ECLI:NL:TGZRZWO:2026:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9280
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2026:69 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 11-05-2026 |
| Datum publicatie: | 11-05-2026 |
| Zaaknummer(s): | Z2025/9280 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing, klacht kennelijk ongegrond. De klacht gaat over het handelen van een psychiater bij de opname van klager op de High Intensive Care (HIC). Klager verwijt de psychiater onder meer dat zij verbeten en niet neutraal het gesprek in ging en dat geen gebruik werd gemaakt van zijn signaleringsplan. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Voorzittersbeslissingvan 11 mei 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klager,
tegen
C,
psychiater,
werkzaam in B,
verweerster, hierna ook: de psychiater,
gemachtigde: mr. S. Dik, werkzaam in Amsterdam.
1. De zaak in het kort
1.1 Bij opname op de High Intensive Care (HIC) werd klager gezien door de psychiater.
Klager verwijt de psychiater onder meer dat zij verbeten en niet neutraal het gesprek
in ging en dat geen gebruik werd gemaakt van zijn signaleringsplan. De psychiater
heeft aangevoerd dat zij klager slechts kort heeft gezien en dat geen sprake was van
een behandelgesprek, diagnostiek of behandeling. Van een niet neutrale of onzorgvuldige
bejegening is volgens de psychiater geen sprake geweest.
1.2 De voorzitter komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht de voorzitter toe
hoe tot deze beslissing is gekomen.
2. De procedure
2.1 De voorzitter heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift, ontvangen op 24 november 2025;
- het verweerschrift, ontvangen op 19 maart 2026;
- de brief van de secretaris aan klager van 25 maart 2026 met het verzoek om een repliek;
- de e-mail van klager van 28 april 2026.
3. De klacht en de reactie van de psychiater
3.1 Klager verwijt de psychiater dat zij:
- bij opname een verbeten indruk maakte en het gesprek niet neutraal inging;
- dat geen gebruik werd gemaakt van het signaleringsplan van klager waarin duidelijk staat dat hij de afbouwdosis olanzapine wilde blijven gebruiken en zo nodig lorazepam voor de nacht. In plaats daarvan is de dosis olanzapine verhoogd en heeft klager voor de nacht een injectie promethazine/haldol gekregen. Klager stelt dat hij hiervan veel last heeft gehad en dat een opname had kunnen worden voorkomen.
3.2 De psychiater heeft naar voren gebracht dat de klachtonderdelen zien op
behandelbeslissingen en beoordelingsmomenten waarbij zij geen inhoudelijke betrokkenheid
heeft gehad. Het contact tussen klager en de psychiater was beperkt tot een kort ontvangstcontact
zonder behandelinhoudelijk karakter. Verweerster heeft verzocht de klacht ongegrond
te verklaren.
3.3 De voorzitter gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
4. De overwegingen
4.1 Klager heeft in zijn klaagschrift toegelicht dat hij kort na zijn opname bij D een gesprek had met de psychiater, die een verbeten indruk maakte en het gesprek niet neutraal in ging. Door niet naar het signaleringsplan te kijken werd de dosis olanzapine verhoogd en heeft klager geslapen na een injectie promethazine/haldol. Dit alles terwijl klager volgens hem ook thuis tot rust had kunnen komen met lorazepam.
4.2 De psychiater heeft in haar verweerschrift toegelicht dat zij op 10 september 2025 als waarnemend psychiater werkte op de HIC op het moment dat klager werd opgenomen. De indicatie voor opname van klager was in die middag na beoordeling door de crisisdienst gesteld. De psychiater heeft klager kort gesproken toen hij aankwam op de HIC. De psychiater heeft klager uitgelegd dat zij geen beoordeling voor een crisismaatregel (CM) kon uitvoeren omdat klager eerder bij haar in behandeling was geweest. Zij deelde verder mee dat de dienstdoend psychiater langs zou komen, waarop klager aangaf hierop te zullen wachten. Die avond is een CM afgegeven, verplichte zorg aangezegd en is medicatie voorgeschreven. De psychiater heeft geen CM-beoordeling gedaan, klagers signaleringsplan niet geraadpleegd, geen diagnostiek verricht, geen medicatie voorgeschreven en geen (andere) behandelbeslissingen genomen.
4.3 Klager is in de gelegenheid gesteld te reageren op het verweerschrift. Daarbij is verzocht in de reactie op het verweerschrift duidelijk te maken welk handelen klager de psychiater (nog) verwijt en te onderbouwen wat haar betrokkenheid bij dat handelen was. Na – verleend – uitstel heeft klager per e-mail van 28 april 2026 laten weten van mening te zijn dat het college verder moet gaan met het proces. Een inhoudelijke reactie op het verweer is niet ontvangen.
4.4 De voorzitter overweegt over het onder a) verweten handelen dat niet kan worden vastgesteld dat verweerster tijdens het gesprek op 10 september 2025 een verbeten indruk maakte en zich niet neutraal opstelde. De psychiater bestrijdt dat zij zich niet neutraal heeft opgesteld en klager heeft niet nader toegelicht waaruit blijkt dat de psychiater zich niet neutraal opstelde. Dat de psychiater een verbeten indruk maakte is een subjectieve beleving van klager persoonlijk en onvoldoende voor de conclusie dat de psychiater niet neutraal opstelde. Dat betekent dat klachtonderdeel a) niet kan slagen en kennelijk ongegrond zal worden verklaard.
4.5 Over het onder b) verweten handelen overweegt de voorzitter het volgende. De psychiater heeft gemotiveerd uiteengezet dat zij klager op 10 september 2025 kort heeft gesproken toen hij op de HIC arriveerde. Zij heeft voorts toegelicht dat zij geen betrokkenheid heeft gehad bij het voorschrijven van medicatie en overige behandelbeslissingen. Klager heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid nader toe te lichten en te onderbouwen dat de psychiater wel inhoudelijk betrokken was bij het haar onder b) verweten handelen. Dat betekent dat klachtonderdeel b) ook niet kan slagen en kennelijk ongegrond zal worden verklaard.
4.6 De klacht is dus kennelijk ongegrond.
5. De beslissing
De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 11 mei 2026 door P.A.H. Lemaire, voorzitter, bijgestaan door M. Keukenmeester, secretaris.
secretaris voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.