft genomen. Door de situatie te laten ontstaan dat aan zijn neutraliteit als notaris kon worden getwijfeld en door actief toe te staan dat ook de kandidaat-notaris zich begaf in een situatie waarin de schijn van partijdigheid ontstond heeft hij een van de kernwaarden van het notariaat geschaad. Naast het schaden van die kernwaarde weegt ook het onvoldoende in bescherming nemen van de kandidaat-notaris in zijn nadeel mee. De klacht is deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond en voor het overige gegrond met de oplegging van de maatregel van berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:232 Hof van Discipline 's Gravenhage 250380
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:232
Het betreft een klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Het verwijt dat in hoger beroep nog van belang is ziet op de vraag of verweerder zich schuldig heeft gemaakt aan het zogezegde “ongeoorloofd napleiten”. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door de kantonrechter nader te informeren nadat de zaak was aangehouden voor het beproeven van een minnelijke regeling zonder dat een datum voor een beschikking was bepaald.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9492
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:115
Klacht tegen een tandarts kennelijk ongegrond. Klaagster bezocht de tandarts diverse keren in verband met pijnklachten. Uiteindelijk moest er een kies verwijderd worden. Klaagster verwijt de tandarts, samengevat, nalatigheid, onvoldoende informatieverstrekking en het niet serieus nemen van de klachten van klaagster. Het college oordeelt dat de tandarts klaagster voldoende heeft voorgelicht en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:181 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8540
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 21-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:181
Deels gegronde klacht tegen een anesthesioloog. Klaagster is door de anesthesioloog behandeld voor chronische pijnklachten bij long-covid. Er is door de anesthesioloog geen medisch dossier overgelegd, waardoor niet kan worden vastgesteld dat de anesthesioloog een (nadere) anamnese heeft verricht. Verder ontbreekt ook elke rapportage over de behandeling van klaagster, waardoor niet kan worden vastgesteld dat sprake was van adequate monitoring, ook voor wat betreft de wijze van toediening van medicatie is adequate monitoring aangewezen. Klacht deels gegrond, berisping met publicatie.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:15 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-49
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 17-06-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:15
De kamer is van oordeel dat klager misbruik heeft gemaakt van het klachtrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:16 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-76
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 17-06-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:16
Klager verwijt de notaris dat op de datum van indiening van de klacht alle gegevens betreffende de veiling van het pand nog voor een ieder zichtbaar waren op de website, hetgeen op klager zeer bedreigend overkomt. Naar het oordeel van de kamer leidt de enkele omstandigheid dat de gegevens tot eind 2025 online zichtbaar zijn gebleven niet tot de conclusie dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De lat daarvoor ligt hoger. Daarbij acht de kamer van belang dat niet is gebleken dat klager de notaris eerder heeft verzocht de betreffende gegevens te (laten) verwijderen en dat de notaris, toen hij de klacht had ontvangen, de gegevens onmiddellijk van de website heeft laten verwijderen. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:159 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-435/AL/GLD
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:159
Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter was verweerster in haar positie van curator gehouden om het gerechtshof na de comparitie te informeren over de nieuw door haar ontvangen informatie van een vermeende schuldeiser. Zij heeft in die brief volledig open kaart gespeeld en het gerechtshof op feitelijk juiste wijze voorgelicht. Zij heeft daarin de brief van die schuldeiser als ook de reactie daarop van klager geciteerd, zonder daarbij sturend te zijn geweest. Klager verwijt verweerster dat zij zijn woorden daarin opzettelijk heeft verdraaid. Indien dat het geval was geweest, dan had de advocaat van klager dat daarna aan de orde kunnen stellen in zijn reactie namens klager aan het gerechtshof. Daarvan is de voorzitter niet gebleken. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster met haar handelen het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:160 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-439/AL/OV
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:160
De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:86 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-487/DB/OB
