ECLI:NL:TNORARL:2026:2 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/441385 KL RK 24-137
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2026:2 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 02-02-2026 |
| Datum publicatie: | 11-05-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/05/441385 KL RK 24-137 |
| Onderwerp: | Registergoed, subonderwerp: leveringsakte |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klacht ongegrond, omdat deze onvoldoende is onderbouwd. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: C/05/441385 / KL RK 24-137
beslissing van de kamer voor het notariaat
op de klacht van
[klager],
gevestigd te [plaats],
klager
tegen
[naam notaris],
notaris te [plaats]
gemachtigde: mr. V.J.N. van Oijen
Partijen worden hierna respectievelijk klager en de notaris genoemd.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit
- de klacht, met bijlagen, van 16 september 2024;
- het verweer van de toegevoegd notaris van 15 november 2024;
- aanvullende stukken van klager van 8 februari 2025;
- aanvullende stukken van klager van 17 februari 2025;
- aanvullende stukken van klager van 12 mei 2025;
- aanvullende stukken van de toegevoegd notaris van 2 oktober 2025;
- aanvullende stukken van klager van 2 oktober 2025.
1.2 De klachtzaak is ter zitting van 10 oktober 2025 behandeld, waarbij zijn verschenen klager enerzijds en de toegevoegd notaris en haar gemachtigde anderzijds. Zowel klager als de toegevoegd notaris hebben het woord gevoerd aan de hand van ter zitting overgelegde spreekaantekeningen.
2. De feiten
2.1 De woonboerderij gelegen aan de [adres] in [plaats] (hierna: de woonboerderij) was van de ouders van klager. Op 13 november 2010 hebben de ouders van klager en hijzelf met als getuigen zijn zus en zwager een overeenkomst gesloten inzake de overname van de woonboerderij door klager. In deze overeenkomst hebben partijen een meerwaardeclausule met een looptijd van tien jaar opgenomen.
2.2 Op 29 december 2014 heeft oud-notaris [naam] (hierna: oud-notaris) de leveringsakte gepasseerd waarmee de woonboerderij daadwerkelijk aan klager is geleverd . In de leveringsakte is de destijds tussen zijn ouders en klager overeengekomen meerwaardeclausule ook opgenomen met een looptijd tot en met 29 december 2024.
2.3 De in de leveringsakte opgenomen meerwaardeclausule hield in dat klager een bedrag ad € 169.000,00 aan zijn vader, dan wel diens erfgenamen, moest betalen op het moment dat hij de woonboerderij vóór 29 december 2024 zou vervreemden.
2.4 Op 14 december 2020 heeft klager een e-mail verzonden aan een notarisklerk van het notariskantoor van de notaris (hierna: notarisklerk) met het verzoek om te kijken naar de meerwaardeclausule zoals opgenomen in de leveringsakte uit 2014. Hierbij is aan klager medegedeeld dat de meerwaardeclausule mogelijk nog steeds van toepassing was, indien de tekst uit de koopovereenkomst van 2010 was overgenomen in de leveringsakte van 2014.
2.5 Op 20 oktober 2022 heeft het notariskantoor een al door partijen getekende koopovereenkomst waarin klager zijn woonboerderij aan een derde verkocht. In deze koopovereenkomst stonden geen ontbindende voorwaarden, maar wel een boeteclausule van tien procent van de koopprijs ingeval van wanprestatie.
2.6 Op 1 december 2022 is de woonboerderij vervolgens daadwerkelijk door klager aan een derde geleverd. De toegevoegd notaris [naam] (hierna: de toegevoegd-notaris) heeft deze leveringsakte gepasseerd. De toegevoegd notaris heeft in dit kader de meerwaardeclausule niet met klager besproken.
2.7 Op 5 oktober 2023 heeft klager contact opgenomen met de notarisklerk over de meerwaardeclausule. De notarisklerk heeft klager daarbij geadviseerd om met zijn familie in gesprek te gaan en de zaak voor te leggen aan de rechter mochten zij er niet uitkomen.
2.8 In juni 2024 is gebleken dat de familie wil dat klager met hen gaat afrekenen op grond van de meerwaardeclausule.
3. De klacht en het verweer
3.1 Klager verwijt de toegevoegd-notaris dat zij niet heeft voldaan aan haar zorgplicht jegens hem. Klager voert daartoe aan dat de toegevoegd-notaris de geldende meerwaardeclausule niet met hem heeft besproken in het kader van de te passeren leveringsakte van de woonboerderij. Daardoor wist hij niet dat hij nog met zijn familie moest afrekenen na de verkoop van de woonboerderij. De toegevoegd-notaris had hem erop moeten wijzen dat de meerwaardeclausule nog actueel was.
3.2 Op het verweer van de notaris zal de kamer hierna, voor zover het verweer van belang is voor de beoordeling, nader ingaan.
4. De beoordeling
4.1 Op grond van artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. De tuchtrechter toetst of hun handelen of nalaten in strijd is met het bepaalde in de Wna en de andere toepasselijke bepalingen. Ook kan de tuchtrechter toetsen of zij voldoende zorg in acht hebben genomen ten opzichte van de (rechts)personen voor wie zij optreden en of zij daarbij hebben gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar behoort te doen.
4.2 De kamer overweegt dat uit het dossier en de mondelinge behandeling blijkt dat de notaris geen enkele betrokkenheid had bij het dossier van klager. Dit dossier is immers volledig behandeld door de toegevoegd notaris. Klager heeft tijdens de mondelinge behandeling bovendien bevestigd dat hij geen enkel contact heeft gehad met de notaris. Het is de kamer op grond hiervan onvoldoende duidelijk wat klager de notaris verwijt. De kamer oordeelt dan ook dat klager zijn klacht tegen de notaris onvoldoende heeft onderbouwd.
4.3 Op grond van het voorgaande verklaart de kamer de klacht tegen de notaris dan ook ongegrond.
5. De beslissing
De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden
- verklaart de klacht ongegrond.
|
Deze beslissing is gegeven door mr. D. Vergunst, voorzitter, mr. D.T. Boks en mr. M.R.H. Goossens, leden, en in tegenwoordigheid van mr. E.W.A. Nabbe, secretaris, door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026. | ||
|
De secretaris |
De voorzitter | |
|
Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. | ||