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 21-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:86
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerder dat hij op basis van een geantedateerde en niet door klager ondertekende overeenkomst van geldlening conservatoir beslag heeft doen leggen en een schikkingsvoorstel aan klager heeft gedaan (klachtonderdeel 1), waarbij verweerder klager spreekwoordelijk “tegen de muur gezet” heeft en hem heeft afgeperst (klachtonderdeel 2). Dat verweerder aanleiding had om te twijfelen aan de door zijn cliënte verstrekte informatie, waaronder de overeenkomst van geldlening, is de voorzitter op basis van de overgelegde stukken niet gebleken. De voorzitter overweegt dat het tuchtrecht niet is bedoeld voor het voeren van een discussie over de juistheid van de standpunten van partijen in een civielrechtelijk geschil. De feitelijke grondslag van het verwijt, dat verweerder klager een schikkingsvoorstel heeft gedaan en hem (daarbij) “tegen de muur heeft gezet” en heeft afgeperst, ontbreekt. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:230 Hof van Discipline 's Gravenhage 250466
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:230
Het betreft een klacht over verweerder die als gezamenlijke echtscheidingsadvocaat voor klager en zijn ex-vrouw is opgetreden. Zijn ex-vrouw had al eerder geklaagd over verweerder. De raad van discipline had al onherroepelijk geoordeeld dat verweerder zijn zorgplicht had geschonden. Het hof is van oordeel dat de klacht van klager over verweerder inhoudelijk een herhaling is van de klacht van zijn ex-vrouw. Op grond van het ne bis in idem beginsel is klager niet ontvankelijk in zijn klacht over schending van de zorgplicht. De klacht dat klager door uitlatingen van verweerder geen opvolgend advocaat kon vinden is onvoldoende onderbouwd en daarmee ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:87 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 240355W2
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 21-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:87
Wrakingsverzoek deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Voor zover verzoeker dezelfde gronden aanvoert waarop op grond van artikel 3.1 Wrakingsprotocol al is beslist bij beslissing van 4 juni 2026 is het herhaalde verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Nu dit het tweede wrakingsverzoek betreft dat direct verband houdt met de hoofdprocedure en verzoeker tevens een derde voorwaardelijk wrakingverzoek heeft ingediend bij het hof en er dus sprake is van een patroon van wrakingen en bovendien een herhaling van wrakingsgronden waarop reeds is beslist, kan de conclusie niet anders zijn dat er sprake is van misbruik van recht. Het hof zal bepalen dat een volgend wrakingsverzoek in de hoofdzaak wegens misbruik van recht niet meer in behandeling wordt genomen (artikelen 7.2 en 7.3 Wrakingsprotocol).
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:231 Hof van Discipline 's Gravenhage 250453
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:231
Het betreft een klacht van een advocaat over de advocaat van de wederpartij. Het betreft een geschil tussen buren over een erfdienstbaarheid waarbij ook de gemeente betrokken is geraakt als (privaatrechtelijk) eigenaar van twee naburige percelen. Verweerder treedt op voor een van de buren en klager treedt op voor de gemeente. Verweerder heeft in verband met het erfdienstbaarheidsgeschil een Woo-verzoek ingediend bij de gemeente. Klager verwijt verweerder dat hij in strijd met gedragsregel 25 het Woo-verzoek zonder vooraankondiging, medeweten of goedkeuring van klager rechtstreeks bij de gemeente heeft ingediend, dat verweerder inbreuk heeft gemaakt op de geheimhoudersrelatie tussen klager en de gemeente en onjuiste beweringen heeft gedaan tegenover de gemeente bij indiening van het verzoek. De raad heeft gegrond bevonden dat verweerder zonder kennisgeving aan klager een Woo-verzoek had ingediend. De overige klachten heeft de raad ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:67 Accountantskamer Zwolle 25/3427 Wtra AK
- Datum publicatie: 20-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:67
Gedeeltelijk gegronde klacht. Betrokkene krijgt de maatregel van berisping opgelegd. Klaagster verwijt betrokkene dat hij zonder haar toestemming haar aangifte inkomstenbelasting 2024 bij de belastingdienst heeft ingediend en haar daarvan niet op de hoogte heeft gesteld. Volgens klaagster is de aangifte ook onjuist en heeft betrokkene opzettelijk informatie voor klaagster achtergehouden. Voorts verwijt klaagster betrokkene dat hij in een gesprek haar zorgen over de gang van zaken heeft genegeerd. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene op meerdere momenten het fundamentele beginstel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid heeft geschonden. Hij heeft de aangifte inkomstenbelasting van klaagster zonder haar toestemming ingediend en klaagster daarvan niet op de hoogte gesteld. Betrokkene heeft ook niet adequaat gereageerd op klaagsters zorgen over de verwerking van de afspraken uit het echtscheidingsconvenant.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:228 Hof van Discipline 's Gravenhage 260022
- Datum publicatie: 20-07-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:228
Het betreft een klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder wordt verweten zijn zorgplicht jegens klager te hebben geschonden door met klager gemaakte afspraken niet na te komen. De raad heeft de klachten ongegrond verklaard, omdat kort gezegd de door klager gestelde afspraken niet zijn komen vast te staan. Het hof bekrachtigt de uitspraak van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:229 Hof van Discipline 's Gravenhage 260060H
- Datum publicatie: 20-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:229
Afwijzing van een verzoek om herziening van een beslissing van het hof van discipline. De gestelde grond van een motiveringsgebrek kan niet tot herziening van de beslissing leiden omdat die stelling niet een feit of omstandigheid is die heeft plaatsgevonden vóór de beslissing. De herziening is niet bedoeld om het, met het door een onherroepelijke beslissing van het hof, afgesloten debat te heropenen. Er is ook geen sprake van een nieuw feit in de klachtzaak dat niet voor de zitting van 18 april 2026 redelijkerwijs bij verzoeker bekend kon zijn. Het door verzoeker gestelde feit betreft ook geen feit dat verzoeker niet eerder redelijkerwijs naar voren had kunnen brengen. De uitspraak waar verzoeker op doelt is van 18 maart 2026 en op 26 maart 2026 gepubliceerd, dus van voor de zitting van 20 april 2026.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:177 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8701
- Datum publicatie: 17-07-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:177
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klaagster verwijt de verpleegkundig specialist onder meer dat zij geweigerd heeft om haar te verwijzen voor nader onderzoek naar autisme. Het college acht het gezien de bevindingen verdedigbaar dat verweerster de nadruk legde op de behandeling van trauma. Uit de e-mails van klaagster leek ook te volgen dat zij dit begreep. Wel was het beter geweest als verweerster nog de tijd had genomen om de verwijzing duidelijk door te spreken met klaagster, maar dit is onvoldoende voor een tuchtrechtelijk verwijt. Ook de andere klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:178 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9633
- Datum publicatie: 17-07-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:178
Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De IGJ verwijt de verpleegkundige in strijd te hebben gehandeld met de door haar te verlenen zorg door zonder collegiaal overleg en zonder dat dit was voorgeschreven een van huis meegebrachte keelspray (die over de datum was) te geven aan een cliënt. Ook verwijt de IGJ de verpleegkundige zonder overleg met een arts en in afwijking van het medicatiebeleid een hogere dosering medicatie aan een cliënt toe te dienen en dit op onjuiste wijze af te tekenen. De klacht is deels gegrond. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige door zonder overleg met een arts of collega’s haar eigen koers te varen, niet in het belang van de aan haar zorg toevertrouwde cliënten heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:179 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9606
- Datum publicatie: 17-07-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:179
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klaagster was na ontslag uit het ziekenhuis na een wortelblokkade voor rug- en beenklachten nog voor nazorg opgenomen. Daar verergerden de klachten aan haar been. Het verwijt aan de verpleegkundig specialist is dat zij geen adequate zorg heeft verleend toen klaagster ook last kreeg van uitvalsverschijnselen. Het college oordeelt dat gebleken is dat de verpleegkundig specialist niet op de hoogte was van de verslechterde gezondheidssituatie van klaagster, maar dat dit niet aan de verpleegkundig specialist te wijten is. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:150 Raad van Discipline Amsterdam 26-456/A/A
- Datum publicatie: 16-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:150
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder mocht erop vertrouwen dat zijn cliënte de opzeggingsbrief per post aan klager had verstuurd. Klager had naar aanleiding van de e-mail van verweerder alvast een formeel bezwaar kunnen indienen met het verzoek om het bezwaar op een later moment inhoudelijk aan te mogen vullen, omdat hij de opzeggingsbrief nog niet had ontvangen. Het is de voorzitter uit de stukken niet gebleken dat klager van deze mogelijkheden gebruik heeft gemaakt. Verder was verweerder niet gehouden om klager volledige inzage te geven in het fraudedossier van zijn cliënte. Tot slot kan de voorzitter niet vaststellen dat verweerder niet tijdig op berichten van klager heeft gereageerd. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.